Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Structuur
     
Structuur
Select an indicator
Biologische landbouw - Land- en tuinbouw

Verdere groei biologisch areaal, stagnatie in aantal bedrijven
1/20/2022

Het aantal gecertificeerde biologische land- en tuinbouwbedrijven is in Nederland in 2020 ten opzichte van 2019 met 3% toegenomen tot 2.019; in 2019 was de toename nog 6% ten opzichte van 2018 (tabel 4.6). Tussen 2010 en 2015 is het aantal gecertificeerde biologische bedrijven rond de 1.500 gestabiliseerd. Vanaf 2016 groeit het aantal bedrijven weer, tot 2.019 bedrijven in 2020 (+38% ten opzichte van 2010). Wel is er de laatste jaren sprake van afvlakking in de groei. In 2020 maken biologische land- en tuinbouwbedrijven 4% uit van alle land- en tuinbouwbedrijven. Het aantal bedrijven in omschakeling in 2020 is voor het vierde jaar op rij gedaald, tot onder de 100.



Groei biologisch areaal
Het gecertificeerde areaal steeg in 2020 met 7% tot 74.282 ha. Het gecertificeerde areaal neemt al langer in omvang toe, van 51.150 ha in 2010 tot 74.282 ha in 2020 (+45%). Ook in de biologische landbouw is sprake van enige schaalvergroting. In 2020 kwam het geregistreerde areaal per bedrijf uit op gemiddeld 37 ha, een toename van 1,2 ha. ten opzichte van het voorgaande jaar. De hectares in omschakeling, de laatste jaren circa 5.000 ha per jaar, zijn niet alleen van nieuwe, omschakelende bedrijven, maar ook van bestaande gecertificeerde bedrijven die nieuwe grond omschakelen en bedrijven samenvoegen. Hierdoor groeit het biologisch areaal sterker dan het aantal biologische bedrijven (Skal, 2021).

Van het totaal gecertificeerde biologische areaal ligt 16% (circa 12.250 ha) in de provincie Flevoland. Gelderland en Friesland volgen met beide 12%. In Noord-Brabant gaat het om 10% en in Noord-Holland, Drenthe en Overijssel om circa 9%. In de provincie Groningen ligt 7% van het areaal biologisch. De kleinste aandelen vinden we terug in de provincies Zuid-Holland en Utrecht met beiden 5% en Limburg en Zeeland met 3% (circa 2.550 ha) (Skal, 2021). Het biologische areaal bestaat grotendeels uit grasland (70%). Daarnaast is 21% akkerbouwgrond, 5% tuinbouwgrond en 4% groenvoedergewassen (clo, 2021).

Stabilisatie biologische veestapel
In 2020 telde de biologische veestapel ruim 4,1 mln. dieren; een vergelijkbaar aantal als in 2019 (CBS-Landbouwtelling). Het aandeel biologisch in de totale veestapel in Nederland bedraagt 3,4%. De biologische veestapel bestaat overwegend uit leghennen (ruim 3,6 mln. dieren). De geitenhouderij heeft met een aandeel van 9% het grootste aandeel biologische dieren, gevolgd door de leghennenhouderij met 8%. In de leghennenhouderij is het aandeel biologische bedrijven met ruim 25% een stuk groter dan gemiddeld. Deze biologische bedrijven houden gemiddeld minder leghennen dan de reguliere leghennenbedrijven. In de melkveehouderij is 2,6% van het aantal runderen biologisch, een lichte toename ten opzichte van vorig jaar. Het aantal biologisch gehouden varkens is, na een forse toename in 2019, in 2020 gedaald met 4.000 stuks tot 102.000 (0,8% van de totale varkensstapel). Belangrijkste reden voor de teruggang is de deelname van een aantal biologische varkenshouders aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderij (Srv) (www.nieuweoogst.nl).

Biologische bedrijven beschikken vaker over een opvolger
In 2020 waren er 2.018 biologische landbouwbedrijven (CBS Landbouwtelling). Hiervan hadden er 208 een rechtspersoon. Van de 1.810 bedrijven zonder rechtspersoon – eenmanszaken of samenwerkingsverbanden in de vorm van een VOF of maatschap – waren er 630 bedrijven met een oudste bedrijfshoofd jonger dan 51 jaar. Van de bedrijven met een ouder bedrijfshoofd dan 51 jaar hadden 506 bedrijven een opvolger (51%) en 482 bedrijven geen opvolger. Dit percentage ligt hoger dan bij de niet biologische bedrijven; 39% geeft aan een opvolger te hebben.

Nederland heeft kleiner aandeel biologisch areaal dan gemiddeld in de EU
In de Europese Unie is het biologische areaal in 2019 met circa 6% gegroeid tot 8,1% van het landbouwareaal (in Nederland 3,7% in 2019). Oostenrijk (26%), Estland (22%) en Zweden (20%) zijn de top-3 landen van de EU wat betreft aandeel biologisch areaal. In de ons omringende landen ligt het aandeel biologisch op circa 10 à 11% in Duitsland en Denemarken, en rond de 7% in België en Frankrijk. Spanje heeft met 2,4 mln. ha absoluut gezien het grootste biologische areaal in de EU, gevolgd door Frankrijk met 2,2 mln. ha en Italië met 2 mln. ha; dit zijn vooral wijngaarden, olijfbomen en noten. Deze landen zijn hiermee goed voor 45% van het totale biologisch areaal in de EU. Tellen we het areaal van 1,6 mln. ha in Duitsland daarbij, dan herbergen deze 4 landen meer dan de helft – 56% - van het biologische areaal in de EU (FiBL en IFOAM, 2021).

Binnen de Europese Unie groeide de verkoop van biologische producten in 2019 met 8%. In de periode 2010-2019 is de verkoop van biologische producten meer dan verdubbeld (FiBL & IFOAM, 2021).

Verdieping melkvee- en akkerbouw-groentenbedrijven: economische indicatoren en bedrijfskenmerken
Voor de biologische melkveebedrijven en de biologische akkerbouw-groentenbedrijven zijn op jaarbasis economische cijfers en structuur- en duurzaamheidskenmerken voorhanden vanuit het Bedrijveninformatienet (zie www.agrimatie.nl). Voor de overige sectoren ontbreekt specifieke informatie over de biologische bedrijven.

Biologische melkveebedrijven
In de melkveehouderij is 2,6% van het aantal runderen biologisch; een lichte toename ten opzichte van vorig jaar. Biologische melkveebedrijven (circa 500 in 2020) onderscheiden zich van hun gangbare collega’s in bedrijfsopzet omdat ze geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruiken. Daarnaast zijn biologische bedrijven verplicht weidegang toe te passen en kunnen ze geen gebruik maken van derogatie voor het gebruik van dierlijke mest. Biologische melkveebedrijven zijn extensiever en hebben een lagere melkproductie per koe. Hun omvang in melk gemeten is een derde lager in vergelijking met de gangbare collega’s. De grotere biologische melkveebedrijven hebben over de periode 2017-2019 een vergelijkbaar inkomen per onbetaalde aje als de grotere gangbare melkveebedrijven; de kleinere biologische bedrijven hebben een lager inkomen dan hun gangbare collega’s maar het verschil is niet significant. Door de extensievere bedrijfsvoering hebben biologische bedrijven een hogere kostprijs, waar ook een hogere opbrengstprijs voor de melk tegenover staat. Zie voor de verschillen in opzet en prestaties van biologische en gangbare melkveebedrijven dit artikel op agrimatie.nl.

Uit de tabel blijkt dat iets meer dan de helft van het areaal in gebruik op biologische melkveebedrijven uit gepachte grond bestaat. Dat aandeel is hoger dan op gangbare melkveebedrijven (circa 33%).

Tabel Enkele bedrijfskenmerken en economische kengetallen van biologische melkveebedrijven; 2016-2019
2016201720182019 (v)
Cultuurgrond (ha) 75748580
Aandeel areaal pacht kadastraal (%)49485250
Inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) in euro’s57,20047,60034,90041,100
Rentabiliteit (opbrengst per 100 euro kosten)100969092
Solvabiliteit % (eigen vermogen / totaal vermogen)69717574
Werkgelegenheid in aje per bedrijf1.81.71.71.7
(v) voorlopig; Bron: Bedrijveninformatienet Wageningen Economic Research


In onderstaande figuur is vanaf 2001 de inkomensontwikkeling weergegeven voor zowel biologische als alle melkveebedrijven (inclusief biologisch). De beide bedrijfstypen hebben een vergelijkbaar inkomen (de vergoeding van onbetaalde arbeid en kapitaal) per jaar per onbetaald arbeidsjaar, met uitzondering van 2015 en 2016 toen de gangbare melkprijs historisch laag was. Sinds 2013 is de biologische melkprijs losgekoppeld van de gangbare melkprijs en bewegen beide prijzen onafhankelijk van elkaar.

De solvabiliteit van de gangbare en biologische melkveebedrijven is nagenoeg gelijk en met ruim 70% op een hoog niveau. Biologische bedrijven hebben weliswaar een hoger aandeel pachtgrond maar de bedrijven zijn ook groter in omvang waardoor het aantal ha in eigendom gelijk is. De werkgelegenheid gemeten in arbeidsjaareenheden per bedrijf is met gemiddeld 1,7 op een vergelijkbaar niveau als bij gangbare melkveebedrijven (1,8 aje).


Biologische akkerbouw-groentenbedrijven
Nederland telt ongeveer 400 biologische akkerbouw-groentenbedrijven. Uit  de tabel blijkt dat circa 30% van het areaal in gebruik op biologische akkerbouw-groentenbedrijven uit gepachte grond bestaat, dat aandeel is iets lager dan op gangbare akkerbouwbedrijven (circa 33%). Per jaar zijn er wel verschillen zichtbaar mede als gevolg van wisselingen in de steekproef. Biologische akkerbouw-groentenbedrijven hebben in de periode 2015-2019 een hoger inkomen dan reguliere akkerbouwbedrijven (circa 15.000 euro per onbetaald arbeidsjaar), maar met 50% van het oppervlak beteeld met groentes zijn zij qua bedrijfsstructuur ook duidelijk verschillend. In vergelijking met het inkomen van reguliere vollegrondsgroentebedrijven is het beeld wisselend, maar is het inkomen wel wat lager. Op de bedrijven met biologische gewassen is de solvabiliteit lager dan op de gangbare bedrijven. Dit komt door de gemiddeld kleinere bedrijfsomvang en het lagere aandeel grond in eigendom. De werkgelegenheid gemeten in arbeidsjaareenheden per bedrijf is met gemiddeld 3 aje duidelijk hoger dan bij gangbare akkerbouwbedrijven (1,3 aje), maar een stuk lager dan op de vollegrondsgroentenbedrijven (circa 6 aje).

Tabel Enkele bedrijfskenmerken en economische kengetallen van biologische akkerbouw-groentenedrijven; 2016-2019
2016201720182019 (v)
Cultuurgrond (ha) 43445449
Aandeel areaal pacht kadastraal (%)45352726
Inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) in euro’s57,40052,20092,60068,500
Rentabiliteit (opbrengst per 100 euro kosten)10096109102
Solvabiliteit % (eigen vermogen / totaal vermogen)72717371
Werkgelegenheid in aje per bedrijf4.82.93.13
(v) voorlopig; Bron: Bedrijveninformatienet Wageningen Economic Research


Europese Green Deal: ‘Boer tot Bord’-strategie
In de Europese Green Deal is voor de biologische landbouw een ambitieus groeidoel neergezet. De Europese Commissie (EC) zet in de in mei 2020 gepresenteerde ‘Boer tot bord’-strategie sterk in op het stimuleren van biologische voedselproductie en -consumptie. Het doel is om de lidstaten te helpen zowel de vraag naar en het aanbod van biologische producten te stimuleren, bijvoorbeeld door middel van promotiecampagnes. Met deze maatregelen wordt beoogd dat in 2030 ten minste 25% van de landbouwgrond van de EU voor biologische landbouw wordt gebruikt.

Deze doelstelling is ambitieus, aangezien de huidige omvang van het biologisch areaal in de EU op dit moment ongeveer 8% bedraagt. In de praktijk betekent dit een verdriedubbeling van het areaal in de komende tien jaar. In de afgelopen 10 jaar bedroeg de toename in de EU ongeveer 65%. Voor Nederland zou een stap naar 25% biologisch landbouwareaal nog groter zijn aangezien de omvang momenteel een kleine 4% bedraagt. In 2009 werd op iets meer dan 2% van het Nederlandse landbouwareaal biologisch geboerd (CLO, 2010). Gezien het groeitempo van de afgelopen 10 jaar lijkt zo’n doelstelling voor Nederland praktisch onhaalbaar.

In de zomer van 2021 hebben de Europese landbouwministers geconstateerd dat een uitbreiding tot 25% biologisch van de totale landbouwoppervlakte in 2030 een te ambitieus doel is. In besluit op 19 juli 2021 van de Raad van Europese landbouwministers onderschrijven de lidstaten de belangrijke rol van biologische landbouw, maar bij de uitbreiding van het areaal moet rekening worden gehouden met de specifieke uitgangspunten per lidstaat of regio. (Boerderij, 19 juli 2021).

In Nederland wordt biologisch als één van de vormen van duurzame landbouw gezien (zie Monitor Duurzaam Voedsel). Er zijn meer vormen van duurzaam geproduceerd voedsel waarbij eisen worden gesteld aan minder gebruik van externe inputs (gewasbeschermingsmiddelen, antibiotica enzovoort). In Nederland wordt uitgegaan van 10 topkeurmerken: ASC, Beter Leven 2 en 3-sterren, Demeter, EKO, EU-biologisch keurmerk, Fairtrade, MSC, On the way to PlanetProof, Rainforest Alliance en UTZ (www.milieucentraal.nl). Producten met keurmerk Beter Leven (circa € 3,0 mld. consumentenbestedingen) zijn het meest verkocht, gevolg door Biologisch (€ 1,6 mld.). Producten met de keurmerken On the way to PlanetProof en Rainforest Alliance waren in 2020 de grootste stijger (+41% ten opzichte van 2019). In 2020 bedroeg het aandeel duurzaam voedsel binnen de totale voedselbestedingen in Nederland 16%; een toename van 2% ten opzichte van 2019 (Logatcheva, 2021).

Consumptie
Het aandeel biologisch in de Nederlandse bestedingen aan voedsel ligt al jaren rond de 3%. Met dit aandeel opereert Nederland in de achterhoede in vergelijking met veel andere Europese lidstaten. De bestedingen aan biologische voedingsmiddelen hebben een lange periode in de lift gezeten. Eerdere onderzoeken naar de bestedingen aan biologische producten gaven een jaarlijkse stijging aan van soms tot 20% in de periode 2010-2015. Tussen 2015 en 2019 is de omzet van biologische producten jaarlijks met 5% tot 8% gestegen. In 2020 is de situatie anders door COVID-19. De bestedingen aan biologisch voedsel zijn licht afgenomen met 1%, van 1.624 mln. euro naar 1.608 mln. euro. Dit is gemeten in supermarkten, speciaalzaken voor duurzame voeding en de foodservice (bijvoorbeeld horeca en catering), samen goed voor naar schatting circa 90% van alle bestedingen aan voedsel in een normaal jaar. De lichte afname bij biologisch zit bij de bestedingen in de foodservice. Deze werd bijna gehalveerd tot 145 mln. euro in 2020. De toename aan bestedingen in de supermarkten bedroeg in 2020 9% (1.107 mln. euro). In de speciaalzaken voor duurzame voeding was de toename ook 9% (356 mln. euro in 2020).Het aandeel biologisch in de totale voedselbestedingen van consumenten beperkt zich tot ruim 3% in 2020(Logatacheva, 2021).

Uit de recent uitgebrachte tweede Agro-Nutri Monitor (Van Galen et al., 2021) blijkt dat voor de meeste onderzochte biologische producten - uien, spruitkool, peren, tomaten, en varkensvlees - de hogere kosten die met de productie gepaard gaan, worden vergoed door de hogere prijs die producenten ontvangen. De monitor laat ook zien dat er gangbare producten zijn die een gunstiger bedrijfsresultaat opleveren dan de biologische alternatieven. Voorbeelden hiervan zijn tafelaardappelen en zuivel: de ontvangen meerprijs dekt bij deze producten niet de meerkosten. De grootste belemmering voor de duurzame transitie is de geringe vraag van consumenten naar duurzame producten. De meeste consumenten zijn in de praktijk niet bereid een hogere prijs te betalen voor duurzame producten, terwijl het momenteel wel meer kost om biologische producten te maken in vergelijking met gangbare alternatieven (Van Galen et al., 2021).

In de zomer van 2021 maakten zowel Eko Holland als FrieslandCampina bekend ruimte te hebben voor biologische melkveehouders. Vanwege de stijgende vraag naar biologische zuivel heeft FrieslandCampina circa 20 tot 30 extra leveranciers van biologische melk nodig. Eko Holland heeft door de overstap van supermarkt Plus naar biologische melk als standaard Plus-huismerk behoefte aan in totaal 20 mln. kilo melk extra (https://www.boerderij.nl/frieslandcampina-op-zoek-naar-meer-biologische-melk).

Bij de ontwikkeling van de biologische markt moet bovendien worden voorkomen dat boeren met overschotten blijven zitten. Vraag en aanbod moeten daarom in balans zijn. Geleidelijke groei is belangrijk voor een redelijk inkomen van de boer.









Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Deze bijdrage is voor een deel afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw en Voedsel; Editie 2021. Wageningen Economic Research en CBS; Nota 2022-013.
  • Bionext, 2021.Trendrapport 2020; Ontwikkelingen in de biologische sector.
  • FiBL & IFOAM, 2021. The World of Organic Agriculture 2020. Frick and Bonn.
  • Galen, Michiel van, Willy Baltussen, Mariel Benus, Koos Gardebroek (Wageningen University), Nera Herceglic, Robert Hoste, Rico Ihle (Wageningen University), Jakob Jager, Bas Janssens, Gerben Jukema, Marcel Kornelis, Marvin Kunz, Katja Logatcheva, Elsje Oosterkamp, Jamal Roskam, Huib Silvis, Rob Stokkers (2021). Agro-Nutri Monitor 2021 - Hoofdrapport; Monitor prijsvorming voedingsmiddelen en analyse belemmeringen voor verduurzaming. Wageningen, Wageningen Economic Research, Rapport 2021-082
  • Logatcheva, K., 2021. Monitor Duurzaam Voedsel 2020. Wageningen Economic Research.
  • Skal Biocontrole, 2021. Jaarverslag 2020. Stichting Skal Biocontrole, Zwolle.
websites:
  • www.cbs.nl
  • www.milieucentraal.nl
  • www.rvo.nl
  • Biologische landbouw: arealen en veestapels, 2011-2020 | Compendium voor de Leefomgeving (clo.nl)
  • https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2021/08/05/aantal-biologische-varkens-daalt
  • https://www.boerderij.nl/frieslandcampina-op-zoek-naar-meer-biologische-melk
  • https://www.boerderij.nl/landbouwministers-25-biologisch-in-2030-te-ambitieus





Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page