Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Mestbeleid LMM
Kies een thema
Algemeen

Bedrijfsvoering

Nutrienten

 
  
Meetmelk - Melkveehouderij

Melkproductie per ha voedergewas in alle regio's lager
2/18/2021

Op melkveebedrijven in de Zandregio is de melkproductie in de periode 2001-2019 met 29% gestegen tot 18.040 kg per ha voedergewas, vooral dankzij de groeispurt sinds 2005. Dat is een gemiddelde stijging van 1,7% per jaar. Daarentegen is in de Veenregio de meetmelkproductie het laagst van alle regio’s en gemiddeld ruim 3.500 kg per ha voedergewas lager dan in de Zandregio.



De spreiding in kg meetmelk per ha voedergewas tussen bedrijven neemt de laatste jaren toe. Dit is het gevolg van enerzijds een verdere verhoging van de melkproductie per ha op veel bedrijven en anderzijds een gelijkblijvende of lage melkproductie per ha op een aantal bedrijven. Melkveehouders hanteren verschillende strategieën resulterend in een stijgende, dalende of gelijkblijvende melkproductie per ha voedergewas.
 
 
Het niveau van de melkproductie per koe is met bijna 9.600 kg het hoogst op melkveebedrijven in de Zandregio en het laagst in de Veenregio met bijna 8.500 kg meetmelk/koe in 2019. Over een langere periode gezien (2001-2019) is de jaarlijkse groei van de melkproductie per koe in de Zandregio ook het hoogst (+1,3% per jaar), tegenover 0,7% extra meetmelk per koe per jaar in de Veenregio. De gemiddelde meetmelkproductie per koe op melkveebedrijven in het LMM is in 2019 iets lager dan in 2018.

Melkproductie per ha voedergewas daalt met 4%
De meetmelkproductie per ha voedergewas (meetmelk is een voor vet- en eiwitpercentage gestandaardiseerde hoeveelheid melk) is in de periode 2001-2019 gestegen, maar niet in een rechte lijn. In 2004-2005 vertoonde de melkproductie per ha een dip in de meeste regio’s. Daarna steeg de melkproductie per ha voedergewas weer tot 2010, gevolgd door een periode van stagnatie. Vanaf 2013 is de melkproductie per ha voedergewas jaar op jaar verder gestegen in alle regio’s, met uitzondering van de Lössregio in 2015. In de Zandregio is de melkproductie per ha voedergewas vanaf 2006 het snelst gestegen, van ruim 14.000 kg meetmelk per ha in 2006 naar ruim 18.000 kg meetmelk per ha in 2019 (+29%). In de Kleiregio en de Lössregio was de toename van melkproductie per ha gemiddeld circa 30% in de periode 2006-2019. En in de Veenregio was de toename bijna15%. De toename is het gevolg van een hogere melkproductie per koe en vooral van intensivering, resulterend in meer melkkoeien per ha voedergewas. In alle regio’s (behalve de Lössregio) steeg de melkproductie per koe in 2017 meer dan de melkproductie per ha voedergewas. De Fosfaatreductieregeling resulteerde in dat jaar in een lager gemiddeld aantal melkkoeien waardoor de veebezetting daalde. De melkproductiestijging per ha voedergewas bleef daardoor achter bij de melkproductiestijging per koe. In 2018 nam zowel het aantal melkkoeien per ha voedergewas evenals de melkproductie per koe toe. 2019 is een afwijkend jaar in de reeks omdat de melkproductie per ha voedergewas in alle regio’s afnam met gemiddeld 4%. Een verklaring hiervoor is een beperkte stijging van het aantal melkkoeien per bedrijf en een 5% uitbreiding van het areaal cultuurgrond per bedrijf.
 
De gemiddelde meetmelkproductie per koe op melkveebedrijven in de Veen- en Kleiregio is met respectievelijk 12% en 13% gestegen in de periode 2001-2019. Melkveebedrijven in de Zandregio behaalden de hoogste productiestijging per koe van gemiddeld 23% in dezelfde periode. Deze productiestijging werd grotendeels al gerealiseerd in de periode 2001-2010. De gemiddelde melkproductie per koe steeg in 2019 in de Kleiregio maar daalde in de andere regio’s.


Voeding beïnvloedt de melkproductie per koe  
In de Klei- en Zandregio daalde de meetmelkproductie per koe in de jaren 2011 en 2012 om vervolgens in 2013 weer wat te stijgen. De tijdelijke daling van de meetmelkproductie per koe in 2011 en 2012 kan diverse oorzaken hebben. Een mogelijke oorzaak is dat ondernemers door de dreigende overschrijding van het melkquotum minder krachtvoer hebben gevoerd met als gevolg een lagere melkproductie per koe. Ook het weer kan van invloed zijn geweest op de kwaliteit van het ruwvoer waardoor minder melk en lagere vet- en eiwitgehalten zijn gerealiseerd. Melkveebedrijven in het LMM in de Zand-, Veen en Lössregio behaalden in 2019 gemiddeld een productieniveau dat 100-200 kg meetmelk per koe lager lag dan het jaar ervoor. In de Kleiregio is de melkproductiestijging per koe gering met circa 35 kg per jaar.

De variatie (10-90-procentwaarden) in meetmelkproductie per koe tussen bedrijven in de periode 2001-2019 is niet wezenlijk veranderd. Het verschil in de gemiddelde meetmelkproductie tussen een hoog- en laagproductieve veestapel bedraagt ongeveer 3.000 kg meetmelk per koe. 




Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Ton van Leeuwen
+31 703358215
 


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven