Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Keten in beeld
     
Keten in beeld
Kies een indicator
Structuur van de keten - Groenten en fruit

De keten van groenten en fruit
8-12-2025

Glasgroenten
De glasgroentesector in Nederland bestaat voornamelijk uit de teelt van tomaat, paprika, komkommer en aubergine. Daarnaast valt ook aardbei (onder glas en plastic tunnel) en opkweekmateriaal van groenten onder glas eronder.

De Nederlandse glasgroenteteelt staat bekend om zijn hoge efficiƫntie en innovatieve teeltmethoden, waaronder de toepassing van kassen, substraatteelt en teelttechnieken (onder andere aardwarmte en ledbelichting). Deze technieken zorgen voor hoge opbrengsten per ha, wat bijdraagt aan de positie van Nederland als een van de grootste groente-exporteurs in Europa.

Internationale zaadbedrijven zoals Bayer, Syngenta, RijkZwaan, Sakata en Enza bevinden zich aan het begin van de glasgroenteketen. Deze bedrijven leveren zaden aan opkweekbedrijven. De zaden worden door hen opgekweekt tot jonge planten en vervolgens afgeleverd aan de gespecialiseerde glasgroentekwekerijen.
Hoewel een klein deel van de glasgroentebedrijven nog steeds zaad gebruikt (bijvoorbeeld voor radijs), werken de meeste bedrijven met vanuit zaad opgekweekte planten in perspotten of substraatblokken. Van het areaal wordt 10-15% in de grond geteeld, voornamelijk voor sla en bladgewassen. Het merendeel van de glasgroenteteelt vindt tegenwoordig plaats op substraat.

In 2024 waren er circa 1.076 bedrijven met glasgroente (CBS Statline). Het gemiddelde glasgroentebedrijf beslaat 5 ha. Na een gestage groei in de afgelopen jaren is de gemiddelde oppervlakte in 2024 nagenoeg gelijk gebleven aan die van 2023. Er zijn aanzienlijke variaties in bedrijfsomvang, variƫrend van enkele hectares tot meer dan 100.

In 2023 vertegenwoordigden de tien grootste glasgroentebedrijven ongeveer 25% van het totale areaal. Recent heeft een fusie plaatsgevonden tussen twee grote tomatenteeltbedrijven, waardoor hun gecombineerde areaal nu richting de 500 ha gaat, met meerdere vestigingen in binnen- en buitenland (4 landen, 7 locaties). In 2022 gaf dit bedrijf aan te streven naar een uitbreiding naar 1.000 ha door de bouw van nieuwe opstanden en het aangaan van samenwerkingen, zowel nationaal als internationaal.
Het aandeel biologische bedrijven met glasgroente (teelt in de volle grond) is beperkt en bedraagt in 2024 ongeveer 1,5% van het totaal biologisch landbouwoppervlakte. Het aandeel biologische glasgroenteteelt daalt gestaag de laatste jaren. In 2023 was de oppervlakte nog 233 ha: dat is 1,7% van de totale biologische landbouwoppervlakte. In 2024 was dit gedaald naar 201 ha (LVVN, z.d.).

In 2024 produceerde Nederland ongeveer 1.804 mln. kilogram aan groenten onder glas per jaar op 1.076 bedrijven (CBS, 2025h). De totale productie van glasgroentegewassen neemt daarmee voor het eerst sinds 2020 weer toe, na een daling naar bijna 1.700 mln. kilogram in 2023. In de periode 2000-2023 kwam dit grotendeels door energiebesparende maatregelen (minder stoken, minder belichten) en aanpassingen van de teeltperiode (veelal eerder stoppen met de teelt gevolgd door een latere plantdatum van de nieuwe teelt).

De meeste glasgroentetelers zijn verenigd in producentenorganisaties (PO’s), die de afzet van glasgroente verzorgen. Deze PO’s spelen een belangrijke rol in de coƶrdinatie van de verkoop, marketing en distributie van de producten. Ze helpen telers bij het vinden van afnemers en bieden ondersteuning bij kwaliteitscontroles en certificeringen. FVO, het samenwerkingsverband van de voornaamste telersverenigingen, vertegenwoordigd door de huidige leden Harvest House, Oxin Growers, Growers United, The Greenery, en Royal ZON, besloeg per eind 2021 bijna 3.100 ha van de afgerond 3.900 ha (oftewel 80%) vruchtgroente in Nederland (Groentennieuws, 2022). Afgezet tegen de 4.800 ha in 2023, lijkt het marktaandeel te zijn afgenomen tot ongeveer 65?%.

De producentenorganisaties verkopen de producten doorgaans aan de groothandel, die de producten exporteren of aan de Nederlandse detailhandel verkopen. PO’s leveren de producten ook steeds vaker rechtstreeks aan supermarkten in binnen- en buitenland. De afzet van glasgroenten aan groothandel en supermarkten vindt grotendeels via bemiddeling plaats. Een deel van de afzet is via seizoenscontracten, waarin vooral afspraken worden gemaakt over de duur van de samenwerking, de productspecificaties en de leveringsplicht en niet op voorhand over de prijs en volumes.

In Nederland zijn er verschillende keurmerken voor glasgroenteteelt die duurzaamheid en voedselveiligheid waarborgen. Deze keurmerken betreffen milieuvriendelijkheid, voedselveiligheid en goede arbeidsomstandigheden. In 2024 worden de meeste glasgroenteproducten nog steeds verhandeld volgens wettelijke eisen over product en productiewijze. Naast gangbare producten zijn er biologische en ā€˜On the way to PlanetProof’-gecertificeerde producten, die extra duurzaamheidseisen stellen. Biologische producten worden zonder kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen geteeld, en ongeveer 7% van de glasgroentebedrijven is nu biologisch gecertificeerd. ā€˜On the way to PlanetProof’ richt zich op geĆÆntegreerde teelt, met minimale milieubelasting. Het areaal van deze duurzamere teeltmethode is de laatste jaren verder gegroeid en bedraagt in 2023 inmiddels 4.677 ha (73% van het Nederlandse areaal) (PlanetProof, 2024).

Vollegrondsgroente
De tuinbouwmatige vollegrondsgroenteteelt in Nederland betreft de productie in de open grond van groenten die bestemd zijn voor de versmarkt en snijderijen. Het aantal bedrijven dat in 2024 op tuinbouwmatige wijze een of meer vollegrondsgroenten teelt is 3.029. Vanaf 2016 tot aan 2024 ligt dit aantal tussen 2.800 en 3.000 en blijft het redelijk stabiel. In diezelfde periode schommelt het totale areaal rond de 26.000 ha. Het gemiddelde areaal is relatief stabiel gebleven en ligt rond de 9 ha per bedrijf. Indien rekening wordt gehouden met dubbelteelten (twee teelten na elkaar op ƩƩn perceel binnen ƩƩn jaar, om de grond maximaal te benutten, bijvoorbeeld bloemkool in het voorjaar, gevolgd door een bladgewas in de zomer of herfst), dan ligt het totale areaal iets hoger. Van dit areaal wordt 48% geteeld op 824 gespecialiseerde bedrijven (Agrimatie, 2025a). Op de gespecialiseerde bedrijven bedraagt de gemiddelde oppervlakte circa 25 ha.

De gewassen met het grootste areaal in de periode 2017-2024 zijn asperges, aardbei, spruitkool, sluitkool, bloemkool en prei. Het areaal asperges en aardbei is in deze periode afgenomen, maar het blijven nog grote gewassen. Voor aardbei vindt er een verschuiving naar productie onder glas plaats (Bakker, 2023). De groei zit in broccoli en de categorie overige gewassen, met name in komkommerachtigen (zoals courgette en pompoen), door een toenemende vraag (AGF, 2023).

Het totale areaal biologische vollegrondsgroente bedroeg in 2024 bijna 1.419 ha (ongeveer 6,7 % van het totale areaal). Dit is een daling van 13% ten opzichte van 2023 (Staat van Biologische, z.d.)
Het totale productievolume van de tuinbouwmatige vollegrondsgroenten bedraagt in 2024 zo’n 767,7 mln. kilogram en steeg ten opzichte van 2023. Bloemkool, spruitkool en witlof droegen flink bij aan deze groei (CBS, 2025h).

Een belangrijk deel van de telers is aangesloten bij telersverenigingen, zoals Oxin Growers (glas- en vollegrondsgroenten, en fruit), WestFresh (bloemkool), Everest (ijsbergsla, prei, spitskool) en Tolpoort Vegetables (gespecialiseerd in witlof, roodlof, bloemkool en broccoli). Een groot gedeelte van de groenten wordt via deze telersverenigingen of handelsbedrijven afgezet.

Fruit
De fruitteelt in Nederland bestaat uit hard fruit (appels en peren, ook wel aangeduid als pitvruchten) en zacht fruit (bessen, bramen, frambozen en overige houtige kleinfruitsoorten). Daarnaast kent de sector ook steen- en pitvruchten zoals kersen en pruimen.

In 2024 telde het CBS 2.950 bedrijven met fruitteelt. Er waren 919 bedrijven met appels en 1.160 met peren. Door de jaren heen is het aantal bedrijven met appels en peren gedaald. Het aantal bedrijven met overig fruit laat een toename zien.

Het totale areaal in 2024 bedroeg 18.571 ha, waarvan 5.245 ha appels, 10.038 ha peren en 3.288 ha overig fruit. De gemiddelde bedrijfsomvang van een bedrijf met fruit lag de laatste jaren rond de 7,5 ha. In 2024 is er een scherpe daling naar gemiddeld 6,3 ha. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door een verdere daling van het Nederlandse appelareaal met een gemiddeld kleinere bedrijfsoppervlakte en anderzijds door een flinke toename van fruitbedrijven die andere producten telen dan appel of peer op gemiddeld kleinere oppervlakten.

Het totaal areaal biologisch geteeld fruit bedraagt in 2024 729 ha. Het biologische appelareaal bedraagt 267 ha, terwijl het areaal biologische peren met 280 ha het grootst is (CBS, 2025e). De productie bestaat grotendeels uit vrije fruitrassen. Een deel bestaat uit clubrassen, waarbij supermarktketens de vraag bepalen. Er komen steeds meer clubrassen op de markt die vaak zijn gekoppeld aan afzetorganisaties die weer aan supermarkten leveren.

Het assortiment fruit wordt op diverse wijzen en via verschillende kanalen verhandeld. Afzetorganisatie FruitMasters fungeert als het grootse afzetkanaal voor telers. FruitMasters gaat niet alleen over de verkoop, maar biedt kwekers ook aanvullende diensten zoals het sorteren en bewaren van fruit. Vogelaar-Vredehof is waarschijnlijk het grootste handelsbedrijf in hardfruit in Nederland met bijna 125 mln. euro omzet in 2023. De omzet wordt vrijwel geheel in Nederland gehaald.

Het overgrote deel van het door handelsbedrijven wereldwijde gecollecteerde fruit wordt afgezet voor de export en naar de Nederlandse detailhandel. Gedurende het Nederlandse bewaarseizoen worden er appels geoogst op het Zuidelijk Halfrond die vervolgens worden geĆÆmporteerd. Veelal betreft dit rassen die niet in Nederland geteeld kunnen worden.

Export en import groente en fruit
In 2024 is zowel de Nederlandse import als export van verse groenten en fruit iets groter geweest dan de beide voorgaande jaren, maar minder groot dan in 2021 toen er records geboekt werden, zowel voor de import als de export. In 2024 is er in totaal 7,34 mln. ton verse groenten en fruit ingevoerd en 9,63 mln. ton uitgevoerd. Naar waarde gezien was 2024 wel een recordjaar. Er werd namelijk voor iets meer dan 11 mld. euro aan verse groenten en fruit ingevoerd en de waarde van de export kwam uit op 15,6 mld. euro (Groenten Fruit Huis, 2024).

Een groot deel van de export van Nederland bestaat uit re-export. Om hoeveel dat gaat is niet precies te achterhalen. Uit cijfers over de import in Duitsland kan opgemaakt worden dat van de Nederlandse export naar Duitsland zeker de helft uit re-export bestaat. Van de belangrijkste 15 producten die Nederland in 2024 exporteerde waren er 9 pure re-exportproducten en maar twee producten die vrijwel uitsluitend in Nederland geteeld waren.

Van de import van alle verse groenten en fruit in de EU-landen had Nederland in 2024 een aandeel van 16%. De laatste jaren is dat aandeel elk jaar met circa 0,1% gestegen. In 2024 was 80% van de export van verse groenten en fruit gericht op EU-landen. Verder ging ruim 10% naar andere Europese landen, voornamelijk het Verenigd Koninkrijk. De export naar verder weg gelegen afzetmarkten maakte minder dan 10% uit van het totaal.

De fruitexport is in 2024 gestegen met bijna 10% tot 8,6 mld. euro (WUR, 2025). Een klein deel hiervan, 16%, komt uit Nederland. De importwaarde nam ruim 3% toe. Dit waren vooral andere producten dan de import van appels en peren; deze neemt door de jaren heen steeds verder af. De omvang van de fruitimport is in 2024 iets lager dan de exportwaarde, namelijk 7,9 mld. euro. Het overgrote deel van de exportwaarde gaat naar Duitsland. Met 3 mld. euro en een groei van 9% stijgt dit ver uit boven de tweede exportbestemming van Nederland van fruit, Belgiƫ. De groei van de waarde van de fruitexport kwam door een prijsstijging, het exportvolume bleef ongeveer gelijk. Een groot deel van het Nederlands geteelde hard fruit wordt onbewerkt geƫxporteerd.

Afzetkanalen voor groente en fruit in Nederland
In Nederland worden groente en fruit via diverse kanalen verkocht. Supermarkten vormen het grootste afzetkanaal, met hoge volumes en samenwerking met distributieorganisaties. Daarnaast zijn er speciaalzaken, markten en online platforms zoals Crisp en HelloFresh die inspelen op nichemarkten en de vraag naar lokaal en vers voedsel.

De foodservice, waaronder horeca en catering, vraagt om producten van constante kwaliteit. Ook wordt een deel van de productie verwerkt tot soepen, conserven of diepvriesmaaltijden. Tot slot wint directe verkoop via boerderijwinkels en korte ketens aan populariteit, dankzij de focus op transparantie en versheid.

Verduurzaming
De Nederlandse groente- en fruitsector werkt op diverse fronten aan verduurzaming. Telers investeren in milieuvriendelijke teeltmethoden zoals geïntegreerde gewasbescherming, precisielandbouw en het verbeteren van bodemgezondheid. In de glastuinbouw worden water en energie efficiënter gebruikt door technologieën als druppelirrigatie, hergebruik van water en aardwarmte.

Ook wordt gewerkt aan het terugdringen van verpakkingen en voedselverspilling. Producten die buiten de esthetische norm vallen, vinden vaker hun weg naar voedselboxen of verwerking. Daarnaast zijn er steeds meer initiatieven gericht op herbruikbare of recyclebare verpakkingen.

Certificeringen zoals On the way to PlanetProof, biologisch (SKAL) en Fairtrade stimuleren duurzamere productie en transparantie in de keten. Daarbij groeit de aandacht voor sociale duurzaamheid, waaronder eerlijke arbeidsomstandigheden.

Stijgende energie- en loonkosten
Stijgende energie- en loonkosten vormen structurele bedreigingen voor de continuĆÆteit van bedrijven, zeker in de groente- en fruitsector. Waar energie jarenlang een relatief beheersbare kostenfactor was, is dit sinds de energiecrisis van 2021 fundamenteel veranderd. Glastuinbouwbedrijven zijn sterk afhankelijk van gas en elektriciteit voor verwarming en belichting. De invoering van de CO2-heffing, afbouw van belastingvoordelen voor warmtekrachtkoppeling (WKK), en het nieuwe Europese emissiehandelssysteem (ETS-2 vanaf 2027) zorgen voor een forse kostenstijging. Voor een gemiddeld bedrijf kan dit jaarlijks oplopen tot meer dan 200.000 euro extra energielasten (AgroEnergy, 2025).

Hoewel veel ondernemers investeren in ledverlichting, energieschermen en geothermie, blijkt de overstap naar duurzame alternatieven vaak kostbaar en complex. Netcapaciteitsproblemen belemmeren bovendien de elektrificatie van bedrijven. De energietransitie is daarmee urgent, maar voor veel bedrijven ook risicovol en financieel belastend.

Tegelijkertijd stijgen de arbeidskosten gestaag. Tussen 2014 en 2024 namen de gemiddelde loonkosten met ruim 25% toe (De Fijter, 2025). In 2025 en 2026 zijn nieuwe cao-verhogingen afgesproken. Vooral in arbeidsintensieve teelten zoals tomaat, paprika en zacht fruit drukken deze kosten zwaar op de marges. Wat de situatie verder bemoeilijkt, is dat de arbeidsproductiviteit stagneert. Ondanks automatiseringsinspanningen zijn de benodigde arbeidsuren per ha nauwelijks afgenomen. Robotisering biedt perspectief, maar vereist forse investeringen en is niet overal toepasbaar.

Deze dubbele druk tast het verdienmodel van de sector aan. Waar bedrijven jarenlang konden investeren in innovatie en duurzaamheid, raken de financiƫle marges nu uitgehold. Sommige ondernemers stellen investeringen uit of stoppen helemaal. Tegelijkertijd vraagt de overheid juist om versnelling van de verduurzaming en energietransitie.


Kies een sector

Meer informatie over dimensies
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Deze tekst is afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw, Visserij, Voedsel en Natuur 2025. (Jellema et al., 2025); Rapport 2025-123.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven