Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handel en afzet
     
Handel en afzet
Select an indicator
Handel in agrarische goederen - Alle agrarische producten

De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband, versie 2021
1/22/2021

De waarde van de landbouwexport groeide in 2020, ondanks de coronacrisis, naar schatting met 1 procent in vergelijking met 2019. De totale goederenexport is in 2020 met circa 7 procent gedaald. Dat melden het CBS en Wageningen Economic Research (WUR) op basis van een gezamenlijk onderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Download hier de volledige publicatie. 

Dit artikel op Agrimatie.nl bevat een selectie uit de hierboven te downloaden publicatie; "De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband, editie 2021". De verschillende hoofdstukken en vier specifiek handelsgroepen worden apart weergegeven en kunnen via het vlak aan de rechterkant van dit scherm aangeklikt worden. Al deze hoofdstukken, katernen of productgroepen komen ook uit deze uitgave. Voor een juiste interpretatie van de cijfers heeft het lezen van de te downloaden versie van het rapport de voorkeur. Voor de literatuurlijst en bijlagen kunt u ook in het te downloaden rapport terecht. 

In dit artikel kunt u de inleiding lezen, is de samenvatting weergegeven en is een deel van hoofdstuk 3 weergegeven. 

U kunt hier apart hoofdstuk 2 downloaden
U kunt hier apart hoofdstuk 3 downloaden  


Woord vooraf
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) blikt elk jaar terug op de internationale handelsprestaties van de Nederlandse agrosector in het voorgaande jaar. Traditioneel gebeurt dit in januari tijdens de Grüne Woche, de grootste consumentenbeurs op landbouwgebied in Europa en daarbuiten. In de aanloop naar de Grüne Woche maken Wageningen Economic Research en het CBS voor het ministerie van LNV een raming van de internationale prestaties. Dat is ook dit jaar het geval, al zal de Grüne Woche een ander karakter hebben als gevolg van de coronapandemie en dit jaar digitaal plaatsvinden.

Naast inzicht in de export- en importcijfers, voor zowel landbouwgoederen als landbouwgerelateerde goederen, bevat de publicatie dit jaar drie katernen waarin een handelsonderwerp uitgelicht wordt. Voor deze editie zijn de onderwerpen de gevolgen van Brexit voor de Nederlandse landbouwhandel, een analyse van de agrologistiek en de regionale functie van Nederland in de EU.

Deze publicatie is tot stand gekomen dankzij het werk van vele auteurs. De concept-publicatie is door verschillende mensen binnen en buiten de betrokken organisaties gelezen en van commentaar voorzien. We danken iedereen hartelijk voor hun inzet.

Samenvatting

Hoofdpunten handel in landbouwgoederen
• De handel in landbouwgoederen is minder geraakt door de coronacrisis dan de algemene handel in goederen. Dit geldt zowel op mondiaal, Europees als Nederlands niveau. Lees verder in paragraaf 2.5

• De Nederlandse export van landbouwgoederen (primaire, onbewerkte goederen en secundaire, bewerkte goederen) wordt voor 2020 geraamd op 95,6 miljard euro, wat 1,0% hoger is dan in 2019 (94,6 miljard euro). (figuur S.1). Dit is een nieuw record en te danken aan een stijging van de prijzen; zowel bij de invoer als bij de uitvoer neemt het volume van de handel licht af. Lees verder in paragraaf paragraaf 3.1

• De geraamde landbouwexport van 95,6 miljard euro is onder te verdelen naar 68,3 miljard euro goederenexport van Nederlandse makelij en 27,3 miljard euro wederuitvoer van landbouwgoederen van buitenlandse makelij. Dat is een krimp met 0,6% van de export van Nederlandse makelij ten opzichte van 2019 en een groei met 5,1% van de wederuitvoer. Tot de goederen van Nederlandse makelij behoren ook bewerkte producten (bijvoorbeeld chocola) op basis van geïmporteerde grondstoffen (zoals cacaobonen). Lees verder in paragraaf paragraaf 3.2

• Het betreft inschattingen voor heel 2020 op basis van 10 maanden waarneming (in- en uitvoerstatistieken). Indien de wereldhandel door de 2e coronagolf nog sterk terugvalt in november en december 2020, kan de lichte exportgroei van 1% nog een lichte daling worden.

• Ook de import van landbouwgoederen zal naar verwachting op een nieuw record uitkomen. De importwaarde voor 2020 wordt geraamd op 67,1 miljard euro, een groei van 4,5% ten opzichte van 2019 (64,1 miljard euro). In de periode 2008-2020 is de landbouwimport met 61% toegenomen. Dat is meer dan de landbouwexport, die in dezelfde periode met 47% toenam. Lees verder in paragraaf 3.1

• Het handelsoverschot van Nederland met de landen in de EU-27 is 27,5 miljard euro, waarvan 13,2 miljard euro met Duitsland. Het handelsoverschot met de rest van de wereld (waartoe ook het VK behoort) is 1 miljard euro (figuur S.1).


Figuur S.1 Import en export van landbouwgoederen in 2020 naar regio.
Bron: CBS tot en met oktober 2020, raming november - december 2020 door WUR en CBS.

• De meeste landbouwexport gaat in 2020, net als in voorgaande jaren, naar onze buurlanden. Van de geraamde totale export gaat 26% naar Duitsland (24,6 miljard euro). Op de tweede plek staat België met 11% (10,6 miljard euro). Daarna volgen als belangrijkste afnemers het Verenigd Koninkrijk (VK) (8,4 miljard euro, wat een aandeel is van 9%) en Frankrijk (7,6 miljard euro of 8%). Deze vier nabijgelegen landen zijn goed voor 54% van de totale Nederlandse landbouwexport, hetzelfde percentage als in 2019. Lees verder in paragraaf 4.1

• De EU – exclusief het VK – is verreweg de grootste exportmarkt voor Nederland, met een aandeel van 67% in 2020. Het percentage is wel gedaald door Brexit. De handel met niet-EU-landen laat voor het eerst een handelsoverschot zien in plaats van een handelstekort, doordat het VK nu een niet-EU-land is door Brexit. Met het VK heeft Nederland namelijk een fors handelsoverschot met landbouwgoederen. Lees verder in paragraaf 4.1
 
• Sierteeltproducten (9,5 miljard euro), vlees (8,7 miljard euro), zuivel en eieren (8,3 miljard euro), groente (7,1 miljard euro) en fruit (7,0 miljard euro) zijn bij de export de belangrijkste goederengroepen. De top vijf is evenals in 2019 goed voor 43% van de totale export.

• Bij de import had net als vorig jaar fruit het hoogste aandeel (7,4 miljard euro), gevolgd door natuurlijke oliën en vetten (6,2 miljard euro), oliehoudende zaden en vruchten (4,6 miljard euro), dranken (4,5 miljard euro) en cacao (4,2 miljard euro). Samen zijn deze productgroepen goed voor 40% van de totale import van landbouwgoederen.

• Lees verder in hoofdstuk 5 voor de ontwikkelingen per product.

• Wat betreft de landbouwgoederen verdient Nederland het meeste aan de export van sierteelt, zoals bloemen, planten, bloembollen en boomkwekerijproducten, namelijk 6,1 miljard euro. Het gaat hier om de exportwaarde minus de waarde van de import van goederen en diensten die nodig zijn om de goederen te exporteren en te produceren. Op enige afstand volgen vlees (4,6 miljard euro), zuivel en eieren (4,3 miljard), en groenten (3,9 miljard euro). Gemiddeld levert landbouwexport 43 eurocent op per euro exportwaarde; indien wederuitvoer niet wordt meegerekend, is dat 60 cent. Lees verder in paragraaf 5.2

Hoofdpunten handel in landbouwgerelateerde goederen
• De Nederlandse export van landbouwgerelateerde goederen (tertiaire landbouwgoederen, zoals landbouwmachines en meststoffen) is al vele jaren groter dan de Nederlandse import, zodat er een handelsoverschot is. De exportwaarde van landbouwgerelateerde goederen daalde licht in 2020 naar 9,79 miljard euro (-0,6%). De import van landbouwgerelateerde goederen wordt geraamd op een nieuw record (4,49 miljard euro), 2,1% meer dan in 2019. Door deze ontwikkelingen is het handelsoverschot in landbouwgerelateerde goederen iets afgenomen, tot 5,29 miljard euro. Lees verder in paragraaf 6.1

• Duitsland, België, Frankrijk en het VK vormen net als bij de landbouwgoederen de top vier, op de vijfde plek staat de VS. Deze vijf landen zijn goed voor een gezamenlijk aandeel van 48% in 2020. Lees verder in paragraaf 6.2

• De export van landbouwmachines (25%), machines voor de voedingsmiddelenindustrie (19%), kasmaterialen en meststoffen (elk 18%) zijn samen goed voor 81% van de totale exportwaarde. In absolute zin heeft de grootste groei plaatsgevonden bij de export van kasmaterialen (0,3 miljard euro). Lees verder in paragraaf 6.3

• In 2020 komt de som van de geraamde export van landbouwgoederen en landbouwgerelateerde goederen samen (de zogenaamde ‘brede’ landbouwexport) uit op 105,4 miljard euro, iets hoger dan de 104,5 miljard euro van 2019. Lees verder in paragraaf 6.1

• Aan een gemiddelde euro exportwaarde van landbouwgerelateerde goederen van Nederlandse makelij verdient Nederland net zoveel als aan een gemiddelde euro exportwaarde van Nederlandse landbouwgoederen: 60 eurocent. Bij de totale export, inclusief wederuitvoer, ligt het rendement echter hoger bij de landbouwgerelateerde goederen (47 om 43 eurocent). Bij deze goederen is er namelijk minder wederuitvoer (waarbij de verdiensten beduidend lager liggen dan bij de export van Nederlandse makelij). Lees verder in paragraaf 6.4

• Bij de landbouwgerelateerde goederen verdient Nederland het meeste aan de export van landbouwmachines en machines voor de voedingsmiddelenindustrie. Per euro export zijn machines voor de voedingsmiddelenindustrie en kasmaterialen het meest lucratief. Zonder wederuitvoer zijn kasmaterialen het meest lucratief met 66 eurocent exportverdiensten per euro exportwaarde. Lees verder in paragraaf 6.4

Katernen

Brexit
• Sinds het Brexit-referendum van 2016 hebben onzekerheid door en anticipatie op een aanstaande Brexit een negatief effect gehad op de Britse economie en op de bilaterale handel met EU-landen. De Nederlandse cijfers over de landbouwhandel met het VK passen in dat patroon. Zo heeft de landbouwhandel met het VK zich sinds 2015 13% (export) tot 20% (import) minder goed ontwikkeld dan de totale Nederlandse landbouwhandel.  Lees verder in paragraaf 7.2 en 7.3

• Vanaf 2021 zullen vooral douane- en grensformaliteiten en andere non-tarifaire barrières de Nederlandse landbouwhandel met het VK belemmeren. In de economische literatuur spreekt men met name van non-tarifaire maatregelen (NTM’s) die onder andere handel kunnen belemmeren doordat bedrijven plots aan twee standaarden van regelgeving moeten voldoen. De impact van NTM’s is zelfs groter dan de impact van (in het akkoord niet ingevoerde) invoertarieven op het niveau van de WTO-standaard. NTM’s zorgen voor extra douane- en grensformaliteiten bij de export naar het VK en dat is vooral een probleem bij tijdgebonden verse waar (lange files, certificaten, keuringen, controles, mogelijk afkeuring).  Lees verder in paragraaf 7.5 en 7.6

• Het VK is een belangrijke afnemer van Nederlandse landbouwgoederen. Nederland exporteert het meest van alle EU-landen naar het VK en het is de bestemming waar Nederland, na Duitsland en België, het meest aan verdient. Ten slotte is het VK ook een typische landbouwbestemming: van alle grote bestemmingen in de Nederlandse goederenexport is de export naar het VK het meest agrarisch van aard. Lees verder in paragraaf 7.4

Agrologistiek en – transport
• Het proces van het vervoer, de opslag, de distributie en de regie van de agrostromen – food en non-food – in de gehele agroketen wordt agrologistiek genoemd. Nederland is een groot agrologistiek distributiepunt in de wereld en heeft een van de beste transport-infrastructuurnetwerken. De Nederlandse havens, verwerkers en transporteurs weten precies hoe ze agrarische producten bij de consument moeten krijgen. Lees verder in paragraaf 8.1

• Het merendeel van de invoer is (in eerste instantie) voor de Nederlandse markt bestemd, een kleiner deel is invoer voor wederuitvoer. Van het inkomend transport van landbouwgoederen is 22% doorvoer, in tegenstelling tot bij de wederuitvoer blijven doorvoergoederen in buitenlands eigendom. Bij het uitgaande transport is het aandeel doorvoer zelfs 33%. Het doorvoeraandeel ligt nog hoger bij voedingsmiddelen. Lees verder in paragraaf 8.2

• Bij de invoer van landbouwgoederen en voedingsmiddelen samen is ongeveer de helft zeevaart en circa een derde wegvervoer. Bij de uitvoer is dat precies omgekeerd. Landbouwproducten die het meest over zee worden aangevoerd (qua gewicht) zijn mais, sojabonen, palmolie, perskoeken en tarwe. Landbouwproducten die het meest over de weg worden uitgevoerd zijn (qua gewicht) tomaten, uien, kamerplanten, eieren en bewerkte aardappelen. Lees verder in paragraaf 8.3

De rol van Nederland in de EU-intrahandel
• Dankzij de steeds groter wordende EU, heeft Nederland nu vrij toegang tot een afzetgebied met zo’n 513 miljoen consumenten. In de directe nabijheid bevindt zich een groeiende afzetmarkt van zo’n 229 miljoen consumenten. De agrarische export van Nederland gaat in 2020 voor ongeveer 45% naar de buren (het VK, België, Duitsland). Lees verder in paragraaf 9.1

• Nederland is voor zeven landen in de EU het belangrijkste herkomstland van de import in landbouwgoederen. Lees verder in paragraaf 9.3

• De vleesindustrie in Duitsland wordt mede beleverd door Nederlandse slachterijen, waarbij producten ook weer teruggeleverd worden als vleeswaren aan bijvoorbeeld supermarkten en foodservice-klanten. Lees verder in paragraaf 9.4

• Nederland is de vis-draaischijf voor Europa: zowel de door de eigen vloot gevangen en de door kwekers geproduceerde producten (met name mosselen, oesters en paling), als ook de eerder geïmporteerde producten worden vanuit Nederland naar heel Europa en ook landen daarbuiten geëxporteerd. Eén verklaring is de ligging van Nederland aan de visrijke Noordzee, met de eigen visserijhavens en wereldhaven Rotterdam, en de goede verbindingen naar het achterland van Europa. Een tweede verklaring is dat het Nederlandse viscluster groot, en goed geoutilleerd is. Lees verder in paragraaf 9.5

• Om het internationale aanbod optimaal te integreren in het Nederlandse aanbod hebben Nederlandse handelshuizen in groente en fruit een wereldwijd handelsnetwerk in onder meer Afrika en Latijns-Amerika opgezet. Zo kan een handelaar in groente en fruit jaarrond een totaalpakket aanbieden aan zijn afnemers. Lees verder in paragraaf 9.6

• De binnenlandse graanproductie in Nederland is onvoldoende om in de totale eigen behoefte aan voer en humane consumptie te voorzien. De drie belangrijkste herkomstlanden voor de Nederlandse voer- en voedingsgraanimport zijn Duitsland, Oekraïne en Frankrijk. Lees verder in paragraaf 9.7

3. De Nederlandse handel in landbouwgoederen
Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste trends in de Nederlandse handel in landbouwgoederen op macroniveau. De eerste paragraaf beschrijft de ontwikkeling van de totale landbouwimport en -export. In de tweede paragraaf wordt voor de landbouwexport een onderscheid gemaakt tussen de export van Nederlandse makelij en de wederuitvoer van buitenlandse makelij. In paragraaf drie wordt de ontwikkeling van de handelswaarde afgepeld tot volume- en prijsontwikkelingen. De laatste paragraaf bespreekt wat de Nederlandse economie overhoudt aan de export van landbouwgoederen.

3.1 Krap nieuw landbouwexportrecord
Ondanks de coronacrisis (zoals uitvoerig beschreven in hoofdstuk 2) bereikt Nederland waarschijnlijk een nieuw landbouwexportrecord in 2020 (zie figuur 3.1). Het is nog niet met zekerheid te zeggen, omdat pas voor tien maanden cijfers beschikbaar zijn (de overige twee maanden zijn een raming). Bij een sterk tegenvallende export in november en december 2020, door het effect van een ‘tweede golf’ in de coronapandemie, kan het 2020-cijfer uiteindelijk nog iets lager uitvallen dan in 2019. Naast corona spelen ook andere bijzondere ontwikkelingen aan het einde van 2020 (zoals een uitbraak van varkenspest in Duitsland, zie paragraaf 9.5) of juist positieve hamstereffecten door Brexit bij de Nederlandse uitvoer naar het VK (zie verder hoofdstuk 7). Deze recente ontwikkelingen zitten niet of nauwelijks in deze cijfers (met waarneming tot en met oktober 2020).

Figuur 3.1 Ontwikkeling waarde Nederlandse landbouwexport, -import en handelsbalans
Bron: CBS tot en met oktober 2020, raming november - december 2020 door WUR en CBS.


De Nederlandse landbouwexport wordt voor 2020 geraamd op 95,6 miljard euro; dat is 1,0% hoger dan in 2019 (94,6 miljard euro). Het kan het vijfde landbouwexportrecord op rij worden. De landbouwimportwaarde groeit met 4,5% nog harder dan de landbouwexport, tot 67,1 miljard euro in 2020. Het wordt daarmee het zesde landbouwimportrecord op rij. In de periode 2008-2020 is de landbouwimport met 61% toegenomen. Dat is meer dan de landbouwexport, die in dezelfde periode met 47% toenam.

Het handelsoverschot, het saldo van uitvoer en invoer, wordt voor 2020 geraamd op 28,5 miljard euro en dat is minder dan in de drie jaren ervoor. In 2019 was het nog 30,5 miljard euro. De landbouwinvoer is in 2020 niet alleen procentueel harder gegroeid dan de landbouwuitvoer, maar ook absoluut (in euro’s). In de periode 2008-2020 is het overschot met 21% toegenomen. De lagere groei bij de uitvoer heeft vooral te maken met het feit dat na het salderen van uitvoer en invoer, vooral een volumegroei overblijft. De groei van de import- en exportwaarde is voor het grootste deel toe te schrijven aan een prijsstijging. Paragraaf 3.3 gaat verder in op prijs- en volume-effecten.

In 2020 betrof naar schatting 20,0% van de Nederlandse goederenexport landbouwgoederen (zie figuur 3.2). Dat is het hoogste aandeel sinds 2008, maar even hoog als in 2016). In 2019 ging het om een aandeel van 18,4%. Ook de landbouwimport komt uit op het hoogste percentage tot dusverre met 16,0% van de totale goederenimport. Dat de percentages zo hoog uitkomen heeft vooral te maken met ontwikkelingen buiten de landbouw. Zo zijn de olie- en gasprijzen als gevolg van de coronapandemie flink gedaald, dat heeft vooral effect gehad op de handelswaarde van niet-landbouwgoederen (CBS, 2020). De noodzakelijkheid van voeding voor mensen maakt ook dat de coronatijd minder effect heeft gehad op de handel in landbouwgoederen dan op andere producten (zie verder hoofdstuk 2).

figuur 3.2 Ontwikkeling landbouwaandeel in totale goederenexport -import en handelsbalans
Bron: CBS tot en met oktober 2020, raming november - december 2020 door WUR en CBS.

Het hiervoor gepresenteerde afnemende landbouwoverschot tussen 2019 en 2020 vertaalt zich ook in een dalend aandeel van de landbouw in het totale Nederlandse goederenhandelsoverschot. Het zakt van 55% in 2019 naar 49,7% in 2020, nog steeds een fors percentage. Vanuit dit handelsbalansperspectief blijkt landbouw van groot belang voor de Nederlandse handel. Wel is het percentage fors lager dan in 2008, toen het nog 68,2% bedroeg. De daling is vooral te verklaren uit ontwikkelingen buiten de landbouw. Zo is Nederland in de afgelopen jaren ook andere lucratieve producten gaan exporteren, zoals gespecialiseerde chipmachines (CBS, 2019).

3.2 Kleine krimp bij export van Nederlandse makelij
De Nederlandse landbouwexport bestaat uit wederuitvoer (niet of licht bewerkte import die via Nederland doorgaat naar een derde land) en export van Nederlandse makelij.8 Tot de laatste groep hoort ook de export van significant bewerkte import die door Nederland wordt geëxporteerd, zoals hier geproduceerde chocolade op basis van Ivoriaanse cacaobonen bijvoorbeeld. Het onderscheid tussen beide groepen is van belang, omdat Nederland veel meer verdient aan de export van Nederlandse makelij dan aan wederuitvoer. Dit komt terug in de paragrafen 3.4, 4.4, 5.6 en 6.4 waar het concept ‘exportverdiensten’ verder wordt beschreven.

In 2020 wordt de export van Nederlandse makelij geraamd op 68,3 miljard euro en de wederuitvoer op 27,3 miljard (zie figuur 3.3), Dat is een kleine krimp van de export van Nederlandse makelij ten opzichte van 2019 (met 0,6%) en een flinke groei van de wederuitvoer (met 5,1%). De volledige groei van de totale landbouwexport is daarmee te danken aan een groei van de wederuitvoer van landbouwgoederen. Het aandeel van de wederuitvoer in de totale landbouwexport groeit al jaren heel gestaag, van 27,1% in 2016 tot 28,6% in 2020.


Figuur 3.3 Aandeel wederuitvoer in de Nederlandse goederenexport
Bron: CBS tot en met oktober 2020, raming november - december 2020 door WUR en CBS.

De landbouwexport heeft relatief veel ‘made in Holland’-producten in vergelijking met niet-landbouw en dat is terug te zien in het relatief lage percentage wederuitvoer in de totale landbouwexportwaarde (zie figuur 3.4). Van de landbouwexport is 28,6% wederuitvoer van buitenlandse makelij en 71,4% export van Nederlandse makelij. Deze 71,4% is een stuk hoger dan bij de export van niet-landbouwproducten waar slechts 49,2% ‘made in Holland’ in 2020. In de totale goederenexport is 54,2% van Nederlandse makelij en 45,8% van buitenlandse makelij. Bij zowel landbouwgoederen als bij niet-landbouwgoederen is het belang van wederuitvoer groeiende. Nederland heeft een zeer belangrijke distributiefunctie als toegangspoort tot Europa en het belang van die rol neemt nog steeds toe (zie verder hoofdstuk 8).


Figuur 3.4 Ontwikkeling landbouwaandeel in totale goederenhandel
Bron: CBS tot en met oktober 2020, raming november - december 2020 door WUR en CBS.

3.3 Volume daalt, prijs stijgt
Naast het onderscheid wederuitvoer/uitvoer Nederlandse makelij is het van belang om onderscheid te maken tussen volume- en prijsmutaties, beide dragen bij aan een verandering van de handelswaarde. Een toename van handelswaarde hoeft geen toename van het exportvolume te betekenen. Bij de nationale rekeningen van het CBS worden deze prijs- en volumemutaties berekend, ook voor landbouwgoederen. Vanwege verschillen in verslagperiode, methodologie en goederenclassificatie zijn de waardemutaties hier niet precies gelijk aan de mutaties in paragraaf 3.1. Voor het algemene beeld maakt het echter niet veel uit. In figuur 3.5 is duidelijk te zien dat de lichte groei bij de invoer en uitvoer van landbouwgoederen te danken is aan een prijsstijging en niet aan een volumestijging.


Figuur 3.5 Ontwikkeling landbouwwaarde, -volume en -prijs, 2019-2020
Bron: CBS (Nationale Rekeningen).

Zowel bij de invoer als bij de uitvoer is er sprake van een licht afnemend handelsvolume9 en een toenemend prijsniveau. Uit een analyse op productniveau blijkt dat bij 40% van de landbouwgoederen er een volumedaling is in combinatie met een prijsstijging. Bij circa een derde van de goederen komt juist het omgekeerde voor: een volumegroei met een prijsdaling. De overige twee combinaties (prijs- en volumedaling of prijs- en volumestijging) komen minder voor. In hoofdstuk 5 worden prijs- en volumeontwikkelingen voor de diverse landbouwgoederen besproken.

3.4 Lichte afname exportverdiensten
Voor 2020 is ook een raming gemaakt van de Nederlandse verdiensten10 aan de export van landbouwgoederen. Het CBS maakt deze berekeningen met behulp van waardeketenonderzoek op basis van input-outputtabellen van de nationale rekeningen. Daarbij wordt rekening gehouden met de gehele exportketen van producten en met lucratieve export (van Nederlandse makelij) en minder lucratieve export (van buitenlandse makelij). Exportverdiensten zijn wat de Nederlandse economie overhoudt aan de export van landbouwgoederen na aftrek van de daarvoor gemaakte kosten (invoer van grondstoffen, diensten, halffabrikaten en de invoer voor wederuitvoer).
In lijn met paragraaf 3.2 is een afname van de verdiensten aan de export van landbouwgoederen van Nederlandse makelij zichtbaar in vergelijking met 2019, terwijl de wederuitvoerverdiensten juist toenemen. In tegenstelling tot bij de exportwaarde leidt dit onder de streep tot een kleine afname van de totale exportverdiensten. Dat is niet vreemd, omdat het belang van de wederuitvoer in termen van exportverdiensten een stuk kleiner is dan in termen van exportwaarde. Nederland verdient per euro export namelijk relatief weinig aan wederuitvoer, namelijk 11 eurocent in vergelijking met de export van Nederlandse makelij waar de verdiensten gemiddeld 60 eurocent per euro bedragen.11

Voor 2020 worden de totale verdiensten aan de export van landbouwgoederen geraamd op 41,9 miljard euro, waarvan 38,4 miljard dankzij de export van Nederlandse makelij en 3,6 miljard euro door wederuitvoer (zie figuur 3.6). In 2019 ging het om 42,2 miljard euro. Met het cijfer van 2020 heeft landbouw een aandeel van 31% in de totale Nederlandse verdiensten aan goederenexport en een aandeel van circa 5,8% in het totale Nederlandse bbp.12 Dit betreft een toename ten opzichte van 2015 (toen respectievelijk 29 en 5,0%).


Figuur 3.6 Ontwikkeling verdiensten aan de Nederlandse landbouwexport
Bron: CBS (waardeketenonderzoek).


Voor een volledige weergave kunt u hier hoofdstuk 3 downloaden.
 




Kies een sector
Contactpersoon
Petra Berkhout
070 3358103
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
8 In de standaardpublicaties van het CBS gaat het enkel om wederuitvoer en de uitvoer van Nederlandse makelij. Er bestaat echter ook (quasi-)doorvoer van landbouwgoederen. Het verschil met wederuitvoer is dat de goederen tijdens de gehele doorvoer door Nederland in buitenlands eigendom blijven. Omdat de Nederlandse economie hieraan nauwelijks verdient, wordt deze stroom normaal niet meegenomen in de cijfers. In hoofdstuk 8 (agrologistiek) worden ook cijfers van de vervoersstatistieken gebruikt en om die reden worden in dat hoofdstuk wel doorvoercijfers gebruikt.
9 Dit betreft het totaalcijfer voor de landbouw en voeding. Onderliggend zien we een handelsvolumegroei bij primaire landbouwproducten en een handelsvolumekrimp bij secundaire landbouwgoederen (voedingsmiddelen). Bij beide groepen is er sprake van een prijsstijging.
10 Exportverdiensten zijn vrijwel hetzelfde begrip als de toegevoegde waarde die voortkomt uit de landbouwexport. Het verschil betreft het saldo van productgebonden belastingen en subsidies. Hier is gekozen voor exportverdiensten, inclusief het saldo van productgebondenbelastingen en subsidies, omdat dit als voordeel heeft dat vergelijkingen kunnen worden gemaakt met het bruto binnenlands product (bbp) tegen marktprijzen.
11 Voor een zuivere benadering wordt vergeleken met de exportwaarden van Nationale Rekeningen, die conceptueel iets afwijken van de exportwaarden bij de bronstatistiek.
12 Uitgaande van bbp-raming CPB (2020).


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page