Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Dierenwelzijn
     
Dierenwelzijn
Select an indicator
Beschouwing - Intensieve veehouderij

Dierenwelzijn in de varkens- en pluimveehouderij
12/18/2017

In de varkenshouderij staat dierenwelzijn al enige tijd in de belangstelling. Het gaat dan om de toegenomen sterfte bij jonge biggen, castratie, het couperen van staarten en de vrijloopkraamstallen. Actuele thema’s bij pluimvee zijn het snavelbehandelen bij leghennen en de omschakeling naar langzamer groeiende vleeskuikens.

Varkenshouderij

Vitale biggen
Verlaging van biggenuitval blijft een belangrijk aandachtspunt, onder andere uit het oogpunt van dierenwelzijn. Al in 2009 heeft de varkenshouderij beloofd om de sterfte van biggen terug te dringen. De toen opgerichte Stuurgroep Bigvitaliteit stelde zich ten doel de biggenuitval te verlagen van 12,8% in 2008 naar 10,5% in 2019. Echter, vanaf 2010 is de biggenuitval juist toegenomen. Dit is aanleiding geweest voor de Stuurgroep Bigvitaliteit om te komen tot een nieuw Plan van Aanpak Verlaging biggenuitval (Stuurgroep Bigvitaliteit, 2016). Dit plan beschrijft de te ondernemen activiteiten om de biggensterfte terug te dringen, zowel voor de korte termijn (2016-2017) als voor de langere termijn (2017-2021). 

Het ministerie van Economische Zaken schrijft aan de Tweede Kamer dat er ‘in elk geval een einde moet komen aan het steeds verder vergroten van het aantal biggetjes dat per keer geboren wordt’ (EZ, 2016). De worpgrootte speelt zeker een rol, maar niet de enige bij de biggensterfte. Het is dan ook de vraag of het niet meer laten toenemen van de worpgrootte een oplossing zal zijn voor de toenemende biggensterfte. Gezien de grote verschillen tussen bedrijven, speelt waarschijnlijk juist het management een belangrijke rol.

Castratie
De varkenssector zoekt al jaren naar mogelijkheden om af te komen van het castreren van biggen, en daarbij de belangen van consumenten, buitenlandse afnemers, varkenshouders en de dieren te combineren. Voor de biggen is het castreren een pijnlijk stressmoment en voor het varkensbedrijf betekent het extra en onaangenaam werk en een nadeel in voerefficiëntie omdat ongecastreerde varkens een gunstiger spier-vet-verhouding hebben en daardoor efficiënter groeien dan gecastreerde varkens. Sommige afnemers, binnen en buiten de EU, willen geen enkel risico lopen op een afwijkende geur of schade voor hun imago en willen daarom alleen vlees van vrouwelijke varkens, of van mannelijke, gecastreerde varkens.

Nederlandse supermarkten hebben in 2007 geëist dat als er toch gecastreerd wordt, het varken dan wordt verdoofd. In het begin hebben de supermarkten bijgedragen in de investeringen voor de verdovingsapparatuur. Castratie onder verdoving werd destijds gezien als een goede, maar wel tijdelijke oplossing. Sinds 2014 stellen Nederlandse supermarkten voor hun verse varkensvlees als inkoopeis dat de varkens niet gecastreerd zijn. Enkele supermarkten schakelen nu ook voor hun vleesproducten over op vlees van ketens waarin de beertjes niet worden gecastreerd.

De Europese varkenssector heeft in 2010 vrijwillig gekozen voor het streven per 1 januari 2012 niet meer onverdoofd te castreren en per 1 januari 2018 te stoppen met routinematig castreren, behalve voor bepaalde traditionele producten. Tegen de achtergrond van die ‘Europese verklaring’ heeft de Europese Commissie een onderzoek ingesteld naar de stand van zaken in de verschillende Europese landen. In maart 2017 meldde Pig Progress dat in de Europese varkenshouderij nog steeds op grote schaal wordt gecastreerd, en ook zonder verdoving (boars2018.com). Duitsland verbiedt per 1 januari 2019 onverdoofde castratie, maar er is nog discussie over de meest geschikte verdovingsmethoden (Schweine.net).

Staarten couperen
In 2013 tekenden staatsecretaris Sharon Dijksma en sectorvertegenwoordigers de Verklaring van Dalfsen, waarin de varkenshouders met de overheid en de Dierenbescherming afspraken hoe het couperen van varkensstaarten eerst beperkt (dat wil zeggen: iets langere staarten) en uiteindelijk helemaal gestopt zou kunnen worden. Vervolgens is er op het VIC in Sterksel een demonstratieproject uitgevoerd, in opdracht van de Stuurgroep Staarten (Duteweerd, 2017). De praktijk blijkt weerbarstig: ten eerste is staartbijten een lastig, multifactorieel probleem en is het moeilijk te achterhalen wat op een bedrijf de specifieke oorzaken zijn, en ten tweede is de schade heel groot als er problemen met staartbijten ontstaan. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de kenmerken van bedrijven met hoge en lage uitval door staartbijten, in de verwachting dat daarvan geleerd kan worden over risicofactoren en oplossingsrichtingen.

Niet onbelangrijk is dat een Zweedse retailer een ruime bonus geeft voor vlees van varkens die niet gecoupeerd zijn. Dit geeft voorlopers, ook in Nederland, de nodige ruimte om te experimenteren met uiteenlopende preventieve maatregelen, zoals bijvoorbeeld afleidingsmateriaal, stalklimaat of voeding. Staarten couperen is in de EU feitelijk al verboden als standaardtoepassing, maar het wordt in de praktijk wel toegestaan omdat de problemen ernstig zijn en er geen alternatieven zijn. In Zweden, Noorwegen en Zwitserland is er nationale wetgeving die het couperen strikt verbiedt. Nu worden varkens in deze landen ook anders gehuisvest, met meer stro en ruimte. De hogere kostprijs van het varkensvlees is in deze landen niet direct een probleem, omdat het vrijwel uitsluitend voor de eigen binnenlandse markt wordt geproduceerd. De Nederlandse varkenssector is daarentegen juist sterk op export gericht.

Intussen blijft het onduidelijk wanneer een eventueel coupeerverbod zal ingaan. Diverse politieke partijen hebben geprobeerd hiervoor een concrete einddatum te laten vastleggen, maar dat is tot nu toe niet gelukt. Duteweerd (2017) geeft aan dat de maatschappelijke druk er wel blijft. Vanuit Brussel wordt er al gekeken hoe de diverse lidstaten hiermee omgaan en wat eraan gedaan wordt om van het couperen af te komen.

Vrijloopkraamstallen
Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn wordt ernaar gestreefd om zeugen ook in de kraamstal vrij te laten rondlopen. Dit is al verplicht in Zwitserland, Zweden en Noorwegen (www.freefarrowing.org). In de Deense varkenshouderij is het plan om in 2020 10% van de zeugen niet meer vast te zetten in het kraamhok. In Nederland heeft een netwerk van varkensfokkers begeleid door VIC Sterksel in het project ‘Wat liggen ze er mooi bij’ drie nieuwe typen kraamhokken ontwikkeld onder de naam ‘Pro Dromi’, waaronder een hok waarbij de zeug de eerste dagen rond het werpen wordt ingesloten tussen stangen tegen het doodliggen van de biggen en daarna vrijgelaten wordt; en een kraamhok waarin de zeug in het geheel niet ingesloten wordt. Een aantal varkensfokkers heeft enkele van deze Pro Dromi-hokken op zijn bedrijf gebouwd, enkele hebben één of meer kraamafdelingen hiermee ingericht.

De Brabantse varkenshouder Oosterlaken is op een Pro Dromi-vrijloopkraamhok overgeschakeld. In twee jaar proefdraaien heeft hij ervaren dat je met vrijloopkraamhokken meer rust in de stal krijgt, maar het kost wel meer arbeid. Inmiddels zet deze varkenshouder de zeugen toch weer vast, vanaf twee dagen voor het werpen tot vier dagen na het werpen, om te voorkomen dat biggen doodgaan doordat de zeug erop gaat staan of liggen (Nieuwe Oogst, 2017). Het gebruik van vrijloopkraamhokken leidt tot een kostprijsstijging, die moeilijk is terug te verdienen. De meerkosten zijn ongeveer 25 cent per big (DLV Advies, Paul Bens), en er is nog geen afnemer die erom vraagt. In bestaande stallen zijn deze kraamhokken niet inpasbaar, omdat er veel meer ruimte nodig is: van ongeveer vier naar zes of zeven vierkante meter per hok.


Pluimveehouderij

Snavelbehandelen
In de pluimveesector is het aankomende verbod op snavelbehandelen bij leghennen, per september 2018, een belangrijke kwestie. Voor de legpluimveehouders betekent dit een grotere kans op pikkerij (kannibalisme), met als mogelijk gevolg een lagere productie en meer uitval. De markt in Duitsland loopt voorop: daar is de vraag naar eieren van onbehandelde leghennen toegenomen, waarop de Duitse pluimveesector en overheid hebben afgesproken om al vanaf 1 augustus 2016 de snavels van leghennen niet meer te behandelen. Ook Nederlandse legpluimveehouders die eieren produceren voor de Duitse markt zijn inmiddels met snavelbehandelen gestopt.

Langzaam groeiende vleeskuikens
In de vleeskuikenhouderij heeft zich in de loop van 2016 een ingrijpende verandering voltrokken: circa 90% van de verse kip in Nederlandse supermarkten is inmiddels afkomstig van langzamer groeiende vleeskuikens, die langer leven en waarvan er aanzienlijk minder per vierkante meter gehouden worden. Nog maar 10% van de verse kip in Nederland komt van gangbare vleeskuikens, door actiegroepen vaak aangeduid als ‘plofkippen’. Inmiddels produceert een derde van de Nederlandse vleeskuikenhouders nu die langzamer groeiende vleeskuikens, waarvan de producten worden verkocht onder diverse merknamen, zoals ‘Nieuwe Standaard Kip’ (bij Jumbo) of ‘Nieuwe AH Kip’ (bij Albert Heijn) en ‘Pluimgarantie’ (bij de supermarkten aangesloten bij inkoopcombinatie SuperUnie).

De langzamer groeiende kip (in verschillende varianten, onder andere. Beter Leven 1 ster) onderscheidt zich van de gangbare kip door een circa tien dagen langere levensduur, minder uitval, 20% lagere groeisnelheid, 20% hoger voerverbruik en een lagere bezetting (gemiddeld 14 in plaats van 22 dieren per m2). Door deze verschillen is de filet van de langzamer groeiende vleeskuikens € 1,50 tot € 2,00 per kilo duurder, maar de consument blijkt nog evenveel kip te kopen en de boer krijgt alle meerkosten vergoed. Ook blijkt de verkoop van de nieuwe kip geen invloed te hebben op de verkopen van de ‘Beter Leven 1 ster’-kip (extensieve houderij zonder vrije uitloop, wel een overdekte uitloop). De langzamer groeiende vleeskuikens blijken minder gezondheidsproblemen te hebben dan de gangbare vleeskuikens. Van gangbare koppels heeft 27% een behandeling met antibiotica nodig, terwijl dat maar bij 7% van de langzamer groeiende koppels hoeft (Gezondheidsdienst voor Dieren, 2017). Dit is een belangrijke reden van de daling van 30%van het antibioticagebruik bij vleeskuikens in 2016, in vergelijking met het jaar daarvoor.

Transparantie
De Consumentenbond (2014) stelt dat consumenten positief zijn over initiatieven waarbij openheid en traceerbaarheid in de voedselketen voorop staan: ‘dan weet je wat je eet’ en ‘dan weet je waar het vandaan komt’. Twee derde van de consumenten bleek het eens te zijn met de stelling ‘Informatie over de herkomst van voedingsmiddelen [...] moet op het etiket vermeld staan’.

In het voorjaar van 2017 schrijven de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een brief aan de Tweede Kamer over een toenemende transparantie in de landbouw (EZ/VWS, 2017). Als doel wordt genoemd een ontwikkeling naar korte, betrouwbare ketens met transparantie voor producent en consument. In de brief wordt gesteld dat er bij consumenten een groeiende behoefte is aan specifieke informatie over de herkomst van vleesproducten.

In een pilot van Albert Heijn, Vion en ZLTO is extra informatie over de herkomst en productiewijze van varkensvlees voor consumenten beschikbaar gemaakt. Hierbij gaat het om het varkensvlees van honderdvijfentachtig Nederlandse varkensbedrijven die in een gesloten keten leveren aan Vion, in het ‘Good Farming Star’-concept (dat is: Beter Leven 1 ster). Deze informatie gaat duidelijk verder dan de sinds april 2015 verplichte herkomstetikettering van vers vlees, waarbij alleen aangegeven hoeft te worden uit welk land het vlees afkomstig is.

Wageningen Economic Research heeft vorig jaar een verkennend onderzoek gedaan naar herkomsttracering van vers varkensvlees, waarbij niet getraceerd wordt naar een groep vergelijkbare bedrijven, maar naar een individueel varkensbedrijf (Bondt et al., 2016). Technisch kan dat wel, voor vers vlees, echter niet zonder meerkosten. De extra kosten door een verminderde logistieke efficiëntie worden geraamd op 12 cent boven op de winkelprijs van naar schatting gemiddeld € 7 per kg, wat overeenkomt met € 50 mln. per jaar voor de gehele varkenssector. Nader onderzoek moet uitwijzen of voldoende Nederlandse consumenten bereid zijn voor deze meerkosten te betalen. Herkomsttracering naar het individuele bedrijf leidt niet alleen tot hogere kosten door efficiëntieverlies, het heeft ook gevolgen voor de kwaliteit die kan worden geleverd. Momenteel worden productstromen van varkens van verschillende bedrijven namelijk volop gemengd, zodat karkassen en onderdelen op kwaliteit kunnen worden geselecteerd. Deze strikte selectie op productkenmerken is cruciaal om te kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen die veel afnemers stellen, en dus nodig voor een optimale vierkantsverwaarding. Voor verwerkte vleesproducten is tracering naar het individuele bedrijf van herkomst veel lastiger te realiseren, terwijl je toch ook voor die producten eenzelfde transparantie zou willen bieden. Veel Nederlandse consumenten eten steeds meer gehakt en andere verwerkte producten, en steeds minder lapjes. Het is overigens niet duidelijk wat voor consumenten precies de toegevoegde waarde is van het zichtbaar maken van het individuele varkensbedrijf, bijvoorbeeld varkensboer Pieters uit Odiliapeel, in vergelijking met een groep van vergelijkbare varkensbedrijven, die in een bepaald marktconcept produceren, zoals bijvoorbeeld ‘Good Farming Star’.





Kies een sector
Contactpersoon
Nico Bondt
0317-484559
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Bondt, N., R. Hovens, V. Immink en W. Baltussen, 2016. App Herkomst varkensvlees – Een theoretische verkenning. Essay 2016-131. Den Haag: Wageningen Economic Research
  • Consumentenbond, 2014. Rapport Traceerbaarheid en transparantie in de voedselketen
  • Duteweerd, T., 2017. Blog ‘De dilemma’s van niet-gecoupeerde staarten’. https://weblog.wur.nl/livestockstories/de-dilemmas-van-niet-gecoupeerde-staarten
  • EZ, 22 april 2016. Tweede stand van zaken brief dierenwelzijn. Brief aan Tweede Kamer, met kenmerk DGAN-DAD / 16062480. Den Haag: Ministerie van Economische Zaken
  • EZ/VWS, 25 januari 2017. Transparantie in de voedselketen. Brief aan Tweede Kamer, met kenmerk DGAN-PAV / 17004389. Den Haag: Ministeries van Economische Zaken en Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Gezondheidsdienst voor Dieren, 2017. ANTIBIOTICUMGEBRUIK PLUIMVEESECTOR IN 2016 en de trends van afgelopen jaren. Rapport opgesteld in opdracht van AVINED. https://www.avined.nl/sites/www.avined.nl/files/sectorrapportage2016.pdf
  • Stuurgroep Bigvitaliteit, 2016. Plan van Aanpak ‘Verlaging biggenuitval’. http://edepot.wur.nl/386612

    Websites:
    - www.agrimatie.nl
    - www.avined.nl
    - https://ec.europa.eu/food/animals/welfare/practice/farm/pigs/castration_alternatives_en
    - www.vlees.nl (www.vlees.nl/themas/diervoer-en-dierenwelzijn/berengeur/)
    - boars2018.com
    - Schweine.net (https://www.schweine.net/news/betaeubungslose-ferkelkastration-vierter-weg.html) 


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page