Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Overige veehouderij
     
Overige veehouderij
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
  
   
Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Geitenhouderij

Inkomen stijgt op melkgeitenbedrijven door hogere melkprijs
12/16/2019

Het inkomen uit bedrijf op melkgeitenbedrijven zal in 2019 naar verwachting uitkomen op gemiddeld 102.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje), zo’n 25.000 euro hoger dan in 2018. Dit ligt 7.000 euro onder het gemiddelde van de voorgaande 5 jaren (2014-2108). Dit is het resultaat van een 7% hogere melkprijs die ruimschoots voldoende is om de hogere voerkosten en toename van diverse vaste en algemene kosten te compenseren.

Prijzen
De prijs van geitenmelk (waarvan circa 10% biologische melk) was tot 2016 hoog, vooral door de gunstige afzetmogelijkheden. De garantieprijs is daardoor vrij fors gestegen. Vanaf 2016 zette de daling van de melkprijs in. In eerste instantie nog beperkt maar in 2017 en 2018 daalde de prijs per 100 kg met circa 4 euro. De verwachting is dat in 2019 de melkprijs met 4 euro stijgt. Hiermee komt de melkprijsgemiddeld uit op ruim 70 euro per 100 kg. De gangbare prijs stijgt iets meer en die van de biologische melk zal met een paar euro dalen. De vraag naar geitenmelk is goed, maar de schaarste van de afgelopen jaren is verminderd door de toenemende productie in Nederland en omringende landen door de hoge melkprijzen. De biologische geitenhouders, verenigd in de Organic Goat Milk Coöperatie, hebben een tijdelijke stop ingesteld om vraag en aanbod met elkaar in evenwicht te brengen omdat de komende twee jaar een forse stijging wordt verwacht op de bestaande biologische bedrijven. In 2019 is het aantal geiten met 4,5% gestegen. Het aantal melkgeiten zelfs met 5,8%. In Frankrijk, dat een belangrijke producent van geitenmelk is omdat het ruim twee keer zoveel geiten heeft als Nederland, is het aantal biologische bedrijven in een jaar tijd met 13% gegroeid en het aantal geiten met 18%. Daarnaast zijn er in Frankrijk nog 9% in omschakeling. Verreweg het grootste deel van de geitenmelk in Nederland wordt verwerkt tot kaas. In het buitenland, met name in Duitsland, is er een toenemende interesse in Nederlandse geitenkaas. In Nederland daalt de zuivel en kaas consumptie al vele jaren. De geitenkaas was hierop tot voor kort een uitzondering op. In 2018 begon ook hiervan de consumptie licht te dalen. De Europese Commissie heeft aan Hollandse Geitenkaas in 2015 een Geografische Beschermde Aanduiding (BGA) toegekend. Naast geitenkaas, waar Duitsland veel belangstelling voor heeft, worden ook andere producten gemaakt. Verse producten vinden voornamelijk een binnenlandse bestemming; veel hoogwaardig melkpoeder gaat als kindervoeding naar Azië.

De prijs van krachtvoer begon in 2017 te stijgen en dit zette zich versterkt door in 2018. In 2019 is de prijsstijging vergelijkbaar met die van 2017. De prijsontwikkeling staat onder invloed van de wereldwijde markt van vraag en aanbod. De voerkosten nemen gemiddeld toe door prijsstijgingen van met name de geitenbrok (+4,2%), De voerkosten maken 43% uit van de totale kosten, dus een prijsverandering kan flink aantikken in het resultaat. Het aandeel krachtvoerkosten binnen het aangekochte voer was in 2018 75%.

Diversiteit
De diversiteit binnen de sector is groot. Er zijn bedrijven zonder grond die alle ruwvoer moeten aankopen. Ook zijn er geitenbedrijven die hun geiten voor langere tijd doormelken zonder ze te laten aflammeren (duurmelkers). Bij de bedrijven zonder grond kunnen de voerkosten oplopen tot 400 euro of meer per geit. Bij bedrijven met grond zijn de bijkomende voerkosten vaak lager dan 250 euro per geit. Daarentegen zijn er soms bedrijven die al het ruwvoer moeten aankopen maar toch gemiddelde voerkosten hebben. Ook zijn er bedrijven die veel grond hebben maar toch veel voerkosten hebben. Biologische bedrijven hebben met duurder voer te maken. De voerkosten zijn gemiddeld 50% hoger dan bij hun gangbare collega’s.

Er zijn relatief veel verwerkers van geitenmelk, zowel coöperatieve als particuliere, zodat er verschillen zijn in de te ontvangen voorschotmelkprijs. Die verschillen liepen tussen 2013 en 2018 op van 2% naar bijna 6%. Hierbij zijn de melkprijzen omgerekend naar standaard vet en eiwitgehalten bij levering van 8 ton melk. Ook zijn er binnen de sector relatief veel biologische bedrijven (circa 20%). Deze biologische bedrijven hebben bijna de helft minder geiten dan hun gangbare collega’s en halen een deel van hun inkomen uit verbredingsactiviteiten. Omdat de biologische melkproductie per geit lager is, is in melk omgerekend het aandeel biologisch circa 9%. De steekproefpopulatie omvat een evenredig deel biologische bedrijven. 

Duurzaamheid
De melkgeitensector beschikt over 2 instrumenten om een veilige en zo duurzaam mogelijke productie van geitenzuivel te verzekeren (KwaliGeit) dan wel te stimuleren (Duurzame GeitenzuivelKeten). Dit heeft geresulteerd in lagere sterfte onder de bokjes. Tussen 2016 en 2018 is het sterftepercentage gedaald van 7,7 naar 4%. Ook probeert men duurmelken te stimuleren omdat dit positieve effecten heeft op de diergezondheid omdat er minder lammeren antibiotica nodig hebben. Het streven is om minder dan 30% van de geiten jaarlijks te laten lammeren. De sector gaat ook het antibiotica gebruik verplicht registreren.

Resultaat
De hogere kosten voor voer, diverse vaste en algemene kosten worden ruimschoots gecompenseerd door de hogere melkprijs (+7%). Hierdoor stijgt het inkomen uit bedrijf naar gemiddeld 102.000 euro per onbetaalde aje. De gemiddelde bedrijfsomvang neemt steeds verder toe. In 2019 wordt verwacht dat het gemiddelde gespecialiseerde melkgeitenbedrijf in het Bedrijven Informatienet 1.031 melkgeiten telt. Dit is een stijging in zes jaar tijd van 30%.

Door schaalvergroting en de hogere melkprijs wordt er een stijging van de opbrengsten geraamd van 78.000 euro per bedrijf welke voor 85% wordt veroorzaakt door de hogere melkprijs. Daarnaast neemt de omzet en aanwas toe met 6.500 euro. De betaalde kosten en afschrijvingen lopen met gemiddeld 34.000 euro per bedrijf fors op. Dit wordt voor meer dan de helft veroorzaakt door hogere voerkosten. De kosten voor strooisel nemen daarentegen af met 8%. Deze hebben nog een relatief groot aandeel van 9% in de directe kosten. Door de schaalvergroting nemen ook de kosten van materiële activa toe waaronder gebouwen, werktuigen en installaties. Zij zijn verantwoordelijk voor 20% van de stijging van de kosten. 






Referenties


Inkomen uit bedrijf - Vleeskalverhouderij

Inkomensdaling op blankvleeskalverenbedrijven met contractproductie
12/16/2019

Het inkomen uit bedrijf op de vleeskalverenbedrijven (blankvleeskalveren op contract) daalt naar verwachting in 2019 met 6.000 euro naar 40.000 euro per onbetaalde aje. De kosten nemen sterker toe dan de opbrengsten. De ontvangen contractvergoeding per gemiddeld aanwezig vleeskalf neemt in 2019 3% toe ter compensatie van de daling van de waarde van de betaalrechten maar wordt (per kalf) niet in zijn geheel gecompenseerd. Daarnaast neemt de leegstand enkele weken toe. Dit komt doordat er meer aanbod dan vraag is; het grotere aanbod blijkt uit het toegenomen aantal slachtingen en importen. De sterke groei van de import slaat vanaf mei om in een lichte krimp of mindere groei maar is per saldo toegenomen. De overstap van bedrijfstoeslagen naar uniforme hectaretoeslagen in 2019 heeft grote gevolgen voor de ontvangen EU-gelden voor de vleeskalverenbedrijven. Door de schaalvergroting (+3%) wordt de achteruitgang van het inkomen iets getemperd.


Contractvergoeding
De ontwikkeling van de contractvergoedingen is sterk bepalend voor de opbrengsten per kalverplaats, omdat vooral de meeste blankvleeskalveren in integratieverband worden gehouden. Dit betekent dat er intensief wordt samengewerkt met de kalverhouder. De kalverhouder ontvangt voor zijn geleverde arbeid en middelen een vergoeding. De integratie verzorgt de aan- en afvoer van de kalveren en de aanvoer van het voer en aanverwante producten. Door middel van een intensieve begeleiding zorgen kalverhouder en kalverspecialist voor het steeds verder optimaliseren van de technische resultaten. De gemiddelde contractvergoeding (na verrekening met de lagere betaalrechten) per dierplaats daalt naar verwachting enkele euro’s per kalf in 2019. Door enkele weken extra leegstand komen daar nog een paar euro’s bij. Door de verdere schaalvergroting nemen de opbrengsten (na aftrek van de dalende bedrijfstoeslagen) op bedrijfsniveau zelfs nog iets toe. Er zijn wel grote verschillen tussen bedrijven, afhankelijk van de voorwaarden. Dit betreft zowel het niveau als de ontwikkeling tussen de jaren. Onderhandelingen over vergoedingen voor leegstand hebben hier een sterke invloed op. De contractvergoeding zal naar verwachting in 2019 gemiddeld 232 euro per kalverplaats exclusief btw en exclusief bedrijfstoeslag bedragen, maar de spreiding is groot. Op sommige bedrijven kan de vergoeding tientallen euro’s afwijken. De kalverenhouders hebben met integraties vaak contracten afgesloten voor meerdere ronden.

Resultaat
De gepresenteerde bedrijfsresultaten en inkomens van de gespecialiseerde vleeskalverenbedrijven gelden alleen voor bedrijven met blankvleeskalveren op contract. Het inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje op de vleeskalverenbedrijven neemt iets af tot 40.000 euro per onbetaalde aje in 2019. Er bestaan grote verschillen in inkomen uit bedrijf tussen bedrijven. Dat komt onder andere door verschillen in bedrijfsgrootte, vergoeding per dierplaats, betaalde kosten en arbeidsefficiëntie tussen bedrijven. 20% van de bedrijven behalen na verwachting een inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje van meer dan 66.000 euro. Terwijl een even grote groep een negatief inkomen behalen van minder dan -2.000 euro.


Referenties
BINternet: Verlies- en winstrekening van vleeskalverenbedrijven
Harold van der Meulen, Bert Smit en Jakob Jager (2017). Effecten nieuw GLB op inkomens, kosten en administratieve lasten : gevolgen van aanpassing directe betalingen en invoering vergroeningseisen. Wageningen Economic Research. Rapport 2017-080.



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page