Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Structuur
     
Structuur
Select an indicator
Standaardverdiencapaciteit - Land- en tuinbouw

Grote verschillen in bedrijfsomvang en toegevoegde waarde
1/13/2022

De bedrijfsomvang van de Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven loopt sterk uiteen, van een grote groep zeer kleine bedrijven (37% van alle bedrijven in 2020, zie figuur) tot een kleine groep zeer grote bedrijven (9% in 2020). De eerste groep vertegenwoordigt slechts 2% van de totale toegevoegde waarde (op basis van de Standaardverdiencapaciteit - SVC), terwijl de tweede groep goed is voor 56%. Verder is op de zeer grote bedrijven, met een zwaartepunt in de glastuinbouw, een belangrijk deel van de werkgelegenheid (40% van het arbeidsvolume in 2020) geconcentreerd. De groep grote bedrijven heeft 33% (in 2020) van de cultuurgrond in gebruik.


Tussen 2010 en 2020 is het aantal zeer kleine en kleine bedrijven sterk gedaald (-41%) en het aantal grote en zeer grote bedrijven fors toegenomen (+24%). In 2016 is de ontwikkeling (eenmalig) versneld door de veranderingen in de registratie van de land- en tuinbouwbedrijven, waardoor veel (zeer) kleine bedrijven uit de registratie zijn verdwenen. Overigens blijft het aantal zeer kleine bedrijven relatief groot (35% in 2016 en  37% in 2020). Instroom vindt plaats door afbouwende bedrijven. De (zeer) kleine bedrijven zijn minder afhankelijk van het inkomen uit de bedrijfsactiviteiten door inkomsten van buiten bedrijf, zoals uit arbeid, bezittingen en uitkeringen (bijvoorbeeld AOW).


Standaardverdiencapaciteit (SVC) – een maat voor de economische omvang
Om de verschillende soorten agrarische bedrijven te kunnen vergelijken, kon tot 2010 de Nederlandse grootte-eenheid (nge) worden gebruikt. In 2010 is deze maat voor de economische omvang - saldo van opbrengsten en specifieke kosten van agrarische activiteiten - vervangen door de Standaardopbrengst (SO). Het nadeel van de SO is dat het een maatstaf is voor de omzet, die geen inzicht geeft in de beloning die resteert voor de agrarische activiteiten. Die beloning kan sterk verschillen tussen de sectoren: een akkerbouwer houdt bijvoorbeeld veel meer over van 100 euro opbrengsten dan een varkenshouder. Die akkerbouwer kan bijvoorbeeld met een opbrengst van 300.000 euro een inkomen halen waar een varkenshouder meer dan een miljoen euro aan opbrengsten voor nodig heeft. Daarom is naast de SO een nieuw Nederlands kengetal ontwikkeld, de Standaardverdiencapaciteit (SVC), die een maatstaf is voor de toegevoegde waarde. De SVC van een bedrijf geeft de vergoeding van arbeid en kapitaal weer op basis van standaarden, ongeacht wie arbeid of kapitaal levert. Een bedrijf met een SVC van minder dan 25.000 euro wordt aangemerkt als een zeer klein bedrijf. Een dergelijke omvang vergt een normatieve arbeidsbehoefte van minder dan 0,75 aje (arbeidsjaareenheid), tenzij de arbeid duidelijk minder efficiënt of tegen een lagere vergoeding dan gemiddeld wordt ingezet. Voor de zeer grote bedrijven (meer dan 250.000 euro SVC) geldt dat ze werkgelegenheid kunnen bieden aan meer dan 5 aje tegen een gemiddelde vergoeding.

Veel ‘zeer kleine’ bedrijven binnen de akkerbouw
De Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven behoren in hoofdzaak (68% in 2020) tot de (meer) grondgebonden bedrijfstypen akkerbouw-, melkvee- en overige graasdierbedrijven. Het overgrote deel (86%) van de overige graasdierbedrijven en ruim de helft van de akkerbouwbedrijven worden op basis van de verdiencapaciteit (SVC) als ‘zeer klein’ aangeduid in 2020 (zie figuur onderaan het artikel). Veelal zijn dat bedrijven van oudere ondernemers die inmiddels in feite zijn gestopt met hun bedrijf, maar nog wat grond of dieren aanhouden en daardoor in de statistieken opgenomen blijven. In de melkveehouderij ligt het zwaartepunt bij de middelgrote en grote bedrijven, en in de glastuinbouw bij de zeer grote bedrijven. De andere bedrijfstypen - overige tuinbouw-, intensieve veehouderij- en gecombineerde bedrijven - kennen een meer gelijkmatige bedrijfsgrootteverdeling.

Melkvee en glastuinbouw goed voor ruim de helft verdiencapaciteit
De verdiencapaciteit van de primaire land- en tuinbouw bedraagt  ruim 6,4 mld. euro (in 2020), waarvan ruim 60% voor rekening komt van de melkvee- en glastuinbouwbedrijven. Binnen de glastuinbouw komt 95% van de verdiencapaciteit van de zeer grote bedrijven (zie figuur onderaan het artikel). Ook in de overige tuinbouwsectoren - zoals de boomkwekerij en bloembollen - zijn de zeer grote bedrijven  in 2020 goed voor tweederde van de verdiencapaciteit.

Sterke toename bedrijfsomvang glastuinbouw
De gemiddelde bedrijfsomvang uitgedrukt in SVC is gestegen van 68.000 euro in 2010 tot 122.000 euro in 2020 (+79%) (zie figuur onderaan het artikel). In de glastuinbouw nam de gemiddelde verdiencapaciteit in deze periode toe met een factor 2,7 tot 838.000 euro SVC. Binnen de overige bedrijfstypen was de toename 25% in de akkerbouw, circa 40% in de melkveehouderij en ongeveer 100% in de intensieve veehouderij. De ontwikkeling van de gemiddelde verdiencapaciteit hangt samen met de beëindiging van vooral kleinere bedrijven, de ontwikkeling van de fysieke bedrijfsomvang (areaal en/of dieren) en de ontwikkeling van de bedrijfsresultaten.

Merendeel (zeer) kleine bedrijven heeft bedrijfshoofd ouder dan 65 jaar
De bedrijven met een ouder bedrijfshoofd (ouder dan 65 jaar) zijn over het algemeen vrij klein: 78% behoort tot de kleine tot zeer kleine bedrijven (figuur). Van de bedrijven met een bedrijfshoofd van 55 tot 65 jaar is 53% klein tot zeer klein; van de bedrijven met een bedrijfshoofd jonger dan 40 jaar valt 46% in de categorie klein tot zeer klein. Naast inkomen uit bedrijf, zijn er inkomsten van buiten het bedrijf, zoals uit arbeid/baan, werk voor derden.




Kies een sector
Contactpersoon
Walter van Everdingen
070-3358312
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Meer informatie over SO, SVC of NSO-typering is opgenomen in de notities over de NSO-typering die beschikbaar zijn op de website van Wageningen Economic Research. Daar is ook een link opgenomen naar een rekenmodule, waarmee u zelf kunt rekenen aan de kengetallen.

Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page