Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handelsbeleid
     
Handelsbeleid
Select an indicator
Andere onderhandelingen - Brexit

Brexit, gevolgen voor handelsstromen en het EU-budget
12/18/2017

In maart 2017 heeft de Britse premier May de Europese Commissie (EC) per brief een verzoek tot beëindiging van het EU-lidmaatschap gedaan. Volgens het Verdrag van Lissabon hebben de EC en het Verenigd Koninkrijk (VK) daarna twee jaar de tijd om te onderhandelen over hun nieuwe relatie. Daarbij wordt eerst gesproken over de rechten van EU-burgers in het VK en de financiële afhandeling van het Britse EU-lidmaatschap. Pas als met deze kwesties voldoende voortgang is gemaakt, komt de nieuwe handelsrelatie tussen de EU en het VK ter sprake. Behalve met de EU zal het VK ook met derde landen moeten gaan onderhandelen over een nieuwe handelsrelatie, omdat het VK straks niet meer valt onder de handelsovereenkomsten die de EU met deze landen heeft gesloten. Naar schatting gaat het daarbij om zo’n 750 verdragen (OECD, 2017). Het sluiten van nieuwe handelsovereenkomsten is een aanzienlijke opgave, die geruime tijd vergt.



EU is belangrijke handelspartner van het VK
Op dit moment is bijna de helft van de totale export van het VK bestemd voor de EU (figuur 1).

Herkomstlanden voor Britse agrarische import in 2016
Bron: Eurostat Comext, bewerking Wageningen Economic Research

Het aandeel van de EU in de totale agrarische export van het VK is nog groter: ruim 60% (figuur 2).

Bestemmingen van Britse agrarische export in 2016
Bron: Eurostat Comext, bewerking Wageningen Economic Research


Ierland, Duitsland, Frankrijk en Nederland zijn de belangrijkste EU-handelspartners van het VK. Zo’n 6% van de totale export van het VK en 7% van de totale agrarische export van het VK in 2016 ging naar Nederland. Omgekeerd voert Nederland ook veel uit naar het VK: 9% van de totale Nederlandse export in 2016 en 10% van de totale Nederlandse agrarische export was bestemd voor de Britse markt (Eurostat Comext).

Welvaartsverlies van Brexit in VK groter dan in EU27
Hoe de nieuwe handelsrelaties tussen het VK en de EU en overige landen er na Brexit precies uit zullen zien en wat de gevolgen ervan zijn voor de omvang en richting van de handelsstromen is vooralsnog niet duidelijk. De meeste studies naar de handelsgevolgen van Brexit gaan uit van twee scenario’s: (1) een optimistisch scenario, waarin het VK en de EU27 een vrijhandelsverdrag hebben afgesloten; en (2) een pessimistisch scenario, waarbij het VK en de EU27 op basis van de meest begunstigd land-clausule van de WTO handel met elkaar drijven (Emerson et al., 2017). In het pessimistische scenario zijn de handelskosten door tarifaire en niet-tarifaire handelsbelemmeringen hoger dan in het optimistische scenario.

Het blijkt dat het welvaartsverlies van Brexit voor het VK aanzienlijk hoger is dan dat voor de EU. Gemiddeld komt de daling van het bruto binnenlands product (bbp) in het VK in zes studies uit op 1,3% in het optimistisch scenario en 4,2% in het pessimistisch scenario, terwijl die afname in de EU27 respectievelijk 0,1% en 0,5% bedraagt (Yu et al., 2017). Het welvaartsverlies in individuele EU-lidstaten kan iets boven het EU-gemiddelde liggen naarmate een land een intensere handelsrelatie heeft met het VK, maar het blijft ook dan van een bescheiden omvang. Het relatieve verschil in welvaartsverliezen in het VK en de EU27 wordt veroorzaakt door de asymmetrie in handelseffecten van Brexit: waar de EU27 te maken heeft met stijgende handelskosten van slechts één land, wordt het VK geconfronteerd met hogere handelskosten van alle EU27-lidstaten en meer handelsbarrières van de landen waar de EU een vrijhandelsverdrag mee heeft gesloten. Voor de VK-handel met deze landen geldt de meest begunstigd land-clausule voor het VK totdat het VK een handelsovereenkomst met deze landen heeft gesloten met gunstiger voorwaarden.

Handel in landbouwproducten verschuift gedeeltelijk van het VK naar andere landen
Volgens modelstudies voor Ierland, Denemarken en Duitsland zal Brexit leiden tot een vermindering van de agrarische export uit die landen naar het VK. Voor Ierland kan die daling uitkomen op meer dan 20% in het optimistische scenario en ruim 55% in het pessimistische scenario (Donnellan en Hanrahan, 2016); voor Denemarken is de afname geschat op respectievelijk 40% en 80% (Yu et al., 2017). Het blijkt dat er een verschuivingseffect gaat optreden: producten die niet langer in het VK worden afgezet, krijgen voor een groot deel een andere bestemming. Hierdoor blijven de effecten van Brexit op de totale agrarische export beperkt. Zo daalt de totale Ierse export van agrarische producten met zo’n 1,5% in het optimistische scenario en ruim 7% in het pessimistische scenario; voor Denemarken komt de vermindering neer op ongeveer 3-4%. In Duitsland, waar alleen het pessimistische scenario is doorgerekend, wordt de helft van de agrarische producten die niet langer naar de VK worden geëxporteerd, verhandeld in andere landen (Banse en Freund, 2017). Hoe groot het verschuivingseffect is voor Nederland, is vooralsnog niet bekend. Wel toont een CPB-studie aan dat de totale Nederlandse export van primaire agrarische producten door Brexit met zo’n 0,2% kan dalen in het optimistische scenario en met 1% in het pessimistische scenario; voor bewerkte voedingsmiddelen liggen die percentages wat hoger (6% en 10%) (Rojas-Romagosa, 2016).

Brexit en het EU-budget
Het VK is net als Nederland en Duitsland een nettobetaler aan het EU-budget, wat inhoudt dat deze landen meer afdragen aan het EU-budget dan dat zij aan betalingen uit het EU-budget ontvangen. De nettobetalingspositie van het VK bedraagt zo’n € 11 mld. (Kazemier en Verkooijen, 2016; Chrysoloras, 2017), wat overeenkomt met ongeveer 8% van het totale jaarlijkse EU-budget (EP, 2016). Na 2019 vervalt deze Britse bijdrage. Het EU-budget en de verdeling van het budget over de diverse beleidsterreinen is vastgelegd in het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Het huidige MFK loopt van 2014 tot en met 2020. Minder inkomsten voor het EU-budget betekent dat er moet worden bezuinigd op de uitgaven of dat nieuwe financieringsbronnen moeten worden aangeboord. Wanneer er bijvoorbeeld wordt besloten om in alle begrotingsposten met 8% te snijden, zou de gemiddelde hectaretoeslag die EU-boeren ontvangen omlaag gaan van circa € 270 (EC, 2017a) naar € 250. Voor Nederlandse boeren, die een hogere hectaretoeslag dan het EU-gemiddelde ontvangen, zou dat neerkomen op een vermindering van gemiddeld € 400 naar € 370.

In het kader van de voorbereidingen voor het nieuwe MFK voor de jaren 2021-2028 noemt de EC als nieuwe financieringsbronnen onder meer nationale cofinanciering van de GLB-hectaretoeslagen, een hoger nationaal cofinancieringpercentage voor projecten binnen het Cohesiebeleid, een EU-belasting op energie, financiële transacties en ondernemingen, en opbrengsten uit de handel in CO2-emissierechten (EC, 2017b). Of en in welke mate de EC gebruik gaat maken van dergelijke financieringsbronnen hangt af van de beleidsprioriteiten die na 2021 worden gesteld, het EU-budget dat daarmee samenhangt en de instemming van de lidstaten met het inzetten van deze financieringsbronnen.


Deze informatie voor
Contactpersoon
Ida Terluin
070 3358348
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Banse, M. en F. Freund (2017, Mögliche Auswirkungen eines Brexit auf den deutschen Agrarhandel. Braunschweig, Thünen-Institut für Marktanalyse, Thünen Working Paper 70
  • Chrysoloras, N. (2017), The EU may need to introduce a bloc-wide tax after Brexit. In: Bloomberg.com news, 28 juni 2017, Via website: https://www.bloomberg.com/news/articles/2017-06-28/brexit-sized-hole-in-eu-budget-requires-new-revenue-bloc-says
  • Donnellan, T. en K. Hanrahan (2016), Brexit; Potential Implications for the Irish Agri-Food Sector. Athenry, Teagasc
  •  EP (Europees Parlement) (2016), Meerjarig financieel kader. Brussel, Via website: http://www.europarl.europa.eu/atyourservice/nl/displayFtu.html?ftuId=FTU_1.5.3.html
  • Europese Commissie (EC) (2017a), CAP explained; Direct payments for farmers 2015-2020. Brussel, Via website: https://ec.europa.eu/agriculture/sites/agriculture/files/direct-support/direct-payments/docs/direct-payments-schemes_en.pdf
  • Europese Commissie (EC) (2017b), Reflection paper on the future of EU finances. Brussel, COM (2017) 358, 28 juni
  • Emerson, M., M. Busse, M. Di Salvo, D. Gros en J. Pelkmans (2017), An assessment of the economic impact of Brexit on the EU27. Brussel, Europees Parlement, Directorate General for Internal Policies, Policy Department A: Economic and Scientific Policy
  • Kazemier, B. en L. Verkooijen (2016), Nederland en de Europese Unie: betalingen en ontvangsten. Den Haag, CBS Wetenschappelijk paper 2016/01
  • Rojas-Romagosa, H. (2016), Trade effects of Brexit for the Netherlands. Den Haag, CPB Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis, CPB Background Document, juni 2016
  • Tongeren, F. van , D. Flaig, C. Arriola en R. Kierzenkowski (2017), Forgone benefits of economic integration: Brexit. Purdue, VS, Presentatie op het 20th Annual Conference on Global Economic Analysis, 7-9 juni 2017
  • Yu, W., C. Elleby, K.M.H. Lind en M.N. Thomsen (2017), Modeling the potential impacts of two BREXIT scenarios on the Danish agricultural sectors. Kopenhagen, Universiteit van Kopenhagen, IFRO-rapport 260



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page