| Resultaat primaire sector - Land- en tuinbouw |
Bruto toegevoegde waarde 2% hoger
|
15-12-2025
|
Dit jaar is de bruto toegevoegde waarde met 2% gestegen tot ruim 16,3 mld. euro. Daarbij ging de productiviteit iets vooruit, terwijl de ruilvoet verslechterde: de gemiddelde prijs van de intermediaire kosten steeg, terwijl de gemiddelde opbrengstprijs van de totale agrarische productie met bijna 2% afnam.
|
Het resterend inkomen van de land- en tuinbouw is voor 2025 becijferd op zoān 5,4 mld. euro, zoān 5% lager dan in 2024. Het resterend inkomen wordt bepaald door de bruto toegevoegde waarde te verminderen met de afschrijvingen, de betaalde factorkosten (loon, rente, pacht) en het saldo van de niet-productgebonden subsidies en heffingen.
De afschrijvingen in de agrarische sector zijn in 2025 sterk gestegen, door zowel hogere prijzen (+4,5%) als een hoger volume (+1,5%).
Voor kalenderjaar 2025 is er ruim 550 mln. euro beschikbaar vanuit de EU voor de directe betalingen in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De onderverdeling van dit bedrag is aan Nederland en vastgelegd in het nationaal strategisch plan. De directe betalingen zijn in Nederland onderverdeeld in 339 mln. euro voor de basispremie, 55 mln. euro voor de herverdelingspremie, 152 mln. euro voor de eco-regeling en 5 mln. euro voor de top-up voor jonge boeren. Voor kalenderjaar 2024 was er nog 579 mln. euro beschikbaar voor de directe betalingen. De subsidies voor directe betalingen nemen dus met zoān 5% af.
De overige niet-productgebonden subsidies zijn nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2024. De niet-productgebonden heffingen komen in 2025 opnieuw hoger uit, vooral door inflatie en stijgende waterschapslasten.
De betaalde factorkosten zijn in 2025 toegenomen door hogere kosten voor zowel lonen, pacht en rente. Het volume betaalde arbeidskrachten in de agrarische sector is in 2025 gelijk gebleven, maar onder invloed van de gestegen uurlonen, als gevolg van de toegenomen werkgeverslasten en sociale premies, namen de totale loonkosten per eenheid met zoān 4% toe. Door een gelijk gebleven volume aan leningen in de land- en tuinbouw en een stijging van het rentepercentage (+3%), steeg het bedrag aan betaalde rente. Ook de ontvangen rente steeg in 2024.
Het totaal areaal pacht ā inclusief erfpacht en informele (āgrijze/zwarteā) pacht ā is tussen 2008 en 2024 met gemiddeld 0,6% per jaar afgenomen, tegen een daling van 0,4% per jaar voor het totale areaal cultuurgrond. Voor 2025 wordt uitgegaan van een afname van het pachtareaal met 0,6%, iets meer dan de afname van het totale areaal cultuurgrond. Voor alle pachtvormen samen is in 2025 uitgegaan van een stijging van de prijs met 7,3%. Dit is de gewogen verandering (op basis van het areaal) van de voorgestelde prijsstijging van de pacht met prijsregulering (+15,6%) en een stijging van de pachtprijs zonder prijsregulering (+2,8%) over de periode 2008 tot en met 2024.
|