| Kostprijs - Melkveehouderij |
Hogere kostprijs van melk in 2024 voor zowel gangbare als biologische bedrijfsvoering
|
24-4-2026
|
Kostprijs hoger in 2024 ten opzichte van 2023 De kostprijs van melk is op de gangbare melkveebedrijven in 2024, na een flinke stijging in 2022 en een lichte daling in 2023, met 2,5 euro per 100 kg melk toegenomen. Op de biologische melkveebedrijven nam deze minder toe (1,5 euro). De hogere kostprijs werd voor een groot deel veroorzaakt door een toename van de (vooral ingerekende) arbeidskosten. Het verschil in kostprijs tussen beide typen melkveebedrijven nam toe van ruim 13 euro per 100 kg melk in 2022 via bijna 17 euro in 2023 naar 16 euro in 2024 in het nadeel van de biologische bedrijven. Het verschil in de ontvangen melkprijs nam tussen 2022 en 2024 toe van bijna 4 euro (door de hoge gangbare melkprijs in 2022) via ruim 11 euro in 2023 naar 8 euro in 2024. Door de relatief hoge gangbare melkprijs in 2024 is het verschil ten opzichte van het jaar daarvoor kleiner geworden.
Kostprijs gangbare melk vrij stabiel van 2001ā2020, daarna duidelijk stijging De 5 jaargemiddelden van de kostprijs van gangbare melk van 2001-2005 tot en met 2016-2020 laten een beperkte stijging van nog geen 2 euro per 100 kg melk zien. Pas in 2022 is de kostprijs duidelijk gestegen, in totaal met circa 10 euro ten opzichte van het gemiddelde van 2016-2020. Een belangrijke oorzaak van de geringe toename tot en met 2020 was het wegvallen van de quotumkosten (afschrijving). Dit compenseerde voor een groot deel de forse toename van de voerkosten en in geringere mate die van de andere afschrijvingen. De schaalvergroting is een andere belangrijke reden voor de beperkte toename van de kostprijs. Niet alleen het aantal koeien per bedrijf nam fors toe tussen 2001 en 2024 (+85%), ook de melkproductie per koe nam toe (+23%). Hierdoor nam de totale melkproductie per bedrijf toe. Dit heeft een gunstige invloed op de kostprijs per eenheid melk. Het aantal koeien per hectare is met circa 12% toegenomen. Door een lagere jongveebezetting is het aantal grootvee eenheden (GVE) per hectare minder sterk toegenomen dan het aantal koeien per hectare. Ook de biologische bedrijven zijn in aantal koeien per bedrijf gegroeid (+50%) in de periode 2001-2024, maar duidelijk minder dan de gangbare bedrijven. De biologische bedrijven werden daarentegen extensiever; gemeten in koeien per hectare was deze daling 9% over de periode 2001-2024. Doordat de melkproductie per koe met 14% toenam is de hoeveelheid melk per hectare wel iets toegenomen (+4%). Het grote verschil in schaalvergroting (in kg melkproductie per bedrijf gemeten) tussen de gangbare (+117%) en biologische bedrijven (+71%) is een belangrijke verklarende factor in het verschil in kostprijsontwikkeling en inkomensontwikkeling vanaf 2001.
|
Achtergrond ontwikkeling kostprijs 2001-2024 De kostprijs van melk over de periode 2001-2024 is aan schommeling onderhevig geweest (figuur 1). Bepaalde onderdelen van de kostprijs zijn hiervoor verantwoordelijk. De reden dat de kostprijs van melk lager is dan de totale som van de kosten wordt veroorzaakt doordat niet alle kosten betrekking hebben op de melk. Een evenredig deel van de kosten wordt aan de niet-melkopbrengsten toegerekend. In figuur 1 is de periode in 4 tijdvakken van 5 jaar onderverdeeld en zijn de jaren 2021 tot en met 2024 afzonderlijk opgenomen. In de eerste 3 perioden (2001-2015) waren er nog afschrijvingskosten over het melkquotum (onderdeel van de categorie overig in de figuur). De rentekosten waren toen nog relatief hoog (tot en met 2010) en ook de kosten van arbeid (eigen en betaalde). Tegenover de afname van de hiervoor genoemde kosten staat een toename van de kosten van veevoer die al in de periode 2011-2015 begon. Ook de andere afschrijvingen zijn toegenomen maar vooral in de periode tot 2015 en vanaf 2023.
Over de gehele periode 2001-2024 nam de omvang van het gangbare melkveebedrijf toe met 2,4 koe per jaar (tabel 1). De melkproductie per koe nam jaarlijks met ruim 70 kg toe. Het aantal koeien per hectare nam over deze periode toe van 1,7 naar 1,9. Vanaf ongeveer 2017 is het aantal stuks jongvee relatief afgenomen. Per hectare nam de melkproductie jaarlijks met 210 kg toe. Door de boycot van Russische olie en gas vanwege de oorlog in OekraĆÆne en het grotendeels wegvallen van (goedkoop) voer uit OekraĆÆne namen de prijzen van olie, gas en grondstoffen voor veevoer sterk toe in 2022. Dit vertaalde zich in een hogere kostprijs voor de gangbare melkveebedrijven van ruim 7 euro per 100 kg melk in vergelijking met 2021. In 2023 nam de kostprijs licht af. Brandstof en kunstmest werden weliswaar goedkoper maar (grotendeels ingerekende) arbeid duurder. Dit laatste zorgde er ook met name voor dat de kostprijs in 2024 weer toenam. Voor de biologische bedrijven nam de kostprijs tussen 2021 en 2022 met 6 euro per 100 kg melk toe en in 2023 kwam daar nog eens bijna 4 euro bovenop (met name door arbeid en afschrijvingen) met in 2024 een verder toename van 1,5 euro. Ook hier was de belangrijkste oorzaak de hogere arbeidskosten. Door het krappe aanbod van melk en de toenemende vraag (wereldwijd) nam de gangbare melkprijs in 2022 met ruim 17 euro per 100 kg melk toe maar deze stijging werd voor de helft teruggedraaid in 2023. In 2024 nam de melkprijs toe maar bleef onder het niveau van 2022. De biologische melkprijs steeg in 2022 met 9 euro per 100 kg melk en daar ging in 2023 maar 1 euro vanaf. In 2024 kwam de melkprijs weer in de buurt van die van 2022. Door sterke fluctuatie in met name de gangbare melkprijzen en de grote verschillen tussen gangbaar en biologisch zijn de ontwikkelingen van de inkomens erg verschillend. Kijkend naar het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje over 2016-2020 was deze voor de biologische bedrijven nog 6.000 euro hoger. Over de jaren 2021-2024 was het inkomen door de positieve uitschieters in de gangbare melkprijs voor de gangbare melkveebedrijven 26.000 euro hoger.
De biologische bedrijven zijn gemeten in hoeveelheid melk per hectare over de laatste 10 a 15 jaar niet veel veranderd (+4% zie tabel 2) terwijl bij de gangbare bedrijven de intensiteit met 15% is toegenomen.
Figuur 1 Opbouw en ontwikkeling kostprijs en melkprijs per vijfjarige periode tussen 2001-2020 en 2021, 2022, 2023 en 2024 op zuivere melkveebedrijven (gangbaar en biologisch)
Ontwikkeling kostprijs 2001-2024 per jaar Over de gehele periode is de kostprijs (vanaf 2001-2005) van gangbare melk met 33% gestegen. De kostprijs was tot aan 2014 mede door de afschrijving over melkquotum (3,50 euro per 100 kg over 2012-2014) relatief hoog (figuur 2). De rentekosten per eenheid melk zijn gedaald na 2010 door de lagere rentevoet. Per saldo zijn de rentekosten over de gehele periode gehalveerd. Deze afname wordt meer dan tenietgedaan door een toename van de voerkosten, overige directe kosten, andere afschrijvingen, onderhoud en brandstof. De stijging van de kostprijs wordt versterkt door de toename van het aandeel melkopbrengsten in de totale opbrengsten (exclusief bedrijfstoeslag). Hierdoor worden er relatief meer kosten toegekend aan de melk. De lagere veeprijzen en lagere jongveebezetting liggen hier mede aan ten grondslag. In 2022 neemt de kostprijs sterk toe door de al eerder genoemde oorzaken.
De kostprijs op de biologische bedrijven is per saldo over de gehele periode (vanaf 2001-2005) met 59% gestegen en hiermee bijna 2 keer zo veel toegenomen als op de gangbare bedrijven. Dit komt doordat de melkproductie per koe minder is gestegen en de biologische bedrijven in tegenstelling tot de gangbare bedrijven extensiever zijn geworden. Ook heeft er minder schaalvergroting, gemeten in aantal koeien, plaatsgevonden. Dit resulteert in een schaalvergroting in melkproductie gemeten die op de gangbare bedrijven met 117% fors meer is in vergelijking met die op de biologische bedrijven (+71%).
Figuur 2 Ontwikkeling kostprijs en melkprijs per jaar 2001-2024 op zuivere melkveebedrijven (gangbaar en biologisch)
Kenmerken gangbare en biologische melkveebedrijven In tabel 1 en 2 is te zien wat de verschillen in structuur, kostprijs en inkomen zijn (gemiddeld over 4 vijfjarige perioden en de jaren 2021 tot en met 2024) tussen de biologische en gangbare melkveebedrijven. De inkomensverschillen zijn alleen bij het eerste en laatste vijfjarige gemiddelde (2001-2005 en 2016-2020) wat groter in het voordeel van de biologische melkveebedrijven. In 2022 is de melkprijs op de gangbare bedrijven veel meer toegenomen dan op de biologische met het extreme inkomensverschil tot gevolg. Over de periode 2021-2024 was het inkomen daardoor op de gangbare bedrijven gemiddeld ook 26.000 euro hoger. De markt van de biologische melk is een andere dan die van de gangbare melk. Bij de biologische melk neemt de vraag minder snel toe dan het aanbod en kunnen de melkverwerkers ook tijdelijk geen nieuwe leden toelaten om dit goed te kunnen reguleren. De structuurverschillen zijn altijd groot geweest (tabel 1 en 2). Biologische bedrijven hebben minder koeien per bedrijf en per hectare en minder melkproductie per koe en zijn hiermee dus extensiever. De kostprijs op de biologische bedrijven is mede hierdoor over de periode 2021-2024 circa 30% (en 15 euro per 100 kg) hoger. De biologische melkveehouders ontvangen gemiddeld een hogere melkprijs die in het begin van de beschreven periode 4 euro hoger was. In deze periode werd de meerprijs bepaald door een vaste toeslag op basis van berekende meerkosten. Later is dit systeem losgelaten en werd de meerprijs vanuit de markt bepaald. De meerprijs nam toe tot circa 15 euro maar er waren soms ook uitschieters naar 20 euro. Gemiddeld is het verschil in kostprijs voor de biologische bedrijven over de afgelopen 10 jaar 3 euro groter dan het verschil in de melkprijs. De gangbare melkprijs vertoonde in 2022 een historische stijging ten opzichte van het voorgaande jaar, bij de biologische melkprijs was deze stijging duidelijk minder. Dit resulteerde voor 2022 in een relatief geringe meerprijs voor biologische melk van 3,5 euro ten opzichte van de gangbare melk. Over de periode 2021-2024 was het gemiddelde verschil circa 9 euro.
Door de hoge melkprijs in 2022 was er op de gangbare bedrijven gemiddeld een meer dan volledige vergoeding van de ingerekende kosten voor eigen arbeid en kapitaal. In de 10 voorliggende jaren lag de vergoeding van deze ingerekende kosten tussen de 60 en 80%. Slechts 7 tot 15% van de gangbare bedrijven realiseerde in de vijfjarige gemiddelden een marktconforme vergoeding voor eigen arbeid en kapitaal. In afzonderlijke jaren kunnen deze percentages flink afwijken. In de slechte melkprijsjaren 2009 en 2016 hadden geen of slechts enkele procenten van de gangbare melkveebedrijven een melkprijs die leidde tot een marktconforme vergoeding voor arbeid en kapitaal terwijl dit in 2022 59% bedroeg. In 2023 bedroeg dit aandeel door de lagere melkprijs 22%. In 2024 veerde de melkprijs weer op een bedroeg dit aandeel 35%. Voor de biologische bedrijven waren deze percentages respectievelijk 22, 13 en 12% en hiermee een stuk lager.
Tabel 1 Kengetallen voor gangbare melkveebedrijven, 5 jaars gemiddelden en 2021, 2022, 2023 en 2024 |
| Aantal hectare | 40 | 46 | 50 | 56 | 59 | 60 | 61 | 62 | | Aantal koeien | 66 | 77 | 92 | 104 | 111 | 113 | 118 | 118 | | Melkproductie per bedrijf (kg) | 501.900 | 622.500 | 749.400 | 923.700 | 989.200 | 1.015.400 | 1.088.800 | 1.088.300 | | Melkproductie per koe (kg) | 7.620 | 8.090 | 8.170 | 8.880 | 8.930 | 9.020 | 9.190 | 9.200 | | Melkproductie per hectare (kg) | 12.620 | 13.510 | 14.900 | 16.550 | 16.730 | 16.970 | 17.760 | 17.520 | | Kostprijs incl berekende kosten per 100 kg melk | 40,5 | 42,9 | 44,6 | 42,2 | 44,3 | 51,6 | 51,2 | 53,7 | | Melkprijs per 100 kg | 32 | 32,3 | 38,4 | 36,6 | 39,3 | 56,6 | 48,1 | 52,2 | | Aandeel bedrijven met melkprijs hoger dan de kostprijs | 11 | 7 | 12 | 15 | 12 | 59 | 22 | 35 | | Aandeel bedrijven met melkprijs hoger dan kostprijs excl. berekende kosten | 90 | 72 | 70 | 72 | 77 | 95 | 84 | 85 | | Solvabiliteit | 74 | 69 | 68 | 71 | 74 | 77 | 76 | 77 | | Inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje (in euro) | 32.300 | 32.100 | 33.500 | 37.900 | 46.700 | 123.000 | 64.500 | 78.300 |
Tabel 2 Kengetallen voor biologische melkveebedrijven, 5 jaars gemiddelden en 2021, 2022, 2023 en 2024 |
| Aantal hectare | 52 | 57 | 62 | 77 | 85 | 85 | 87 | 87 | | Aantal koeien | 62 | 67 | 72 | 88 | 89 | 97 | 94 | 94 | | Melkproductie per bedrijf (kg) | 388.400 | 424.900 | 473.300 | 601.300 | 634.600 | 704.300 | 664.200 | 664.900 | | Melkproductie per koe (kg) | 6.260 | 6.350 | 6.570 | 6.870 | 7.100 | 7.290 | 7.090 | 7.110 | | Melkproductie per hectare (kg) | 7.400 | 7.440 | 7.690 | 7.770 | 7.500 | 8.250 | 7.630 | 7.680 | | Kostprijs incl berekende kosten per 100 kg melk | 43,8 | 52,5 | 57 | 57,5 | 58,6 | 64,9 | 68,2 | 69,7 | | Melkprijs per 100 kg | 35,7 | 39,3 | 47,6 | 50 | 51,4 | 60,4 | 59,2 | 60,2 | | Aandeel bedrijven met melkprijs hoger dan de kostprijs | 12 | 7 | 12 | 17 | 12 | 22 | 13 | 12 | | Aandeel bedrijven met melkprijs hoger dan kostprijs excl. berekende kosten | 96 | 72 | 74 | 77 | 74 | 80 | 69 | 67 | | Solvabiliteit | 75 | 69 | 71 | 72 | 77 | 75 | 76 | 82 | | Inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje (in euro) | 36.400 | 30.600 | 29.900 | 43.700 | 46.100 | 62.700 | 45.600 | 56.300 |
Toelichting bij tabel:
Aandeel bedrijven met melkprijs hoger dan de kostprijs betreft het aandeel bedrijven dat voor de ingezette arbeid en kapitaal een vergoeding behaalt die kostendekkend is voor zowel betaalde kosten en afschrijving als de ingerekende kosten. De behaalde melkprijs is zodanig dat deze boven deze kostprijs van de melk ligt.
Aandeel bedrijven met melkprijs hoger dan de kostprijs exclusief berekende kosten betreft het aandeel bedrijven dat alleen een volledige vergoeding behaalt voor de betaalde kosten (inclusief betaalde rente) en afschrijvingen. De behaalde melkprijs is zodanig dat deze boven deze kostprijs van de melk ligt. Het aandeel bedrijven is aanzienlijk hoger omdat de kosten van de ingerekende eigen arbeid en kapitaal niet mee worden genomen.
|