Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handel en verwerking
     
Handel en verwerking
Select an indicator
Sectorbeschrijving - Voedingsindustrie

Meer bedrijven en hogere netto-omzet
11/8/2019

In de voedingsmiddelenindustrie groeit het aantal bedrijven, behalve in de slachterijen en de vleeswarenindustrie industrie. De netto-omzet stijgt en de werkgelegenheid blijft gelijk.

Het aantal bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie (vmi) kent een groei van 4% naar 5.655 bedrijven in 2018. De groei zit vooral bij de micro-bedrijven: een groei van bijna 5% van 4.190 naar 4.385 bedrijven. In de drankenindustrie stijgt het aantal bedrijven met 17% naar 730 bedrijven (CBS, cijfers 4e kwartaal 2018). Binnen de vmi kennen alle sectoren een groei in het aantal bedrijven, behalve de meelindustrie (geen groei) en de slachterijen en vleeswarenindustrie, waar het aantal bedrijven met 2% daalde van 605 naar 595 bedrijven. De zuivelsector is het hardst gegroeid in aantal bedrijven in 2018: met 11% naar 280 bedrijven. De aanwas komt met name door de groei van het aantal microbedrijven van 180 naar 215 (ruim 19% groei).

Netto-omzet
Liet de netto-omzet in de drankenindustrie in 2016 nog een daling zien, 2017 kent een groei van 6%. De totale netto-omzet bedraagt 5,4 miljard euro in 2017. Er werken 6.600 werknemers in de drankenindustrie, 8% meer dan in 2016 (CBS, cijfers 2017). De netto-omzet in de vmi groeit in 2017 met ruim 3% naar 70,5 miljard euro bij een gelijk aantal werknemers (102.000) (zie figuur Bedrijfopbrengsten en werkgelegenheid). Het betekent dat in 2017 een krappe 15% van de werknemers in de totale industrie werkzaam is in de vmi. FoodDrinkEurope noemt de gezamenlijke vmi en drankenindustrie stabiele werkgevers (FoodDrinkEurope, 2018). De werkgelegenheid daalt en stijgt er minder snel dan bijvoorbeeld in de auto-industrie.

Het aandeel in de netto-omzet van de vmi in de totale industrie groeide de laatste jaren, maar is in 2017 gedaald van 21 naar 20% (CBS, cijfers 2017). Het aandeel in de bruto toegevoegde waarde is iets gezakt naar bijna 16%. Dit komt door de groei in de andere sectoren (zie figuur Voedingsmiddelenindustrie als aandeel van de Nederlandse industrie). Naar netto-omzet gemeten zijn de vleesverwerkende industrie en de zuivelverwerkende industrie de grootste sectoren binnen de vmi, met aandelen van respectievelijk 16 en 20% (CBS, cijfers 2017). Het relatieve belang van de zuivelindustrie is weer toegenomen na een krimp in 2016.

Arbeidsproductiviteit
De arbeidsproductiviteit per werknemer, gerekend in bruto toegevoegde waarde per werknemer, van de Nederlandse vmi ligt iets boven het niveau van het gemiddelde van de totale industrie (zie figuur Arbeidsproductiviteit). De gemiddelde arbeidsproductiviteit van de gezamenlijke voedings- en drankenindustrie in de EU ligt juist ónder het industriegemiddelde (FoodDrinkEurope, 2018). Het verschil kan ontstaan door de variatie in de niveaus van arbeidskosten tussen de landen. Deze kosten zijn onderdeel van de gebruikte indicator voor toegevoegde waarde. In Nederland zijn de arbeidskosten relatief hoog.

In de Monitor Levensmiddelenindustrie 2019 van de FNLI staat de arbeidsproductiviteit in de verschillende sectoren binnen de vmi op basis van Eurostatcijfers over 2016 en 2017. In de sectoren met gemiddeld lagere productiviteit daalde de productiviteit in 2017: in de zuivelindustrie, de vleesverwerkende industrie, de visverwerking, en vervaardiging van brood en banket. De daling in de zuivelsector was in 2016 het grootst met 8% naar 99.000 euro per werknemer. De opbrengstprijzen van de industrie zijn in dat jaar weliswaar weer gaan stijgen, maar de inkoopprijs van rauwe melk steeg nog veel harder. Andere inkomsten zijn vaak minder variabel op de korte termijn. Voor de vleesverwerking (met name de varkenssector) geldt hetzelfde (Agrimatie.nl).


Definities
• Microbedrijven: bedrijven met 1 tot en met 9 medewerkers
• Grootbedrijven: bedrijven met meer dan 250 medewerkers
• Toegevoegde waarde: Het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (exclusief aftrekbare btw). Intermediair verbruik betreffen onder andere aangekochte grondstoffen, halffabrikaten, maar ook diensten.
• Arbeidsproductiviteit: Toegevoegde waarde per werknemer (arbeidsvolume/werknemer).
• Werknemer: arbeidsvolume/werknemer
• Netto-omzet: Opbrengst (exclusief btw) uit verkoop van goederen en levering van diensten aan derden. Toelichting: Derden zijn particulieren dan wel bedrijven buiten het (Nederlandse deel van het) eigen concernverband. Waar van toepassing wordt de netto-omzet vastgesteld na aftrek van kortingen, bonussen, statiegeld en doorberekende vrachtkosten




Kies een sector
Contactpersoon
Elsje Oosterkamp
0317 484655
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page