| Actuele voedselprijzen - Eieren |
Af-boerderij- en producentenprijzen sterk gestegen; consumentenprijzen redelijk stabiel
|
28-1-2026
|
De consumentenprijsindex (CPI) lag in november 2025 op 136 punten, vrijwel gelijk aan de prijzen in september. De prijzen bij de eierhandel (PPI) lagen in november op een index van 191 punten, dat is 9% hoger dan in september 2025. De eierprijzen bij de pluimveebedrijven (API) zijn in november 2025 uitgekomen op 283 punten (2020=100), 20% hoger dan het prijsniveau in september. Ten opzichte van een jaar eerder, november 2024, zien we prijsstijgingen van 31% voor de legpluimveebedrijven, 20% voor de eierhandel en 9% voor de consument.
|
Prijsontwikkeling De consumentenprijsindex van eieren is in november 2025 uitgekomen op 136 punten (2020=100). Dit is vrijwel gelijk aan het prijsniveau in september en 9% hoger dan in november 2024. De consumentenprijs heeft vrijwel volledig betrekking op eieren met een Beter Leven keurmerk en stijgt (of daalt) langzaam. Toch lagen de consumentenprijzen in november 2025 bijna 36% hoger dan in 2020.
De index voor de afzetprijzen van de binnenlandse eierhandel (PPI) is in de maanden september tot november 2025 9% gestegen, naar 191 punten. Ten opzichte van november 2024 is de prijsstijging 20%.
De prijsindex af boerderij bereikte in november een recordniveau van 283 punten: dat is 20% hoger dan twee maanden daarvoor en 31% hoger dan in november 2024. In vergelijking met 5 jaar geleden zijn de boerderijprijzen bijna verdrievoudigd.
De hoge eierprijzen worden veroorzaakt door een steeds verder toenemende consumentenvraag en een krap aanbod in relatie tot de vraag. De eierprijs is vrij inelastisch, wat betekent dat consumenten ook bij relatief hoge prijzen in de winkel gewoon eieren blijven kopen (inelastische prijs). Verder is er al jaren veel aandacht voor eiwitrijk eten (‘proteïnetrend’). Het krappe aanbod wordt veroorzaakt door de vergunningverlening, die al lange tijd uiterst moeizaam is (vrijwel geen ruimte voor nieuwe stallen of staluitbreidingen), en door de extensivering (minder kippen per stal). Daarnaast hebben in 2025 vogelgriepuitbraken een belangrijke rol gespeeld, waardoor zeker in Duitsland en Polen, maar ook in Nederland, veel kippen moesten worden geruimd.
De af-boerderijprijs betreft reguliere scharreleieren die vooral naar de verwerkende industrie, foodservicesector en exportmarkten gaan. Deze prijsindex is niet direct vergelijkbaar met de prijzen van tafeleieren met een Beter Leven keurmerk die in de Nederlandse supermarkten worden verkocht.
Keten De tafeleieren in het schap bij de supermarkten zijn direct door de pakstations afgeleverd of door grossiers via de pakstations. Leghennenhouders leveren eieren aan de pakstations, doen aan huisverkoop (automaten) of leveren direct aan de eiproductenindustrie. In de eierketen zijn broederijen en opfokkers van jonge hennen belangrijke voorschakels. Mengvoerfabrikanten zijn belangrijke toeleveranciers.
-Leghennenbedrijven
In Nederland houden ongeveer 800 bedrijven leghennen, in verschillende houderijsystemen. Het merendeel van de hennen wordt gehouden als scharrelkip. Daarnaast worden ook hennen gehouden in de biologische houderij, in systemen met vrije uitloop of in kooihuisvesting (‘koloniekooien’).
-Handel
De geproduceerde eieren worden op de boerderij verpakt of geleverd aan pakstations. Deze sorteren en verpakken de eieren in consumentenverpakkingen.
-Afzet
De Nederlandse pakstations leveren tafeleieren aan supermarkten in Nederland (circa 30% van de productie) en Duitsland (ook circa 30% van de productie). Een deel van de eieren (30 tot 35%) gaat naar de eiproductenindustrie in of buiten Nederland, waar ze worden verwerkt tot vloeibaar of gedroogd eiproduct. Dit eiproduct wordt vervolgens weer gekocht door de levensmiddelenindustrie, waarbij fabrikanten van sauzen en pasta en bakkerijen belangrijke afnemers zijn. Bijna 90% van de tafeleieren wordt afgezet via de supermarkten. Er is geen noemenswaardige import van eieren voor de afzet via supermarkten. Nederland is dus zelfvoorzienend als het gaat om tafeleieren.
Prijsvorming De leghennenhouders maken veelal per legronde afspraken met een pakstation. Naast kwaliteitsaspecten kan er ook een afspraak gemaakt worden over de prijs voor de eieren. Veel leghennenhouders werken met een vrije marktprijs, waarbij voor elke geleverde partij eieren de dan geldende marktprijs betaald wordt. Er is een duidelijk seizoenspatroon in de marktprijzen. In de zomer zijn de eierprijzen voor de leghennenhouders in de regel lager dan in de rest van het jaar. Leghennenhouders die eieren met het Beter Leven keurmerk aan Nederlandse supermarkten leveren hebben vaak een minimaal gegarandeerde opbrengstprijs. Een klein deel van de leghennenhouders maakt voor elke ronde leghennen prijsafspraken met de eierhandel. Vooral bedrijven met vrije uitloop en biologische hennen werken met vaste prijsafspraken.
Prijsindices De diverse prijsindices sluiten niet naadloos op elkaar aan. De consumentenprijsindex (CPI) is gebaseerd op de prijzen voor tafeleieren in de supermarkt. Dat zijn bijna uitsluitend eieren met een keurmerk, met name het Beter Leven keurmerk. De producentenprijsindex (PPI) is gebaseerd op de binnenlandse opbrengstprijzen van pakstations én die van de eiproductenindustrie. De af-boerderijprijs (API) is gebaseerd op reguliere scharreleieren, die naar de foodservicesector (onder andere horeca, catering) gaan of geëxporteerd worden.
|