Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Keten in beeld
     
Keten in beeld
Select an indicator
Structuur van de keten - Vleeskalverhouderij

De Nederlandse kalfsvleesketen
10/23/2018

Kalveren die in de melkveehouderij worden geboren en niet worden aangehouden als nieuwe aanwas, worden veelal gehouden als vleeskalf. De kalveren blijven ten minste 14 dagen (meestal in individuele hokken) op het geboortebedrijf en worden vervolgens met leeftijdgenoten op gespecialiseerde kalverbedrijven geplaatst.

Aantallen dieren en bedrijven
Er zijn circa 950.000 plaatsen voor vleeskalveren in Nederland. Door het wegvallen van de melkquotering is de Nederlandse melkveestapel tussen 2010 en 2016 gegroeid, maar in 2017 voor het eerst weer afgenomen als gevolg van de fosfaatwetgeving. De afname in 2017 is niet terug te zien in het aantal gehouden kalveren in 2017 (zie figuur).
Het aantal geïmporteerde kalveren steeg in 2017 met 2% (794 duizend in 2017) na een daling van 10% het jaar daarvoor (van 2015 naar 2016). Er vindt wel een forse verschuiving plaats tussen de landen van herkomst van 2016 naar 2017. Vanuit Ierland en Duitsland neemt de import toe, met resp. 20 en 9 duizend; vanuit Denemarken, Litouwen en Polen neemt de import af, met resp. 4, 9 en 8 duizend kalveren.

Van de 794 duizend vleeskalveren die in 2017 werden geïmporteerd, was 71% afkomstig uit Duitsland, 6% uit Ierland en 5% uit België. In vergelijking met 2010, is het aantal kalveren vanuit Oost-Europa (inclusief Letland, Estland en Litouwen) sterk afgenomen van 36% in 2010 naar 11% in 2017. Dit is vooral het gevolg van de enorme afname van de import uit Polen, als gevolg van onder meer uitbraken van ziektes en de ontwikkeling van de stierhouderij in Polen (RVO, 2018).



Houderij en voeding
In de Nederlandse kalversector worden zowel blankvleeskalveren als rosékalveren gehouden. Blankvleeskalveren (tot een leeftijd van ruim 25 weken) hebben een levend eindgewicht van 225 kg; jonge rosékalveren (tot een leeftijd van ruim 30 weken) een levend eindgewicht van 300 kg, oude rosékalveren (tot een leeftijd van 40 weken) een levend eindgewicht van 360 kg.

In het Besluit houders van dieren zijn regels gegeven voor de huisvesting van kalveren. Tot 8 weken leeftijd mogen kalveren om gezondheidsredenen individueel gehouden worden (ze kunnen elkaar wel zien en aanraken), daarna is groepshuisvesting verplicht. Elk kalf heeft een minimale vloeroppervlakte van 1,5 m2 per kalf van minder dan 150 kilogram, 1,7 m2 per kalf van 150 kilogram tot 220 kilogram en 1,8 m2 per kalf van 220 kilogram of meer. De kalveren worden in groepen van 8-75 dieren gehouden. Blankvleeskalveren krijgen in belangrijke mate melkpoeder en overeenkomstig de wettelijke norm minimaal 50 tot 250 gram vezelhoudend voer per dag. Het MVO-verslag van de Van Drie Group noemt 275 kg muesli (vezelhoudend krachtvoer) en 30 kg gehakseld stro per kalf, wat neerkomt op 1,7 kg per kalf per dag. Rosékalveren krijgen meer vezelhoudend voer.

Biologische kalfsvleesproductie komt nauwelijks voor, vermoedelijk vanwege de geringe vraag. Deze dieren hebben, naast voeding van biologische oorsprong, meer ruimte en buitenuitloop. Enkele producenten leveren kalfsvlees met 1 ster van het Beter Leven keurmerk. Deze kalveren krijgen extra ruwvoer, het transport van het jonge kalf duurt maximaal 8 uur en het transport naar de slachterij maximaal 4 uur.

Kalfsvlees
Jaarlijks worden in Nederland 1,5 miljoen kalveren geslacht (zie figuur).





Overzicht van im- en export nuchtere kalveren (nuka’s), het aantal kalverplaatsen en het aantal slachtingen in 2017
Bron: RVO, bewerking Wageningen Economic Research.

De Nederlandse kalversector is met een aandeel van 31% de grootste producent van kalfsvlees in Europa, gevolgd door Frankrijk (26%) (zie figuur). Met Italië en België erbij zijn de vier landen verantwoordelijk voor 81% van de totale productie.



Economische betekenis en inkomen
De werkgelegenheid in de vleeskalversector bedraagt circa 2.300 arbeidsplaatsen in de primaire sector en voor het totale kalvercomplex circa 8.000 fte’s. De toegevoegde waarde is 1,3 miljard euro (figuur). De meeste bedrijven met blankvleeskalveren werken met contractvergoedingen binnen een zogenaamde integratie, waarbij een aantal opeenvolgende schakels in de keten tot hetzelfde bedrijf behoren. De integratie is dan contractgever, eigenaar van het kalf en levert ook het voer. Rosékalveren worden meestal voor eigen risico van de boer gehouden. De kalverhouders met contract hebben over de jaren een redelijk stabiel inkomen van gemiddeld circa 40.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Voor rosékalverbedrijven zijn geen gegevens beschikbaar in het Bedrijveninformatienet.



Belangrijke spelers in de sector
  • SBK: Stichting Brancheorganisatie Kalversector. In 2014 door de overheid erkende brancheorganisatie voor de kalfsvleessector. Het bestuur bestaat uit twee leden vanuit LTO, twee vanuit Nevedi (Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie), twee vanuit COV (Centrale Organisatie voor de Vleessector), een belanghebbende in de kalversector die niet vanuit voornoemde organisaties komt en een onafhankelijke voorzitter. SBK is de regelingshouder van het kwaliteitssysteem Vitaal Kalf (alle aspecten met betrekking tot kwaliteit, gezondheid en welzijn van vleeskalveren, voorheen IKB-Kalf.) 
  • SKV: Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector. SKV voert kwaliteitscontroles uit gericht op de aanwezigheid van verboden groeibevorderende stoffen, onder andere door analyse van urine-, haar- en vleesmonsters. Daarnaast is SKV de certificerende instantie voor Vitaal Kalf. 
  • Integraties. De kalversector kent verschillende grote en kleinere integraties, zoals de Van Driegroup, Denkavit, Pali-Group, Veal Fine, en Fuite Veal. De integraties zorgen voor aankoop van kalveren, leveren het voer en sommige zorgen ook voor de slacht van de kalveren en de afzet van het kalfsvlees. 
  • LTO Nederland: Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland. De vakgroep Kalverhouderij, behartigt de belangen van de Nederlandse kalverhouders. 
  • Verwerkers van kalvermest zoals Stichting Mestverwerking Gelderland (SMG) en Ecoson. 


Aandachtspunten diergezondheid en dierenwelzijn
  • Het transport van jonge kalveren over lange afstanden.
  • Diergezondheidsproblemen en een relatief hoog antibioticagebruik, vanwege het bij elkaar brengen van jonge dieren van veel verschillende diergezondheidsstatussen. 
  • Vleeskalveren worden doorgaans gehouden op roostervloeren, vanwege de afvoer van de mest (kalvergier), en komen niet buiten. Stimulering van diervriendelijker, zachtere vloeren vindt in 2018 via een subsidieregeling plaats. 
  • Vleeskalveren krijgen beperkt ijzer in het rantsoen, waardoor bloedarmoede een belangrijk aandachtspunt blijft. Er zijn geen data beschikbaar over Hb-gehaltes van individuele vleeskalveren aan het eind van de productieperiode. De sector streeft naar een gemiddeld Hb vlak voor de slacht tussen 5,5. en 5,8 mmol/L. 
  • Het voer van blanke en rosé kalveren is relatief rijk aan energie (voor snelle groei) en geeft daardoor risico op stofwisselingsstoornissen bij de kalveren. 
  • BVD is een besmettelijk virusziekte bij runderen die niet schadelijk is voor mensen. Van de melkveebedrijven die vallen onder de ketenorganisatie ZuivelNL (ruim 16,5 duizend) is bijna 98% begonnen met een BVD-aanpak, wat later ook doorwerkt naar de kalversector. BVD heeft in Europese wetgeving nog niet dezelfde status als IBR waardoor er voor deze ziekte geen wettelijk verplichte aanpak komt in Nederland. Dit zou in de toekomst kunnen veranderen. In maart is in Europa gesproken over het gelijktrekken van de status van IBR en BVD binnen de EU in het kader van de nieuwe Animal Health Regulation (de Kalverhouder, april 2018). 


Kies een sector
Contactpersoon
Linda Puister-Jansen
0317-484642
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page