Barometer: resultaten per maand - Melkveehouderij
|
Saldo melkveehouderij lager dan in 2025, maar boven langjarig gemiddelde
|
10-7-2026
|
Het maandsaldo van het gestandaardiseerde melkveebedrijf kwam in mei 2026 uit op 23.500 euro. Dit was 39% lager dan in dezelfde maand van het voorgaande jaar, maar 2% boven het langjarig gemiddelde (2016-2025) van deze maand.
|
De toegerekende kosten stegen, met name door de hogere kosten van kunstmest. De meeste Nederlandse zuivelnoteringen stegen ten opzichte van begin 2026: 7% voor volle-melkpoeder, ruim 40% voor magere-melkpoeder en 50% voor weipoeder (whey). De boternotering daalde met 5%. Mede hierdoor kwam er een einde aan de daling van de melkprijs die zich sinds maart 2026 voordeed. Het gestandaardiseerde bedrijf is een bedrijf van 117 melkkoeien met een gemiddelde melkproductie van 9.080 liter per koe.
Melkprijs stijgt licht na een daling eind 2025 Tussen augustus 2025 en februari 2026 daalde de melkprijs, met in november 2025 een recorddaling van ruim 6,5 euro per 100 kg. Vervolgens steeg de melkprijs tot en met mei 2026 met bijna 7%. Hierdoor nam ook het saldo toe, al bleef dat wel bijna 40% achter bij dat van 2025. De toegerekende kosten lagen in mei ruim 1% hoger in vergelijking met mei 2025, met name door de sterke stijging van de kunstmestprijzen. De toegerekende kosten waren hierdoor 20% hoger dan het langjarig gemiddelde. De combinatie van een iets hogere melkprijs en hogere toegerekende kosten resulteerde in mei 2026 in een saldo dat hoger was dan dat van het jaar ervoor en 2% boven het langjarig gemiddelde van deze maand uitkwam. De prijzen van kalveren daalden enigszins, maar waren nog steeds historisch hoog. De prijzen van kalveren waren in mei ruim 2,5 keer zo hoog als het langjarig gemiddelde. De prijzen van slachtkoeien waren bijna de helft hoger dan het langjarig gemiddelde. Ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder waren de kalverprijzen in mei 2026 ongeveer gelijk, en die van slachtkoeien ruim 10% lager.
De krachtvoerprijs daalde in 2025 voor het derde achtereenvolgende jaar, maar minder sterk dan in de voorgaande jaren. Aan het eind van 2025 steeg de krachtvoerprijs licht. In mei 2026 lag de prijs van krachtvoer ruim 5% hoger dan in november 2025. Ten opzichte van mei 2025 was de krachtvoerprijs bijna gelijk, maar wel 12% boven het langjarig gemiddelde.
Voortschrijdend saldo Het voortschrijdend jaarsaldo lag in oktober 2025 54% boven het langjarig gemiddelde. Hoewel de melkprijs in oktober 2025 al lager was dan een jaar eerder, hielden de relatief hoge veeprijzen het saldo nog op een hoog niveau. In de maanden daarna nam de melkprijs sterk af. In mei 2026 daalde het voortschrijdend twaalfmaandelijks gemiddelde saldo verder. Het lag echter nog steeds 23% boven het langjarig gemiddelde.
Door de dalende melkprijs nam ook het cumulatieve saldo af vanaf september 2025. In mei 2026 lag dit saldo 3% onder het langjarig gemiddelde. Het cumulatieve saldo lag in augustus 2025 nog ongeveer 60% boven dit gemiddelde.
Zuivelnoteringen en melkaanvoer
De zuivelnoteringen voor boter daalden in 2025 met ruim 40%, die van magere-melkpoeder met 20%. De meeste Nederlandse zuivelnoteringen stegen in 2026: 7% voor volle-melkpoeder, ruim 40% voor magere-melkpoeder en 50% voor weipoeder (whey). De boternotering daalde met 5%. Omdat ongeveer de helft van de Nederlandse melk tot kaas wordt verwerkt, is de prijsontwikkeling van kaas belangrijk. De EU-kaasprijs daalde in 2025 met 20%. In de eerste drie maanden van 2026 was er een verdere daling van 3%. In april en mei 2026 bleven de prijzen gemiddeld vrij stabiel.
In de eerste helft van 2025 was de melkproductie lager dan in dezelfde periode van 2024. Daarna nam de productie toe. In oktober 2025 was de melkaanvoer bijna 8% groter dan een jaar eerder. In de vijf maanden daarna was de melkaanvoer 5 tot 7% groter dan in dezelfde periode een jaar eerder. In april en mei 2026 was de melkproductie ongeveer 3 tot 4% hoger. Door de goede kwaliteit van het ruwvoer van de oogst van 2025 en de hoge melkprijs (tot en met november 2025) is de melkproductie hoger per koe.
Internationale ontwikkelingen
De Europese melkproductie was tot en met maart 2026 4,5% hoger dan het jaar daarvoor, en bijna 6% lager dan in Nederland. Binnen Europa nam niet alleen in Nederland de melkproductie toe, maar in alle belangrijke zuivelproducerende landen. In de belangrijke zuivelproducerende landen buiten Europa was het beeld ook positief. Zelfs in het land met de kleinste toename, Australiƫ, nam de productie toe met ruim 1%. In de Verenigde Staten was de toename (ruim 3%) ook iets kleiner dan in de EU.
Global Dairy Trade
De Global Dairy Trade-index steeg sinds het dieptepunt in augustus 2023 tot halverwege mei 2025 met 58%. Daarna daalde de index tot aan het begin van december 2025 met een kwart, om vervolgens te stijgen met 20% tot begin juni 2026. De stijgende melkprijsindex was terug te zien in de hogere melkprijs die de melkveehouders ontvingen in april en mei 2026 (uiteindelijk 7% hoger).
|