Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Keten in beeld
     
Keten in beeld
Kies een indicator
Beschouwing - varkenshouderij

Strategische ontwikkelingen in de varkenssector in historisch perspectief
4-10-2016

De varkenshouderij anno 2016 is niet te vergelijken met die in bijvoorbeeld 1984, toen landbouwminister Braks na een sterke groei van het aantal dieren voor het eerst ingreep in de omvang van de sector. Er zijn sindsdien grote verbeteringen bereikt op het gebied van duurzaamheid; ook de wijze waarop strategische veranderingen in gang zijn en worden gezet is veranderd.

De varkensproductie in Nederland staat onder sterke invloed van duurzaamheidsissues, zoals aandacht voor het dier (gezondheid, welzijn); de mens (voedselveiligheid, geur, zoönosen, antibioticumresistentie, verstening, geluid, inpasbaarheid in het platteland); het milieu (mest, ammoniak, fijn stof, ontbossing, waterverbruik) en de economie (internationale concurrentie, aanbodgedreven productie, toegevoegde waarde en zich onderscheiden).

In het navolgende wordt eerst een analyse gegeven van de ontwikkelingen - verschuivingen - in de tijd. Vervolgens wordt een beknopt overzicht gegeven van een aantal strategische commissies, verklaringen en convenanten, andere initiatieven en enkele stimuleringsinstrumenten die in de varkenssector in de afgelopen jaren hebben gespeeld en deels nog spelen. 

Analyse van de ontwikkelingen in de varkenshouderij
In de afgelopen decennia is er een duidelijke verschuiving gekomen in de varkenshouderij in de problemen, de actoren, de aanpak van problemen, en de verantwoordelijken voor de aanpak.
In de jaren tachtig waren Europese en nationale wetgeving leidend en werden vooral optredende milieuproblemen (mest, geur, later ammoniak) aangepakt. Later werden gaandeweg thema’s als dierenwelzijn van belang en zaken die meer direct de burger en consument betreffen, zoals antibioticaresistentie, geur, fijnstof, ziektekiemen, leefbaarheid van het platteland. Ook thema’s die verder weg spelen, zoals mogelijke ontbossing in Zuid-Amerika, werden geadresseerd en opgepakt.

Thema’s
In de jaren tachtig draaide het vooral om de aanpak van overbemesting en ammoniakemissie, op basis van Europese regelgeving. Aangezien de mestproblematiek eind jaren negentig nog niet was opgelost, kwam er rond de eeuwwisseling onder minister Van Aartsen een krimp van de sector. Nog steeds wordt de omvang van de varkenssector gereguleerd via een productierechtenstelsel.

Het thema fijnstof kwam pas veel later op, en hoewel dit voor de pluimveesector via wetgeving wordt gereguleerd, lift de aanpak van de fijnstofproblematiek in de varkenshouderij mee op de brede toepassing van luchtwassers voor de reductie van ammoniakemissie. Daarentegen werd het energiegebruik via convenanten geregeld, in combinatie met het stimuleren van energiebesparing via het geven van subsidies en fiscale prikkels voor energiebesparende maatregelen. De mestproblematiek is na 30 jaar nog niet opgelost, maar is wezenlijk voor het toekomstperspectief van de varkenssector. Een deel van de mest wordt verwerkt en geëxporteerd, maar dit moet nog duidelijk uitgebouwd worden.

Na de uitbraak van klassieke varkenspest in 1997 werd de sectorstructuur vereenvoudigd, door het aantal aan- en afvoeradressen voor dieren te beperken. Hiermee is de kans op overdracht van ziektekiemen tussen bedrijven door dierstromen duidelijk verminderd. Ondanks de hoge dierdichtheid en grote aantallen diertransporten is de ziekte sindsdien niet meer in Nederland opgedoken.

Hoewel het Varkensbesluit al in 1994 een feit was, was de aandacht voor dierenwelzijn nog vrij beperkt. In 2013 werd de Europese verplichting tot het houden van dragende zeugen in groepshuisvesting van kracht. Het thema dierenwelzijn in de varkenshouderij kwam in een stroomversnelling toen de Dierenbescherming in 2010 het Beter Leven-programma initieerde. De basis voor de welzijnseisen is Europese wetgeving, aangevuld met nationale aanvullingen (onder andere meer ruimte voor dieren, zeugen eerder na inseminatie in de groep brengen). Initiatieven vanuit de sector rond castratie (Verklaring van Noordwijk, 2007), staarten couperen (Verklaring van Dalfsen, 2013) en biggensterfte (Stuurgroep Bigvitaliteit, 2009), mede onder druk vanuit de maatschappij, hebben geleid tot bewustwording en acties. Sinds het Beter Leven-programma van de Dierenbescherming, het Verbond van Den Bosch (2011) en het convenant 'Varken van morgen' (2013) wordt welzijn verder vooral vanuit de marktvraagkant ingevuld en is de rol van de overheid beperkt tot toezicht op wettelijke maatregelen en het financieel stimuleren van onderzoek en van investeringen in dierwelzijnsmaatregelen die verder gaan dan de wettelijke minimumeisen.

Antibioticaresistentie is een ander issue dat aandacht vroeg. Met het Convenant Antibioticaresistentie Dierhouderij (2008) begon een zoektocht voor varkenshouders om hun verbruik te verlagen.

Schaalgrootte, maatschappelijke inpassing, licence to produce zijn uitingen van maatschappelijke onrust, die in het begin van de eeuw begonnen te spelen, maar zeker na de Commissie Alders (2009) om implementatie vroegen. De Brabantse Zorgvuldigheidsscore (2014) en het programma 'Varken van morgen' (2013) spelen hierop in. De laatste jaren is er ook een toenemend zelfbewustzijn bij de varkenssector waar te nemen. Er is een groeiende actieve en positieve communicatie via onder andere sociale media, ook als antwoord op de negatieve houding vanuit sommige ngo’s.

Waar er voorheen een themabenadering was, is er steeds meer nadruk gekomen op een integraal duurzame productie, met hulp van Good Agricultural Practices, eigen verantwoordelijkheid van de sector en financiële stimuleringsinstrumenten van de overheid (fiscale regelingen en garantstelling op basis van de Maatlat duurzame veehouderij) en een toezichthoudende rol voor de overheid op wet- en regelgeving.

Rol van stakeholders en regie
Er is een verschuiving zichtbaar in de rol van de overheid en andere stakeholders. De rol van de overheid verschoof van normstellend (wetgeving) naar kaderstellend (wetgeving blijft relevant voor de basisvoorwaarden), visievormend (zie de diverse commissies) en voorwaardenscheppend. Deze verandering van aanpak (van zorgen voor naar zorgen dat) bood ruimte aan ketenactoren om eigen verantwoordelijkheid te nemen (diverse convenanten) en te zoeken naar optimale invulling van de beleidsdoelstellingen. Ngo’s speelden hierbij in toenemende mate een rol. Een voorbeeld hiervan is het Varken van morgen-programma, dat door ketenactoren en ngo’s is geïnitieerd en wordt gedragen. Ook de verschuiving van overheidscontrole naar toezicht op controle op basis van goed geborgde private kwaliteitssystemen is een voorbeeld van de terugtrekkende overheid.

Het toepassen van Integrale Ketenbeheersing (IKB) in de varkenssector en Good Agricultural Practices in bijvoorbeeld de veevoerproductie, is een voorbeeld van het nemen van eigen verantwoordelijkheid door commerciële partijen.

De varkenssector kenmerkt zich door gewoontehandel in de productieketen: varkenshouders hebben vaak dezelfde toeleveranciers en afnemers, maar het aantal formele samenwerkings¬verbanden is nog beperkt. Door de toenemende schaalgrootte en de ontwikkelde marktconcepten neemt dat wel toe. De regie hiervoor ligt bij de vleesindustrie. Waar de Dierenbescherming regie heeft over het Beter Leven-kenmerk, heeft de productieketen de regie met het Varken van Morgen-programma naar zich toegetrokken. Ook met het Vitaliseringsplan (2016) trekt de varkenshouderij duidelijk de regie naar zich toe.

Ngo’s op gebied van dierenwelzijn en milieu hebben gaandeweg een grotere rol gespeeld in de duurzaamheidsdiscussies en normstelling. Hierbij kwam bij hen meer begrip voor de lastige economische positie en onderhandelingspositie van de boer in de keten, en de internationale concurrentie. Waar eerst het motto ‘de vervuiler betaalt’ leidend was, richten ngo’s intussen hun pijlen meer op de verwerkers en retailers, om hen te dwingen hogere duurzaamheids- en welzijnseisen te stellen en daarvoor te betalen.

Van issue naar integraal en van smal naar breed
Al in de jaren negentig werden diverse kleinschalige marktconcepten ontwikkeld, die op een of enkele thema’s onderscheidend zijn (regionaal, diervriendelijk, zonder antibiotica, smaak), vaak aanbodgedreven.

Biologisch stond vanaf 2000 een aantal jaren in de schijnwerpers, ook met ondersteuning door de overheid. Daarbij ontstond ook afzet via supermarktorganisaties, wat voorheen vooral via slagers, natuurvoedingswinkels en dergelijke gebeurde. Supermarktorganisaties gingen contracten afsluiten met primaire producenten en verwerkers voor de toelevering. Het marktaandeel van biologisch bleef echter achter bij de verwachtingen (bij varkens minder dan 1% van de productie) en zo ontstond ruimte voor de brede tussensegmenten (Convenant Tussensegmenten, 2009). Deze waren gericht op een brede laag in de maatschappij, en bereikten daarmee een groter netto duurzaamheidseffect. Biologisch werd daarbij gezien als de kraamkamer van duurzaamheidsinnovaties, als voorbeeld voor de gangbare sector.
De varkensproductie in Nederland is voor een belangrijk deel echter nog steeds kostprijs- en aanbodgedreven. Ook binnen de ontwikkelde grootschalige marktconcepten (zoals Beter Leven/Varken van morgen, Keten Duurzaam Varkensvlees) is de prijsvorming gekoppeld aan de reguliere markt, waarbij ondernemers een vergoeding krijgen voor de meerkosten. De volgende uitdaging is om te komen tot door de consument gedreven, vraaggestuurde productontwikkeling, waarbij de prijs niet leidend is, maar de waarde voor de consument.

Schaal en aantal ondernemers
De ontwikkeling van het aantal varkensbedrijven vertoont al meerdere decennia een dalende lijn, met een halvering in aantal bedrijven per 10 jaar. Het aantal varkens in Nederland blijft min of meer gelijk, ook ingegeven door de productierechtensystematiek, en schaalvergroting is een constante factor. Waar uitbreiding niet altijd mogelijk is op locatie, onder andere door locatiebeperkingen of door afnemend schaalvoordeel, hebben steeds meer ondernemers meerdere productielocaties. Dit betekent ook dat ondernemers met personeel werken en bovendien dat de rol van gezinsarbeid en eigen kapitaal kleiner wordt. Dat heeft consequenties voor de financierbaarheid en verkoopbaarheid van bedrijven en voor risico’s.

Uitdagingen
De varkenssector heeft een aantal uitdagingen voor de boeg. De aandachtspunten van de Commissie Rosenthal: marktgericht produceren, ontwikkelruimte voor bestaande bedrijven en kostenverlaging in onder meer de mestafzet, zijn agendapunten voor de toekomst. De duurzaamheidsdoelstellingen, zoals verwoord in het Recept Duurzaam Varkensvlees, vragen blijvende aandacht van de sector, evenals maatschappelijke acceptatie. Ook het werken aan een goede diergezondheidsstatus is van belang vanwege de exportafhankelijkheid van de Nederlandse sector.


Commissies
Hieronder volgt een beknopt overzicht van commisies die sinds 2000 in de varkenssector hebben gespeeld en deels nog spelen. Het overzicht is niet compleet, omdat een selectie is gemaakt van relevante verklaringen en commissies; per initiatief is een heel beknopte uitleg gegeven van de na te streven doelen en thema’s.

Commissie Wijffels (2001)
De Commissie Wijffels is ingesteld door Minister Brinkman. Aanleiding was de toenemende maatschappelijke onrust over de veehouderij, ingegeven door de uitbraak van varkenspest in 1997 en de voortdurende mestoverschottenproblematiek. De commissie stelde vast dat de Nederlandse veehouderij zich bevindt “in een sterk en snel veranderende context. Het gaat erom een nieuwe, perspectiefvolle positionering te vinden in relatie tot maatschappij en markt en in relatie tot de fysieke en sociale omgeving (platteland).”
Thema’s: welzijn, milieu, gezondheid, maatschappelijke acceptatie, concurrentie.

Maatlat Duurzame Veehouderij (2006)
Om de bouw van duurzame stallen te stimuleren is in 2006 door de overheid de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) geïntroduceerd, waarbij de uitvoering en inrichting van een nieuw te bouwen stal kon worden getoetst aan bovenwettelijke criteria op verschillende duurzaamheidsthema’s. Als een stal voldoet aan de MDV-norm, krijgt de varkenshouder toegang tot de fiscale faciliteiten MIA en Vamil. In eerste instantie lag de focus op ammoniak en dierenwelzijn. In de loop der jaren is het aantal duurzaamheidsthema’s verder uitgebreid.
Thema’s: Ammoniak, dierenwelzijn, diergezondheid, energie, fijn stof, omgeving en brandveiligheid.

Innovatieagenda Nederlandse Varkensvleesketen (2007)
De varkensvleesketen heeft gezamenlijk een agenda opgesteld met drie pijlers: duurzame inpassing, efficiëntie, geborgde ketens en consument gerichte productinnovatie.
De ambitie is om een duurzame Europese marktleider te zijn in vers varkensvlees.
Thema’s: welzijn, mest, landelijke inpassing, diergezondheid, ketenefficiëntie, productinnovatie.

Verklaring van Noordwijk (2007)
In deze verklaring hebben de Nederlandse supermarkten, vleesindustrie en boerenorganisatie LTO, met steun van de overheid en de Dierenbescherming de afspraak gemaakt dat supermarkten per 2009 alleen nog vers varkensvlees verkopen van biggen die verdoofd gecastreerd zijn. Aansluitend hebben andere partijen uit retail, industrie en foodservice deze positie kenbaar gemaakt. Het is het streven van de sector om voor 2015 op een verantwoorde wijze te stoppen met castreren van biggen. Anno 2016 wordt naar schatting 60% van de beerbiggen niet meer gecastreerd.
Thema: dierenwelzijn.

Convenant schone en zuinige agrosectoren (2008)
In dit convenant zijn tussen de Nederlandse overheid en de agrosectoren voor energiegebruik en -besparing, hernieuwbare energie, windenergie en emissie van broeikasgassen, doelstellingen vastgelegd met de bijbehorende plannen van aanpak.
Thema: broeikasgassen.

Convenant Antibioticaresistentie dierhouderij (2008)
De door de overheid in 2008 ingestelde Taskforce Antibioticaresistentie dierhouderij had als doel een convenant op te stellen, om te komen tot een reductie van antibioticaresistentie en een verantwoord gebruik van antibiotica in de dierhouderij. Het convenant werd voor de varkenssector ondertekend door de boerenorganisaties LTO en NVV, door COV (vleesindustrie), KNMVD (dierenartsen) en Nevedi (veevoerindustrie). Met het convenant wordt ernaar gestreefd om op vrijwillige wijze het verbruik van antibiotica in de veehouderij te verminderen en daarmee de kans op resistentievorming te verkleinen.
Door het antibioticumverbruik op bedrijven inzichtelijk te maken en onderling te vergelijken tussen varkensbedrijven en tussen dierenartsen werd de bewustwording gestimuleerd. Het antibioticumverbruik in de varkenssector is tussen 2009 en 2015 gedaald met 56%.
Thema: antibioticaresistentie (humane gezondheid).

Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten (Tussensegmenten) (2009)
Dit convenant is een uitvloeisel van de opeenvolgende Convenanten Marktontwikkeling Biologische Landbouw, waarbij biologische landbouw werd gezien als een ‘kraamkamer van duurzaamheid’. Waar biologisch voor een klein aantal producenten en consumenten een substantiële stap zet in duurzaamheid (milieu en dierenwelzijn), is het Convenant Tussensegmenten er gekomen om een groter aantal producenten en consumenten mee te krijgen in de verduurzaming. Aanname was dat de nettowinst in duurzaamheid hiermee groter zou worden.
Thema: milieu en dierenwelzijn.

Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij (2009)
Overheid, bedrijfsleven en ngo’s hebben in 2009 de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij (UDV) ondertekend. Doel van Minister Verburg was een integraal duurzame veehouderij in 2023. De UDV heeft 15 ambities geformuleerd: concrete lange termijn doelen voor een integraal duurzame veehouderij, die kwantitatief te maken zijn.
De Uitvoeringsagenda duurzame veehouderij is mede ingegeven door het Convenant schone en zuinige agrosectoren (2008), het Convenant Antibioticaresistentie dierhouderij (2008) en het Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten (2009) plus de Verklaring van Noordwijk (2007).
Thema’s: welzijn en gezondheid van dieren, maatschappelijke inpassing, milieu, rendement, consumentengedrag.

Stuurgroep Bigvitaliteit (2009)
Een stuurgroep vanuit de varkenssector heeft de maatschappelijke zorg over de uitval (sterfte) van biggen opgepakt en een plan van aanpak opgesteld ter vermindering van de sterfte. Streven is om de biggensterfte in een periode van 10 jaar met 15 tot 20% te verlagen. In 2016 bleek de uitval toch duidelijk hoger te liggen, waarbij de uitval in 2015 fors hoger lag dan in 2014. De stuurgroep heeft medio 2016 een vervolgaanpak met aanvullende maatregelen voor de komende jaren uitgewerkt en gepresenteerd.
Thema: dierenwelzijn.

Beter Leven (2010)
In 2010 heeft de Dierenbescherming het programma Beter Leven uitgerold. Hierbij zijn drie niveaus onderscheiden van bovenwettelijke eisen aan de houderij, met 1 tot 3 sterren. Het programma is door een aantal supermarktorganisaties omarmd, die hun assortiment geheel of gedeeltelijk onder dit keurmerk verkopen. Het Beter Leven-programma vormde qua dierenwelzijn de basis voor het programma Varken van morgen (zie verderop).
Thema: dierenwelzijn.

European Declaration on alternatives to surgical castration of pigs (2010)
De Europese declaratie is opgesteld door vertegenwoordigers uit de Europese varkenssector, retail en door ngo’s en wordt ondersteund door de Europese Commissie.
Streven is om per 2012 te stoppen met onverdoofde castratie en per 2018 volledig te stoppen met castratie. Deze declaratie sluit aan bij de Nederlandse Verklaring van Noordwijk. Volledig stoppen met castratie in 2018 lijkt vooralsnog niet volledig haalbaar; de vleesindustrie geeft aan dat de markt onvoldoende vlees accepteert van niet-gecastreerde varkens, vanwege het risico op de zogenaamde berengeur die vrijkomt bij het verhitten van het vlees.
Thema: welzijn.

Commissie Alders (2011)
De commissie Alders, ingesteld door de Nederlandse overheid, heeft een maatschappelijke dialoog tot stand gebracht over de schaalgrootte en toekomst van de veehouderij in Nederland. De dialoog heeft inzichtelijk gemaakt dat er bij alle betrokkenen in de primaire sector, de keten, de maatschappelijke organisaties en de kennisinstellingen grote bereidheid bestaat om samen met de overheid de schouders te zetten onder het formuleren van een visie op de toekomst van de veehouderij, dilemma’s te bespreken en van een antwoord te voorzien, doelen te formuleren en te voorzien van een tijdpad.
Thema’s: megastallen, maatschappelijk draagvlak.

Commissie Van Doorn (2011)
De commissie van Doorn was eind 2010 ingesteld door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Aanleiding: burgerinitiatieven tegen megastallen en afnemende maatschappelijke waardering voor veehouderij.
De commissie Van Doorn concludeert dat intensieve veehouderij binnen de Nederlandse context verbonden zal moeten worden met duurzaam: zorgvuldig intensief, met lokaal draagvlak. Volgens Van Doorn is hiervoor een doorbraak nodig om te komen tot een gezonde, veilige en gewaardeerde veehouderij in 2020.
De commissie wilde vooral een kader en richting bieden aan lopende initiatieven, om zodoende de transitie naar integrale duurzame productie te versnellen. Het advies van de commissie Van Doorn is omarmd door de Rijksoverheid.
Als uitvloeisel van de bevindingen van Van Doorn is op 1 september 2011 het Verbond van Den Bosch gesloten, waarbij belangrijke spelers in de varkensvleesketen hebben ondertekend, van supermarkten, vleesverwerkers en boerenorganisaties tot mengvoederleveranciers en NGO.
Thema’s: milieu, dierenwelzijn, antibioticaresistentie, trekkende rol voor retail.

Verklaring van Dalfsen (2013)
De Verklaring van Dalfsen richt zich op het zoeken naar mogelijkheden om te stoppen met het couperen van staarten bij varkens. De Verklaring is ondertekend door diverse organisaties vanuit de varkenssector en door de overheid. Voorjaar 2016 blijkt dat er nog geen kant-en-klare oplossingen zijn voor staartbijten bij varkens.
Thema: dierenwelzijn.

Recept Duurzaam Varkensvlees (2013)
Het Recept Duurzaam Varkensvlees is een visiedocument van de varkensvleesketen. Beoogde doelen zijn dat de varkenssector wereldwijd toonaangevend is in duurzaamheid; dat ze als voedselproducenten een substantiële bijdrage leveren aan de welvaart in Nederland, op een manier die maatschappelijk wordt gewaardeerd. Bovendien wordt er beter samengewerkt binnen de keten, volgens renderende verdienmodellen waarbinnen de marge eerlijk wordt verdeeld. Het Recept bouwt voort op het werk van de Commissie Van Doorn, en werkt dit uit voor de varkenssector.
Thema’s: duurzaamheid, gezondheid en maatschappelijke waardering.

Uitvoeringsagenda 2020 Brabantse Agrofood (2013)
De Uitvoeringsagenda 2020 Brabantse Agrofood is een ambitieuze Uitvoeringsagenda van het advies van de Commissie Van Doorn voor de provincie Noord-Brabant. Het geeft een Visie en Strategie op het provinciale agrofood-cluster. Het benoemt de bijdrage hiervan vanuit zes pijlers: Heldere Kaders, Gezondheid, Overlast aanpakken, Innovatie, Circulaire Economie, Verbinden en aanjagen. De uitvoeringsagenda richt zich op de hele Agrofoodsector, niet alleen de veehouderij.
Thema’s: gezondheid, milieu, welzijn, landelijke inpassing, toegevoegde waarde, rendement.

Varken van morgen (2013)
Ketenpartners hebben met elkaar afgesproken om in Nederlandse supermarkten per 2015 uitsluitend vers varkensvlees te verkopen dat voldoet aan aanvullende eisen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en antibioticumverbruik. Volgens CBL voldoet voorjaar 2016 94% van het verse varkensvlees in Nederlandse supermarkten aan deze eisen.
Thema’s: welzijn, milieu, antibioticaresistentie.

Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (2014)
De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) is een instrument van de provincie Noord-Brabant om objectief en kwantitatief te beoordelen in hoeverre primaire ondernemers extra stappen zetten op duurzaamheidsgebied voor drie thema’s: volksgezondheid, dierenwelzijn en –gezondheid, en leefomgeving. Met de BZV kan een ondernemer uitbreidingsruimte verdienen.
Thema’s: volksgezondheid, dierenwelzijn en –gezondheid, leefomgeving.

Producentenorganisatie Varkenshouderij (2014)
In 2014 is de Producentenorganisatie Varkenshouderij opgericht, om taken van het voormalig Productschap Vee en Vlees over te nemen en om de varkenssector gezamenlijk te vertegenwoordigen namens LTO en NVV. POV werkt aan de uitwerking van het Recept Duurzaam Varkensvlees en de Vitalisering varkenshouderij (Commissie Rosenthal).

Regiegroep Vitalisering varkenshouderij (Commissie Rosenthal) (2016)
De Regiegroep Vitalisering varkenshouderij onder leiding van Uri Rosenthal, met EZ, Producentenorganisatie Varkenshouderij en Rabobank, heeft met de varkenssector gewerkt aan het Actieplan Vitalisering varkenshouderij. Dit actieplan wordt vanaf september 2016 uitgewerkt.
Het Actieplan heeft drie actielijnen:
1. Omslag naar markgericht produceren, door nieuwe producten en ketens te ontwikkelen en bestaande ketens te veranderen.
2. Revitalisering en innovatie, door enerzijds saneren van oude stallen en locaties en anderzijds het borgen van voldoende ontwikkelruimte en innovatiekracht bij de blijvers in de sector.
3. Kostenreductie, door onder meer mestverwerking en –verwaarding.
Per september 2016 is de regiegroep opgehouden te bestaan, en is voortgezet als de Coalitie Vitalisering Varkenshouderij, met vooralsnog dezelfde leden.
Thema’s: marktoriëntatie, klantwensen, ketensamenwerking, maatschappelijk imago, rendement.

Commissie Nijpels (2016)
De door de staatssecretaris ingestelde Commissie gaat zich buigen over de versnelling van de verduurzaming van de Veehouderij, het verbeteren van de economische perspectieven en versterking van het maatschappelijk draagvlak. De commissie richt zich op de veehouderij in de breedte, en is een vervolg op de Commissie Van Doorn. Bij het schrijven van dit artikel waren er nog geen resultaten bekend van de Commissie.
Thema’s: verduurzaming, economische perspectieven, maatschappelijk draagvlak.


Kies een sector
Contactpersoon
Robert Hoste
0317-484654
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Backus, G.B.C. en J.W. van der Schans, 2000. Varkenshouders in dialoog met de samenleving. Actieplan Verklaring van Wageningen. Wageningen UR.
  • Beter Leven, 2010. https://beterleven.dierenbescherming.nl/
  • Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij, 2014.
  • Commissie Alders (2011). Van mega naar beter; Rapportage van de maatschappelijke dialoog over schaalgrootte en toekomst van de veehouderij. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.22 september 2011.
  • Commissie Nijpels, 2016.
  • Commissie Van Doorn, 2011. Al het vlees duurzaam; De doorbraak naar een gezonde, veilige en gewaardeerde veehouderij in 2020.
  • Commissie Wijffels, 2001. Toekomst voor de veehouderij; agenda voor een herontwerp van de sector.
  • Convenant Antibioticaresistentie dierhouderij, 2008.
  • Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten, 2009.
  • Convenant schone en zuinige agrosectoren, 2008.
  • European Declaration on alternatives to surgical castration of pigs, 2010.
  • Innovatiegroep Varkensvleesketen, 2007. Innovatieagenda Nederlandse varkenshouderij en varkensvleesketen; Naar een duurzame Europese marktleider in vers varkensvlees. Ambities, uitdagingen en vernieuwingsagenda.
  • Maatlat Duurzame Veehouderij, 2006. http://www.maatlatduurzameveehouderij.nl.
  • Provincie Noord-Brabant, 2016. Actualisatie Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood 2020.
  • Recept voor duurzaam varkensvlees; Visie van de samenwerkende varkensvleesketen. November 2013.
  • Regiegroep Vitalisering varkenshouderij, 2016. Actieplan vitalisering varkenshouderij.
  • Stuurgroep Bigvitaliteit, 2009. www.vitalevarkens.nl
  • Uitvoeringsagenda 2020 Brabantse Agrofood, 2013. http://www.agrofoodbrabant.nl/
  • Uitvoeringsagenda Duurzame veehouderij, 2009. Samen werken aan een toonaangevende en duurzame veehouderij.
  • Varken van morgen, 2013. CBL. Nieuwe criteria duurzamer varkensvlees.
  • Verklaring van Dalfsen, 2013. 10 juni 2013.
  • Verklaring van Noordwijk, 2007. 29 november 2007.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven