|
Kies een indicator
| Inkomen uit bedrijf - Land- en tuinbouw |
Ook in 2025 grote inkomensverschillen tussen sectoren in de land- en tuinbouw
|
15-12-2025
|
Door Wageningen Social & Economic Research wordt voor 2025 het gemiddelde bruto-inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) voor land- en tuinbouwbedrijven geraamd op € 129.000. Dat is € 11.000 hoger dan het gemiddelde inkomen in 2024. Het geraamde inkomen in 2025 is € 30.000 hoger dan het gemiddelde voor 2020-2024. De verschillen in bedrijfsinkomens zijn groot: 20% van de bedrijven heeft een inkomen van minder dan € 3.000, terwijl ook 20% meer dan € 177.000 per onbetaalde aje verdient.
|
Grote verschillen tussen sectoren
Tussen en ook binnen bedrijfstypen in de land- en tuinbouw zijn de verschillen in inkomens ieder jaar groot, ook in 2025. Dit blijkt uit de jaarlijkse inkomensraming van Wageningen Social & Economic Research.
• In 2025 zijn de inkomens van pluimveehouders sterk gestegen. Wereldwijd neemt de vraag naar eieren toe en is het aanbod krap, doordat veel landen kampen met vogelgriep. Dit resulteert in hogere eierprijzen.
• Door hogere melk- en veeprijzen stijgen de inkomens voor melkveehouders naar een voor de sector hoog niveau. Dit geldt ook voor de biologische melkveehouders.
• Telers van bloembollen zien hun inkomen flink stijgen door een combinatie van een betere prijs voor bloembollen bij een groter volume.
• Voor de varkenshouders daalt het inkomen voor het tweede jaar op rij na een zeer goed 2023. De inkomens dalen door een verzadigde markt en een minder gunstige exportpositie. De lagere voerprijs compenseert dat niet.
• Het inkomen van akkerbouwers van de oogst 2025 neemt af. De prijzen zijn gedaald door goede teeltomstandigheden in Noordwest-Europa en elders in de wereld met hogere kg-opbrengsten van de (meeste) gewassen en licht gestegen kosten.
• In de glastuinbouw dalen de inkomens doordat de opbrengsten uit de verkoop van groenten, bloemen en planten minder toenemen dan de hiermee gepaard gaande productiekosten waaronder energie door hogere prijzen.
Tabel 1 Gemiddeld inkomen uit bedrijf (x 1.000 euro) op agrarische bedrijven, 2020-2025 (raming) |
| Totaal land- en tuinbouw | 41.015 | 99 | 118 | 129 | + | | | Akkerbouw, waaronder | 8.345 | 93 | 84 | 60 | - | | | zetmeelaardappelbedrijven | 755 | 95 | 100 | 116 | + | | | Vollegrondsgroentebedrijven | 760 | 103 | 147 | 77 | - - - | | | Fruitbedrijven | 1.110 | 60 | 111 | 91 | - | | | Bloembollenbedrijven | 545 | 214 | 271 | 440 | +++ | | | Boomkwekerijbedrijven | 1.650 | 145 | 157 | 142 | - | | | Glastuinbouwbedrijven, waarvan | 2.155 | 268 | 337 | 280 | - - - | | | glasgroentenbedrijven | 715 | 301 | 288 | 211 | - - - | | | snijbloemenbedrijven | 800 | 263 | 387 | 372 | - | | | pot- en perkplantenbedrijven | 635 | 238 | 338 | 263 | - - - | | | Melkveebedrijven, waaronder | 12.395 | 67 | 74 | 120 | ++ | | | biologische melkveebedrijven | 495 | 50 | 54 | 90 | ++ | | | Vleeskalverenbedrijven | 1.010 | 51 | 65 | 77 | + | | | Geitenbedrijven | 375 | 99 | 59 | 59 | 0/+ | | | Varkensbedrijven, waarvan | 1.805 | 161 | 259 | 171 | - - - | | | zeugenbedrijven | 460 | 207 | 397 | 368 | - - | | | vleesvarkensbedrijven | 955 | 97 | 85 | 26 | - - - | | | gesloten varkensbedrijven | 395 | 201 | 340 | 146 | - - - | | | Leghennenbedrijven | 545 | 167 | 341 | 576 | +++ | | | Vleeskuikenbedrijven | 495 | 217 | 327 | 461 | +++ | |
Hoog inkomen op melkveebedrijven door hogere melk- en veeprijzen
Het gemiddelde inkomen uit bedrijf van melkveehouders wordt in 2025 geraamd op € 120.000 per onbetaalde aje. Dit is € 46.000 meer dan in 2024 en € 53.000 hoger dan het gemiddelde voor 2020-2024. De gemiddeld ontvangen melkprijs voor gangbare (niet-biologische) melk ligt in 2025 naar verwachting op € 56 per 100 kg inclusief nabetaling en toeslagen, 9% hoger dan in 2024. Overigens is de gangbare melkprijs de laatste maanden van het jaar flink gedaald. De prijzen van verkochte kalveren en slachtkoeien zijn in 2025 fors gestegen met respectievelijk circa 160% en 40%. Er is een wereldwijd stijgende vraag naar vlees en een verminderende import van kalveren in Nederland. De gerealiseerde opbrengsttoename is ruimschoots voldoende om de gestegen kosten van met name mestafzet, gebouwen, machines en werktuigen, betaalde rente en pacht te compenseren. De voerkosten zijn in 2025 gedaald door een lagere krachtvoerprijs.
Het gemiddelde inkomen van het gespecialiseerde biologische melkveebedrijf wordt voor 2025 geraamd op € 90.000 per onbetaalde aje. Dit is een toename van € 36.000 ten opzichte van 2024 en € 40.000 hoger dan het gemiddelde voor 2020-2024. Hiermee komt het gemiddeld inkomen per onbetaalde aje voor biologische melkveehouders op het hoogste niveau van deze eeuw uit. De gemiddeld ontvangen melkprijs voor biologische melk ligt in 2025 naar verwachting op bijna € 68 per 100 kg inclusief nabetaling, 12% hoger dan in 2024. Door de hoge veeprijzen nemen ook de opbrengsten uit veeverkoop toe. De fors gestegen opbrengsten zijn ruimschoots toereikend om de beperkt gestegen kosten van betaalde rente, gebouwen, machines en werktuigen te compenseren. De veevoerkosten zijn gedaald in 2025 door de lagere krachtvoerprijs.
Inkomens varkenshouders gedaald door lagere opbrengstprijzen
Het inkomen in de varkenshouderij zakte in 2025 verder terug na de piek in 2023. Het geraamde bedrijfsinkomen van gemiddeld circa € 170.000 per onbetaalde aje is ongeveer € 90.000 lager dan in 2024, maar ligt nog wel boven het gemiddelde van € 161.000 voor 2020-2024. De prijzen van biggen en vleesvarkens zijn in 2025 gedaald ten opzichte van 2024, beide gemiddeld met circa 8%*. Dit komt door een stabilisatie van de productie in de Europese varkenshouderij, een verzadigde markt en een minder gunstige exportpositie. De daling van de opbrengsten met circa 5% ging gepaard met een lichte stijging van de kosten, ondanks lagere prijzen van varkensvoer. De grondstoffenmarkten blijven over voldoende aanbod beschikken door goede wereldwijde oogsten. Hierdoor blijven de prijzen van belangrijke ingrediënten zoals mais en soja laag. Daarentegen zijn de kosten voor mestafzet verder gestegen.
In 2024 worden voor de vleesvarkens- en de gesloten varkensbedrijven flink lagere inkomens geraamd. De inkomens van vleesvarkensbedrijven dalen met € 60.000 naar circa € 25.000 per onbetaalde aje. De inkomensafname op gesloten varkensbedrijven is met gemiddeld bijna € 195.000 tot circa € 145.000 een stuk groter. De gemiddelde inkomensdaling op de zeugenbedrijven blijft beperkt tot circa € 30.000 tot € 368.000 per onbetaalde aje. Door deze soms forse inkomensdalingen liggen alleen de inkomens voor de zeugenbedrijven nog boven het (hoge) gemiddelde van de afgelopen vijf jaar (2020-2024).
Inkomen op leghennenbedrijven fors hoger door hogere eierprijzen
Voor 2025 wordt het gemiddelde inkomen voor leghennenhouders circa € 235.000 hoger geraamd dan in 2024, op circa € 575.000 per onbetaalde aje. Dat is vooral te danken aan de hogere opbrengsten, bij vrijwel gelijkblijvende voerkosten. De gemiddelde eierprijs (inclusief contracten) is in 2025 ten opzichte van 2024 circa 20% hoger, maar er zijn grote verschillen tussen de verschillende segmenten (houderijsystemen) en tussen markt- en contractprijzen. De vraag naar eieren blijft goed en wereldwijd is het aanbod van eieren krap, doordat veel landen kampen met vogelgriep. Hierdoor blijven de eierprijzen relatief hoog. De voerprijzen zijn op jaarbasis vrijwel onveranderd. De voerkosten maken circa 60% uit van de totale bedrijfskosten. Het huidige geraamde inkomen ligt voor de sector op een historisch hoog niveau en meer dan € 400.000 boven het meerjarig gemiddelde van 2020-2024.
Inkomen vleeskuikenbedrijven gestegen door hogere opbrengsten
Voor 2025 wordt het inkomen van het gemiddelde vleeskuikenbedrijf circa € 130.000 hoger geraamd op ongeveer € 460.000 per onbetaalde aje, dankzij een sterke stijging van de opbrengsten. De prijzen van langzaam groeiende kuikens (Beter Leven keurmerk 1 ster, circa 50% van de productie) en de prijzen van de regulier gehouden kuikens zijn gemiddeld met 10% gestegen. Wereldwijd is er een toenemende vraag naar kip, bij een krap aanbod. De prijs van vleeskuikenkorrel is in 2025 op jaarbasis met ongeveer 2% gedaald. Bij vleeskuikens maken de voerkosten ruim 60% uit van de totale bedrijfskosten. Het huidige geraamde inkomen ligt circa € 240.000 boven het meerjarig gemiddelde voor 2020-2024.
Houders van blankvleeskalveren op contract zien inkomen stijgen
Het inkomen uit bedrijf op de vleeskalverenbedrijven (blankvleeskalveren op contract) wordt voor 2025 € 12.000 hoger geraamd op gemiddeld € 77.000 per onbetaalde aje. Dit is € 26.000 meer dan het meerjarig gemiddelde voor 2020-2024. De ontvangen contractvergoeding per gemiddeld aanwezig vleeskalf in 2025 neemt naar verwachting met 10% toe. De slachterijen willen graag zoveel mogelijk hun slachtcapaciteit benutten, ondanks het geringere aanbod van kalveren. Deze stijging is ruim voldoende om de toename van de kosten van met name mestafzet en gebouwen, machines en rente op te vangen.
Inkomen melkgeitenhouders vergelijkbaar met vorig jaar
Het inkomen uit bedrijf op melkgeitenbedrijven zal in 2025 naar verwachting uitkomen op gemiddeld € 59.000 per onbetaalde aje. Dit is vergelijkbaar met 2024 en 40% lager dan het gemiddelde inkomen in de voorgaande 5 jaren (2020-2024). Dit is te danken aan de gelijkblijvende gangbare melkprijs. Kostenstijgingen van onder andere mestafzet, gebouwen en machines, betaalde arbeid en rente worden geneutraliseerd door lagere voerkosten.
Inkomensdaling akkerbouwers door lagere opbrengsten en licht gestegen kosten
Het inkomen van akkerbouwers neemt af. Gemiddeld daalden de prijzen door hoge opbrengsten in kg per ha van de (meeste) gewassen door goede teeltomstandigheden. Ook stegen de kosten licht. Het geraamde inkomen voor oogstjaar 2025 komt uit op circa € 60.000 per onbetaalde aje. Dit is een afname van € 24.000 vergeleken met 2024 en circa € 33.000 lager dan het meerjarig gemiddelde voor 2020-2024.
De prijs voor uien is ongeveer gelijk aan die van vorig jaar. Het areaal is licht gestegen tot ruim 33.000 ha. Ook de kg-opbrengst per ha is gestegen; dit zorgt voor een ruim aanbod bij een stabiele handel. Voor de consumptieaardappelen voor oogstjaar 2025 wordt geraamd met een 35% lagere prijs. De aardappelverwerkers hebben genoeg aardappelen op contract; contractprijzen zijn ten opzichte van vorig jaar gestegen. Ook het buitenland heeft een groot aanbod door uitbreiding van het areaal en een goede oogst. Voor vrije aardappelen wordt ongeveer 90% minder betaald dan de contractprijzen, of ze worden niet afgenomen en verdwijnen in de voeraardappelketen. Voor pootaardappelen zijn de kg-opbrengsten goed en dalen de prijzen door een afgenomen vraag, nadat vorig jaar de prijzen hoog waren. De suikerbietenprijs is vorig jaar gedaald en daalt dit jaar wederom. Cosun Beet Company heeft bij de telers aangegeven dat volgend jaar de toewijzing (het areaal waarvoor de reguliere prijs wordt betaald) wordt gereduceerd met 10%. Gemiddeld wordt voor oogstjaar 2025 geraamd met een 20% lagere prijs. De graanprijzen voor oogstjaar 2025 zijn gedurende 2025 sterk gedaald. De gemiddelde prijs voor 2025 is ruim 10% lager dan vorig jaar. Dit jaar zijn de kg-opbrengsten wel goed, in tegenstelling tot vorig jaar. De kosten van bedrijfsmiddelen zijn over de hele linie licht gestegen, energie uitgezonderd. Dit geldt vooral voor gewasbeschermingsmiddelen, gebouwen en machines, en betaalde pacht.
Het inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje op zetmeelaardappelbedrijven stijgt voor oogstjaar 2025 naar € 116.000: dat is € 16.000 meer dan vorig jaar en circa € 20.000 hoger dan het meerjarig gemiddelde voor 2020-2024. De opbrengsten voor oogstjaar 2025 stijgen harder dan de kosten. De kg-opbrengsten voor zetmeelaardappelen zijn hoger dan vorig jaar, maar het is nog onzeker of de prijs ook hoger uit zal komen. Naast zetmeelaardappelen telen deze bedrijven voornamelijk suikerbieten en granen.
Lagere inkomens in de glastuinbouw
Het inkomen uit bedrijf in 2025 wordt voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf geraamd op € 280.000 per onbetaalde aje. Dit is € 57.000 lager dan in 2024 en circa € 12.000 boven het gemiddelde inkomen voor 2020-2024. De toename van de opbrengsten met ruim 8% was onvoldoende om de stijging van de betaalde kosten en afschrijvingen met 13% te compenseren. Zowel binnen als tussen de drie onderscheiden subtypen (zie hieronder) is er een grote spreiding in de inkomensontwikkeling.
Hoe de ontwikkeling van energieprijzen in 2025 zich vertaalt naar opbrengsten en kosten, varieert per bedrijf en is mede afhankelijk van de bedrijfsinrichting:
• Is er bijvoorbeeld (led)belichting of een warmtekrachtkoppeling (wkk)?
• Gebruikt het bedrijf aardwarmte of heeft het zonnepanelen?
• Is er op de locatie congestie op het net?
• Beschikt men over batterijopslagfaciliteiten?
• Welke contracten zijn er voor het leveren van energie?
• Welke strategieën zijn er voor energieaankoop en -verkoop in samenspraak met de teeltstrategie?
De lagere temperaturen ten opzichte van vorig jaar en een verdere terugkeer naar een meer regulier teeltplan (eerder planten, meer belichting, intensiever telen), zorgden voor een toename van het energiegebruik op een markt met hogere gasprijzen. Bedrijven zijn steeds flexibeler in het invullen van hun energiebehoeften en daardoor is deze raming ook met de nodige onzekerheid omgeven. Individuele keuzes hebben een sterke invloed op de uitkomsten. Uiteindelijk draait het voor de teler om het verschil tussen energiekosten en -opbrengsten (netto-energiekosten). In de raming is gerekend met een toename van de netto-energiekosten.
Het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje van glasgroentebedrijven wordt in 2025 geraamd op ongeveer € 210.000, circa € 75.000 euro lager dan in 2024 doordat de kosten sterker stegen dan de opbrengsten. De opbrengsten uit gewassen stegen met gemiddeld 8%. Door het zonnige weer zijn de volumes (kg-opbrengsten) bij alle gewassen gestegen. Daarnaast nam de opbrengst uit energieverkoop ook toe voor teruggeleverde elektriciteit. De kosten voor energie zijn echter harder gestegen, onder meer door hogere energieprijzen. Daarnaast namen ook de kosten van uitgangsmateriaal, arbeid en materiële activa (onder andere afschrijvingen en onderhoud) toe. De hoogte van het inkomen is sterk afhankelijk van het type product, hoe de afzet op het bedrijf is georganiseerd en de posities op de energiemarkt.
Wat de gewassen betreft, in de tomatenteelt (het belangrijkste gewas in areaal gemeten in de Nederlandse glasgroenteteelt) liggen de gemiddelde prijzen licht hoger dan vorig jaar bij een groter productievolume. Mogelijk is een lager tomatenaanbod uit Spanje een van de redenen dat de prijzen goed zijn gebleven. Uitbreiding van het areaal paprika’s en een mooi zonnig jaar zorgen voor een hogere productie en flink lagere prijzen. Voor komkommertelers hebben de hogere productie en licht dalende prijzen in vergelijking met vorig jaar geleid tot een stijging in de opbrengsten voor het gemiddelde glasgroentebedrijf.
Het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje van snijbloemenbedrijven wordt voor 2025 geraamd op circa € 370.000: dit is een beperkte daling van € 15.000 ten opzichte van 2024. De betaalde kosten en afschrijvingen (+11%) namen sterker toe dan de opbrengsten (+8%). De opbrengsten uit verkoop van bloemen namen toe door veelal licht hogere prijzen bij lagere volumes. Bedrijven die over een wkk (warmtekrachtkoppeling, waarmee uit gas naast warmte en CO2 elektra wordt geproduceerd) beschikken, hebben opbrengsten uit energieverkoop gehaald. Deze waren iets hoger dan vorig jaar. Daar stond tegenover dat de energiekosten sterker toenamen door hoge gasprijzen aan het begin van het jaar en aflopende langetermijncontracten die opnieuw moesten worden afgesloten. Ook andere kostenposten zoals voor uitgangsmateriaal, meststoffen, gewasbescherming en - door gestegen cao-lonen - arbeid namen fors toe.
Het gemiddeld inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje van pot- en perkplantenbedrijven wordt voor 2025 geraamd op circa € 263.000 per onbetaalde aje, een afname van circa € 75.000 ten opzichte van 2024. Het inkomen fluctueert de laatste jaren sterk. Het voor 2025 geraamde inkomen bevindt zich nog wel € 25.000 boven het gemiddelde inkomen van de afgelopen 5 jaar (2020-2024). De totale kosten stegen gemiddeld met 10% door een toename van de gemiddelde bedrijfsomvang en over de hele linie gestegen kosten van productiemiddelen zoals energie, arbeid en plantmateriaal. De totale opbrengsten stegen gemiddeld met 6%. Met name de opbrengsten uit perkplanten namen toe door een zonnig voorjaar met goede verkoopcijfers. Bij kamerplanten was de omzetstijging beperkt.
Divers inkomensbeeld in de opengrondstuinbouwsectoren
In de bloembollenteelt wordt voor 2025 een gemiddeld inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje geraamd van € 440.000, een toename van circa € 170.000 ten opzichte van 2024. In 2025 zijn de opbrengsten gemiddeld met bijna 20% gestegen door een combinatie van een betere prijs voor bloembollen en een groter volume. De goede teeltomstandigheden dit voorjaar van onder meer tulpen zorgden voor een goed groeiseizoen en een ruimer aanbod. Het totaal aan betaalde kosten en afschrijvingen is licht gestegen ten opzichte van vorig jaar.
Het gemiddelde inkomen uit bedrijf in de boomkwekerij wordt voor 2025 geraamd op circa € 142.000 per onbetaalde aje. Dit is een daling van € 15.000 ten opzichte van 2024, vooral door een toename van de kosten met gemiddeld 6%. De stijging van de kosten zit vooral in de toegerekende kosten (onder andere plantmateriaal), een van de grootste kostenposten op het bedrijf in combinatie met hogere arbeidskosten. De opbrengsten stijgen met gemiddeld 3%. Hiermee ligt het inkomen op het gemiddelde voor 2020-2024.
In de fruitteelt wordt het gemiddeld inkomen voor oogstjaar 2025 geraamd op circa € 90.000 per onbetaalde aje. Dit is ongeveer € 20.000 lager dan in oogstjaar 2024. De daling is met name het gevolg van een lichte afname van de opbrengsten. Mede door een hogere Nederlandse en Europese appel- en perenproductie dan in voorgaande jaren, zijn de verwachte afzetprijzen van met name appel lager dan in 2024; voor peer wordt ondanks de overvloedige oogst een iets hogere prijs verwacht van +1%. In 2025 ligt het inkomen voor fruittelers wel hoger dan gemiddeld in de periode 2020-2024, met een gemiddeld inkomen van € 60.000 euro.
Op de vollegrondsgroentebedrijven wordt voor 2025 een gemiddeld inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje geraamd van circa € 77.000, een daling van circa € 70.000 euro ten opzichte van 2024. Het lagere inkomen is een gevolg van lagere prijzen bij een hoger productievolume van een aantal groenten dankzij goede weersomstandigheden. Hierdoor daalden de opbrengsten met circa 10% terwijl de kosten over de gehele linie nagenoeg gelijk bleven.
Inkomen en rentabiliteit per bedrijfstype, 2001-2025 De fluctuaties in inkomen en rentabiliteit op agrarisch bedrijven zijn van oudsher groot. Daar liggen vele factoren aan ten grondslag, zo kunnen kleine veranderingen in vraag en aanbod een sterk effect kunnen hebben op de prijsvorming. De resultaten voor de totale land- en tuinbouw in 2025 zijn vergelijkbaar met 3 voorgaande jaren en daarmee ook boven het gemiddelde voor de periode 2020-2024. De gemiddelde rentabiliteit blijft gelijk op 107 euro opbrengsten per 100 euro kosten. Vanaf 2021 is het nu het vierde jaar op rij waarin een gemiddelde rentabiliteit voor land- en tuinbouw totaal van boven de 100% is gerealiseerd. Ook in 2025 ontving de agrarische ondernemer daarmee (naast de dekking van de betaalde kosten en afschrijvingen) een meer dan marktconforme beloning voor de inzet van eigen arbeid en eigen vermogen. Bij de ontwikkeling van het inkomen speelt behalve de ontwikkeling van prijzen van opbrengsten en kosten, ook de dynamiek in de sector een rol. Het gemiddelde bedrijf verandert voortdurend, onder andere door stoppende bedrijven en de expansiedrift van bedrijven die verder willen groeien, voor zover daar mogelijkheden voor zijn.
Grote inkomensverschillen tussen bedrijven De hoogte van het inkomen van een bedrijf hangt onder andere samen met de marktstrategie, de bedrijfsomvang, de bedrijfsopzet, het productenpakket en de prijsvorming van die producten. Uiteraard spelen bij al die punten ook vakmanschap en managementkwaliteiten van de ondernemers een rol. Bij de schommelingen van het inkomen door de jaren speelt vooral de prijsvorming van de producten een grote rol en daarnaast in de open teelten de variatie in kg-opbrengsten, die onder invloed van het weer van jaar tot jaar sterk kunnen wisselen.
In 2020 en 2021 hebben de gevolgen van de coronapandemie en de mate waarin dit effect heeft gehad op de afzet van het geproduceerde product een invloed gehad op de inkomensvorming. In 2022 was de uitbraak van de oorlog in Oekraïne van grote invloed op de kosten en opbrengsten in de land- en tuinbouw. In 2020 heeft de uitbraak van corona in diverse sectoren gezorgd voor een minder continue productiestroom als gevolg van vraaguitval, zoals leegstand van stallen bij vleeskuikens en kalveren en minder oppotten van nieuwe planten in kassen. In 2021 speelde corona met name bij de vleeskuikens nog steeds een rol in het productieproces door extra leegstand als gevolg van vraaguitval. De oorlog in Oekraïne heeft geresulteerd in forse prijsstijgingen van veevoer, energie en kunstmest. De gasprijzen zijn gestegen als gevolg van beperkingen van de gasimport uit Rusland en onzekerheid op de energiemarkt.
In 2023 was er een correctie op deze prijsstijgingen. Wel bleven de kosten van energie erg volatiel en op een hoger niveau dan de periode voor 2021. In 2024 daalden de energiekosten verder en profiteerden de veehouderijsectoren van een verdere daling van de voerkosten. Voor de land- en tuinbouw als geheel was 2024 gemiddeld opnieuw een goed jaar, met voor het derde jaar op rij een inkomen boven de € 100.000 per onbetaalde aje.
In 2025 komt er een vierde jaar op rij bij, met een geraamd inkomen van gemiddeld € 129.000 per onbetaalde aje voor de land- en tuinbouw totaal (zie onderstaande figuur). In de figuur geeft het groene vlak de inkomens per onbetaalde aje van 60% van de bedrijven weer. Deze bandbreedte loopt van € 3.000 tot € 177.000. Twintig procent van de bedrijven realiseert een inkomen onder deze bandbreedte. Een even zo grote groep behaalt een inkomen boven deze bandbreedte. Uit de figuur blijkt dat in 2025 de spreiding (omvang van het groene vlak) verder toeneemt. Ook blijkt uit de figuur dat de laatste jaren het vlak van 60% van de bedrijven aan de bovenkant steeds groter wordt. De lijn met het gemiddelde inkomen per onbetaalde aje ligt vanaf 2021 boven in het groene vlak. Dit geeft ook aan dat er de laatste jaren een beperkte groep land- en tuinbouwbedrijven is met hoge inkomens die het gemiddelde van de totale land- en tuinbouw omhooghalen. Ter illustratie: in 2024 lag de mediaan (50% waarneming) bij een inkomen van circa € 54.000 per onbetaalde aje ver verwijderd van het gemiddelde inkomen. Ook binnen de bedrijfstypen is de spreiding groot (zie inkomen uit bedrijf per sector voor de afzonderlijke spreidingsfiguren).
*Raming op basis van beschikbare data tot en met eind november 2025. In de laatste maand van het jaar is de opbrengstprijs van varkens verder onder druk komen te staan.
|
Kies een sector
|
Meer informatie over dimensies
|
-
No data for this filter criteria
|
|
No data for this filter criteria
|
|
No data for this filter criteria
|
|
No data for this filter criteria
|
|
|
| Referenties |
Arbeidskengetal: onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) Wageningen Economic Research berekent het (bruto) agrarisch inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Agrarische ondernemers en hun gezinsleden verrichten in de meeste sectoren vaak het merendeel van de arbeid zelf, maar krijgen meestal geen salaris. Een arbeidskracht die in een jaar 2.000 uur of meer werkt, wordt gezien als één aje. Wie minder werkt, telt voor minder dan één aje. Wageningen Social & Economic Research deelt het inkomen uit bedrijf in deze situatie door het aantal onbetaalde aje. Op deze manier zijn de inkomens van verschillende bedrijfstypen beter met elkaar te vergelijken. Het gemiddeld aantal onbetaalde aje per bedrijfstype verschilt namelijk sterk.
|
| Meer informatie |
Toelichting indicator |
Thema omschrijving |
Beleidsinformatie |
Archief
|
|
naar boven
 | Loading… |
|
|