Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Pluimveehouderij
     
Pluimveehouderij
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

 
  
   
Select an indicator
Contactpersoon
Peter van Horne
0317-484645
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Pluimveehouderij
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Aardappel
  • Van melk naar melk en zuivel
  • Granen
  • Groenten en fruit
  • Suiker
  • Eieren

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Structuur van de keten - Pluimveehouderij

De pluimveevleesketen
11/25/2020


De toegevoegde waarde van het pluimveecomplex in Nederland was 1,65 mld. euro in 2018; het meest recente jaar waarvoor de gegevens beschikbaar zijn. Het complex is het geheel van de primaire sector, verwerking, toelevering en distributie. Opgesplitst naar de deelsectoren is de bijdrage van het legpluimveecomplex 380 mln. euro en het vleespluimveecomplex 1.270 mln. euro. In 2019 werden op circa 1.900 pluimveebedrijven in totaal 102 mln. kippen gehouden. Het pluimveecomplex biedt werkgelegenheid aan 20.600 personen in 2018. Pluimveevlees wordt geproduceerd door meerdere soorten pluimvee op de primaire bedrijven. Veruit het belangrijkste zijn de vleeskuikens, op ruime afstand gevolgd door kalkoenen en eenden. Deze bijdrage beschrijft de keten rondom vleeskuikens.



Keten met veel schakels
De productieketen van pluimveevlees kent meerdere opeenvolgende schakels, die elk een gespecialiseerde taak voor hun rekening nemen. De keten is een samenspel van specialismen waarin fokkerij, vermeerderaar, broederij, pluimveehouder en slachter/verwerker samenwerken. De figuur geeft de hoofdlijnen van de keten. Bovenin staan de vermeerderingsbedrijven die broedeieren produceren. Op 180 bedrijven worden 4,7 mln. ouderdieren gehouden die 900 tot 950 mln. broedeieren produceren per jaar. In de kuikenbroederijen (14 bedrijven) worden de broedeieren uitgebroed tot eendagskuikens. Daarna worden de eendagskuikens afgeleverd bij de vleeskuikenhouders. Op 640 bedrijven worden jaarlijks 360 mln. eendagskuikens opgezet. De vleeskuikens worden gehouden tot een gewicht van 1,8 tot 2,8 kg (gemiddeld 2,4 kg) om vervolgens getransporteerd te worden naar een pluimveeslachterij. In Nederland produceren 16 slachterijen jaarlijks ruim 1 mln. ton kip (geslacht gewicht).

Export in alle schakels
In bijna elke schakel is export belangrijk. Voor de broederijen en exporteurs van broedeieren bedraagt de netto-export (export minus import) van broedeieren circa een derde van de totale productie. Hierbij is Rusland veruit de belangrijkste bestemming met een aandeel van meer dan 80%. De Nederlandse broederijen exporteren ook een deel van de eendagskuikens. Van het totaal aantal eendagskuikens gaan 360 mln. kuikens naar de Nederlandse vleeskuikenhouders en circa 150 mln. kuikens worden geëxporteerd. Hierbij is Duitsland veruit de belangrijkste bestemming.
Ook voor de slachterijen en uitsnijderijen is export belangrijk. Verse kipdelen (kipfilet) worden geëxporteerd naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, voor bevroren producten (poten en bouten) zijn landen in Afrika en Azië belangrijke bestemmingen.

Concepten met strengere normen in de supermarkt
Een belangrijke ontwikkeling in de pluimveevleessector is de opkomst van de zogenoemde concepten. Concepten is de verzamelnaam voor alle houderijsystemen waar vleeskuikens gehouden worden volgens strengere normen voor dierenwelzijn dan wettelijk vereist is. Zo wordt sinds 2007 naast reguliere en biologische kip, ook scharrelpluimveevlees geproduceerd en verkocht in Nederland. Dit vlees wordt geproduceerd volgens de regels van het Beter Leven keurmerk (1 ster): kuikens van een langzaam groeiend ras, met meer ruimte, daglicht en toegang tot een overdekte uitloop. De productie en consumptie van pluimveevlees dat is geproduceerd via een concept is de laatste jaren gestaag toegenomen, het aandeel in de supermarkt van de Beter Leven Kip was in 2018 circa 15% (aandeel van gewicht, in waarde is het aandeel 20%) (Logatcheva, 2019).

In 2015 zijn door de supermarkten nieuwe concepten geïntroduceerd. Het gaat om pluimveevlees van vleeskuikens die gehouden worden volgens specifieke regels met betrekking tot groeisnelheid, bezetting, daglicht en verrijking in de stal (zoals strobalen en graan bijstrooien). Elke supermarktketen heeft een eigen concept, waarvan de nieuwe standaardkip (NSK) van Jumbo en de Goed Nest Kip (GNK), verkocht als de nieuwe Albert Heijn kip, de bekendste zijn. Doordat alle grote supermarktketens de verkoop van de reguliere kip gestaakt hebben, was er in 2019 uitsluitend aanbod van pluimveevlees van langzaam groeiende vleeskuikens in de vorm van het eigen concept van de supermarkt, Beter Leven kip of biologische kip. Dit aanbod heeft betrekking op het vers-segment in de Nederlandse supermarkt. Buiten de supermarkt en ook in het diepvriessegment van de supermarkt is er nog aanbod van regulier kipvlees.

Door de veranderende vraag zijn veel vleeskuikenhouders overgegaan tot het houden van langzaam groeiende kip. Van de 360 mln. eendagskuikens opgezet op de Nederlandse vleeskuikenbedrijven (zie ketenfiguur) was in 2019 30% van een langzaam groeiend ras (Avined, 2020). De overige 70% van de kuikens is van een snel groeiend ras. Dit pluimveevlees is voor de foodservice (restaurants, catering, instellingen) en de export (vooral Duitsland en het Verenigd Koninkrijk). Verder terug in de keten gaan ook vermeerderaars ouderdieren houden van langzaam groeiende rassen. In 2019 was 11% van de ouderdieren van een langzaam groeiend ras (Avined, 2020). 

Veel integraal duurzame pluimveestallen
In de vleeskuikensector wordt volop geïnvesteerd. In de markt van scharrelkuikens (Beter Leven 1 ster) hebben bestaande landbouwbedrijven (bijvoorbeeld akkerbouw of melkveebedrijven) veelal als neventak een vleeskuikenstal gebouwd. In de statistieken zien we het aantal bedrijven met vleeskuikens dan ook toenemen (www.agrimatie.nl). Ook bestaande vleeskuikenbedrijven bouwen regelmatig een nieuwe stal of vervangen oudere stallen. Daarnaast zijn er vleeskuikenbedrijven die een overdekte uitloop aan de stal geplaatst hebben om zo te voldoen aan het Beter Leven keurmerk. Veel nieuwbouwstallen voldoen aan de maatlat duurzame veehouderij (MDV). Het voorgaande betekent dat het aantal integraal duurzame stallen de laatste jaren gestaag is toegenomen. In een integraal duurzame stal worden verschillende duurzaamheidskenmerken, zoals dierenwelzijn, milieu, diergezondheid en arbeidsomstandigheden, in onderlinge samenhang verbeterd ten opzichte van reguliere stallen. Volgens de monitoring integraal duurzame stallen (Van der Peet et al., 2020) was in 2019 meer dan de helft van de stallen in de pluimveehouderij integraal duurzaam. Van de integraal duurzame stallen voldoen de meeste aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij en Beter Leven keurmerk. Ook biologische stallen vallen onder de noemer integraal duurzame stal. Een kleiner deel van de stallen heeft gebruikgemaakt van de investeringsregeling Integraal Duurzame stal- en houderijsystemen (EZ subsidies RLS).

Antibiotica gebruik fors gedaald
De pluimveesector heeft enkele jaren geleden een Convenant antibioticaresistentie dierhouderij ondertekend om het gebruik van antibiotica te verminderen. Een afname van het gebruik van antibiotica moet zorgen voor vermindering van resistente bacteriën bij vleeskuikens en op pluimveevlees. Het gebruik van antibiotica wordt uitgedrukt in dierdagdoseringen per jaar (ddd/jaar). Tussen 2009 en 2019 is het gebruik van antibiotica met 70% afgenomen (Avined, 2020). Hiermee is de doelstelling van 70% reductie in 2020 gehaald. Sinds 2014 worden door een deel van de vleeskuikenhouders langzaam groeiende kuikens gehouden. Het antibioticagebruik bij deze dieren is zeer laag. In 2019 was het gebruik bij reguliere kuikens 13 ddd/jaar en bij langzaam groeiende kuikens 4 ddd/jaar. Omdat circa 35% van de kuikens van een langzaam groeiend ras was, is het gemiddelde voor Nederland circa 10 ddd/jaar. Alle Nederlandse supermarkten verkopen in het vers-segment uitsluitend pluimveevlees van langzaam groeiende kuikens. De reguliere kuikens worden gehouden voor de foodservice (restaurants en catering) en voor de export.

Import uit Oekraïne blijft toenemen
De pluimveevleessector wordt gekenmerkt door enerzijds een grote export en anderzijds een grote import van pluimveevlees. De export is vooral gericht op afzet van hoogwaardige kipfilet naar de omringende landen. Daarnaast is er een substantiële import van kuikenvlees (vooral bevroren kipfilet) uit Brazilië, Thailand en Oekraïne. Dit vlees vindt vooral zijn bestemming naar de foodservice en de verwerkende industrie. De EU is in overleg met een aantal landen om via bilaterale handelsakkoorden te komen tot meer vrijhandel. Er is een handelsakkoord afgesloten met Oekraïne, Canada en Japan en er is overleg gaande met onder Mercosur (een economisch samenwerkingsverband tussen Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay).

De Europese pluimveevleessector kan niet concurreren op kostprijs met lagekostenlanden zoals de Verenigde Staten, Brazilië en Oekraïne (Van Horne, 2018). De bedrijven in de landen buiten de EU hebben voordelen van goedkoop veevoer (lokaal aanbod van grondstoffen mais, tarwe en soja), schaalvoordelen (grote bedrijven) en goedkope arbeid. Daarnaast is er amper wet- en regelgeving voor dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid zoals de Europese bedrijven die kennen. Deze verschillen leiden tot concurrentievoordelen en zijn deels terug te voeren op maatschappelijke voorkeuren die zich vertalen in meer of minder strenge regelgeving. Vooral de toegenomen import uit Oekraïne geeft zorgen in de sector. Bijkomend probleem is dat Oekraïne de mogelijkheid heeft om vers pluimveevlees aan te bieden in bijvoorbeeld Polen, Duitsland en Nederland omdat de afstand relatief klein is. Dit is het grote verschil met de traditionele aanbieders Brazilië en Thailand, die alleen bevroren pluimveevlees kunnen aanbieden. 




Referenties


• Avined, 2020. Antibioticumgebruik pluimveesector in 2019. En de trends van afgelopen jaren. GD rapportage op basis van databases CRA en KIP. 5 februari 2020.
• Horne, P. van. 2017. Competitiveness of the EU poultry meat sector, base year 2017. International comparison of production costs. Wageningen Economic Research, report 2018-116. Wageningen. December 2018
• Peet, G. van der. Monitoring integraal duurzame stallen. Wageningen Livestock Research. Rapport 1183. Wageningen. Juli 2020.
• Logatcheva, K. Monitor duurzaam voedsel 2018. Wageningen Economic Research. Rapport 2019-090.


Structuur van de keten - Eieren

De eierketen in beeld
11/13/2020

De toegevoegde waarde van het pluimveecomplex in Nederland is 1,65 miljard euro (data 2018). Het complex is het geheel van de primaire sector, verwerking, toelevering en distributie. Opgesplitst naar de deelsectoren is de bijdrage van het legpluimveecomplex 380 miljoen euro en het vleespluimveecomplex 1.270 miljoen euro. In 2019 werden op circa 1.900 pluimveebedrijven in totaal 102 miljoen kippen gehouden. Het pluimveecomplex biedt werkgelegenheid aan 20.600 personen (data 2018). Deze bijdrage beschrijft de keten rondom eieren.



Keten met veel schakels
De productieketen van eieren kent meerdere opeenvolgende schakels, die elk een gespecialiseerde taak voor hun rekening nemen. De keten is een samenspel van specialismen waarin fokkerij, vermeerderaar, broederij, leghennenhouder en pakstation/eiproductenfabrikant samenwerken. Figuur 1 geeft de hoofdlijnen van de keten. Bovenin staan de bedrijven met ouderdieren die broedeieren produceren. In de kuikenbroederijen worden de broedeieren uitgebroed tot eendagskuikens. Via gespecialiseerde opfokbedrijven komen de opfokhennen bij de leghennenhouders. In 2018 waren er in Nederland 830 bedrijven met leghennen waar ruim 35 miljoen leghennen in totaal 10.200 miljoen consumptie-eieren produceerden. De eieren worden vervolgens geleverd aan eierpakstations en fabrikanten van eiproducten.

Export is heel belangrijk
In bijna elke schakel is export belangrijk. Broederijen exporteren broedeieren en eendagskuikens, met name naar de omringende landen. Ook een deel van de opfokhennen wordt verkocht in de buurlanden. Pakstations zijn een belangrijk verzamelpunt voor de handel in eieren. Bij de pakstations werden in 2018 ruim 10.000 miljoen eieren verzameld. Vanuit de pakstations is er export van consumptie-eieren (6.700 miljoen eieren) naar vooral Duitsland (80%), overige EU-landen (15%) en naar derde landen (5%). De import van consumptie-eieren (2.750 miljoen eieren) komt vooral uit Duitsland, België en Polen. De eiproductenfabrikanten importeren en exporteren eiproducten. Vloeibaar eiproduct wordt vooral verhandeld binnen de EU. Gedroogd eiproduct wordt verhandeld over langere afstanden; er is invoer uit de Verenigde Staten en Oekraïne en export naar onder andere Japan.

Merendeel hennen in scharrelsysteem
Sinds 2012 is de houderij van hennen in traditionele kooihuisvesting verboden. Al voor het ingaan van dit verbod hebben veel Nederlandse leghennenhouders de omslag gemaakt naar alternatieve houderijsystemen. In 2019 was de verdeling van het aantal hennen per houderijsysteem als volgt: 10% van de hennen in verrijkte kooi-/koloniehuisvesting, 61% scharrelhennen (binnen gehouden), 21% scharrelhennen met vrije uitloop en 8% biologische hennen (Avined, 2020). Het aandeel hennen in systemen met een buitenuitloop is de laatste jaren gestaag gestegen. Het aandeel hennen gehouden in kooihuisvesting (nu 10%) zal het komende jaar fors dalen. Op 1 januari 2021 is namelijk de houderij van hennen in verrijkte kooien (EU-regelgeving) niet meer toegestaan en is uitsluitend koloniehuisvesting (grote verrijkte kooi volgens Nederlandse regelgeving) nog toegestaan.

Beter Leven keurmerk in de Nederlandse supermarkt
Van de totale Nederlandse eierproductie wordt circa 1/3 afgezet binnen Nederland. Consumptie-eieren worden vooral verkocht via de supermarkten. Er zijn geen exacte cijfers bekend van de marktaandelen voor de verschillende soorten eieren. Geschat wordt dat scharreleieren een aandeel hebben van 70 tot 75%. De overige eieren betreffen vrije uitloop en biologische eieren. Kooi-eieren worden niet aangeboden in de supermarkt. Er is afzet in kleine aantallen via weekmarkten of verkoop op de boerderij. 
In 2018 en 2019 zijn veel supermarkten gestart met de verkoop van eieren met het Beter Leven keurmerk (BLk). Dit keurmerk geeft inzicht in de diervriendelijkheid van de productie: hoe meer sterren hoe hoger het niveau van dierenwelzijn. Nederlandse supermarkten vervangen de binnen gehouden scharreleieren door eieren met een BLk met 1 ster, de vrije-uitloopeieren hebben een BLk met 2 sterren.
Eind 2019 verkochten bijna alle supermarkten uitsluitend eieren met een BLk. De eieren met BLk 1 ster zijn dan geproduceerd in stallen met een overdekte uitloop; de eieren met BLk 2 sterren komen van bedrijven met een overdekte uitloop, met ook een vrije buitenuitloop met beschutting voor de hennen in de vorm van bomen, struiken of schuiltafels. Biologische eieren en eieren geproduceerd in de stalsystemen Rondeel en Kipster hebben een BLk met 3 sterren. Bij de internationale afzet spelen BLk sterren (nog) geen rol.

De Duitse markt stelt veel extra eisen
Meer dan de helft van de eieren geproduceerd in Nederland wordt geëxporteerd naar Duitsland. Het merendeel van deze eieren wordt verkocht in Duitse supermarkten. De Duitse markt stelt zeer hoge eisen waaraan de Nederlandse eieren moeten voldoen. Dit zijn eisen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid. Omdat de Duitse supermarkten alleen eieren verkopen met het KAT-keurmerk (‘Kontrollierte Alternative Tierhaltungsformen’) moeten Nederlandse leghennenhouders die leveren aan de Duitse markt voldoen aan de KAT-eisen. KAT heeft een lange lijst met specifieke bovenwettelijke eisen aan de houderij van leghennen. Zo zijn er extra eisen voor een overdekte uitloop, een maximale dierbezetting en daglicht in stallen. Ook is het behandelen van snavels niet toegestaan. De Duitse supermarkt stelt ook het gebruik van legvoer dat vrij is van genetisch gemodificeerde organismen (non-GMO-voer) als eis. Van meer recente datum is de wens van enkele Duitse supermarkten om de leghaantjes (de broeders van de leghennen) na uitkomst niet als eendagskuiken in de broederij te doden. De broederij moet dan de hennen en hanen scheiden tijdens het broedproces (en zo voorkomen dat er haantje geboren worden) of de haantjes opfokken voor de productie van vlees. Beide varianten geven fors hogere kosten voor de broederij, waardoor de kostprijs van eieren verhoogd wordt.

Concurrentie
De Europese eiersector kan niet concurreren op kostprijs met lagekostenlanden zoals de Verenigde Staten, Argentinië, India en Oekraïne (Van Horne, 2019). De bedrijven in deze landen buiten de EU hebben voordelen van goedkoop veevoer (lokaal aanbod van grondstoffen als mais, tarwe en soja), schaalvoordelen (grote bedrijven) en goedkope arbeid. Daarnaast is er amper wet- en regelgeving voor dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid zoals die voor Europese bedrijven gelden. Deze verschillen leiden tot concurrentievoordelen en zijn deels terug te voeren op maatschappelijke voorkeuren die zich vertalen in meer of minder strenge regelgeving. Vooral de toegenomen import uit Oekraïne geeft zorgen in de sector. Dat in Oekraïne leghennen nog gehouden worden in traditionele kooihuisvesting met een hoge bezetting (dus een kleine leefoppervlakte per hen) illustreert dat er zeker geen gelijk speelveld is. Oekraïne is een buurland van de EU met relatief korte afstanden tot de Europese markt. Daar komt bij dat in 2014 een handelsverdrag is afgesloten met de EU, waardoor Oekraïne eieren en eiproducten kan exporteren zonder importheffingen. Wel is er een maximum gesteld aan de invoer via zogenaamde contingenten. Het merendeel van de invoer uit Oekraïne is bestemd voor de verwerkende industrie. 




Referenties
- Avined, 2020. Verdeling houderijsystemen leghennen. Nieuwegein. www.avined.nl
- Horne, P. van, 2019. Competitiveness of the EU poultry meat sector, base year 2017. International comparison of production costs. Wageningen Economic Research, report 2019-008. Wageningen. February 2019.  



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page