Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Structuur
     
Structuur
Select an indicator
Bedrijven - Land- en tuinbouw

Bedrijfsstructuur
11/6/2019

Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is in 2018 met ruim 900 afgenomen tot 53.900, een daling met 1,7% (tabel). Dat ligt onder het langjarige gemiddelde van 2 à 3% per jaar.



Land- en tuinbouwbedrijven naar bedrijfstype (aantal bedrijven), 2000-2018
2000201020172018Verschil (%) 2017-2018
Glastuinbouw- en champignonbedrijven8,8044,5732,8242,625-7
Opengrondstuinbouwbedrijven10,4897,4505,8665,708-2.7
Akkerbouwbedrijven14,79911,96210,68510,8421.5
Melkveebedrijven23,28017,51916,33115,465-5.3
Overige graasdierbedrijven20,20819,07310,03010,1511.2
Intensieve veehouderijbedrijven12,0587,9115,8465,9051
Gecombineerde bedrijven7,7513,8363,2583,210-1.5
Land- en tuinbouwbedrijven, totaal97,38972,32454,84053,906-1.7
Bron: CBS-Landbouwtelling; bewerking: Wageningen Economic Research.

Vrij sterke daling aantal melkveebedrijven
In de tuinbouw komt de vermindering van het aantal bedrijven – 7% in de glastuinbouw en bijna 3% in de opengrondtuinbouw – overeen met de gemiddelde daling vanaf 2000. De gewijzigde registratie van de land- en tuinbouwbedrijven in 2016 heeft geleid tot het wegvallen van een groot aantal (vooral kleine) graasdier- en akkerbouwbedrijven. In de jaren hierna is het aantal bedrijven in deze twee sectoren vrij constant gebleven. De lichte toename van het aantal akkerbouwbedrijven in 2018 (tabel) is waarschijnlijk mede het gevolg van de instroom vanuit de melkveehouderij. Het aantal melkveehouderijbedrijven is in 2018 met ruim 5% afgenomen, in hoofdzaak door de maatregelen om de fosfaatproductie in de melkveesector omlaag te brengen. Na jarenlange dalingen van het aantal intensieve veehouderijbedrijven met gemiddeld ruim 4%, is in 2018 het aantal bedrijven vrijwel gelijk gebleven. Dat kan mede zijn veroorzaakt door het afwachten van de uitwerking van de saneringsregeling voor de varkenshouderij in combinatie met de verbeterde marktsituatie.

Sanering in veehouderijsectoren
De vrij sterke daling van het aantal melkveebedrijven in 2018 (bijna 900, tabel) is vooral het gevolg van de Subsidieregeling voor bedrijfsbeëindiging melkveehouderij. Dit is een van de maatregelen om de fosfaatproductie in de melkveesector in 2017 omlaag te brengen om onder het nationaal fosfaatplafond uit te komen voor het behoud van de derogatie. Voor deze vrijwillige regeling hebben zich 567 bedrijven aangemeld (3,5% van totaal aantal bedrijven). De deelnemende bedrijven zijn gemiddeld veel kleiner, circa 50 melkkoeien tegen ongeveer 100 melkkoeien per bedrijf gemiddeld over alle melkveebedrijven. Als bedrijven zonder melkveetak worden voortgezet, dan verandert de typering van melkveebedrijf meestal naar overig graasdier- of akkerbouwbedrijf. Dat verklaart de lichte toename van het aantal bedrijven in deze sectoren.

De druk op het beperken van de omvang van de intensieve veehouderijsector (bedrijven en veestapel) neemt de komende jaren toe. Om geuroverlast in veedichte gebieden (concentratiegebieden Zuid en Oost) te verminderen is de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) opgezet. Naar verwachting wordt de regeling in het najaar van 2019 opengesteld en uitgevoerd in 2020. De subsidie bestaat uit een marktconforme vergoeding voor de varkensrechten (die komen te vervallen) en een vergoeding voor het waardeverlies van de stallen. Het oorspronkelijke subsidieplafond voor de Srv is verhoogd van 120 tot 180 mln. euro. Varkenshouders die deelnemen aan het Actieplan Ammoniak Veehouderij zijn uitgesloten van de Srv. Veehouders die gebruik hebben gemaakt van de Stoppersregeling van het actieplan moeten op 1 januari 2020 zijn gestopt met de varkens- of pluimveetak of de huisvesting moet voldoen aan de eisen van het Besluit emissiearme huisvesting. De recente uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) betekent een extra druk op de omvang van de veestapel. Een mogelijk gevolg van de uitspraak is het verdwijnen van stikstofrechten uit de landbouw ten behoeve van woningen, industrie en infrastructuur (Berkhout, 2019).


Weinig faillissementen
Na een periode (2009-2013) waarin relatief vrij veel land- en tuinbouwbedrijven failliet zijn verklaard, is het aantal faillissementen sterk afgenomen tot circa 20 in 2017 en 2018 (figuur). Ook in de eerste helft van 2019 blijft het aantal beperkt (negen). De toename van de faillissementen in de periode 2009-2013 is (hoofdzakelijk) veroorzaakt door de slechte resultaten in de glastuinbouw in de jaren 2008-2011, met name in de glasgroenteteelt. Veruit de meeste faillissementen zijn uitgesproken in de plantaardige sectoren. De daling van het aantal land- en tuinbouwbedrijven bestaat in hoofdzaak uit de min of meer vrijwillige bedrijfsbeëindiging bij generatiewisseling.

Het verloop van het aantal faillissementen in de land- en tuinbouw tussen 2000-2018 lijkt sterk op dat voor alle bedrijven, en hangt samen met de economische ontwikkeling. Zo kromp de Nederlandse economie in de periode 2009-2013 met gemiddeld 0,4% per jaar, om daarna weer te groeien met gemiddeld 2,2% per jaar in de jaren 2014-2018.




1 De belangrijkste wijziging is dat bedrijven die niet in het Handelsregister (Kamer van Koophandel) zijn opgenomen met een agrarische landbouwactiviteit, niet meer in de landbouwtelling zijn opgenomen. Tot 2015 hoefden onder meer landbouwers zich niet in te schrijven in het Handelsregister. Deze inschrijving is echter sinds 2015 als voorwaarde gesteld om in aanmerking te komen voor steun in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het zijn in het algemeen bedrijven met een zeer kleine economische omvang die uit de registratie zijn weggevallen.


Kies een sector
Contactpersoon
Martien Voskuilen
070 3358328
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page