Iets minder melkkoeien in 2024
Het totaal aantal runderen in Nederland is in 2024 gedaald tot 3,78 mln. stuks, een afname van 1,9% vergeleken met 2023 (tabel). Deze daling volgt op een beperkte toename in 2023 en hangt vooral samen met de afbouw van de derogatie en de hogere mestafzetkosten die dit met zich meebrengt. De Landelijke Beƫindigingsregeling Veehouderijlocaties (LBV en LBV+) speelde in 2024 nog nauwelijks een rol; de effecten van deze regelingen zullen naar verwachting pas in latere jaren sterker zichtbaar worden in de veestapelcijfers. Binnen de rundveestapel nam vooral het aantal melkkoeien af. Met 1,54 mln. dieren lag dit aantal in 2024 1,9% lager dan een jaar eerder. Daarmee zet de neerwaartse lijn sinds 2019 zich voort, nadat de piek van 1,74 mln. melkkoeien in 2016, vlak na het afschaffen van het melkquotum, door fosfaatmaatregelen al stevig was teruggebracht. Sinds de invoering van het stelsel van fosfaatrechten in 2018 bewoog de melkveestapel jarenlang rond 1,55-1,58 mln. koeien, maar in 2024 is er opnieuw een duidelijke krimp.
Jongveestapel opnieuw kleiner
Ook de jongveestapel daalde verder. In 2024 werden nog 0,97 mln. stuks jongvee geregistreerd, ruim 2,6% minder dan in 2023. Deze afname sluit aan bij een trend die al sinds de invoering van de fosfaatrechten zichtbaar is. Waar er in de periode 2015-2019 een forse krimp was van bijna 31%, volgde daarna een korte periode van stabilisatie. Sinds 2022 neemt het aantal stuks jongvee echter opnieuw af, mede doordat melkveehouders efficiƫnter omgaan met hun beschikbare fosfaatruimte en de hogere mestafzetkosten proberen te beperken. Hierdoor ligt de verhouding jongvee ten opzichte van melkkoeien inmiddels op circa 63 stuks per 100 koeien.
Tabel 1. Ontwikkeling veestapel (aantal dieren, 1.000 stuks), 2000-2024 a |
| Rundvee, totaal | 4.069 | 3.975 | 3.838 | 3.846 | 3.772 | -1,9 | | waarvan melkkoeien | 1.504 | 1.479 | 1.593 | 1.574 | 1.543 | -1,9 | | jongvee melkproductie | 1.325 | 1.239 | 935 | 992 | 967 | -2,6 | | vlees- en weidevee | 457 | 330 | 239 | 256 | 257 | 0,2 | | vleeskalveren | 783 | 928 | 1.071 | 1.024 | 1.006 | -1,8 | | Overige graasdieren | | | | | | | | waarvan schapen | 1.305 | 1.130 | 890 | 839 | 738 | -12 | | geiten | 179 | 353 | 633 | 647 | 636 | -1,6 | | Varkens, totaal | 13.118 | 12.255 | 11.950 | 10.826 | 10.491 | -3,1 | | waarvan fokzeugen | 1.129 | 984 | 871 | 754 | 735 | -2,5 | | biggen | 5.102 | 5.124 | 5.414 | 4.934 | 4.835 | -2 | | vleesvarkens | 6.505 | 5.904 | 5.446 | 4.933 | 4.811 | -2,5 | | Kippen, totaal | 104.015 | 101.248 | 101.863 | 93.004 | 89.231 | -4,1 | | waarvan leghennen | 32.573 | 35.310 | 31.999 | 33.155 | 31.556 | -4,8 | | vleeskuikens | 50.937 | 44.748 | 49.229 | 40.809 | 39.501 | -3,2 |
Minder varkens en kippen
Naast runderen laten ook andere diersoorten een daling zien. De varkensstapel kromp in 2024 met 3,1% tot 10,5 mln. dieren. In de periode 2019-2024 is de totale varkensstapel met ruim 15% gekrompen. Dit hangt nauw samen met de uitkoop via de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv), provinciale regelingen en de aanhoudende druk van stijgende voerkosten en tegenvallende marktprijzen. Binnen de varkensstapel nam vooral het aantal fokzeugen af. Met 735 duizend dieren lag dit in 2024 ruim 2,5% lager dan een jaar eerder. Daarmee wordt de structurele afbouw van de fokzeugenpopulatie voortgezet, zij het in een gematigder tempo dan in eerdere jaren. Voor de rol van beƫindigingsregelingen in de intensieve veehouderij (Lbv/Lbv-plus) en de sectorverdeling van aanvragen, zie paragraaf 2.2.1.1.
In de pluimveesector nam het totaal aantal kippen af tot 89,2 mln. stuks, een daling van 4,1% ten opzichte van 2023. Anders dan in voorgaande jaren komt deze afname zowel door een vermindering van het aantal vleeskuikens (-3,2%) als van het aantal leghennen (-4,8%). In 2024 werden nog 31,6 mln. leghennen gehouden, tegen 33,2 mln. in 2023. Daarmee wordt de neerwaartse trend in de pluimveestapel, die sinds 2019 zichtbaar is, verder doorgezet. Over de afgelopen vijf jaar is het totaal aantal kippen met ruim 12% afgenomen.
Flinke afname aantal schapen Het aantal schapen is in vergelijking met 2013 met 12% gedaald tot 738 duizend. Dit komt met name door het blauwtongvirus dat sinds september 2023 voorkomt, vooral bij schapen.
Aantal rechten opnieuw afgenomen
Parallel aan de ontwikkeling van de veestapel zette in 2024 ook de daling van het aantal productierechten door (tabel). Het aantal varkensrechten liep terug tot 7,6 mln., 4,0% minder dan in 2023 en ruim 12% lager dan in 2018. Deze afname concentreerde zich vooral in de zuidelijke en oostelijke regioās, waar het aantal rechten met respectievelijk 4,2% en 5,2% daalde. In de overige delen van Nederland bleef het aantal rechten daarentegen vrijwel stabiel, met een beperkte afname van 2,5%.
Het totaal aantal pluimveerechten daalde sterker dan in voorgaande jaren, van 66,8 naar 65,3 mln., een afname van 2,2%. Hiermee zet de afbouw die sinds 2018 gaande is zich voort. De fosfaatrechten voor melkvee kwamen eind 2024 uit op 83,6 mln. kilo, 0,8% lager dan een jaar eerder en 2,4% lager dan in 2018. Hiermee blijft de melkveesector net onder het fosfaatplafond van 84,9 mln. kilo, een belangrijke randvoorwaarde in het mestbeleid.
Tabel 2. Productierechten (1.000 stuks) in de veehouderij, 2018-2024 a |
| Varkensrechten, totaal | 8.697 | 8.683 | 8.586 | 8.048 | 7.987 | 7.937 | 7.616 | | waarvan Concentratiegebied Zuid | 4.900 | 4.889 | 4.806 | 4.315 | 4.200 | 4.126 | 3.954 | | Concentratiegebied Oost | 2.283 | 2.285 | 2.256 | 2.179 | 2.076 | 2.075 | 1.968 | | Overig | 1.513 | 1.509 | 1.524 | 1.553 | 1.586 | 1.737 | 1.694 | | Pluimveerechten | 67.162 | 67.162 | 67.161 | 67.161 | 67.041 | 66.786 | 65.342 | | Fosfaatrechten melkvee | 85.713 | 85.766 | 85.567 | 85.073 | 84.660 | 84.325 | 83.616 |
Handel in fosfaatrechten onder druk
De handel in fosfaatrechten ontwikkelde zich in 2024 opvallend. In totaal werd 6,2 mln. kilo aan rechten verhandeld, fors meer dan de 4,4 mln. in 2023. Deze toename kwam vooral doordat de verkoop meer dan verdubbelde tot 5,1 mln. kilo, terwijl de verhuur juist sterk terugliep tot 0,8 mln. kilo. De verschuiving van verhuur naar verkoop hangt nauw samen met de verhoging van het afromingspercentage van 10% in 2023 naar 30% in 2024, waardoor verhuur voor veel ondernemers minder aantrekkelijk werd. Tegelijkertijd zorgden de hoge mestafzetkosten en de afbouw van de derogatie ervoor dat meer bedrijven besloten rechten definitief van de hand te doen. Door de hogere afroming werd er 0,35 mln. kilo afgeroomd. Het volume dat resteerde na afroming kwam daarmee uit op 0,81 mln. kilo. De afgeroomde rechten worden toegevoegd aan de fosfaatbank, die eind 2024 circa 1,16 mln. kilo omvatte, goed voor ongeveer 1,4% van het totaal.
|