Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Arbeid
     
Arbeid
Kies een indicator
Onbetaalde en betaalde aje - Land- en tuinbouw

Minder gezinsarbeidskrachten in de land- en tuinbouw
18-12-2017

Het totaal aantal regelmatig werkzame arbeidskrachten in de primaire land- en tuinbouw is in 2016 met 13.000 afgenomen tot iets minder dan 173.000. Deze forse vermindering (-7%) heeft te maken met de veranderingen in de registratie van land- en tuinbouwbedrijven in 2016 (zie bijdrage ontwikkeling aantal bedrijven). Het zijn in hoofdzaak zeer kleine bedrijven zonder personeel die niet meer zijn opgenomen in de registratie. De afname van het aantal arbeidskrachten komt daarom vrijwel geheel voor rekening van de gezinnen.

Op basis van de voorlopige cijfers van 2017 is het aantal regelmatig werkzame arbeidskrachten in 2017 met 1% gedaald tot 171.000, ruim onder het meerjaarsgemiddelde (2000-2015) van 2,7%. Van de regelmatige arbeidskrachten behoren ruim 120.000 tot het gezin (bedrijfshoofden, echtgenoten en meewerkende familie). Het aantal niet-gezinsarbeidskrachten (verder aangeduid met personeel) bedraagt in 2017 ruim 50.000, en komt overeen met het aantal in de twee voorgaande jaren. In deze cijfers zijn de flexibele arbeidskrachten (uitzendkrachten en personeel met tijdelijke contracten) niet opgenomen. De vaste arbeidskrachten hebben meestal volledige jaarrondbanen, terwijl de inzet van flexibele arbeidskrachten met name in de opengrondsectoren beperkt is tot de piekperioden. Hierdoor is het aantal flexibele arbeidskrachten - ook bij benadering - lastig vast te stellen. In de oogst/piekperioden kunnen grote aantallen mensen aan het werk zijn, maar slechts voor (hele) korte perioden.


Meer arbeid van buiten het gezin
Een andere maat voor de werkgelegenheid is het arbeidsvolume, die de werkgelegenheid uitdrukt in voltijdbanen. Hiervoor wordt binnen de land- en tuinbouw de term arbeidsjaareenheid (aje) gebruikt. Een volledige jaarrondbaan staat dan gelijk aan één aje. In dit kengetal is wel (een deel van de) flexibele arbeid opgenomen.

Het totale arbeidsvolume - uitgedrukt in arbeidsjaareenheden (aje) - in de land- en tuinbouw is in 2016 met 2,2% afgenomen tot 153.000 aje (zie figuur hieronder). Dat ligt op het niveau van de krimp op de langere termijn (2000-2015) van gemiddeld 2,0% per jaar. De inzet vanuit het gezin daalde in 2016 met 5,1% tot 87.000 aje, en van buiten het gezin steeg die met 1,8% tot ruim 66.000 aje.




Volgens de voorlopige cijfers van 2017 neemt het arbeidsvolume in de land- en tuinbouw af met 1,1% tot 151.000 aje. Dat komt geheel voor rekening van de gezinsbijdrage, die met 2,2% daalt tot 85.000 aje (figuur). Dat betekent een voortzetting van de langjarige trend, waarbij het aandeel van de gezinsarbeid daalt (tussen 2000 en 2017 van 67% naar 56%), en die van arbeid van buiten het gezin toeneemt. Dat geldt overigens alleen voor de niet-regelmatige arbeid, die is toegenomen van 7% in 2000 tot 20% in 2017. Het aandeel van het personeel met een vast contract is al die tijd vrij stabiel gebleven rond een kwart. Dat is vooral het gevolg van de ontwikkelingen in de minder grondgebonden sectoren, met name in de (glas)tuinbouw. De bedrijven in de meer grondgebonden sectoren steunen nog altijd voor het overgrote deel op de inzet van het gezin.

Arbeidsbezetting neemt geleidelijk toe
De benodigde arbeid per bedrijf neemt enerzijds toe door de groei van de bedrijfsomvang en daalt anderzijds door toename van de arbeidsproductiviteit (zie hierna). Het eerste effect is iets groter waardoor over een langere periode bezien de gemiddelde arbeidsbezetting per bedrijf geleidelijk, licht is gestegen, van 2,18 in 2000 tot 2,45 aje per bedrijf in 2015 (zie bovenstaande figuur). Dat komt neer op een gemiddelde jaarlijkse groei van 0,8%. De sprong van de arbeidsbezetting naar 2,75 aje per bedrijf in 2016 heeft alles te maken met het wegvallen van een groot aantal zeer kleine bedrijven met weinig arbeidskrachten.

Tussen de sectoren loopt de arbeidsbezetting in 2016 uiteen van 1,5 aje per bedrijf op de akkerbouwbedrijven, 2,2 aje op de melkveebedrijven, tot 12 aje per bedrijf op de glastuinbouwbedrijven. In de laatste sector is de arbeidsbezetting vanaf 2000 bijna verdubbeld.

Arbeidsproductiviteit stijgt
Doordat de bedrijven in omvang toenemen, kan het werkproces efficiënter worden ingericht. Verder neemt door toenemende mechanisering de vraag naar arbeid af. Zo is in de melkveehouderij de arbeidsproductiviteit gestegen van 29 koeien per aje in 2000 tot 46 in 2016; in de vleesvarkenshouderij groeide de productiviteit van 600 naar 1.300 varkens per aje, en in de bloembollenteelt van 3 naar 5 ha per aje. De stijging in de akkerbouw is beperkt geweest: van 21,5 tot 22,3 ha., Daarnaast is ook de opbrengst per eenheid (dier, ha) is toegenomen.

Ziekteverzuim
Begin jaren negentig lag het ziekteverzuim boven de 6%, waarna deze daalde tot 4,6% in 1996/97. Na een piek in het ziekteverzuim van werknemers rond de eeuwwisseling (5,5%) is die in een aantal jaren tijd vrij sterk gedaald, om daarna vrij stabiel te blijven. Voor alle economische sectoren samen is dat vanaf 2004 rond de 4%, en voor de sector landbouw, visserij en bosbouw circa 2,5% (figuur hieronder). De agrarische sector behoort dan ook tot de sectoren met het laagste ziekteverzuim.

In de figuur hieronder is ook het ziekteverzuim opgenomen van de SAZAS-deelnemers, een verzekeringscollectief in agrarische en groene sectoren. Dat cijfer ligt wat hoger en kruipt richting het verzuim in alle sectoren. De SAZAS-cijfers zijn integrale gegevens van hun deelnemers die werkzaam zijn in een wat breder werkveld dan de sector landbouw, visserij en bosbouw. Een voorbeeld daarvan is de groenvoorziening (hoveniers).

Het lage ziekteverzuim in de agrarische sector is mede te danken aan de beperkte omvang van de bedrijven. Algemeen geldt dat het verzuim op kleinere bedrijven lager is dan op middelgrote, wat wordt toegeschreven aan de sociale controle, binding met het bedrijf en variatie van het werk (SAZAS, verzuimrapport 2016). Klachten aan rug en ledematen blijven in de agrarische sector de belangrijkste oorzaak van het verzuim, 41% van alle ziektedagen in 2016 (SAZAS, verzuimrapport 2016).



De sterke terugdringing van het ziekteverzuim beginjaren 2000 heeft onder meer te maken met de invoering van nieuwe regelgeving, zoals de Wet verbetering poortwachter en Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (twee jaar doorbetaling zieke werknemers in plaats van één). Verder heeft de overheid met verschillende sectoren afspraken gemaakt over de aanpak van het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid in de sector. Voor de agrarische sector is daartoe in juli 2002 een (tweede) arboconvenant door de sociale partners en de (toenmalige) ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij afgesloten. Het eerste arboconvenant met de agrarische sector dateert uit 1994.

Het ziekteverzuimpercentage
Het totaal aantal ziektedagen van de werknemers, in procenten van het totaal aantal beschikbare werkdagen van de werknemers in de verslagperiode. Het verzuimpercentage is inclusief verzuim langer dan één jaar en exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof. Met ingang van 1 december 2001 valt het reguliere zwangerschaps- en bevallingsverlof niet meer onder de Ziektewet, maar onder de Wet Arbeid en Zorg. Alleen ziekte als gevolg van zwangerschap valt nog onder de Ziektewet.

De CBS-Kwartaalenquête ziekteverzuim is een onderzoek via een gestratificeerde steekproef bij bedrijven en instellingen.

SAZAS is een aanbieder van schadeverzekeringen om het financiële risico van verzuim en langdurige arbeidsongeschiktheid te beperken. Het is een onderdeel van Colland dat staat voor collectief, land- en tuinbouw in Holland. Onder de verzamelnaam vallen meerdere sociale regelingen uit de agrarische en groene sector. DE SAZAS-gegevens zijn afkomstig van hun agrarische en groene klanten die ook verzuimbegeleiding hebben.


Kies een sector
Contactpersoon
Martien Voskuilen
070 3358328
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • CBS Landbouwtelling, bewerking Wageningen Economic Research.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven