Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Structuur
     
Structuur
Select an indicator
Bedrijven - Land- en tuinbouw

Bedrijfsstructuur: lichte daling aantal bedrijven in 2020
1/13/2022

Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is volgens de landbouwtelling in 2020 met ruim 500 afgenomen tot 52.700, een daling met 1,0%. Dit is het vierde jaar op rij dat de vermindering van het aantal bedrijven ruim onder het langjarige gemiddelde blijft van bijna 3% per jaar tussen 2000 en 2015.

Land- en tuinbouwbedrijven naar bedrijfstype (aantal bedrijven), 2000-2020
2000201020192020Verschil (%) 2019-2020
Glastuinbouw- en champignonbedrijven8,8044,5732,7002,7903.3
Opengrondstuinbouwbedrijven10,4897,4505,6715,638-0.6
Akkerbouwbedrijven14,79911,96210,97911,1741.8
Melkveebedrijven23,28017,51914,92314,542-2.6
Overige graasdierbedrijven20,20819,07310,08310,1170.3
Intensieve veehouderijbedrijven12,0587,9115,7305,438-5.1
Gecombineerde bedrijven7,7513,8363,1472,996-4.8
Land- en tuinbouwbedrijven, totaal97,38972,32453,23352,695-1
Bron: CBS-Landbouwtelling; bewerking: Wageningen Economic Research.

Veel minder vleesvarkensbedrijven
Het aantal intensieve veehouderijbedrijven is in 2020 met 5,1% gedaald tot ruim 5.400. Dat is meer dan de langjarige daling van gemiddeld 4% per jaar. De afname in 2020 komt vrijwel geheel voor rekening van de vleesvarkensbedrijven, waarvan het aantal met 17% terugliep tot 1.240 bedrijven. Deze daling heeft onder meer te maken met het Actieplan Ammoniak Veehouderij. In het Actieplan Ammoniak Veehouderij is een landelijk gedoogbeleid opgenomen voor stoppende veehouderijen (stoppersregeling) die niet voldoen aan de maximale emissiewaarden uit het Besluit emissiearme huisvesting. Veehouders die gebruik hebben gemaakt van de stoppersregeling van het actieplan moeten ofwel op 1 januari 2020 zijn gestopt met de varkens- of pluimveetak ofwel de huisvesting moet voldoen aan de eisen van het Besluit emissiearme huisvesting. Hoogstwaarschijnlijk hebben vooral kleinere bedrijven van de regeling gebruik gemaakt. De regeling heeft niet geleid tot een krimp van het aantal varkens, omdat de productierechten in omloop zijn gebleven.

Subsidieregeling sanering varkensbedrijven (Srv)
In 2021 zal het aantal varkensbedrijven opnieuw versneld inkrimpen, nu door een opkoopregeling - Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) - om geuroverlast in veedichte gebieden (concentratiegebieden Zuid en Oost) te verminderen. Hierbij komen de varkensrechten wel te vervallen. De overheid wil voorts de stikstofreductie die dit oplevert inzetten om woningbouw- en infrastructuurprojecten vlot te trekken. Voor de regeling zijn 502 aanvragen ingediend, waarvan 430 zijn goedgekeurd, en uiteindelijk 278 getekende overeenkomsten zijn ingediend (en 2 nog in behandeling; LNV, 2021a). Dat aantal komt overeen met 11% van de ruim 2.500 gespecialiseerde varkensbedrijven in 2020, en met 8% van het aantal bedrijven met varkens in 2020. Het gaat om een mix van jongere en oudere bedrijven, kleinere en grotere. Dat hangt deels samen met de criteria, geuroverlast, en de vergoedingssystematiek. De subsidie bestaat uit een vergoeding voor het waardeverlies van de stallen van 197 mln. euro, en een marktconforme vergoeding voor de varkensrechten van 80 mln. euro. Van de begrote 450 mln. euro voor de Srv-regeling resteert een bedrag van ruim 170 mln. euro, waarvan een groot deel (133 mln. euro) gebruikt wordt voor de ophoging van het budget van de 1e tranche van de regeling provinciale aankoop veehouderijlocaties (LNV, 2021a).

Nog twee opkoopregelingen veehouderijen
Om de stikstofuitstoot op overbelaste, stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden te verminderen, zijn er twee maatregelen voor de vrijwillige opkoop van veehouderijen, de Maatregel Gerichte Opkoop (MGO) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), waarvoor in totaal bijna 1,5 mld. euro is gereserveerd (LNV, 2021b).

De MGO is bedoeld voor de aankoop van veehouderijbedrijven met de grootste stikstofdepositie, de zogenaamde piekbelasters. De maatregel wordt in drie tranches door de provincies uitgevoerd met een budget van 483 mln. euro, waarvan 133 mln. is overgeheveld van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. De eerste tranche van de MGO bestaat uit de &39;Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden&39; die begin november 2020 is opengesteld met een budget van ongeveer 230 mln. euro. De aankoopovereenkomsten moeten uiterlijk halverwege 2022 zijn afgesloten. De eerste tranche is een stoppersregeling, dat wil zeggen dat deelnemers niet elders een veehouderij mogen overnemen of starten, en dat de productierechten komen te vervallen. In de tweede tranche vervalt de stoppersverklaring (beroepsverbod), zodat bedrijfsverplaatsing mogelijk wordt, dat wil zeggen de overname van een bestaand bedrijf met dierrechten waarbij de emissie substantieel wordt verminderd.

De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) beperkt zich tot de bedrijven met productierechten, de melkvee-, varkens- en pluimveebedrijven. Een van de deelnamevoorwaarden is dat de stikstofdepositie van de veehouderijlocatie op een overbelast, stikstofgevoelig Natura 2000-gebied een nog vast te stellen drempelwaarde overschrijdt. Bij het beëindigen van een bedrijf vervallen de productierechten. De Lbv wordt in twee tranches opengesteld, volgens de planning in 2022 met een budget van 720 mln. euro, en in 2025 met een budget van 250 mln. euro.

Melkvee-, akkerbouw- en overige graasdierbedrijven
Het aantal melkveebedrijven is in 2020 met bijna 400 afgenomen tot 14.500, een daling van 2,6%. Dat is veel minder dan de afname in de twee voorgaande jaren (bijna 9% in totaal), die vooral het gevolg was van de Subsidieregeling voor bedrijfsbeëindiging melkveehouderij. Dit was een van de maatregelen om de fosfaatproductie in de melkveesector omlaag te brengen, om zo onder het nationaal fosfaatplafond uit te komen voor het behoud van de derogatie.

Het aantal akkerbouwbedrijven is in de periode 2016-2020 licht gestegen, en het aantal overige graasdierbedrijven vrij constant gebleven. In 2016 is door de gewijzigde registratie van de land- en tuinbouwbedrijven1  een groot aantal (vooral kleine) graasdier- en akkerbouwbedrijven uit de landbouwtelling verdwenen. Dat het aantal bedrijven in deze sectoren ongeveer gelijk blijft, is waarschijnlijk mede het gevolg van de instroom vanuit de melkveehouderij. Als bedrijven zonder melkveetak worden voortgezet, dan verandert de typering van melkveebedrijf meestal naar overig graasdier- of akkerbouwbedrijf.

Opnieuw toename aantal glastuinbouwbedrijven
Het aantal glastuinbouwbedrijven is volgens de landbouwtelling in 2020 opnieuw gestegen, met 90 (3,4%) tot 2.670. Dat wijkt sterk af van de jaarlijkse afname vanaf de eeuwwisseling met 6 à 7%. Het glasareaal nam in 2020 procentueel ongeveer evenveel toe als het aantal bedrijven, waardoor de gemiddelde oppervlakte glas per bedrijf vrijwel gelijk is gebleven. De toename van het aantal bedrijven heeft waarschijnlijk vooral te maken met een betere registratie van deze sector in de landbouwtelling.

Het aantal opengrondstuinbouwbedrijven is zowel in 2019 als in 2020 heel licht gedaald; over een langere periode (vanaf 2000) nam het aantal bedrijven met gemiddeld 3% per jaar af.

Aantal faillissementen blijft laag
De afname van het aantal land- en tuinbouwbedrijven bestaat in hoofdzaak uit de min of meer vrijwillige bedrijfsbeëindiging bij generatiewisseling. Gedwongen beëindigingen in de vorm van faillissementen komen weinig voor. Na een periode (2009-2013) waarin relatief vrij veel land- en tuinbouwbedrijven failliet zijn verklaard, is het aantal faillissementen sterk afgenomen tot 14 in 2020. Ook in 2021 blijft het aantal laag (10 tot en met september). Veruit de meeste faillissementen zijn uitgesproken in de plantaardige sectoren (85% in de periode 2000-2020) en dan met name in de (glas)tuinbouw.

Het verloop van het aantal faillissementen in de land- en tuinbouw tussen 2000-2019 lijkt sterk op dat voor alle bedrijven en hangt samen met de economische ontwikkeling. Zo kromp de Nederlandse economie in de periode 2009-2013 met gemiddeld 0,4% per jaar, om daarna weer te groeien met gemiddeld 2,2% per jaar in de jaren 2014-2019. Door de coronasteunmaatregelen is het aantal faillissementen in de gehele economie in 2020 laag, ondanks een krimp van het bbp met 3,8%.



1 De belangrijkste wijziging is dat bedrijven die niet in het Handelsregister (Kamer van Koophandel) zijn opgenomen met een agrarische landbouwactiviteit, niet meer in de landbouwtelling zijn opgenomen. Tot 2015 hoefden onder meer landbouwers zich niet in te schrijven in het Handelsregister. Deze inschrijving is echter sinds 2015 als voorwaarde gesteld om in aanmerking te komen voor steun in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het zijn in het algemeen bedrijven met een zeer kleine economische omvang die uit de registratie zijn weggevallen.


Kies een sector
Contactpersoon
Martien Voskuilen
070 3358328
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Deze tekst is afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw en Voedsel; Editie 2021. Wageningen Economic Research en CBS; Nota 2022-013.

Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page