Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Economisch resultaat
     
Economisch resultaat
Select an indicator
Inkomen uit bedrijf - Land- en tuinbouw

Inkomensraming 2021 update: Inkomen land- en tuinbouw gemiddeld gestegen; grote verschillen tussen plantaardige en dierlijke sectoren
3/30/2022

Door Wageningen Economic Research wordt voor 2021 het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid voor land- en tuinbouwbedrijven geraamd op 67.000 euro. Dat is 17.000 euro hoger dan het gemiddelde van 2020, het jaar waarin mede door de coronamaatregelen het gemiddelde inkomen sterk daalde. Het inkomen in 2021 is ook 7.000 euro hoger dan het gemiddelde over de periode 2016-2020. De gemiddelde opbrengsten per land- en tuinbouwbedrijf stegen in 2021 met 13%, vooral door betere afzetprijzen voor geleverde producten, toename in bedrijfsomvang en ontvangsten uit coronasteunmaatregelen. Deze stijging is hoger dan de toename van de gemiddelde kosten (+10%) van met name energie, voer en kunstmest in 2021.
Tussen en ook binnen bedrijfstypen in de land- en tuinbouw zijn de verschillen in inkomen ieder jaar groot. Dit geldt zeker ook voor 2021. Zo hebben akkerbouwers en tuinders in de sierteelt een goed jaar achter de rug. Binnen de veehouderij zagen alleen de melkveehouders hun inkomen licht stijgen. Pluimveehouders en varkenshouders kampten met een daling van hun inkomen, ondanks coronasteunmaatregelen van de overheid, zoals de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), Tegemoetkoming vaste lasten (TVL) en de regeling Ongedekte vaste kosten (OVK).

De inkomensramingen gepubliceerd in december 2021 zijn bijgewerkt, omdat in december nog niet voor alle bedrijfstypen binnen de land- en tuinbouw een inkomensraming kon worden opgesteld. In de vandaag gepresenteerde cijfers zijn alle onderscheiden bedrijfstypen meegenomen en ook het totaal van de land- en tuinbouw.


Grote verschillen tussen sectoren
Akkerbouwers ontvangen voor oogstjaar 2021 hogere prijzen voor de meeste gewassen, dan in 2020. Ten opzichte van de andere bedrijfstypen bleef de toename van de kosten beperkt. Tuinders in de sierteelt (snijbloementelers, pot- en perkplantenkwekers, bloembollentelers en boomkwekers) profiteren van gunstige marktomstandigheden doordat de vraag naar bloembollen, bomen, bloemen en planten van Nederlandse bodem toenam. De omzetstijging was voor het gemiddelde bedrijf ruimschoots voldoende om de flink gestegen kosten van met name energie, maar ook van arbeid en plantmateriaal, te compenseren.

Melkveehouders zien hun inkomen licht toenemen, vooral door een hogere melkprijs. Pluimveehouders ondervinden last van sterk gestegen voerprijzen en zien hun inkomen dalen, ondanks betere prijzen voor hun producten en ontvangen coronasteun van de overheid. Voor varkenshouders daalt het inkomen opnieuw door lagere prijzen van biggen en vleesvarkens en sterk opgelopen voerprijzen. Dankzij ontvangen coronasteun blijft deze daling beperkt. Melkgeitenhouders zien hun inkomen dalen door een kleine krimp in de bedrijfsomvang en gestegen kosten van voer, energie en gebouwen en machines.

Inkomen melkveehouders stijgt door hogere melkprijs ondanks hogere kosten
Het gemiddelde inkomen uit bedrijf van melkveehouders in 2021 is geraamd op circa 32.000 euro per onbetaalde aje. Dit is 6.000 euro meer dan in 2020, maar 9.000 euro lager dan het gemiddelde over de periode 2016-2020. Het kleinere aanbod wereldwijd van melk in combinatie met de aantrekkende wereldvraag stuwde de prijzen omhoog, ook in Nederland. De gemiddeld ontvangen melkprijs voor gangbare (niet-biologische) melk is in 2021 met circa 9,5% gestegen. Ook de prijzen van verkochte kalveren hebben zich in 2021 fors hersteld van de prijsdaling in de twee voorgaande jaren. Maar deze inkomensstijging wordt geremd door sterk gestegen kosten van met name voer, kunstmest en energie. Door de sterk gestegen grondstofprijzen is krachtvoer fors in prijs gestegen (+15%).

Het gemiddelde inkomen van het gespecialiseerde biologische melkveebedrijf wordt voor 2021 geraamd op 36.000 euro per onbetaalde aje. Dit is vrijwel gelijk aan het voorgaande jaar 2020. De hogere voer-, energie- en vaste kosten worden hier gecompenseerd door hogere melk- en veeprijzen. De gemiddelde biologische melkprijs is met 4,5% gestegen ten opzichte van vorig jaar ondanks een groter aanbod van biologische melk. Het geraamde inkomen voor 2021 is 5.000 euro lager dan het gemiddelde over 2016-2020.

Inkomens varkenshouders opnieuw negatief door lagere prijzen en duurder voer
Voor de varkenshouderij eindigde 2021 in mineur als gevolg van een combinatie van erg lage opbrengstprijzen en hoge voerkosten. Het geraamde bedrijfsinkomen van gemiddeld 8.000 euro negatief per onbetaalde aje is 1.000 euro lager dan in 2020. Mede dankzij de coronasteun vanuit de overheid is de daling van het inkomen in 2021 beperkt gebleven. De prijs voor biggen daalde gemiddeld met 20% en vleesvarkens brengen 9% minder op vanwege de verslechterde varkensmarkt. Vooral in de tweede helft van het jaar zijn de verkoopopbrengsten gedaald door lagere opbrengstprijzen van vleesvarkens en biggen. Met name de voerkosten per bedrijf zijn fors gestegen door sterk opgelopen voerprijzen (+13%) en een groei van de bedrijfsomvang. De voerkosten maken meer dan 50% uit van de totale kosten op een varkensbedrijf. De voerprijzen zijn al vanaf eind 2019 aan een flinke opmars bezig door duurdere grondstoffen; vooral granen en graanproducten zijn duurder geworden. Dit komt voornamelijk door tegenvallende tarweoogsten in de Verenigde Staten en Canada.

In 2021 worden voor de zeugen- en de gesloten varkensbedrijven lagere inkomens geraamd. De inkomens van zeugenbedrijven dalen met 114.000 euro naar 75.000 euro negatief per onbetaalde aje. Het inkomen op de gesloten varkensbedrijven is met 47.000 euro negatief per onbetaalde aje, een daling van 9.000 euro, niet zo laag als op de zeugenbedrijven. Alleen de vleesvarkensbedrijven behalen een positief inkomen van 73.000 euro per onbetaalde aje. Dat komt doordat de prijzen van aangekochte biggen sterker daalden dan de verkoopopbrengsten van vleesvarkens.

Gestegen voerkosten drukken inkomens pluimveehouders
Voor 2021 wordt het gemiddelde inkomen voor leghennenhouders ruim 60% lager geraamd op 25.000 euro per onbetaalde aje. Dat is ook hier vooral het gevolg van hogere voerkosten. De hogere eieropbrengsten compenseerden minder dan de helft van de kostenstijging. De gemiddelde eierprijzen (inclusief contracten) zijn in 2021 ten opzichte van 2020 gemiddeld bijna 4% gestegen, maar wel met grote verschillen tussen de diverse segmenten (houderijsystemen). Tijdens de coronacrisis is de vraag naar eieren in supermarkten gestegen ten koste van de consumptie buitenshuis. Daarvan hebben vooral de prijzen van vrije uitloopeieren, biologische eieren en Beter Leven keurmerkeieren geprofiteerd. De marktprijzen voor scharreleieren zijn op jaarbasis iets gedaald, maar voerprijzen zijn op jaarbasis met 19% gestegen. De legsector heeft al sinds eind 2019 last van hogere voerprijzen, vooral door duurder graan. De voerkosten maken dit jaar ruim 50% uit van de totale kosten. Het huidige geraamde inkomen ligt 57.000 euro onder het meerjarig gemiddelde van 2016-2020.

Inkomen vleeskuikenbedrijven gedaald
Voor 2021 wordt het inkomen van het gemiddelde vleeskuikenbedrijf lager geraamd en wel op 68.000 euro per onbetaalde aje, ook nu als gevolg van de hogere voerkosten. De opbrengstprijzen voor vleeskuikens herstelden zich in 2021. Dit geldt zowel voor de regulier gehouden kuikens (circa 65% van de productie) als voor langzaam groeiende kuikens (concepten en Beter Leven keurmerk). Gemiddeld stegen de prijzen met 7%. Desondanks zijn de opbrengsten gedaald door meer leegstand als gevolg van vraaguitval. Als compensatie daarvoor is coronasteun vanuit de overheid ontvangen. De prijs van vleeskuikenkorrel is in 2021 op jaarbasis met 19% gestegen. Bij de kuikens maken de voerkosten ruim twee derde uit van de totale bedrijfskosten. Het huidige geraamde inkomen ligt 35.000 euro onder het meerjarig gemiddelde van 2016-2020.

Inkomensdaling melkgeitenhouders door krimp bedrijfsomvang en hogere kosten
Het inkomen uit bedrijf op melkgeitenbedrijven zal in 2021 naar verwachting uitkomen op gemiddeld 99.000 euro per onbetaalde aje. Dit is 35.000 euro lager dan in 2020 en vrijwel op het gemiddelde van de voorgaande 5 jaren (2016-2020). De halve procent hogere melkprijs is niet voldoende om de hogere kosten van voer, energie en gebouwen en machines te compenseren. Daarnaast daalt de gemiddelde bedrijfsomvang met 2% waardoor de gemiddelde melkopbrengsten lager zijn dan in 2020.

Inkomen houders van blankvleeskalveren op contract gedaald
Het inkomen uit bedrijf op de vleeskalverbedrijven (blankvleeskalveren op contract) daalt naar verwachting in 2021 met ruim 8.000 euro naar 34.000 euro per onbetaalde aje. De ontvangen contractvergoeding per gemiddeld aanwezig vleeskalf in 2021 blijft gelijk aan 2020. De gemiddelde kosten per bedrijf stijgen door toename van de energiekosten en vaste kosten van stallen en machines. Ook wordt er meer mest afgevoerd dan in 2020, toen er meer leegstand was vanwege afzetproblemen van het vlees na de uitbraak van corona.





Inkomensverbetering akkerbouwers
Akkerbouwers zien hun inkomen uit bedrijf stijgen door gemiddeld hogere prijzen van de gewassen. Het geraamde inkomen voor oogstjaar 2021 komt uit op bijna 66.000 euro per onbetaalde aje. Dit is een toename van ruim 35.000 euro vergeleken met 2020 en ruim 18.000 euro boven het meerjarig gemiddelde van 2016-2020. De geraamde prijsontwikkeling van de akkerbouwgewassen voor oogst 2021 is overwegend positief. Alleen voor uien is een prijsdaling voorzien vergeleken met 2020 (bijna -30%). Dit komt door de hoge uienproductie, als gevolg van uitbreiding van het areaal na goede prijzen in 2020 en hogere productie per hectare. Voor consumptieaardappelen die in 2021 zijn geoogst, is de prijsvorming een stuk beter (+65%) dan die van oogst 2019 en 2020. Dit geldt vooral voor frietaardappelen. Door corona was de afzet van friet uit de aardappeloogsten van 2019 en 2020 naar de horeca laag en waren de exportmogelijkheden beperkt. Hierdoor ging de prijs voor vrije aardappelen naar beneden. Voor de suikerbieten is een hogere prijs gerealiseerd voor oogst 2021 (+11%). Dit komt mede door de sterk gestegen wereldmarktprijs voor suiker. Door een lagere productie van tarwe in enkele grote tarweproducerende landen was het mondiale aanbod in 2021 kleiner dan een jaar eerder. Dit leidt tot duidelijk hogere tarweprijzen wereldwijd en daarmee ook in Nederland. Door de uitbraak van de oorlog in Oekraïne stegen de graanprijzen in maart erg hard. Oekraïne en Rusland zijn belangrijke spelers op de wereldwijde graanmarkt. Er is een prijsstijging van tarwe geraamd voor oogstjaar 2021 van 30%. Ten slotte konden akkerbouwers die als gevolg van de coronacrisis omzetverlies leden, aanspraak maken op een tegemoetkoming vanuit steunmaatregelen van de overheid. Daarnaast stijgen de prijzen voor inputs over de hele linie. Vooral meststoffen en diesel werden fors duurder. Door de hoge druk van onder andere aardappelschimmel Phytophthora in de aardappelteelt stegen ook de kosten voor gewasbescherming.

Het inkomen op zetmeelaardappelbedrijven neemt licht toe. Zowel de betaalde kosten en afschrijvingen als de opbrengsten worden voor oogstjaar 2021 hoger geraamd dan het jaar ervoor. Zetmeelaardappelen zullen naar verwachting 5% meer opbrengen dan vorig jaar. Per saldo wordt daardoor een kleine stijging van het inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje voorzien tot 35.000 euro: dat is enkele duizenden euro’s meer dan vorig jaar maar nog wel 11.000 euro onder het meerjarig gemiddelde van 2016-2020.

Hogere inkomens glastuinbouw dankzij sierteelt ondanks sterk gestegen energiekosten
Het inkomen uit bedrijf in 2021 wordt voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf geraamd op ongeveer 250.000 euro per onbetaalde aje. Dit is ruim 50.000 euro hoger dan in 2020 en 45.000 euro boven het gemiddeld inkomen in de periode 2016-2020. Over het geheel genomen liggen de opbrengstprijzen op een hoger niveau dan vorig jaar, uitgezonderd enkele glasgroentegewassen. Wel hebben de glastuinders in 2021 last van de inkoopprijzen van aardgas en elektriciteit die vanaf de zomer sterk zijn gestegen. Dit leidt tot een aanzienlijke kostenstijging maar ook tot een toename van opbrengsten uit de verkoop van elektriciteit voor bedrijven met een warmtekrachtinstallatie die energie verkopen. Omdat de energiemarkt dit jaar nogal heen en weer gaat en de energiecontracten voor in- en verkoop per ondernemer verschillen, is een voorspelling over de exacte gevolgen voor het kostenniveau op dit moment zeer lastig. Zowel binnen als tussen de drie onderscheiden subtypen (zie hieronder) is de inkomensontwikkeling verschillend, met een grote spreiding tot gevolg.

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje van snijbloemenbedrijven stijgt ten opzichte van 2020 met circa 145.000 euro naar 309.000 euro. De huidige marktomstandigheden zijn gunstig voor in Nederland geteelde bloemen. Door hoge vrachtkosten en beperkte vrachtcapaciteit werd import bemoeilijkt. Tegelijkertijd bleek de vraag sterker te stijgen dan het aanbod. Er waren dit jaar door de bloemenveiling geen tijdelijke aanvoerrestricties vanwege corona ingesteld, waar vooral snijbloementelers in 2020 hinder van ondervonden. De toename in de opbrengsten was voor het gemiddelde bedrijf ruimschoots voldoende om de gestegen kosten te compenseren.

Het gemiddelde inkomen bij pot- en perkplantenbedrijven stijgt met circa 33.000 euro tot 217.000 euro per onbetaalde aje door een sterkere stijging van opbrengsten dan van de kosten. De vraag naar potplanten is sinds de coronacrisis gegroeid. Sinds de coronacrisis werken mensen veel thuis. Een gezonde leefomgeving wordt belangrijk geacht en groene en bloeiende planten horen daarbij. Door de grote vraag naar planten zowel binnen- als buitenshuis stegen de prijzen met gemiddeld 7,5% vergeleken met 2020 en was de hoeveelheid verkochte producten groter.

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje van glasgroentebedrijven wordt in 2021 geraamd op ongeveer 207.000 euro, ruim 30.000 euro lager dan in 2020 door sterkere toename van de kosten dan de opbrengsten. De hoogte van het inkomen is sterk afhankelijk van het type product, de afzetmarkt waar het bedrijf zich op richt en de energiepositie van het bedrijf. De tomatenteelt (belangrijkste gewas) heeft een redelijk tot goed 2021 achter de rug. De gemiddelde prijzen (+25%) lieten herstel zien ten opzichte van 2020 en waren ook hoger dan in 2019. Na het coronajaar 2020 met sluitingen van de out-of-homekanalen en horeca waren de gevolgen voor deze afzetkanalen dit jaar milder, met een toenemende vraag tot gevolg. Het areaal tomaten nam in 2021 zowel in Nederland als ook bij de grote concurrent Spanje af. Ook stond de fysieke productie dit jaar onder druk door verschuivingen in het assortiment tomaten, minder zonlicht en een virus dat tomaten aantast en daarmee ook de productie. Paprika- en komkommertelers kennen een minder goed jaar door gemiddeld lagere prijzen voor hun producten en gestegen kosten.





Hoger inkomen in bloembollenteelt, boomkwekerij en vollegrondsgroenteteelt, lager in fruitteelt
In de bloembollenteelt wordt voor 2021 een gemiddeld inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje geraamd van ongeveer 150.000 euro; een toename van meer dan 50.000 euro ten opzichte van 2020. Dit is het hoogste inkomen dat ooit werd gerealiseerd en is te danken aan een historisch goed prijsniveau. De verkoop van bloembollen voor het huidige broeierijseizoen 2021/’22 is positief beïnvloed door de grote vraag naar bloemen en dat zorgde in combinatie met een gematigde oogst voor hogere prijzen dan vorig jaar.

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf in de boomkwekerij wordt voor 2021 geraamd op circa 105.000 euro per onbetaalde aje. Dit is een stijging van bijna 15% ten opzichte van 2020. Deze stijging komt vooral door een toename in de opbrengsten door goede prijsvorming die de kostentoename ruimschoots compenseren. Hiermee wordt de positieve inkomensontwikkeling voortgezet die zichtbaar is vanaf 2017.

Op de vollegrondsgroentenbedrijven wordt voor 2021 een gemiddeld inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje geraamd van circa 80.000 euro. De toename van de opbrengsten met gemiddeld 10% was voldoende om de gestegen kosten (+ 8%) te compenseren. Daarnaast zorgden de ontvangsten uit coronasteunmaatregelen ervoor dat het inkomen op vergelijkbaar niveau als de zes voorgaande jaren uitkomt.

In de fruitteelt wordt het gemiddeld inkomen voor oogstjaar 2021 geraamd op circa 45.000 euro per onbetaalde aje. Dit is ongeveer 25.000 euro lager dan oogstjaar 2020, dat de boeken in is gegaan als een goed jaar voor de fruittelers. De kosten voor het telen van fruit nemen toe door onder andere sterke prijsstijgingen van energie en meststoffen en hogere arbeidskosten. De perenproductie bleef fors achter op eerdere jaren, waardoor prijzen wel hoger waren dan van oogstjaar 2020. De appelprijzen liggen door de ruime oogst juist beduidend onder het niveau van een jaar eerder.

Inkomen en rentabiliteit per bedrijfstype, 2001-2021 
De fluctuaties in inkomen en rentabiliteit op agrarisch bedrijven zijn van oudsher groot. Daar liggen vele factoren aan ten grondslag, zo kunnen kleine veranderingen in vraag en aanbod een sterk effect kunnen hebben op de prijsvorming. Voor de laatste jaren zijn de enorme fluctuaties in het inkomen en rentabiliteit op varkensbedrijven opvallend. In 2016 en 2017 goed, 2019 top en zowel in 2015, 2018, 2020 en 2021 een diep dal. Belangrijke oorzaak voor de sterke prijsfluctuaties van de laatste paar jaren is de grootschalige verspreiding van Afrikaanse varkenspest (AVP) in China, wat leidde tot een forse importbehoefte in dat land en hoge prijzen. Daarbij speelde de coronapandemie een rol in vraaguitval, (gedeeltelijke) sluitingen van slachterijen en verwerkers en handelsbeperkingen. Van recenter datum is de uitbraak van AVP onder wilde varkens in Duitsland, wat geleid heeft tot een overschot aan varkensvlees op de Europese markt en in 2021 de fors gestegen voerkosten per bedrijf door sterk opgelopen voerprijzen en een groei van de bedrijfsomvang. De voerprijzen zijn al vanaf eind 2019 aan een flinke opmars bezig door duurdere grondstoffen. 


De resultaten voor de totale land- en tuinbouw zijn in 2021 verbeterd. De gemiddelde rentabiliteit stijgt met 3 punten naar 100 euro opbrengsten per 100 euro kosten. Hierbij moet worden aangetekend dat in 2021 pas voor de derde keer sinds 2000 (na 2017 en 2019) een gemiddelde rentabiliteit voor land- en tuinbouw totaal van boven de 100% of gelijk aan 100% is gerealiseerd. In 2017, 2019 en 2021 ontving de agrarische ondernemer daarmee (naast de dekking van de betaalde kosten en afschrijvingen) een meer dan marktconforme beloning voor de inzet van eigen arbeid en eigen vermogen. Bij de ontwikkeling van het inkomen speelt behalve de ontwikkeling van opbrengstprijzen, ook de dynamiek in de sector een rol. Het gemiddelde bedrijf verandert voortdurend, onder andere door stoppende bedrijven en de expansiedrift van bedrijven die verder willen groeien. De stoppers zijn over het algemeen bedrijven met wat lagere inkomens uit landbouwactiviteit. Ze zijn ofwel kleiner en behalen daardoor een lager inkomen, ofwel de resultaten vallen tegen en daardoor laten ze zich min of meer gedwongen door anderen overnemen, vaak door bij de generatiewisseling van bedrijfsovername af te zien. Het kan hierbij ook gaan om agrarische bedrijven die met verbreding als neventak zijn begonnen maar op een bepaald moment hebben besloten de landbouwtak niet verder uit te breiden of zelfs af te stoten en zich te specialiseren op de verbredingstak.

Grote inkomensverschillen tussen bedrijven
De hoogte van het inkomen van een bedrijf hangt onder andere samen met de marktstrategie, de bedrijfsomvang, de bedrijfsopzet, het productenpakket en de prijsvorming van die producten. Uiteraard spelen bij al die punten ook vakmanschap en managementkwaliteiten van de ondernemers een rol. In 2020 en 2021 hebben de gevolgen van de coronapandemie en de mate waarin dit effect heeft gehad op de afzet van het geproduceerde product een invloed gehad op de inkomensvorming. Bij de schommelingen van het inkomen door de jaren speelt vooral de prijsvorming van de producten een grote rol en daarnaast in de open teelten de variatie in kg-opbrengsten, die onder invloed van het weer van jaar tot jaar sterk kunnen wisselen. In 2020 heeft de uitbraak van corona in diverse sectoren gezorgd voor een minder continue productiestroom als gevolg van vraaguitval, zoals leegstand van stallen bij vleeskuikens en kalveren en minder oppotten van nieuwe planten in kassen. In 2021 speelde corona met name bij de vleeskuikens nog steeds een rol in het productieproces door extra leegstand als gevolg van vraaguitval.
Voor 2021 wordt voor het gemiddelde land- en tuinbouwbedrijf een inkomen geraamd van 67.000 euro per onbetaalde aje (zie onderstaande figuur). In de figuur geeft het groene vlak de inkomens per onbetaalde aje van 60% van de bedrijven weer. Deze bandbreedte loopt van 4.000 euro negatief tot 92.000 euro. 20% van de bedrijven realiseert een inkomen onder deze bandbreedte. Een even zo grote groep behaalt een inkomen boven deze bandbreedte. Ook binnen de bedrijfstypen is de spreiding groot (zie inkomen uit bedrijf per sector voor de afzonderlijke spreidingsfiguren).



Bijstelling gepubliceerde raming december 2021
Eind december heeft Wageningen Economic Research een eerste raming van de inkomensontwikkeling tussen 2020 en 2021 gepubliceerd van een aantal bedrijfstypen. Nieuwe informatie heeft bijgedragen aan een bijstelling van die resultaten.
De grootste wijzigingen in de mutatie van het inkomen tussen publicatie in december en maart is bij de varkensbedrijven (zie tabel 2). Dit komt vooral door hogere ontvangen bedragen vanuit coronasteunsteunmaatregelen van de overheid in de vorm van NOW, TVL en OVK. Dit is ook de belangrijkste reden voor een kleinere inkomensdaling bij de pluimveebedrijven. De grotere inkomensverbetering op akkerbouwbedrijven komt door voortschrijdend inzicht in de prijsvorming van akkerbouwgewassen, waarvan het afzetseizoen voor de oogst 2021 doorloopt tot ongeveer mei 2022. De iets minder gestegen melkprijs over 2021 en harder gestegen voerprijs dan geraamd in december, zijn de belangrijkste reden voor een kleinere toename van het inkomen op melkveebedrijven. De geringere inkomenstoename bij glastuinbouw betreft een lager inkomen voor de glasgroentebedrijven door sterkere toename van de kosten dan de opbrengsten.

Tabel 2. Mutatie gemiddeld inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje (x 1.000 euro) tussen 2020 (v) en 2021 (r) gepubliceerd in december 2021 en maart 2022
BedrijfstypeDecember 2021Maart 2022
Akkerbouwbedrijven2635
Glastuinbouwbedrijven7453
Melkveebedrijven96
Varkensbedrijven-35-1
Leghennenbedrijven-61-40
Vleeskuikenbedrijven-43-13
(v) voorlopig, (r) raming; Bron: Bedrijveninformatienet Wageningen Economic Research




Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Arbeidskengetal: onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje)
Wageningen Economic Research berekent het agrarisch inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Agrarisch ondernemers en hun gezinsleden verrichten in de meeste sectoren nog het merendeel van de arbeid zelf, maar krijgen meestal geen salaris. Een arbeidskracht die in een jaar 2.000 uur of meer werkt, wordt gezien als één aje. Wie minder werkt, telt voor minder dan één aje. Wageningen Economic Research deelt het inkomen uit bedrijf in deze situatie door het aantal onbetaalde aje. Op deze manier zijn de inkomens van verschillende bedrijfstypen beter met elkaar te vergelijken. Daarmee is het resultaat dus gekoppeld aan de hoeveelheid input.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page