Barometer: resultaten per maand - Vleesvarkenshouderij
|
Saldo vleesvarkensbedrijven verslechterde verder in het voorjaar van 2026
|
10-7-2026
|
Het maandsaldo van vleesvarkensbedrijven stond in het voorjaar van 2026 verder onder druk.
|
Na een negatief saldo van ongeveer 1.500 euro per bedrijf in januari liep het verlies op tot 16.200 euro in mei. Dit was het laagste niveau van het afgelopen anderhalf jaar. De cijfers zijn gebaseerd op een standaardbedrijf met gemiddeld 4.800 vleesvarkens.
Opbrengsten onder druk door stabiele varkensprijzen De opbrengsten verbeterden in het eerste kwartaal nog door hogere vleesvarkensprijzen. De prijs van vleesvarkens steeg van 1,30 euro per kg in januari 2026 tot 1,51 euro per kg in april 2026. In mei 2026 daalde de prijs naar 1,40 euro per kg. Hierdoor namen de opbrengsten af van 199.500 euro per maand in april naar 185.000 euro per maand in mei. De gebruikelijke seizoensmatige prijsstijging in het voorjaar bleef dit jaar grotendeels uit. De vleesafzet verliep moeizaam en de vraag vanuit de barbecue- en zomermarkt kwam trager op gang dan gebruikelijk. Daarnaast bleef de concurrentie op de Europese vleesmarkt groot.
Voerkosten namen verder toe De voerkosten stegen gedurende het voorjaar van 2026 verder. De prijs van vleesvarkensbrok nam toe van 27,75 euro per 100 kg in januari tot 28,90 euro per 100 kg in mei. Hierdoor liepen de voerkosten in dezelfde periode op van 97.900 euro tot ruim 101.800 euro per maand. De overige toegerekende kosten bleven relatief stabiel.
Lagere biggenkosten onvoldoende om verlies te beperken De aankoopkosten van biggen namen in mei 2026 af doordat de biggenprijs terugviel van ruim 64 euro per big in april naar 55 euro in mei. Deze prijsdaling volgde op een afnemende exportvraag, met name vanuit Spanje, en een ruimer aanbod aan biggen. De lagere oplegkosten konden de daling van de vleesvarkensopbrengsten en de hogere voerkosten niet compenseren.
Marges staan nog steeds onder druk
De vleesvarkensmarkt werd in het voorjaar van 2026 gekenmerkt door stabiele tot licht dalende varkensprijzen, een moeizame vleesafzet en toenemende Europese concurrentie. Hoewel het aanbod van slachtrijpe varkens in de loop van mei wat krapper werd, leidde dit nog niet tot een duidelijk prijsherstel. Het voortschrijdend jaarsaldo bleef daardoor onder druk staan en lag onder het langjarig gemiddelde.
|
Barometer: resultaten per maand - Zeugenhouderij
|
Saldo zeugenhouderij verbeterde in het voorjaar van 2026, maar viel terug in mei
|
10-7-2026
|
Na een negatief saldo aan het begin van 2026 verbeterde het saldo in de zeugenhouderij gedurende het voorjaar.
|
Het saldo steeg van -16.800 euro per bedrijf in januari naar 48.900 euro in april. In mei viel het saldo terug naar 25.400 euro per bedrijf. Ondanks dit herstel bleef het saldo duidelijk onder het niveau van dezelfde periode in 2025. De cijfers zijn gebaseerd op een standaardbedrijf met gemiddeld 870 zeugen.
Opbrengsten namen toe door verder herstel biggenmarkt
De verbetering van het saldo in het voorjaar van 2026 werd voornamelijk veroorzaakt door sterk stijgende biggenprijzen. De prijs steeg van 36,50 euro per big in januari tot 64,25 euro in april. Hierdoor namen de opbrengsten toe van 93.800 euro in januari tot bijna 162.000 euro per maand in april. In mei daalden de opbrengsten naar 138.700 euro door een terugval van de biggenprijs naar 55 euro per big. De afnemende vraag naar biggen, met name vanuit belangrijke exportmarkten, zette de biggenmarkt onder druk.
Kosten liepen verder op De voerkosten namen toe van 62.600 euro per maand in januari 2026 tot 65.600 euro per maand in mei 2026. Deze stijging hing samen met de hogere prijzen van zeugenvoer, babybiggenkorrel en startvoer. Ook de kosten voor vervangingsdieren namen gedurende het voorjaar toe. De overige toegerekende kosten daalden ten opzichte van januari, maar bleven vanaf maart relatief stabiel, rond 34.000 euro per maand.
Voortschreidend saldo bleef boven niveau van begin 2026 Het saldo daalde in mei 2026 door lagere opbrengsten en hogere voerkosten. Ondanks deze terugval lag het saldo duidelijk hoger dan aan het begin van het jaar. De zeugenhouderij profiteerde in het voorjaar van het herstel van de biggenmarkt. Vanaf mei nam de prijsdruk op de biggenmarkt weer toe. Het voortschrijdend jaarsaldo verbeterde ten opzichte van de wintermaanden, maar bleef nog onder de topniveaus van het voorjaar van 2025.
|