Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Handelsbeleid
     
Handelsbeleid
Kies een indicator
Andere onderhandelingen - Agrarische sector

Andere onderhandelingen van de EU over handelsliberalisatie
18-12-2017

EU-overeenkomst met Canada geratificeerd
Nadat de Europese Commissie al in 2014 een principeakkoord had gesloten met Canada over de liberalisering van de handel in goederen en diensten, kostte het ratificeringsproces in de lidstaten nog enige tijd. De meest kritieke hobbel was de goedkeuring door de regionale parlementen in België (met name Wallonië), die eind oktober 2016 werd gegeven.1 Met uitzondering van enkele onderdelen (waaronder de afspraken over investeringsbescherming) treedt het CETA (Comprehensive Economic and Trade Agreement) per 21 september 2017 in werking (Bridges, 13 juli 2017). 

Het akkoord leidt ertoe dat 92% van de EU’s landbouwproducten zonder invoertarieven de Canadese markt op kan. Er zijn ook uitzonderingen, onder andere voor een aantal producten die voor de Nederlandse sector van groot belang zijn. Zo is de Europese kaasexport naar Canada gebonden aan een importquotum,2 terwijl de EU de invoer van Canadees rundvlees en varkensvlees ook beperkt door invoerquota. De rund- en varkensvleessector in de EU/NL vreest sterke concurrentie van de Canadezen als de invoertarieven naar beneden zouden gaan. CETA maakt voor geen van beide partijen extra markttoegang mogelijk voor pluimveevlees, en Canada zal het EU entry-price systeem van groente en fruit respecteren (DG Trade website, CETA explained).

Onderhandelingen gaande met Mercosur, Mexico en ASEAN-landen

De EU onderhandelt (weer) met vier leden van Mercosur (Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay), na eerdere pogingen om een handelsakkoord te sluiten - de eerste onderhandelingen vonden plaats in 1999. In de besprekingen is een begin gemaakt met het uitwisselen van tekstvoorstellen (Bridges, 26 juli, 2017). Export van landbouwproducten naar Brazilië en Argentinië gaat nu vaak gepaard met hoge kosten, die voortkomen uit verschillen in non-tarifaire maatregelen zoals procedures om plantziekterisico’s te voorkomen, of etiketteringseisen. Indien een handelsakkoord die kosten terugdringt, biedt dat de Nederlandse voedingstuinbouw en zuivelsector kansen (Van Berkum, 2015). Een verruiming van de toegang tot de EU-markt zou ook kunnen betekenen dat de Nederlandse vleessector door het aanbod van rund- en pluimveevlees uit Mercosur meer concurrentie krijgt op zijn belangrijkste afzetmarkten (Van Horne en Bondt, 2013). Brazilië - de grootste exporteur van landbouwproducten van de Mercosurleden - heeft met name belang bij het verkrijgen van meer markttoegang tot de EU voor rundvlees en bio-ethanol. 
   
De bilaterale afspraken van de EU over goederenhandel met Mexico zijn niet gewijzigd sinds ze in 2000 van kracht zijn geworden als onderdeel van een zogenoemd Global Agreement. De EU onderhandelt nu met Mexico over aanpassingen en uitbreiding van het handelsdeel van dat Agreement. Een van de voor landbouw relevante onderwerpen is de bescherming van EU geografische aanduidingen; de EU wil deze kunnen handhaven maar door Mexico worden deze als verkapte protectie gezien. Ook worden aanpassingen besproken op het terrein van inspecties en procedures om voedselveiligheid vast te stellen. Na vier ronden gesprekken is voortgang geboekt, maar concrete resultaten zijn er nog niet (Bridges, 26 juli, 2017).

De Europese Commissie onderkent al geruime tijd de commerciële potenties van Zuidoost-Azië vanwege de economische groei en de omvangrijke bevolking. Daarom streeft de EC naar hechtere handelsrelaties met die regio. Zo’n tien jaar terug startte de EU besprekingen met de tien ASEAN (Association of Southeast Asian Nations) leden om een region-to-region afspraak te maken, maar toen dat op niets uitliep, is gekozen voor bilaterale akkoorden. Met Singapore en Vietnam zijn akkoorden gesloten, en dat met Singapore is geratificeerd. Op dit moment zijn er lopende onderhandelingen met Maleisië, Thailand, de Filippijnen en Indonesië. In maart 2017 kwam bij een onderhoud tussen de EU handelscommissaris Malmström en de economische ministers van de ASEAN-landen toch weer de wens naar voren om gesprekken voor een regionaal handelsakkoord te herstarten, en is een verkenning naar de mogelijkheden voor zo’n overeenkomst tussen beide blokken in gang gezet (Bridges, 16 maart 2017).

Overeenkomst met Japan
Begin juli 2017 sloot de EU met Japan een Economic Partnership Agreement af, waarbij Japan zijn invoerheffingen voor een groot aantal Europese producten (waaronder veel landbouwproducten) sterk heeft verlaagd (EC, 2017). De overeenkomst met Japan kan daardoor voor de Europese landbouw- en voedingsmiddelensector meer kansen geven op een markt van 127 miljoen over het algemeen welvarende consumenten. Zo worden invoerheffingen op diverse Europese kaastypes, wijnen en verwerkt varkensvlees afgeschaft, importheffingen op rundvlees verlaagd en mag vers varkensvlees nagenoeg heffingvrij de Japanse markt op. Verder zorgen afspraken in het akkoord voor de bescherming van meer dan 200 geografische aanduidingen van Europese landbouwproducten, zoals Parma-ham en Roquefort-kaas.

Maar ook zonder een handelsakkoord liggen er kansen in het land van de rijzende zon. De Japanse landbouw heeft als uitdaging professionalisering en schaalvergroting. Veel huidige bedrijven hebben een lage productiviteit en de uittocht van de vergrijsde agrarische bevolking is groot. De overheid stimuleert professionalisering in de sector, dat tot hogere productie en lagere kosten moet leiden, en heeft als doelstelling de zelfvoorziening in agrarische producten te verhogen. Dat biedt kansen voor bijvoorbeeld het Nederlandse veehouderijcluster voor export van hoogwaardige en gespecialiseerde producten en kennis naar Japan (Van Berkum en Wijnands, 2016). Zo zou de toeleveringssector (meer) technologisch hooggespecialiseerde machines kunnen leveren, de fokkerij hoogwaardig dierlijk uitgangsmateriaal en de veevoerindustrie veevoederpreparaten kunnen exporteren naar Japan. Ook voor exclusieve en gedifferentieerde zuivel- en vleesproducten is ruimte, gezien de lage zelfvoorzieningsgraad van deze producten, toenemende consumptie van Westerse producten en de hoge productiekosten in Japan. Nederlandse kennis en technologie kunnen het Japanse streven naar professionalisering en modernisering van de sector ondersteunen.

Ook overleg met Australië, Nieuw-Zeeland, Chili en China voor meer markttoegang
De blijvende aandacht van de EU om internationale handelsrelaties te bevorderen, wordt ook geïllustreerd door diverse andere onderhandelingstrajecten. Zo is de EU ook in gesprek met Australië, Nieuw-Zeeland en Chili om de handelsrelaties te versterken. Genoemde landen zijn onderdeel van het Trans-Pacific Partnership (TPP), waar de EU geen deel van uitmaakt. Hoewel de drie landen voor de EU geen grote handelspartners zijn (andersom wel), wil de EU met handelsbesprekingen ervoor zorgdragen dat de toegang van EU-producten tot deze markten geen nadeel ondervindt van wat deze landen in TPP-verband met betrokken partners hebben afgesproken. Momenteel ondervinden EU-landbouwproducten hinder van relatief hoge invoertarieven van Australië en Nieuw-Zeeland op kaas, wijn en andere dranken. Beide markten zijn ook moeilijk toegankelijk door hun strenge regels rond dier- en plantgezondheid. Daarnaast zijn Europese geografische aanduidingen op dit moment niet beschermd in beide landen. Met Chili heeft de EU al sinds 2002 een Associatie Akkoord, met een vrijhandelsakkoord als onderdeel. Besprekingen over aanpassingen (‘modernisering’) van het bestaande akkoord zijn nog in een eerste verkennende fase. De EU-belangen liggen, voor zover het over landbouwproducten gaat, met name op het terrein van het vergroten van transparantie en stroomlijnen van fytosanitaire en veterinaire procedures en eisen (Ecorys and CASE, 2017).

Besprekingen over handel en investeringen met de twee meest bevolkingsrijke economieën van de wereld - India en China - vlotten niet erg. Het overleg met India, gestart in 2007, zit al enige tijd vast op onderwerpen zoals markttoegang en bescherming van intellectueel eigendom en investeringen, zaken die ook in de relatie met China een belangrijke rol spelen. In geval van import van Chinese producten (bijvoorbeeld staal) op de Europese markt is (vermeende) dumping (verkoop beneden kostprijs) al jaren een heikel punt. Bij de vaststelling van dumping is veel discussie over de wijze waarop die wordt berekend: beide partijen leggen WTO-regels hieromtrent anders uit (zie DG Trade, 2016 voor details).3 In 2013 is met China overleg gestart om investeringen in elkaars economie te bevorderen door via wetgeving en transparante procedures belemmeringen en onzekerheden rond investeringen te verminderen. Meer dan een document waarin beide partijen hun ambities uitspreken over een op te stellen investeringsakkoord is tot nu toe niet bereikt. Wel wordt zo’n investeringsakkoord gezien als een voorloper van een bilateraal handelsakkoord (Bridges, 8 juni 2017).  


1 Onder druk van Wallonië is aan het CETA-verdrag een tekst toegevoegd waarin onder meer staat dat staten hun beleidsvrijheid behouden en op ieder moment zelf mogen bepalen welke diensten in publieke handen moeten zijn (bijvoorbeeld drinkwatervoorziening of het openbaar vervoer). Ook wordt bekeken hoe de hoofdstukken over duurzaamheid en arbeidsrechten kunnen worden versterkt (https://www.europa-nu.nl/id/vjnlb69cmcnj/ceta_handelsverdrag_eu_canada).

2 De handelsafspraak in de vorm van een importquotum (in plaats van een tariefsverlaging) houdt verband met de Canadese zuivelmarktordening, waarin productiequota een centrale rol spelen. Tariefliberalisatie zou betekenen dat de Canadese zuivelsector sterke prijsconcurrentie vanuit de EU zou krijgen.

3 Het komt erop neer dat China als markteconomie wil worden gezien, niet als een staatseconomie. De laatste karakterisering heeft tot gevolg dat de EU volgens WTO-procedures sneller tot anti-dumpingmaatregelen mag overgaan dan het geval is als China als markteconomie wordt gedefinieerd.







Deze informatie voor
Contactpersoon
Siemen van Berkum
070 3358101
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Berkum, S., van en J.H. Wijnands (2016). Kansen voor de Nederlandse dierlijke sector in Japan. Wageningen Economic Research, Den Haag, rapport 2016-125.
  • Berkum, S. van (2015). Prospects of an EU-Mercosur trade agreement for the Dutch agro-food sector. LEI Wageningen UR. LEI-report 2015-036.
  • Bridgest Weekly (2017). EU Commission: Mexico trade talks ‘progressing at a good pace’. Vol.21, issue 27, 26 juli 2017.
  • Bridges Weekly (2017).Trade, investment and climate action in focus on EU-China’s leaders’ summit. Vol. 21, issue 20, 8 juni 2017.
  • Bridges Weekly (2017). EU, Canada confirm CETA provisional application date. Vol 21, issue 25, 13 juli 2017
  • Bridges Weekly (2017). EU Asean ministers agree to consider trade talks reboot. Vol 21, issue 9, 16 maart 2017
  • DG Trade Europese Commissie (2016). Inception impact assessment. Possible change in the methodology to establish dumping in trade defence investigations concerning the People’s Republic of China. http://ec.europa.eu/trade/policy/countries-and-regions/countries/china
  • DG Trade Europese Commissie (2017). Overview of ongoing FTA and other trade negotiations. http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2006/december/tradoc_118238.pdf
  • Ecorys and CASE (2017). Ex-ante Study of a Possible Modernisation of the EU-Chile Association Agreement – final report. Report for the European Commission, DG Trade. doi:10.2781/982198. http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2017/july/tradoc_155758.pdf
  • European Commission (EC) (2017). EU and Japan reach agreement in principle on Economic Partnership Agreement, press release, 6 juli 2017. http://trade.ec.europa.eu/doclib/press/index.cfm?id=1686
  • Horne, P. van en N. Bondt (2013). Competitiveness of the EU poultry meat sector. LEI Wageningen UR. Den Haag LEI-rapport 2013-068.



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven