Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Duurzaamheid
     
Duurzaamheid
Kies een indicator
Beschouwing milieudruk - Land- en tuinbouw

Milieudruk land- en tuinbouw
18-12-2017

De productie van de primaire land- en tuinbouw heeft effect op bodem, lucht en water. Deze milieudruk is zichtbaar en meetbaar via verschillende indicatoren. Daaruit blijkt een grote variëteit in de ontwikkeling per milieu-indicator. 



Ammoniakemissie
De landbouwsector is de belangrijkste bron voor de emissie van ammoniak; ammoniak komt vrij in stallen en bij de aanwending van (kunst)mest. Ook de opslag van mest is een bron van emissies. De ammoniakemissie uit stallen en bij de opslag van mest vormt het leeuwendeel van de ammoniakemissie. Sinds 2010 is de ammoniakemissie stabiel op een niveau rond de 110-115 mln. kg en lijkt de in Europees verband afgesproken doelstelling voor 2020 (maximaal 128 mln kg, inclusief uitstoot van andere dan landbouwbronnen) haalbaar. In Nederland levert ammoniak de grootste bijdrage aan het neerslaan van stikstof (depositie) op het aardoppervlak. Deze depositie zorgt voor vermesting van bodem en vegetatie en bodemverzuring, wat kan leiden tot een verlies van biodiversiteit in de natuur. De stikstofdepositie in Nederland is te hoog om biodiversiteitsdoelen te realiseren. Ook al heeft de Nederlandse landbouwsector de emissies sinds 1990 meer dan gehalveerd, de ammoniakemissie bedraagt per hectare landbouwgrond nog 60 kg ammoniak en is daarmee de hoogste in de EU (CLO, 2017). Een krimp van de veestapel kan bijdragen aan het verlagen van de stikstofdepositie. Daarbij speelt het vraagstuk van ruimtelijke verdeling, omdat de noodzaak tot het verlagen van de emissies niet in alle delen van het land even groot is.

Gewasbeschermingsmiddelengebruik
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen laat de laatste jaren vrijwel geen dalende lijn zien, en schommelt rond de 9 mln. kg actieve stof. Zo’n 40% van de gebruikte middelen is voor schimmelbestrijding. De schommelingen in het gebruik hangen sterk samen met het weer, zo is in jaren met vochtige zomers de schimmeldruk hoger dan in droge jaren. Ook een koude en daardoor trage start van het teeltseizoen beïnvloedt het gebruik, omdat de ontwikkeling van ziekten en plagen dan traag op gang komt. Van de totale afzet van bestrijdingsmiddelen in Nederland is ongeveer 98% voor gebruik in de land- en tuinbouw. De rest wordt gebruikt door particulieren of door beheerders van het openbaar groen. Het betreft hier vaak onkruidbestrijdingsmiddelen.

Het halen van de in de Tweede Nota Duurzame Gewasbescherming (EZ, 2013) gestelde doelen voor het jaar 2023 zal nog de nodige inspanningen vragen. In de nota wordt de ambitie uitgesproken om in 2023 het aantal overschrijdingen van milieukwaliteitsnormen naar oppervlaktewater ten opzichte van 2013 met 90% te reduceren.

Naast het gebruik in absolute hoeveelheden, is de milieubelasting van de gebruikte middelen een belangrijke indicator. Met name het oppervlaktewater wordt belast door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Voor grondwater en bodem is dit duidelijk minder het geval. In de periode 2007-2010 daalde de totale milieubelasting (uitgedrukt in milieubelastingspunten) door gewasbeschermingsmiddelen. Na een stijging in 2011 is de milieubelasting in 2012 opnieuw gedaald (maar nog niet onder het niveau van 2010). Recentere gegevens zijn er niet. Naast het gebruik in kg actieve stof op zich is hierbij ook het milieubelastend effect per kg actieve stof van belang; dat effect daalt al jaren door een doorlopende sanering van relatief sterk belastende middelen.

Uitstoot  broeikasgassen
De uitstoot van broeikasgassen is fors gedaald sinds 1990. Voor de akkerbouw, opengrondstuinbouw en veehouderij sector is voor de emissie van methaan en lachgas een reductiedoelstelling van 25 tot 30% (4-6 Mton) geformuleerd voor 2020 ten opzichte van 1990. Deze reductie is in 2013 al bereikt.

Voor de glastuinbouw geldt de Meerjarenafspraak Energietransitie Glastuinbouw 2014-2020 (EZ, 2014). Het oorspronkelijke CO2-doel (6,2 Mton) is in 2017 bijgesteld naar 4,6 Mton vanwege krimp van het areaal glas en minder verkoop van elektriciteit. De totale CO2-emissie van de glastuinbouw daalde in 2016 naar 5,6 Mton (Van der Velden en Smit, 2017).

Het klimaatakkoord van Parijs vraagt een reductie van broeikasgassen in Nederland met 85-95% in 2050 ten opzichte van 1990, waarvoor verdergaande maatregelen noodzakelijk zijn.

Stifstof- en fosfaatoverschot
De overschotten stikstof en fosfaat zijn per ha zeer sterk afgenomen als gevolg van export van mest, afname van kunstmestgebruik en lagere fosfaatgehalten in voer en daarmee in de mest. Het beleidsdoel van maximaal 50 milligram nitraat per liter grondwater wordt gemiddeld bijna overal gehaald, alleen in het zuidelijk zandgebied overschrijdt de gemiddelde nitraatconcentratie in het bovenste grondwater nog het beleidsdoel (PBL, 2017). In het oppervlaktewater worden de stikstof- en fosfaatnormen nog ruim overschreden (PBL, 2017). De totale fosfaat- en stikstofproductie is gebonden aan een plafond, per jaar mag de uitscheiding van nutriënten maximaal 173 miljoen kg fosfaat en 504 miljoen kg stikstof (inclusief gasvormige verliezen) bedragen. In 2014 werden beide doelen nog gehaald maar in 2015 en 2016 werd het plafond voor fosfaat overschreden (CLO, 2017).

Uitgaande van de huidige landbouwpraktijk kunnen de nutriëntendoelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in grote delen van Nederland niet worden gehaald.

Fijn stof
Verkeer en landbouw zijn de voornaamste bronnen van het Nederlandse aandeel fijn stof, de belangrijkste buitenlandse bijdragen komen van industrie, energieopwekking, verkeer en raffinaderijen (CLO, 2017). Het in Europees kader afgesproken nationale emissieplafond voor fijn stof (13 kton per jaar, uitgedrukt in PM2,5) wordt naar verwachting gerealiseerd. Wel zijn er overschrijdingen van PM-concentraties (luchtkwaliteit) in concentratiegebieden van veehouderijen (CLO, 2017). Krimp van de veestapel draagt bij aan het oplossen van deze fijnstofknelpunten; evenals bij ammoniak speelt hier het vraagstuk van ruimtelijke verdeling, generiek beleid is in dit opzicht niet effectief om de lokale knelpunten aan te pakken.


Kies een sector
Contactpersoon
Petra Berkhout
070 3358103
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven