Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Visserij in cijfers
Kies een thema
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

 
  
  
   
   
   
Herpes en oesterboorder - Oestervisserij

Het oesterherpesvirus en de Japanse oesterboorder beïnvloeden rendement oestersector
9/11/2020
De Japanse oester, ook wel bekend als de Zeeuwse creuse, is de gangbare oester die in Nederland en daarbuiten gebruikt wordt voor kweekdoeleinden. Sinds 2001 fluctueerde de jaarlijkse aanvoer van Japanse oesters tussen de 18 en 35 miljoen, waarbij er in de meeste jaren tussen de 20 en 30 miljoen aangevoerd werden. Sinds 2010-2011 is de jaarlijkse aanvoer met ongeveer een derde verminderd, De belangrijkste oorzaken hiervan zijn de sterfte onder Japanse oesters door het oesterherpesvirus en de Japanse oesterboorder.

Oesterherpesvirus
Sinds een aantal jaren komt er in de Oosterschelde en Grevelingen de variant OsHV-1 µvar van het herpesvirus voor, een voor mensen ongevaarlijke variant, maar gevaarlijk voor oesters. Dit virus wordt actief zodra de watertemperatuur boven de 16°C uitkomt en kan leiden tot hoge sterfte onder oesterlarven en oesterbroed (zeer kleine, jonge oesters). Dit virus heeft in Frankrijk geleid tot een sterfte tussen de 20 en 100% (Dundon et al., 2011, Kamermans et al., 2013). In Nederland is nog geen structureel onderzoek gedaan naar de sterftepercentages. Op basis van signalen uit de sector variëren de sterftepercentages tussen de 10 en 95%, afhankelijk van dichtheden van de oesters op percelen, de aanwezigheid van het aantal pokken (oesterboorders lijken pokken boven oesters te prefereren) en of het perceel permanent onder water ligt of niet (pers. med. A. Cornelisse, 2020).

Japanse oesterboorder
Naast het oesterherpesvirus is er een tweede bedreiging: de Japanse oesterboorder. De Japanse oesterboorder is een kleine roofslak die op de zeebodem leeft. Hij voedt zich door een gaatje te boren in jonge oesters en daarna het oestervlees op te eten. Oesterboorders komen in groten getale voor op de kweekpercelen in de Oosterschelde. Net als bij het oesterherpesvirus zijn ook hiervan de sterftepercentages in Nederland niet onderzocht. Wereldwijd gezien varieert het sterftepercentage, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, tussen de 25 en 70% (Buhle en Ruesink 2009a, Fey, 2010).

Gecombineerde sterfte
De exacte sterftepercentages van jonge oesters door de Japanse oesterboorder en het oesterherpesvirus in Nederland zijn onbekend omdat hier geen structureel onderzoek naar gedaan wordt.

Impact op de sector
Japanse oesters zijn na drie tot vijf jaar geschikt voor consumptie. Door de relatief hoge sterfte onder de jonge oesters gedurende de periode 2014-2015 was er volgens kwekers op de kweekpercelen in 2016 een substantieel lagere voorraad verkoopbare oesters aanwezig dan in de jaren daarvoor. Ondanks de hogere sterfte was er wel nieuwe aanwas van oesters, maar deze aanwas lijkt onvoldoende te zijn om de hogere sterfte te kunnen compenseren (pers. med. A. Cornelisse, 2017). De lagere voorraad verkoopbare oesters en de gelijkblijvende kosten van productie zouden daarmee in theorie bij kunnen dragen aan een lagere rentabiliteit van het kweken van oesters. Het is niet bekend in hoeverre hiervan in de praktijk sprake is.

In Nederland worden er sinds 2001 jaarlijks tussen de 18 en 35 miljoen Japanse oesters aangevoerd. In 2010 betrof de aanvoer ruim 34 miljoen stuks. Sindsdien is door de gecombineerde impact van het herpesvirus en de Japanse oesterboorder de aanvoer vanuit de kweekpercelen gedaald tot circa 22,3 miljoen in 2018. De aanvoer zal gezien de onveranderde situatie op de kweekpercelen in 2019 naar verwachting verder gedaald of vergelijkbaar zijn; de mate waarin zal blijken zodra de definitieve cijfers over dat jaar beschikbaar zijn (Bronnen: Productschap Vis en CBS, 2020).

Om de gevolgen van de op de zeebodem levende Japanse oesterboorder het hoofd te bieden, hebben Zeeuwse oesterkwekers aan de overheid gevraagd om oesters ‘off-bottom’ te mogen kweken, biivoorbeeld op zogenaamde ‘oestertafels’: dit zijn stellages waarbij oesters boven de zeebodem in speciale manden gehangen worden en op die manier gecontroleerd gekweekt kunnen worden zonder dat oesterboorders de oesters kunnen bereiken. Off-bottomkweek is een veelgebruikte kweektechniek die wereldwijd wordt toegepast, alleen voorheen nog niet in Nederland. Het broedsel hiervoor komt uit speciale gecontroleerde hatcheries, waarvan er in Nederland één beschikbaar is. Gespecialiseerde hatcheries staan bijvoorbeeld in Bretagne. Het is een voor Nederland nieuwe techniek waarmee nog de nodige ervaring moet worden opgedaan, en waarvan de kostprijs hoger zal zijn. Voordeel van tafeloesters is wel dat ze jaarrond geoogst kunnen worden.

In maart 2020 is door de Nederlandse overheid aan de Nederlandse oestersector een totale oppervlakte van 50 ha in het vooruitzicht gesteld voor een dergelijke vorm van oesterkweek. Dit gebied zal de komende vier jaar stapsgewijs gevuld gaan worden met off-bottomkweek. De hoeveelheid grond die elke oesterkweker krijgt toegekend voor off-bottomkweek is naar rato van de door hen al gehuurde percelen in de Zeeuwse wateren (is dit bijvoorbeeld 5% dan wordt er van de beschikbare 50 ha 5% aan de betreffende kweker toegekend).









Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Arie Mol
070 3358226
 

Referenties
• Buhle, E.R. en J.L. Ruesink (2009a) Impacts of Invasive Oyster Drills on Olympia Oyster (Ostrea lurida Carpenter 1864) Recovery in Willapa Bay, Washington, United States. Journal of Shell-fish Research 28:87-96
• Dundon, W.G., I. Arzul, E. Omnes, M. Robert, C. Magnabosco, M. Zambon, en G. Arcangeli (2011). Detection of Type 1 Ostreid Herpes variant (OsHV-1 µvar) with no associated mortality in French-origin Pacific cupped oyster Crassostrea gigas farmed in Italy. Aquaculture, 314(1), 49-52.
• Fey, F.E., A.M. van Den Brink, J.W.M. Wijsman en O.G. Bos (2010) Risk assessment on the possible introduction of three predatory snails (Ocinebrellus inornatus, Urosalpinx ciner-ea, Rapana venosa) in the Dutch Wadden Sea. Wageningen IMARES, Rapport nummer: C032/10, 88 pagina&39;s.
• Kamermans, P., M. Poelman en M.Y. Engelsma (2013) Oesterherpesvirus: een overzicht. IMARES, Rapport nummer: Factsheet, 2 pagina&39;s
• NOV (2015) http://www.zeeuwseoesters.nl/de_oestersectorNL.html
Aanvullende gegevens zijn afkomstig uit interviews met kwekers A. Cornellisse en M. Boone.



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven