Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Keten in beeld
     
Keten in beeld
Select an indicator
Structuur van de keten - Suiker

De Nederlandse suikerketen in beeld
11/6/2019

In Nederland wordt in 2019 op ongeveer 8.000 akkerbouwbedrijven in totaal 80.000 ha suikerbiet geteeld. De teelt vindt voornamelijk plaats op kleigrond, maar deels ook op zand-, dal- en lössgronden. De bieten worden verwerkt door Suiker Unie, een dochter van coöperatie Cosun. Suiker Unie heeft in Nederland twee suikerfabrieken, namelijk in Dinteloord (Noord-Brabant) en Vierverlaten (Groningen). Daarnaast is er nog een fabriek in Anklam, Duitsland. Na diverse fusies is in Nederland alleen Suiker Unie als suikerbietverwerker/suikerproducent overgebleven.

Het belangrijkste product van de verwerking van suikerbieten is kristalsuiker (zie voor een beschrijving van het suikerproductieproces de bijlage). Kristalsuiker wordt als zodanig (in de vorm van losse kristalsuiker en suikerklontjes) aan de consument verkocht; een groter deel van de suiker dient als grondstof voor de suikerverwerkende industrie, bijvoorbeeld voor de productie van frisdrank, brood, gebak en andere voedingsmiddelen. Daarnaast is suiker een grondstof voor ‘biobased’ toepassingen, waarvan bio-ethanol de meest bekende en wijdst verbreide is. Zo draait de transportsector in Brazilië, een van de grootste suikerproducenten in de wereld, op bio-ethanol. Ook in Duitsland en Frankrijk gaat 10% van de bieten de ethanol in. Suiker is goed voor meer dan 60% van de wereldwijde productie van ethanol (https://www.finanzen.nl/grondstoffen/suikerprijs).

De suikerketen in Nederland wordt gedomineerd door de teelt en verwerking van suikerbieten. Daarnaast kan ook suikerriet als bron van suikerproductie dienen, maar die stroom is in Nederland klein, mede omdat rietsuiker een tropisch gewas is en rietsuiker dus geïmporteerd moet worden1. Suikerbiet gedijt in een gematigd klimaat. Bij hoge temperaturen is de onderhoudsademhaling hoog en dat gaat ten koste van de netto-suikerproductie. Daarom wordt suikerbiet geteeld in de gematigde gebieden in de EU en Noord-Amerika en suikerriet in tropische gebieden, zoals Afrika, India en Zuid-Amerika. Vanuit concurrentieoogpunt is suikerbiet een interessant gewas gezien de hoeveelheid suiker per ha. De Europese suikerverwerkende industrie heeft een voorkeur voor Europese (biet)suiker, omdat hun productieproces is afgestemd op de kristalstructuur van deze suiker en omdat men veel waarde hecht aan voedselveiligheid; die lijkt beter gewaarborgd in de Europese teelt en industrie dan elders.

Andere zoetstoffen dan suiker
Biet- en rietsuiker bestaat uit sucrose, een verbinding van een glucose- en een fructosemolecuul. Daarnaast is er ook glucose-fructosestroop (GFS), een vloeibare zoetstof die eveneens gebruikt wordt bij de productie van voedingsmiddelen en dranken. Deze zoetstof is samengesteld uit diverse suikers, voornamelijk uit ‘losse’ glucose- en fructosemoleculen, met verschillende samenstelling maar met een fructosegehalte variërend van 5 tot 50%. Als het gehalte aan fructose hoger is dan 50%, wordt het product een fructose-glucosestroop genoemd. Deze stropen worden voornamelijk gemaakt uit tarwe- of maïszetmeel. In Europa worden deze suikerstropen isoglucose genoemd als het fructosegehalte meer dan 10% bedraagt. In de Verenigde Staten worden deze stropen uit maiszetmeel gemaakt en aangeduid als High Fructose Corn Syrup (HFCS). Het fructosegehalte bedraagt dan 42 of 55%. GFS wordt met name verwerkt in snoepgoed, dranken, jam en conserven, gebakken levensmiddelen, graanproducten, yoghurt en andere zuivelproducten, specerijen en ingeblikte en verpakte levensmiddelen (Harmsen et al., 2014). In Nederland worden deze siropen niet (meer) geproduceerd en de toepassing van zoetstoffen was, net als productie van bietsuiker, tot 30 september 2017 gebonden aan quoteringsregels. In de tijd dat de suikerprijs hoog was, was de productie van alternatieven aantrekkelijk.

Overzicht van de suikerbiet- en suikerstromen
Onderstaande figuur geeft een overzicht van de suikerbiet- en suikerstromen in Nederland voor 2017, het meest recente jaar waarvoor deze gegevens beschikbaar zijn. In dat jaar werd op ruim 85.000 ha ruim 8 miljoen ton suikerbieten geoogst, goed voor ruim 1,3 miljoen ton suiker ofwel 1,2 miljoen ton kristalsuiker. Import en export van suikerbieten vindt in geringe mate plaats. Dit betreft met name grensverkeer met Duitsland en België, bedoeld om transportafstanden tot de fabriek te beperken.

Daarentegen zijn de import en export van suiker van grote omvang, respectievelijk ruim 1 miljoen en bijna 2 miljoen ton. Dit betreft niet alleen import van kristalsuiker (238.000 ton) maar ook van suiker die verwerkt is in voedingsmiddelen (omgerekend naar ton kristalsuiker gaat het om 775.000 ton). De export van suiker kan worden onderverdeeld naar 843.000 ton suiker en 1.133.000 ton suiker in producten. Een deel daarvan betreft doorvoer van suiker zonder tussentijdse verwerking. Het Nederlandse verbruik door consumenten wordt voor 2017 geschat op 42.000 ton ofwel 24,6 kg per hoofd van de bevolking. Daarnaast gebruikte de industrie circa 500.000 ton, waaronder 122.000 ton zogenoemde ‘niet-gewonnen suiker’: dat is suiker die niet tot kristalsuiker kon worden verwerkt maar achterblijft in bietenpulp, melasse en vinasse en als zodanig tot waarde gebracht wordt in veevoer en energieproductie.

Naast deze hoofdstromen zijn er ook cijfers over export, import en productie van glucose en pure glucosestroop en van fructose, fructosestroop en isoglucose in de EU (hoewel onvolledig) beschikbaar bij Eurostat. In 2016/2017 produceerden negen EU-lidstaten isoglucose, met een totale omvang van 720.000 ton. Daarmee gaat het dus om een hoeveelheid die kleiner is dan alleen al de Nederlandse suikerproductie (afgezien van verschillen in zoetkracht) (Smit et al., 2017).

Vóór de afschaffing van het suikerquotum per 30 september 2017 bedroeg de zelfvoorzieningsgraad voor suiker in de EU 90%. Dat betekende ook dat Suiker Unie in die tijd ongeveer 20.000 ton rietsuiker per jaar importeerde voor raffinage om aan de vraag van suikerverwerkers te kunnen voldoen2. Na afschaffing van het quotum is Suiker Unie gestopt met deze import en heeft zij de telers ruimte gegeven om het suikerbietenareaal in Nederland met ongeveer 20% te vergroten tot ongeveer 80.000 ha. Bij de uitzaai in 2017 had men al geanticipeerd op de afschaffing van het quotum en kwam het areaal uit op ruim 85.000 ha; in 2016 was het areaal nog 70.000 ha. Een areaal van 80.000 ha (zoals in 2018) lijkt beter aan te sluiten bij de huidige markt. In dat jaar werd 1,1 miljoen ton suiker geproduceerd (www.cosunleden.nl/nieuws/cosun-lagere-bietenprijs-door-tegenvallend-result), dus minder dan de 1,3 miljoen ton in 2017.

Teelt van suikerbieten in de EU en Nederland
Suikerbiet is in Nederland lange tijd een van de belangrijkste akkerbouwgewassen geweest, mede door een relatief hoog saldo (financiële opbrengsten minus toegerekende kosten). Ook voor de EU is het een belangrijk gewas. De EU als geheel teelde in 2018 1,74 miljoen ha (website Eurostat d.d. 17 juli 2019) en produceerde in 2018/2019 ongeveer 19,2 miljoen ton suiker (www.boerenbusiness.nl/granen-grondstof/artikel/10880097/suikerprijs-ongevoelig-voor-europese-invloed). Op wereldschaal werd in 2013 4,9 miljoen ha suikerbieten geteeld, met een suikerproductie van ongeveer 43 miljoen ton. Dit is een kwart van de totale wereldsuikerproductie uit suikerbiet en -riet (Harmsen et al., 2014).

Sinds de afschaffing van het suikerquotumstelsel zijn het areaal suikerbiet en de productie van suiker in de EU sterk toegenomen, mede doordat de export van suiker naar de wereldmarkt niet langer beperkt wordt. In 2017 bedroeg het suikerbietenareaal in de EU 1,7 miljoen ha tegenover ongeveer 1,4 miljoen ha in voorgaande jaren (Smit et al., 2017). Als gevolg daarvan zijn de suikerprijzen op de wereldmarkt sterk gedaald, tot een historisch laag niveau. Dit effect is nog versterkt doordat elf Oost- en Zuid-Europese lidstaten van de EU hebben besloten Voluntary Coupled Support (gekoppelde steun per ha suikerbiet, in dit geval) aan te vragen voor en toe te kennen aan de suikerbietenteelt in hun land. Daardoor is de prijs voor suikerbieten in de EU nog eens met 5% extra gedaald (Smit et al., 2017).
Ook in Nederland heeft het wegvallen van de suikerquotering met name geresulteerd in een areaaluitbreiding naar 85.000 ha in 2017 en 2018. In 2019 is het suikerbietenareaal 81.000 ha maar voor 2020 zet Suiker Unie weer in op 85.000 ha. De areaaluitbreiding lijkt voor Nederland dus min of meer blijvend. In de overige EU-lidstaten is het areaal in eerste instantie ook toegenomen. Maar door de sterk gedaalde suikerprijs zal een deel van het areaal wegvallen door het sluiten van een aantal suikerfabrieken. De areaalafname wordt in elf lidstaten beperkt door de Voluntary Coupled Support (Smit et al., 2017). Nederland heeft hier niet aan meegedaan en ook niet de ons omliggende grote suikerproducenten Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. In de meeste van deze landen wordt in de komende jaren na de sterke toename in 2017 een areaalafname verwacht, deels door het sluiten van fabrieken.

Door de sterke prijsdaling sinds 2017 is de verwerking van suikerbieten ook in Nederland verliesgevend geworden. Het saldo van suikerbiet is daardoor ook sterk gedaald, maar is vergeleken met de rest van de EU nog steeds op redelijk peil doordat winsten binnen de Cosun-groep (waarvan Suiker Unie een dochter is) deels ten goede komen van de uitbetalingsprijs van suikerbieten. Het areaal suikerbiet bedroeg in 2017 en 2018 nog 85.000 ha, maar het areaal is gedaald, vermoedelijk door de lage bietenprijs in 2018 en de voorspelling door coöperatie Cosun dat de prijs dit jaar nog lager zou uitvallen in combinatie met het verbod op met neonicotinoïden gecoat bietenzaad (www.akkerwijzer.nl/artikel/210057-2019-meer-tarwe-uien-en-aardappelen-minder-suikerbieten). Op termijn verwacht Suiker Unie prijsherstel, onder andere doordat diverse suikerfabrieken in de EU gesloten zullen worden.

Toekomst suikerbietenteelt en suikerproductie in Nederland
De toekomst van de suikerbietenteelt en suikerproductie in Nederland hangt sterk af van de internationale markt- en beleidsontwikkelingen en de mate waarin Suiker Unie deze ontwikkelingen kan pareren in vergelijking met suikerproducenten elders in Europa en de wereld. Onderstaande tekst belicht een aantal van deze aspecten.

Vraag naar consumptiesuiker blijft licht groeien
De wereldconsumptie van suiker neemt naar verwachting de komende jaren toe met 2% per jaar. Deze grotere vraag komt met name uit ontwikkelingslanden, door gemiddeld hogere inkomens en bevolkingsgroei. In Europa zal de suikerconsumptie naar verwachting gaan dalen in verband met toenemende obesitasproblemen. De productie van suiker varieert daarentegen sterk, doordat:
• De kg- en suikeropbrengsten van suikerbiet en suikerriet per ha per jaar sterk kunnen variëren door weersinvloeden, zoals te veel of te weinig neerslag, (te) hoge of (te) lage temperaturen en dergelijke;
• Zowel suikerriet als –biet ook verwerkt kunnen worden tot bio-ethanol (Brazilië). Dit betekent dat suiker (indirect) concurreert met olie en andere fossiele brandstoffen, waardoor het aandeel van beide gewassen dat verwerkt wordt tot bio-ethanol (en dus ook het (resterende) aandeel voor suiker) afhankelijk is van de olieprijs. Omdat er ook bio-ethanol én zoetstoffen (met name HFCS) uit maïs en tarwe gemaakt kunnen worden, zijn ook deze gewassen concurrenten van suikerbiet en –riet (Smit et al., 2011).

Verschillende markten zijn dus met elkaar verweven. Met name Brazilië speelt op deze markten een cruciale rol, omdat zij in dezelfde fabriek uit suikerriet zowel suiker als bio-ethanol kunnen maken. Daarmee kunnen deze fabrieken optimaal inspelen op de prijsverhoudingen tussen suiker en bio-ethanol. Het is zelfs voorgekomen dat Brazilië in een periode van hoge suikerprijzen ethanol uit de V.S. moest importeren om aan de vraag naar bio-ethanol in de transportsector te kunnen voldoen. Die sector werkt namelijk met relatief hoge bijmengpercentages bio-ethanol (Harmsen et al., 2014).

Bij de huidige, lage suikerprijzen zal Brazilië relatief veel suiker in bio-ethanol omzetten, wat enige stabilisatie van de prijsvorming op de wereldmarkt3 geeft. Als naar verwachting op langere termijn de suikerprijs zich herstelt, ligt het in de rede dat Brazilië weer meer suiker gaat produceren. De suikerprijs zal echter vermoedelijk niet meer zo hoog worden als in het EU-quotumtijdperk, toen het suikeraanbod vanuit de EU richting de wereldmarkt zeer gering was. Alle geproduceerde suiker in de EU was destijds nodig voor invulling van de interne vraag; de suikerverwerkende industrie klaagde in die periode over suikertekorten op de Europese markt, die met import van buiten de EU (inclusief de administratieve procedures om hiervoor toestemming (certificaten) te verkrijgen) opgevuld moesten worden. Zij waren dan ook voorstander van afschaffing van het quotumsysteem, in tegenstelling tot de suikerindustrie en de bietentelers die inzagen dat dit tot een daling van de suiker(bieten)prijs zou leiden. Doordat zowel de Europese als de Braziliaanse suikerproductie zich in het huidige quotumvrije tijdperk aan zullen passen aan de marktsituatie, zullen zowel tekorten als overschotten en daarmee de prijsvorming op langere
termijn gedempt worden (behoudens grote calamiteiten (weer, ziekten en plagen) in belangrijke suikerbietregio’s).

Vraag naar suiker voor industriële toepassingen
Overigens is er ook in de EU een bijmengverplichting van biobrandstoffen, maar de afspraken daarover zijn afgezwakt ten opzichte van eerdere voornemens. Naar verwachting zal door die aanpassing het suikergebruik in de EU minder stijgen dan eerder voorzien. Naast deze alternatieve toepassing van suikers is er brede aandacht voor vervanging van olie door hernieuwbare grondstoffen in onder andere plastics. Naar verwachting zal door die aandacht het suikergebruik in met name de westerse landen toenemen, maar vergeleken met brandstoffen is de polymerenmarkt klein. Bovendien kunnen dergelijke toepassingen (alternatieve zoetstoffen, bioplastics, bio-ethanol) ook gedaan worden op basis van zetmeel uit bijvoorbeeld granen. Ook hier is er dus concurrentie tussen bijvoorbeeld suikerbiet en granen. Nu is het suiker- of sucrosemolecuul een goede basis voor BbE-toepassingen4, maar uiteindelijk zal de kostprijs van suiker in vergelijking met bijvoorbeeld graanzetmelen een doorslaggevende factor zijn.

In het quotumtijdperk werden hogere prijzen voor consumptiesuiker dan voor non-food-toepassingen gehanteerd. Voor die laatste werd ook vaak buitenquotumsuiker gebruikt, dus suiker dat uit surplusbieten gemaakt werd voor een lagere bieten- en suikerprijs. Na de afschaffing van het suikerquotum is dit onderscheid komen te vervallen. De vraag naar suiker voor industriële toepassingen hangt voor een deel af van de kostprijs en dus van de prijs van de concurrerende olie in verhouding tot die van suiker voor BbE-toepassingen (bijvoorbeeld in de vorm van diksap). De lagere prijs voor buitenquotumsuiker maakte het gebruik van deze suiker voor BbE aantrekkelijk. In de nieuwe situatie is dit onderscheid tussen quotum- en buitenquotumsuiker er niet meer. Daardoor is in eerste instantie de suikerprijs voor deze toepassingen gestegen (Harmsen et al., 2014), dit effect is inmiddels grotendeels ongedaan gemaakt door de prijsdaling voor suiker en suikerbieten ten gevolge van de grote uitbreiding van de suikerproductie vanaf 2017. Bovendien is gebruik van diksap aantrekkelijk in vergelijking met kristalsuiker.

Er is de laatste jaren een tendens om naast de biet zelf ook het loof van de biet te gaan benutten, namelijk voor eiwitproductie. In het verleden is er onderzoek naar gedaan naar kleinschalige raffinage van bietenblad voor hoogwaardige toepassingen zoals Rubisco, maar toen leek het perspectief gering (De Wolf et al., 2013). Suiker Unie doet inmiddels onderzoek naar grootschalige eiwitraffinage ten behoeve van veevoerproductie. Enerzijds heeft dat te maken met de belangstelling voor het sluiten van kringlopen, anderzijds kan daarmee mogelijk ook het verdienmodel van de suikerbietenteelt en -verwerking verbeterd worden. Suikerbietprijzen van € 50 per ton op basis van suikerproductie (zoals in het verleden betaald) zitten er waarschijnlijk niet meer in voor de toekomst. Maar mogelijk kunnen de opbrengsten bij een relatief lage suikerprijs verhoogd worden door BbE-toepassingen van zowel biet als blad.

Marktstabilisatie door leveringsbewijzen
De teelt van suikerbieten in Nederland is ook na de afschaffing van het quotum nog steeds gereguleerd, niet vanuit de EU maar door Suiker Unie zelf. Om vraag en aanbod met elkaar in evenwicht te houden werkt Suiker Unie tegenwoordig met ledenleveringsbewijzen (LLB’s) (www.cosunleden.nl/algemeen/suikersysteem-llb-s). De volumestromen in de figuur zullen er na 2017 in grote lijnen vermoedelijk vergelijkbaar uitzien als in het schema; maar de kg-opbrengsten per ha waren in 2017 bijzonder hoog, dus mogelijk dat de suikerbietopbrengsten en suikerproductie vanaf 2018 op een enigszins lager niveau zullen liggen. Ter vergelijking: in het quotumtijdperk was de jaarlijkse suikerproductie in Nederland ongeveer 800.000 ton (quotum)suiker. Vraag en aanbod zijn bij Suiker Unie met dit systeem vrij goed op elkaar afgestemd. Een bijkomend voordeel van Suiker Unie in vergelijking met verschillende concurrenten is dat er in het verleden flink geïnvesteerd is in een lage kostprijs en een hoge mate van duurzaamheid (certificaat ‘goud’ volgens SAI, Sustainable Agricultural Initiative), anticiperend op de afschaffing van het quotum (Baltussen et al., 2015). Dit is van belang voor het afsluiten en behouden van contracten met suikerverwerkers.
Samengevat zijn de perspectieven voor de suikerbietenteelt en suikerproductie in Nederland op middellange termijn redelijk gunstig. Suiker Unie heeft een relatief lage kostprijs in vergelijking met concurrenten, een hoog duurzaamheidsniveau en heeft vraag en aanbod goed op elkaar afgestemd middels een systeem van ledenleveringsbewijzen. Daarnaast probeert Suiker Unie het verdienmodel van de suikerbietverwerking nog te verbeteren door nieuwe BbE-toepassingen te ontwikkelen voor zowel biet als blad.
 
Toelichting Suikerproductieproces
De verwerking van suikerbieten tot kristalsuiker vindt als volgt plaats:
• Na de opslag en transport naar de suikerfabriek wordt bij de fabriek de lading bieten bemonsterd en geanalyseerd op bijvoorbeeld suikergehalte en mineralen die de kristallisatie van suiker tegenwerken. Op basis van deze analyses wordt de prijs bepaald die de teler krijgt voor zijn geleverde bieten (suikergehalte en winbaarheid).
• De aanhangende grond wordt vervolgens van de bieten gewassen en de puntjes van de biet (bietenstaartjes) worden verwijderd en verwerkt tot biogas. De gewassen bieten worden in stukken gesneden en gemengd met water.
• De extractie van suikers vind plaats bij verhoogde temperatuur. Hieruit ontstaat ruwsap, de suikerhoudende vloeistof met een suikerpercentage van ongeveer 15%, en pulp;
• Het snijdsel waar de meeste suiker uit gehaald is, heet pulp en wordt geperst of gedroogd gebruikt als veevoer. Per ton bieten gaat het om ongeveer 250 kg perspulp met een droge stofgehalte van 20%.
• Het ruwsap wordt verder gezuiverd door carbonatatie. Daarin wordt met kalkmelk (ongebluste kalk (Ca(OH)2) opgelost in water) en kooldioxide (CO2) calciumcarbonaat gevormd (CaCO3) dat een groot deel van de onzuiverheden bindt en vervolgens door filtratie verwijderd wordt. Deze vaste stof, schuimaarde, wordt uit het proces verwijderd en wordt in de landbouw ingezet als grondverbeteraar. Het fosfaat in schuimaarde telt mee bij de bemestingsnormen.
• Het gereinigde sap, dunsap, heeft een suikerpercentage van ongeveer 13% en wordt vervolgens door verdampen ingedikt tot diksap met een suikergehalte van 50-65%.
• Het diksap wordt verder ingekookt waardoor na enting met poedersuiker kristallisatie van suiker optreedt. De suikerkristallen worden door centrifugeren gescheiden van de resterende stroop. Diksap kan ook worden opgeslagen.
• De stroop die na de derde keer centrifugeren ontstaat is melasse. De melasse bevat 50% suiker, eiwitten en mineralen. De melasse wordt gebruikt als veevoer of ingezet voor de productie van alcohol. Na alcoholbereiding uit melasse blijft er nog het restproduct vinasse over, wat als veevoer of meststof kan worden gebruikt.
• Door verdunning en opnieuw kristalliseren wordt de suikeropbrengst verhoogd. Het aantal kristallisatie-, was- en recyclestappen in het kristallisatieproces bepaalt de zuiverheid en daarmee de kwaliteit van de verkregen suiker. Deze kristalsuiker kan worden getransporteerd naar de afnemers of worden opgeslagen in silo&39;s.



1) Suikerriet is volumineus in verhouding tot het suikergehalte, zodat het geen optie is om suikerriet te importeren en in Nederland te verwerken. In het verleden (vóór afschaffing van het suikerquotum in 2017) werd in Nederland een aanzienlijke hoeveelheid ruwe rietsuiker geïmporteerd en opgewerkt tot kristalsuiker.
2) De eerder genoemde import van suiker is niet alleen bedoeld voor raffinage.
3) In veel landen wordt de suikerproductie en/of –import veel sterker beschermd dan in de EU. Daardoor is de wereldmarkt een ‘restmarkt’ en niet een echte wereldmarkt waar de totale wereldwijde vraag en aanbod van suiker bij elkaar komen. De suikerprijs op die markt weerspiegelt daardoor maar ten dele het totale beeld in de sector.
4) BbE = Biobased Economy.





Kies een sector
Contactpersoon
Bert Smit
0320-293528
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Baltussen, W.H.M., M.A. Dolman, R. Hoste, S.R.M. Janssens, J.W. Reijs en A.B. Smit, 2015. Grondstofefficiëntie in de zuivel-, varkensvlees-, aardappel- en suikerketen. Wageningen, LEI Wageningen UR (University & Research centre), LEI Nota 2016-013.

Harmsen, P., S. Lips, H. Bos (Wageningen UR-Food and Biobased Research), B. Smit, S. van Berkum, J. Helming en R. Jongeneel (LEI Wageningen UR), 2014, Suiker als grondstof voor de Nederlandse chemische industrie; gewassen, proces, beleid, Wageningen, FBR-rapport Nummer 1494, www.wageningenur.nl/nl/Publicatie-details.htm?publicationId=publication-way-343536323436; http://edepot.wur.nl/312696

Smit, A.B., R.A. Jongeneel, H. Prins, J.H. Jager en W.H.G.J. Hennen, 2017, Impact of coupled EU support for sugar beet growing: More production, lower prices. Den Haag, Wageningen Economic Research, Report 2017-114, 62 pp. and Executive Summary 2017-114a. https://www.wur.nl/nl/Publicatie-details.htm?publicationId=publication-way-353331323731

Wolf, de, P. en Chr. de Visser (PPO-AGV), E. Keijsers en K. Meesters (FBR), J.W. Heesakkers en M. Aerts (BODEC), 2013, Kleinschalige raffinage van bietenblad; Eerste verkenning van de mogelijkheden. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten, PPO nr. 3250264400.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page