Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Mestbeleid LMM
Kies een thema
Algemeen

Bedrijfsvoering

Nutrienten

 
  
Graslandgebruik - Melkveehouderij

Weidegang daalt maar niet overal
8/21/2019

Melkveebedrijven in de Lössregio van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) weiden in 2017 de melkkoeien 42% van de beschikbare uren in de weideperiode (mei-oktober). Hun collega’s in de Klei- en Veenregio doen iets minder aan weidegang: het percentage weide-uren was daar 29% in 2017. In beide gevallen gaat het om aanzienlijk minder weide-uren dan 10 jaar geleden. Melkveebedrijven in de Zandregio weiden hun melkkoeien slechts 21% van de beschikbare tijd in de weideperiode. In twee grondsoortregio’s (Klei- en Lössregio) laat 2017 een stijging in de weidegang door melkkoeien zien. In de Veen- en Zandregio daalt het aantal weide-uren in 2017.


In de Zandregio wordt het grasland vaker gemaaid dan in de overige regio’s. Gemiddeld werd in 2017 het graslandareaal op melkveebedrijven in de Zandregio 3,37 maal gemaaid (het maaipercentage is dan 337%). Doordat in de Lössregio meer beweid wordt, blijft het maaipercentage achter bij de andere regio’s. Landelijk is het maaipercentage in de periode 2002-2017 wel gestegen van 220% naar ruim 300%.

Minder weide-uren door kortere beweidingsduur
Na de forse daling van het aantal weide-uren in de periode tussen 2006 en 2011 is de beweidingsduur daarna enige jaren gestabiliseerd. Maar in 2015 is het percentage weide-uren opnieuw gedaald. Niet alleen het aantal bedrijven dat melkkoeien weidt, maar ook het aantal dagen beweiding en uren beweiding per dag op de weidende bedrijven zijn nu lager dan enige jaren geleden. Sommige zuivelbedrijven stimuleren de weidegang door een premie te betalen op de melkprijs voor weidemelk.


Maaipercentage stijgt fors in de periode 2002-2017
Op melkveebedrijven is het maaipercentage in 2017 gemiddeld ruim 300%. In het begin van deze eeuw was dat nog iets meer dan 200%. Een stijging van het gemaaide areaal grasland van 100% betekent dat het areaal grasland eenmaal vaker is gemaaid in 2017 dan in 2002. De variaties in beweiding kunnen de groei in maaipercentage niet geheel verklaren. Wel leidt de toenemende aandacht voor de optimalisatie van eigen ruwvoederproductie en de ruwvoederkwaliteit tot vaker en korter maaien.


Structurele regionale verschillen in percentage weide-uren
Op melkveebedrijven in de Zandregio variëren de gemiddelde percentages weide-uren jaarlijks van 21 tot 40% en voor de Veenregio tussen de 29 en 55%. De regionale verschillen in de mate van beweiding zijn structureel voor de periode 2006-2017. In de Lössregio varieert het gemiddelde percentage weide-uren jaarlijks tussen 30 en 50%.

Trendmatig minder weide-uren en meer maaien 
Over de periode 2002-2017 is er een trendmatige daling van de weide-uren en een hoger maaipercentage. Wel zijn er jaarlijkse verschillen te zien. Zo was in 2017 het percentage weide-uren op melkveebedrijven in de Kleiregio iets hoger en ook het maaipercentage was hoger dan voorgaand jaar. Het maaipercentage nam in 2015 iets af door de groeivertraging in het voorjaar in combinatie met de koele en natte septembermaand. De Zandregio had het minste last van het kortere groeiseizoen en maaide slechts 7% minder in 2015. In de overige regio’s daalde dat jaar het maaipercentage 15 tot 18%. In 2017 herstelde het maaipercentage in alle regio’s zich doordat het weer gunstig was voor de grasgroei.






Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Ton van Leeuwen
+31 703358215
 


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven