Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectoren > Melkveehouderij
     
Melkveehouderij
Kies een thema
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
   
Kies een indicator
Deze informatie voor andere sectoren
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Vleesvarkenshouderij
  • Zeugenhouderij

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Barometer: resultaten per maand - Melkveehouderij

Saldo melkveehouderij lager dan in 2025 en onder langjarig gemiddelde
5-10-2026

Het maandsaldo van het gestandaardiseerde melkveebedrijf kwam in augustus 2026 uit op 22.000 euro. Dat was 39% lager dan in dezelfde maand van het voorgaande jaar en 5% onder het langjarige gemiddelde (2016-2025) van augustus.

De toegerekende kosten waren sinds april 2026 iets hoger dan in het voorgaande jaar door hogere kosten van voer en kunstmest. De meeste Nederlandse zuivelnoteringen stegen ten opzichte van begin 2026, met 29% voor volle-melkpoeder, 67% voor magere-melkpoeder en 66% voor weipoeder (whey). De boternotering bleef onveranderd. De melkprijs liet dit jaar nog geen vergelijkbare stijging zien (+7%). De cijfers zijn gebaseerd op het gestandaardiseerde bedrijf, dat 117 melkkoeien heeft met een gemiddelde melkproductie van 9.080 liter per koe.

Licht herstel melkprijs in de loop van 2026 na een flinke daling in de tweede helft van 2025
Tussen augustus 2025 en maart 2026 daalde de melkprijs. In november 2025 was er sprake van een recorddaling (ruim 6,5 euro per 100 kg). Tussen januari 2025 en maart 2026 bedroeg de daling ruim 30%. Daarna was er tot en met augustus 2026 een stijgende tendens van in totaal bijna 8%. Hierdoor nam het saldo toe, maar het bleef nog steeds achter bij dat van 2025 (-39%). De toegerekende kosten lagen in augustus 2026 bijna 3% hoger dan een jaar eerder, met name door hogere voer- en kunstmestprijzen. De totale toegerekende kosten stegen door naar 19% boven het langjarige gemiddelde. De combinatie van een melkprijs die maar net boven het langjarige gemiddelde lag en hogere toegerekende kosten resulteerde in augustus 2026 in een saldo dat 5% onder het tienjaarsgemiddelde van augustus lag. De prijzen van kalveren daalden enigszins, maar zijn nog steeds historisch hoog (in mei ruim twee keer zo hoog als het langjarige gemiddelde). De prijzen van slachtkoeien lagen bijna de helft hoger dan dit gemiddelde. In augustus 2026 waren de kalverprijzen ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder een kwart lager, en die van slachtkoeien 18% lager, omdat de prijzen in de zomer van 2025 piekten.



De krachtvoerprijs daalde in 2025 voor het derde achtereenvolgende jaar, maar minder sterk dan in de voorgaande jaren. In december 2025 begon de krachtvoerprijs licht te stijgen, en deze stijging zette in 2026 door. In augustus 2026 lag de krachtvoerprijs bijna 8% hoger dan in het dal van november 2025. De krachtvoerprijs lag hiermee in augustus bijna 15% boven het tienjaarsgemiddelde van die maand.

Voortschrijdend saldo
Het voortschrijdend jaarsaldo lag in oktober 2025 54% boven het langjarig gemiddelde. Hoewel de melkprijs in oktober 2025 al lager was dan een jaar eerder, hielden de relatief hoge veeprijzen het saldo nog op een hoog niveau. In de maanden daarna nam de melkprijs sterk af en daalde het voortschrijdend twaalfmaandelijks gemiddelde saldo. Toch lag het saldo in augustus 2026 nog 7% boven het langjarige gemiddelde.



Door de dalende melkprijs nam vanaf september 2025 ook het cumulatieve saldo af. In augustus lag dit saldo 3% onder het langjarige gemiddelde, terwijl het daar in augustus 2025 nog ongeveer 60% boven lag.

Zuivelnoteringen en melkaanvoer
De meeste Nederlandse zuivelnoteringen stegen in 2026: 29% voor volle melkpoeder, 67% voor magere melkpoeder en 66% voor weipoeder (whey). De boternotering bleef onveranderd. Omdat ongeveer de helft van de Nederlandse melk tot kaas wordt verwerkt, is de prijsontwikkeling van kaas belangrijk. De EU-kaasprijs daalde in 2025 met bijna 20%. In de eerste acht maanden van 2026 was er een verdere daling van 6%. De prijzen fluctueerden, maar zijn na maart 2026 per saldo niet veranderd.

In de tweede helft van 2025 nam de melkproductie toe. In oktober 2025 was de melkaanvoer bijna 8% groter dan een jaar eerder. In de loop van 2026 werd het verschil met een jaar eerder kleiner. De stijging bedroeg ongeveer 3%.

Internationale ontwikkelingen
De Europese melkproductie was tot en met juni 2026 3,4% hoger dan het jaar daarvoor. Deze stijging was kleiner dan in Nederland (4,7%). Binnen Europa nam de melkproductie in alle belangrijke zuivelproducerende landen toe. Ook buiten Europa was het beeld positief. In de Verenigde Staten en Australië was de toename met bijna 3% wel iets kleiner dan in de EU. In Argentinië en Nieuw-Zeeland lag de stijging boven de 5%.

Global Dairy Trade
De Global Dairy Trade-index (GDT-index) steeg in 2026. De stijgende melkprijsindex was terug te zien in de hogere melkprijs die de melkveehouders ontvingen in de loop van 2026. De stijging bedroeg uiteindelijk 8% in vergelijking met de laagste prijs in 2026 (maart). De melkprijs die de melkveehouders ontvingen steeg vier maanden na het begin van de stijging van de GDT-index.



Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Naar boven