Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Structuur
     
Structuur
Select an indicator
Biologische landbouw - Land- en tuinbouw

Verdere groei biologische landbouw
11/28/2022

Het aantal gecertificeerde biologische land- en tuinbouwbedrijven is in Nederland in 2021 ten opzichte van 2020 met 2% toegenomen tot 2.063; in 2020 was de toename nog 3% ten opzichte van 2019 (zie figuur). Tussen 2010 en 2015 is het aantal gecertificeerde biologische bedrijven rond de 1.500 gestabiliseerd. Vanaf 2016 groeit het aantal bedrijven weer, tot 2.063 bedrijven in 2021 (+41% ten opzichte van 2010). In 2021 maken biologische land- en tuinbouwbedrijven 4% uit van alle land- en tuinbouwbedrijven. Het aantal bedrijven in omschakeling is in 2021 voor het eerst na jaren met een dalende trend, gestegen tot 145.



Groei biologisch areaal
Het biologische landbouwareaal groeit gestaag door. Het gecertificeerde areaal steeg in 2021 met 5% tot 78.248 ha. Het gecertificeerde areaal neemt al langer in omvang toe, van 51.150 ha in 2010 tot 78.248 ha in 2021 (+53%). Ook in de biologische landbouw is sprake van enige schaalvergroting. In 2021 kwam het geregistreerde areaal per bedrijf uit op gemiddeld bijna 38 ha, en bleef daarmee nagenoeg gelijk ten opzichte van het voorgaande jaar. Ten opzichte van 2010 is het geregistreerde areaal per bedrijf gestegen met 4 ha (34 ha per bedrijf in 2010). De hectares in omschakeling, de laatste jaren circa 5.000 ha per jaar, zijn niet alleen van nieuwe, omschakelende bedrijven, maar ook van bestaande gecertificeerde bedrijven die nieuwe grond omschakelen en bedrijven samenvoegen. Hierdoor groeit het biologisch areaal sterker dan het aantal biologische bedrijven (Skal, 2022).

Van het totaal gecertificeerde biologische areaal ligt 16% (circa 12.605 ha) in de provincie Flevoland. Gelderland en Friesland volgen met beide ongeveer 12%. In Noord-Brabant gaat het om 10% en in Noord-Holland, Drenthe en Overijssel om circa 9%. In de provincie Groningen ligt 7% van het areaal biologisch. De kleinste aandelen vinden we terug in de provincies Zuid-Holland en Utrecht met beide 5% en Limburg en Zeeland met 3% (circa 2.608 ha) (Skal, 2022). Het biologische areaal bestaat grotendeels uit grasland (70%). Daarnaast is 21% akkerbouwgrond, 5% tuinbouwgrond en 4% groenvoedergewassen (clo, 2022).

Stabilisatie biologische veestapel
In 2021 telde de biologische veestapel ruim 4 mln. dieren; het aantal biologisch gehouden dieren is licht gedaald ten opzichte van voorgaande jaren (CBS-Landbouwtelling). Het aandeel biologisch in de totale veestapel in Nederland bedraagt 3,5%. De biologische veestapel bestaat overwegend uit leghennen (ruim 3,8 mln. dieren). De geitenhouderij heeft met een aandeel van 9% het grootste aandeel biologische dieren, gevolgd door de leghennenhouderij met 8%. In de leghennenhouderij is het aandeel biologische bedrijven met 26% een stuk groter dan gemiddeld. Deze biologische bedrijven houden gemiddeld minder leghennen dan de reguliere leghennenbedrijven. In de melkveehouderij is 2,6% van het aantal melkkoeien biologisch. Het aantal biologisch gehouden varkens is, na een daling vorig jaar, in 2021 licht gestegen tot ruim 103.000 (0,9% van de totale varkensstapel).

Terwijl het aantal biologische varkens- en geitenbedrijven nagenoeg gelijk bleef, steeg het aantal biologische pluimveebedrijven fors (van 329 naar 358 in 2021) en ook het aantal biologische melkveebedrijven nam toe (van 506 naar 521 in 2021) (Skal, 2022). De reden voor de groei is niet duidelijk, afzet van biologische eieren vindt voornamelijk plaats in het buitenland, mogelijk is daar de vraag toegenomen. De Nederlandse biologische melkmarkt had in 2021 ruimte voor nieuwe leveranciers. In Nederland liep de licht oplopende productie heel mooi in de pas met eveneens stijgende consumptie. Dit in tegenstelling tot de Franse markt, waar het aanbod de vraag ruim overtrof.

Nederland heeft kleiner aandeel biologisch areaal dan gemiddeld in de EU
Het biologische landbouwareaal in de Europese Unie is in 2020 met meer dan 0,7 miljoen hectare toegenomen, wat neerkomt op een stijging van 5,3 procent. De groei was echter lager dan in het voorgaande jaar (6%).

Liechtenstein was het land in de Europese Unie met het hoogste biologische aandeel landbouwgrond (41,6%), gevolgd door Oostenrijk (26,5%) en Estland (22,4%). In de ons omringende landen ligt het aandeel biologisch op ruim 10 à 11% in Duitsland en Denemarken, en rond de 8% in België en Frankrijk. In Nederland is het biologische aandeel landbouwgrond 3,9%.

Het biologische areaal was goed voor 9,2 procent van het totale landbouwareaal in de Europese Unie. In de Van-boer-tot-bordstrategie wil de Europese Unie dit uitbreiden naar een kwart van de landbouw. Vijftien Europese landen meldden dat ten minste 10 procent van hun landbouwgrond biologisch is (FiBL & IFOAM – Organics International (2022): The World of Organic Agriculture).

Biologische producenten, verwerkers en importeurs: Bescheiden groei
Er waren in 2020 bijna 420.000 biologische producenten in Europa en bijna 350.000 in de Europese Unie. Italië had het grootste aantal (71.590). Er waren 84.799 verwerkers in Europa en meer dan 78.000 in de Europese Unie. Er waren meer dan 6.800 importeurs in Europa en bijna 5.800 in de Europese Unie. Het land met het grootste aantal verwerkers was Italië (bijna 23.000), terwijl Duitsland de meeste importeurs telde (meer dan 1.900) (FiBL & IFOAM – Organics International (2022): The World of Organic Agriculture).

Biologische markt in EU verder gegroeid
De Europese biologische markt is in 2020 uitzonderlijk hard gegroeid en bereikte dan ook een recordhoogte. De verkoop van biologische producten in de Europese Unie kwam eind 2020 op 44.8 miljard euro, een toename van 15 percent, de hoogste in de afgelopen tien jaar (FiBL & IFOAM – Organics International (2022): The World of Organic Agriculture).

Van de belangrijkste markten werd de grootste groei waargenomen in Duitsland (22,3%). In 2020 vertoonden de biologische markten in veel landen een groei met dubbele cijfers als gevolg van de pandemie, omdat mensen thuisbleven en vaker zelf gingen koken. Gezondheid, milieu en klimaatverandering zijn belangrijke thema&39;s geworden. De grootste markt voor biologische producten in 2020 was Duitsland, met een omzet van 15 miljard euro, gevolgd door Frankrijk (12.7 miljard euro) en Italië (3.9 miljard euro).

Denemarken heeft het grootste biologische marktaandeel ter wereld
Wereldwijd hebben de Europese landen het grootste aandeel in de verkoop van biologische levensmiddelen als percentage van hun respectieve voedselmarkten. Denemarken heeft met 13% in 2020 het grootste aandeel in de verkoop van biologische levensmiddelen ter wereld, gevolgd door Oostenrijk met een aandeel van 11,3% en Zwitserland met 10,3%. Het aandeel biologisch in de Nederlandse bestedingen aan voedsel bedraagt 3,3% in 2020 (FiBL & IFOAM – Organics International (2022): The World of Organic Agriculture).

Verdieping melkvee- en akkerbouw-groentenbedrijven: economische indicatoren en bedrijfskenmerken
Voor de biologische melkveebedrijven en de biologische akkerbouw-groentenbedrijven zijn op jaarbasis economische cijfers en structuur- en duurzaamheidskenmerken voorhanden vanuit het Bedrijveninformatienet (zie www.agrimatie.nl). Voor de overige sectoren ontbreekt specifieke informatie over de biologische bedrijven.

Biologische melkveebedrijven
In 2021 wordt 2,6% van de melkkoeien in Nederland biologisch gehouden. Dit aandeel is de laatste jaren licht gestegen. Biologische bedrijven gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest en daarmee onderscheiden zij zich van hun gangbare collega’s. Daarnaast zijn biologische bedrijven verplicht weidegang toe te passen en kunnen ze geen gebruik maken van derogatie voor het gebruik van dierlijke mest. Biologische melkveebedrijven zijn extensiever en hebben een lagere melkproductie per koe. Hun omvang in melk gemeten is een derde lager in vergelijking met de gangbare collega’s. De grotere biologische melkveebedrijven hebben over de periode 2018-2020 een hoger inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (a.j.e.) als de grotere gangbare melkveebedrijven; de kleinere biologische bedrijven hebben een iets hoger inkomen dan hun gangbare collega’s maar beide verschillen zijn niet significant. Door de extensievere bedrijfsvoering hebben biologische bedrijven een hogere kostprijs. Zie voor de verschillen in opzet en prestaties van biologische en gangbare melkveebedrijven dit artikel op agrimatie.nl.

Uit de tabel blijkt dat de helft van het areaal in gebruik op biologische melkveebedrijven uit gepachte grond bestaat. Dat aandeel is hoger dan op gangbare melkveebedrijven (circa 33%).

Tabel 1. Enkele bedrijfskenmerken en economische kengetallen van biologische melkveebedrijven; 2016-2020
20162017201820192020 (v)
Cultuurgrond (ha) 7574858286
Aandeel areaal pacht kadastraal (%)4948525050
Inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) in euro’s57,20047,60034,90041,20036,600
Rentabiliteit (opbrengst per 100 euro kosten)10096909291
Solvabiliteit % (eigen vermogen / totaal vermogen)6971757373
Werkgelegenheid in aje per bedrijf1.81.71.71.71.9
(v) voorlopig; Bron: Bedrijveninformatienet Wageningen Economic Research


In onderstaande figuur is vanaf 2001 de inkomensontwikkeling weergegeven voor zowel biologische als alle melkveebedrijven (inclusief biologisch). De beide bedrijfstypen hebben een vergelijkbaar inkomen (de vergoeding van onbetaalde arbeid en kapitaal) per jaar per onbetaald arbeidsjaar, met uitzondering van 2015 en 2016 toen de gangbare melkprijs historisch laag was. Sinds 2013 is de biologische melkprijs losgekoppeld van de gangbare melkprijs en bewegen beide prijzen onafhankelijk van elkaar.

De solvabiliteit van de gangbare en biologische melkveebedrijven is nagenoeg gelijk en met ruim 70% op een hoog niveau. Biologische bedrijven hebben weliswaar een hoger aandeel pachtgrond maar de bedrijven zijn ook groter in omvang waardoor het aantal ha in eigendom nagenoeg gelijk is. De werkgelegenheid gemeten in arbeidsjaareenheden per bedrijf is met gemiddeld 1,9 op een vergelijkbaar niveau als bij gangbare melkveebedrijven (2,1 aje).


Biologische akkerbouw-groentenbedrijven
Nederland telt ongeveer 485 biologische akkerbouw-groentebedrijven. Uit tabel 2 blijkt dat circa 30% van het areaal in gebruik op biologische akkerbouw-groentebedrijven uit gepachte grond bestaat, dat aandeel is iets lager dan op gangbare akkerbouwbedrijven (circa 34%). Per jaar zijn er wel verschillen zichtbaar mede als gevolg van wisselingen in de steekproef. Biologische akkerbouw-groentebedrijven hebben in de periode 2016-2019 een hoger inkomen dan reguliere akkerbouwbedrijven, maar met circa de helft van het oppervlak beteeld met groentes zijn zij qua bedrijfsstructuur ook duidelijk verschillend. In vergelijking met het inkomen van reguliere vollegrondsgroentebedrijven is het beeld wisselend, maar is het inkomen wel wat lager. In 2020 was het inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (a.j.e.) op biologische akkerbouw- en groentebedrijven lager dan op reguliere akkerbouw en vollegrondsgroentebedrijven. Op de bedrijven met biologische gewassen is de solvabiliteit lager dan op de gangbare bedrijven. Dit komt door de gemiddeld kleinere bedrijfsomvang en het lagere aandeel grond in eigendom. De werkgelegenheid gemeten in arbeidsjaareenheden per bedrijf is in 2020 bij biologische akkerbouw-groentebedrijven met gemiddeld 3,55 aje duidelijk hoger dan bij gangbare akkerbouwbedrijven (1,4 aje), maar een stuk lager dan op de vollegrondsgroentebedrijven (4,8 aje).

Tabel 2. Enkele bedrijfskenmerken en economische kengetallen van biologische akkerbouw-groentenedrijven; 2016-2020
20162017201820192020 (v)
Cultuurgrond (ha) 4344544849
Aandeel areaal pacht kadastraal (%)4535272629
Inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) in euro’s57,40052,20092,60069,30020,800
Rentabiliteit (opbrengst per 100 euro kosten)1009610910287
Solvabiliteit % (eigen vermogen / totaal vermogen)7271737174
Werkgelegenheid in aje per bedrijf4.82.93.12.953.6
(v) voorlopig; Bron: Bedrijveninformatienet Wageningen Economic Research


Europese Green Deal: ‘Boer tot Bord’-strategie
In de Europese Green Deal is voor de biologische landbouw een ambitieus groeidoel neergezet. De Europese Commissie (EC) zet in de in mei 2020 gepresenteerde ‘Boer tot bord’-strategie sterk in op het stimuleren van biologische voedselproductie en -consumptie. Het doel is om de lidstaten te helpen zowel de vraag naar en het aanbod van biologische producten te stimuleren, bijvoorbeeld door middel van promotiecampagnes. Met deze maatregelen wordt beoogd dat in 2030 ten minste 25% van de landbouwgrond van de EU voor biologische landbouw wordt gebruikt.

Deze doelstelling is ambitieus, aangezien de huidige omvang van het biologisch areaal in de EU op dit moment ongeveer 8% bedraagt. In de praktijk betekent dit een verdriedubbeling van het areaal in de komende tien jaar. In de afgelopen 10 jaar bedroeg de toename in de EU ongeveer 65%. Voor Nederland zou een stap naar 25% biologisch landbouwareaal nog groter zijn aangezien de omvang momenteel een kleine 4% bedraagt. In 2009 werd op iets meer dan 2% van het Nederlandse landbouwareaal biologisch geboerd (CLO, 2010). Gezien het groeitempo van de afgelopen 10 jaar lijkt zo’n doelstelling voor Nederland praktisch onhaalbaar.

In de zomer van 2021 hebben de Europese landbouwministers geconstateerd dat een uitbreiding tot 25% biologisch van de totale landbouwoppervlakte in 2030 een te ambitieus doel is. In besluit op 19 juli 2021 van de Raad van Europese landbouwministers onderschrijven de lidstaten de belangrijke rol van biologische landbouw, maar bij de uitbreiding van het areaal moet rekening worden gehouden met de specifieke uitgangspunten per lidstaat of regio. (Boerderij, 19 juli 2021).

Het voorjaar van 2022 wijst de Landbouwcommissie van het Europees Parlement opnieuw de eis van 25% biologische landbouw af. De Europees Parlement steunt en benadrukt het belang van &39;overstappen op biologisch&39;, maar het &39;streefcijfer&39; van 25% biologische landbouw wordt losgelaten. Daarbij wordt de belangrijke rol van een korte, lokale en seizoensgebonden toeleveringsketen voor biologische landbouw benadrukt. Deze moet tevens draaien op &39;slimme technieken&39;. Het Europees Parlement roept op te investeren in een dergelijke biologische keten. Verder moeten lidstaten moeten consumenten aanmoedigen meer biologisch te kopen en winkelketens moeten de producten meer promoten. De lidstaten moeten hun eigen nationale of regionale strategieën voor biologische landbouw vaststellen (Nieuwe Oogst 3 mei 2022).

Nederland gaat samen met Zweden, Finland en België de verkoop van biologische producten stimuleren. Het is voor het eerst dat er door landen gezamenlijk een promotiecampagne is opgezet om consumenten te verleiden biologisch voedsel te kopen (Nieuwe Oogst april 2022).

Nieuwe wetgeving vanaf 2022
Sinds 1 januari 2022, een jaar later dan oorspronkelijk de bedoeling was, geldt nieuwe wetgeving voor de biologische productie. De sector verandert snel en de regels moeten daaraan worden aangepast. De nieuwe regels moeten eerlijke concurrentie garanderen, fraude voorkomen en de consument vertrouwen geven door middel van:
• eenvoudiger productievoorschriften door de geleidelijke afschaffing van enkele uitzonderingen
• beter toezicht door strengere voorzorgsmaatregelen en degelijke controles in de gehele leveringsketen
• dezelfde regels voor producenten in de EU en in derde landen
• biologische eisen voor meer producten (bijv. zouten, kurk, bijenwas en wol) en strengere productievoorschriften voor bepaalde bestaande producten (bijv. ree, konijn en gevogelte)
• eenvoudiger certificering voor kleine boeren door een nieuw systeem van groepscertificering
• een meer uniforme aanpak om incidentele vervuiling door gewasbeschermingsmiddelen te vermijden

Duurzame consumptie in Nederland
In Nederland wordt biologisch als één van de vormen van duurzame landbouw gezien (zie Monitor Duurzaam Voedsel). Er zijn meer vormen van duurzaam geproduceerd voedsel waarbij eisen worden gesteld aan minder gebruik van externe inputs (gewasbeschermingsmiddelen, antibiotica enzovoort). In Nederland wordt uitgegaan van 10 topkeurmerken: ASC, Beter Leven 2 en 3-sterren, Demeter, EKO, EU-biologisch keurmerk, Fairtrade, MSC, On the way to PlanetProof, Rainforest Alliance en UTZ (www.milieucentraal.nl). Producten met keurmerk Beter Leven (circa € 3,2 mld. Consumentenbestedingen in 2021) zijn het meest verkocht, gevolg door Biologisch (€ 1,6 mld.). In 2021 is het aandeel van duurzaam voedsel in de totale voedselbestedingen toegenomen van 17% naar 19%. De stijging in de afzet van duurzaam voedsel is vooral in supermarkten zichtbaar (Logatcheva, 2022).

Het aandeel biologisch in de Nederlandse bestedingen aan voedsel ligt al jaren rond de 3%. Met dit aandeel opereert Nederland in de achterhoede in vergelijking met veel andere Europese lidstaten. De bestedingen aan biologische voedingsmiddelen hebben een lange periode in de lift gezeten. Eerdere onderzoeken naar de bestedingen aan biologische producten gaven een jaarlijkse stijging aan van soms tot 20% in de periode 2010-2015. Tussen 2015 en 2019 is de omzet van biologische producten jaarlijks met 5% tot 8% gestegen. In 2020 is de situatie anders door COVID-19. De bestedingen aan biologisch voedsel zijn in 2020 licht afgenomen met 1%. In 2021 is enig herstel zichtbaar met een toename in biologische bestedingen van 2%. De totale omzet aan biologisch voedsel bedroeg 1.630 miljoen euro in 2021. Dit is gemeten in supermarkten, speciaalzaken voor duurzame voeding en de foodservice (bijvoorbeeld horeca en catering), samen goed voor naar schatting circa 90% van alle bestedingen aan voedsel in een normaal jaar. Aardappelen, groenten en fruit is met een omzet van 372 mln. euro de meest verkochte productgroep binnen het biologische segment in 2021, gevolgd door Zuivel (279 mln. euro) (Logatcheva, 2022).

De meeste bestedingen aan biologisch voedsel vinden plaats in de supermarkten, 1.024 miljoen euro in 2021. De gespecialiseerde winkels voor duurzame, vooral biologische, voeding zijn met een omzet van 364 miljoen euro in 2021 een ander belangrijk kanaal van afzet voor biologische voeding. De foodservice (horeca, catering e.d.) was goed voor een omzet van 142 miljoen euro aan biologisch in 2021. Door COVID-19 beperkingen was in de coronajaren minder voedsel in de foodservice verkocht. Uitgaven aan biologisch in de foodservice lagen in 2020 48% lager dan het jaar ervóór. In 2021 is er sprake van een gedeeltelijk herstel met 12% groei. Door een verschuiving van de vraag was in 2020 meer biologisch voedsel afgezet in de retail. In de supermarkten waren de bestedingen in 2020 1.107 miljoen euro. In de gespecialiseerde biologische winkels waren deze 356 miljoen euro. In 2021 is de omzet van biologisch in supermarkten en gespecialiseerde biologische winkels verder gegroeid, beide met 2% (Logatcheva, 2022).

Uit de tweede Agro-Nutri Monitor (ACM, 2021) blijkt dat voor de meeste onderzochte biologische producten - uien, spruitkool, peren, tomaten, en varkensvlees - de hogere kosten die met de productie gepaard gaan, worden vergoed door de hogere prijs die producenten ontvangen. De monitor laat ook zien dat er gangbare producten zijn die een gunstiger bedrijfsresultaat opleveren dan de biologische alternatieven. Voorbeelden hiervan zijn tafelaardappelen en zuivel: de ontvangen meerprijs dekt bij deze producten niet de meerkosten. De grootste belemmering voor de duurzame transitie is de geringe vraag van consumenten naar duurzame producten. De meeste consumenten zijn in de praktijk niet bereid een hogere prijs te betalen voor duurzame producten, terwijl het momenteel wel meer kost om biologische producten te maken in vergelijking met gangbare alternatieven (Van Galen et al., 2021).

In de zomer van 2021 maakten zowel Eko Holland als FrieslandCampina bekend ruimte te hebben voor biologische melkveehouders. Vanwege de stijgende vraag naar biologische zuivel heeft FrieslandCampina circa 20 tot 30 extra leveranciers van biologische melk nodig. Eko Holland heeft door de overstap van supermarkt Plus naar biologische melk als standaard Plus-huismerk behoefte aan in totaal 20 mln. kilo melk extra (https://www.boerderij.nl/frieslandcampina-op-zoek-naar-meer-biologische-melk).

Bij de ontwikkeling van de biologische markt moet bovendien worden voorkomen dat boeren met overschotten blijven zitten. Vraag en aanbod moeten daarom in balans zijn. Geleidelijke groei is belangrijk voor een redelijk inkomen van de boer. Vooralsnog lukt dit redelijk goed en is de markt voor biologische melk in balans, zeker in vergelijking met ons zuiderburen. Bij sommige zuivelverwerkers in België heeft de gangbare melkprijs de biologische melkprijs al ingehaald (april 2022). (https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2022/04/15/markt-biomelk-goed-in-balans)







Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Bionext, 2021.Trendrapport 2020; Ontwikkelingen in de biologische sector.
  • FiBL & IFOAM, 2021. The World of Organic Agriculture. Frick and Bonn.
  • Galen, Michiel van, Willy Baltussen, Mariel Benus, Koos Gardebroek (Wageningen University), Nera Herceglic, Robert Hoste, Rico Ihle (Wageningen University), Jakob Jager, Bas Janssens, Gerben Jukema, Marcel Kornelis, Marvin Kunz, Katja Logatcheva, Elsje Oosterkamp, Jamal Roskam, Huib Silvis, Rob Stokkers (2021). Agro-Nutri Monitor 2021 - Hoofdrapport; Monitor prijsvorming voedingsmiddelen en analyse belemmeringen voor verduurzaming. Wageningen, Wageningen Economic Research, Rapport 2021-082
  • Logatcheva, K., 2022. Monitor Duurzaam Voedsel 2021. Wageningen Economic Research.
  • Skal Biocontrole, 2022. Jaarverslag 2021. Stichting Skal Biocontrole, Zwolle.
websites:
  • www.cbs.nl
  • www.milieucentraal.nl
  • www.rvo.nl
  • Biologische landbouw: arealen en veestapels, 2011-2021 | Compendium voor de Leefomgeving (clo.nl) https://www.clo.nl/indicatoren/nl0011-biologische-landbouw
  • https://www.boerderij.nl/landbouwministers-25-biologisch-in-2030-te-ambitieus
  • https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2022/04/01/landbouwcommissie-schiet-25-procent-biologisch-opnieuw-af
  • https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2022/05/03/europees-parlement-schrapt-biologisch-streefdoel-van-25-procent
  • https://agriculture.ec.europa.eu/farming/organic-farming/future-organics_nl
  • https://www.boerderij.nl/frieslandcampina-op-zoek-naar-meer-biologische-melk
  • https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2022/04/15/markt-biomelk-goed-in-balans
  • https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2022/04/28/nederland-gaat-met-drie-landen-gezamenlijk-biologisch-promoten
  • https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/03/29/evaluatie-voedselagenda-2016-2020-en-het-voedselbeleid




Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page