Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Arbeid
     
Arbeid
Select an indicator
Onbetaalde en betaalde aje - Land- en tuinbouw

Arbeid
11/7/2019

Het totaal aantal regelmatig werkzame arbeidskrachten in de primaire land- en tuinbouw is in 2018 met 5.700 toegenomen tot ruim 176.000 (+3,4%). Dat betekent een onderbreking van de vrijwel continue daling van het aantal arbeidskrachten met gemiddeld 3% tussen 2000-2017. Zowel het aantal gezinsarbeidskrachten (1,6%) als het aantal niet-gezinsarbeidskrachten (+7,7%) is in 2018 gestegen.

Rond 70% vaste arbeidskrachten behoort tot het gezin
Van de regelmatig werkzame (vaste) arbeidskrachten behoren anno 2018 ruim 122.000 tot het gezin (bedrijfshoofden, echtgenoten en meewerkende familie), ofwel 69%. Dat is iets (2 procentpunten) lager dan in 2016 en 2017. Het aantal niet-gezinsarbeidskrachten (verder ook aangeduid met personeel) is in 2018 onder invloed van de economische groei met 7,7% gestegen tot bijna 54.000. In deze cijfers zijn de flexibele arbeidskrachten (uitzendkrachten en personeel met tijdelijke contracten) niet opgenomen. De vaste arbeidskrachten hebben meestal volledige jaarrondbanen, terwijl de inzet van flexibele arbeidskrachten met name in de opengrondsectoren beperkt is tot de piekperioden. Hierdoor is het aantal flexibele arbeidskrachten – ook bij benadering - lastig vast te stellen. In de oogst-/piekperioden kunnen grote aantallen mensen aan het werk zijn, maar slechts voor (hele) korte perioden.

Meer flexibele arbeid
Een andere maat voor de werkgelegenheid is het arbeidsvolume, die de werkgelegenheid uitdrukt in voltijdbanen. Hiervoor wordt binnen de land- en tuinbouw de term arbeidsjaareenheid (aje) gebruikt. Een volledige jaarrondbaan staat dan gelijk aan één aje. In dit kengetal is wel (een deel van de) flexibele arbeid opgenomen. Het totale arbeidsvolume – uitgedrukt in arbeidsjaareenheden (aje) – in de land- en tuinbouw is in 2018 met 1,7% toegenomen tot 153.400 aje (figuur en tabel). De verklaring hiervoor is een combinatie van een beperkte daling van het aantal bedrijven met een hogere arbeidsbezetting per bedrijf. Over een langere periode is de werkgelegenheid gedaald, gemiddeld 2% per jaar tussen 2000 en 2017.




De arbeidsinzet door het gezin steeg in 2018 met 1% tot 85.300 aje, van buiten het gezin nam die met 3% toe tot 68.200 aje. Over een langere periode neemt het aandeel van de gezinsarbeid af (tussen 2000 en 2018 van 66% naar 56%, zie tabel), en die van arbeid van buiten het gezin (44% in 2018) toe. Dat geldt overigens alleen voor het volume van de niet-regelmatige arbeid, waarvan het aandeel op het totaal arbeidsvolume is toegenomen van 7% in 2000 tot 19% in 2018. Het aandeel van het arbeidsvolume van personeel met een vast contract is al die tijd vrij stabiel gebleven rond een kwart.

Meeste werkgelegenheid in glastuinbouw en melkveehouderij
Bijna de helft van de werkgelegenheid (op basis van het arbeidsvolume in aje) is geconcentreerd in de glastuinbouw en de melkveehouderij (tabel). Maar de samenstelling verschilt sterk: in de melkveehouderij heeft het gezin veruit de grootste inbreng (89% in 2018), terwijl dat in de glastuinbouw geldt voor vast en los personeel (89% in 2018). De vermindering van het aantal bedrijven in combinatie met een sterke schaalvergroting in de tuinbouw - vooral de glastuinbouw - heeft gezorgd voor een verschuiving van gezinsarbeid naar personeel van buiten het gezin. Van het personeel (buiten het gezin) werkt nu 76% op tuinbouwbedrijven (glastuinbouw- en opengrondstuinbouwbedrijven). De bedrijven in de meer grondgebonden sectoren steunen nog altijd voor het overgrote deel op de inzet van het gezin.

Werkgelegenheid op land- en tuinbouwbedrijven naar bedrijfstype, 2000 en 2018
BedrijfstypeAantal aje a Aandeel (%) gezinAje per bedrijf
2,0002,0182,0002,0182,0002,018
Glastuinbouw52,69337,03928116014.1
Opengrondstuinbouw33,98828,12947333.24.9
Akkerbouw19,37416,82181781.31.6
Melkveehouderij45,81035,1819389202.3
Overige graasdierhouderij22,80115,07085841.11.5
Intensieve veehouderij22,16413,85679681.82.3
Gecombineerd 15,2987,3368575202.3
Alle212,129153,43366562.22.8
a Arbeidsjaareenheid
Bron: CBS-Landbouwtelling; bewerking: Wageningen Economic Research.


Arbeidsbezetting neemt heel geleidelijk toe
De benodigde arbeid per bedrijf neemt enerzijds toe door de groei van de bedrijfsomvang en daalt anderzijds door toename van de arbeidsproductiviteit. Het eerste effect is iets groter waardoor over een langere periode bezien de gemiddelde arbeidsbezetting per bedrijf is gestegen, van 2,2 aje in 2000 tot 2,8 aje per bedrijf in 2018 (figuur, tabel). Dit is een gemiddelde jaarlijkse groei van 1,5%. Dit is overigens een vertekening door de sprong in de arbeidsbezetting in 2016. Door de verandering in de registratie van bedrijven viel een groot aantal zeer kleine bedrijven met weinig arbeidskrachten weg. Tussen 2000 en 2015 nam de arbeidsbezetting toe met gemiddeld 0,8% per jaar. Tussen de sectoren loopt de arbeidsbezetting in 2018 uiteen van 1,5 à 1,6 aje per bedrijf op de akkerbouw- en overige graasdierbedrijven, 2,3 aje op de melkveebedrijven, tot 14,1 aje per bedrijf op de glastuinbouwbedrijven. In de laatste sector is de arbeidsbezetting vanaf 2000 met een factor 2,4 gestegen (tabel).


Kies een sector
Contactpersoon
Martien Voskuilen
070 3358328
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page