| Actuele voedselprijzen - Pluimveevlees |
Consumentenprijzen stijgen door; af-boerderijprijzen en producentenprijzen lijken te stabiliseren
|
28-4-2026
|
De consumentenprijsindex (CPI) van pluimveevlees (scharrelkip) kwam in februari 2026 uit op 134 punten. De afzetprijzen van slachterijen (PPI) op de binnenlandse markt en de af-boerderijprijzen daalden 1%, naar respectievelijk 144 en 158 punten.
|
Prijsontwikkeling In februari 2026 kwam de consumentenprijsindex van pluimveevlees uit op 134 punten (2020 = 100). Dat is een stijging van 3% ten opzichte van december 2025, en een stijging van 6% ten opzichte van februari 2025. Stabilisatie lijkt dus nog niet in zicht. Tot aan begin 2022 lag de CPI rond de 100 punten, wat betekent dat de consument nu 34% meer betaalt voor pluimveevlees dan vier jaar geleden.
De afzetprijzen van slachterijen op de binnenlandse markt zijn tamelijk stabiel. De producentenprijsindex (PPI) staat in februari 2026 op 144 punten en is daarmee niet veel veranderd ten opzichte van december 2025 (145 punten). Het prijsniveau ligt iets boven de PPI van 140 punten in februari 2025.
De af-boerderijprijs van snelgroeiende vleeskuikens bleef relatief stabiel in februari 2026 met 158 punten en toont een lichte daling van bijna 1% ten opzichte van december 2025 en een lichte stijging van ruim 1% ten opzichte van februari 2025. Deze stabilisatie volgt op een stijging vanaf maart 2025 en daling vanaf oktober 2025. Het prijsniveau blijft hoog, en het is onzeker of de voorzichtige stabilisatie doorzet. De hoge prijzen worden veroorzaakt door de grote vraag naar pluimveevlees en het afnemende aanbod in Nederland. Kip blijft een aantrekkelijk alternatief voor rund- en varkensvlees. Meerdere ontwikkelingen in de afgelopen jaren, zoals de vogelgriep, hebben geleid tot een krap aanbod van kip, dat de stijgende vraag nauwelijks kan bijhouden. Anderzijds neemt de productie van pluimveevlees in Europa en wereldwijd weer toe. In de sector werd al een grotere invoer van kip uit Oost-Europa en Zuid-Amerika gesignaleerd, aldus de kwartaalrapportage van Rabobank, waardoor de markt enigszins tot rust komt. De eerste tekenen van stabilisatie zijn gesignaleerd; mogelijk zet deze stabilisatie door.
De consumentenprijs (scharrelkip) en de af-boerderijprijs (reguliere kip) zijn niet direct met elkaar te vergelijken. In de Nederlandse supermarkten is vrijwel uitsluitend scharrelkip met het Beter Leven-keurmerk verkrijgbaar, terwijl de af-boerderijprijzen grotendeels betrekking hebben op reguliere, snelgroeiende vleeskuikens. Die vleeskuikens worden gehouden voor de verwerkende voedselindustrie, foodservicemarkt en export, vooral naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Keten
De pluimveevleesketen is sterk geïntegreerd, waarbij de slachterijen regelen dat de productie van de verschillende schakels op elkaar worden afgestemd. Slachterijen en verwerkers leveren aan de retailers en vleeskuikenbedrijven leveren kuikens aan de slachterijen. Vermeerderaars (producenten van broedeieren), kuikenbroederijen en mengvoerleveranciers zijn belangrijke toeleveranciers voor vleeskuikenbedrijven.
-Vleeskuikenbedrijven Er zijn ongeveer 600 bedrijven die vleeskuikens houden. Zes- tot achtmaal per jaar leveren zij vleeskuikens met een gewicht van ongeveer 2,5 kg aan de slachterij. Binnen de groep vleeskuikenhouders houdt een deel langzamer groeiende vleeskuikens (ongeveer 47% van de productie), waarvan het vlees als scharrelkip (Beter Leven keurmerk 1 ster) in de Nederlandse supermarkten verkocht wordt.
-Industrie
Er zijn ongeveer tien middelgrote en grote pluimveeslachterijen in Nederland. De verdere verwerking wordt vaak gedaan op een andere locatie dan de slachterij, door een bedrijf dat de geslachte kuikens verwerkt tot consumentenproducten (kipfilets, drumsticks, dijen, vleugels). De grootste spelers binnen Nederland slachten en verwerken zelf. Qua volume hebben deze bedrijven ruim meer dan de helft van de markt in handen. De slachterijen en verwerkers leveren het pluimveevlees verpakt ‘op schaal’ aan de retailers.
-Afzet
Meer dan de helft van de Nederlandse pluimveevleesproductie wordt geëxporteerd, vooral naar het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Ook wordt pluimveevlees geïmporteerd, met name voor gebruik in de foodservicesector en de verwerkende industrie. De hoofdmoot (90 tot 95%) van de binnenlandse afzet van pluimveevleesproducten wordt verkocht in supermarkten, met verse kipfilet als belangrijkste product.
Prijsvorming De consumentenprijs van kip kent weinig seizoensinvloeden. Meestal daalt de prijs in januari licht om tegen de zomer weer licht te stijgen. Vleesverwerkers maken met de inkopers van de supermarkten afspraken over de kwaliteit en prijs van de producten. Er worden één- tot tweejaarscontracten afgesloten na tendering. Soms worden afspraken gemaakt op basis van de inkoopprijs bij de pluimveehouders. Een belangrijk deel wordt geëxporteerd. De prijzen op de buitenlandse markten hebben invloed op de prijs in Nederland, bij de vleesverwerkers, maar ook af boerderij. Prijzen af boerderij worden bepaald door de slachterijen en zijn afhankelijk van het moment van leveren. Bijna alle vleeskuikenhouders hebben een jaarcontract voor het leveren van de vleeskuikens aan een slachterij. In het contract staan afspraken over de leveringen en de kwaliteit van de kuikens, maar niet over de prijs.
Prijsindices Een aanzienlijk deel van de Nederlandse vleeskuikenhouders (met circa 53% van de productie) houdt snelgroeiende kuikens. Het vlees van deze kuikens wordt afgezet in de foodservice (vooral quickservice-restaurants) of geëxporteerd. De prijs af boerderij (API) is gebaseerd op de marktprijs van de snelgroeiende kuikens. De consumentenprijs is echter gebaseerd op de prijzen in de Nederlandse supermarkten en heeft dus betrekking op de langzamer groeiende vleeskuikens (‘scharrelkuikens’). In een normale situatie is er een wisselwerking tussen de prijs af boerderij van de snelgroeiende en langzaam groeiende vleeskuikens.
|