Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Structuur
     
Structuur
Select an indicator
Veestapel - Land- en tuinbouw

Ontwikkeling veestapel
1/13/2022

Melkveestapel redelijk stabiel
Het aantal melkkoeien is in 2020 heel licht gestegen, met 1% tot 1,59 mln. In de periode 2000-2007 daalde het aantal dieren (tot 1,41 mln.), waarna door verruiming van het melkquotum in de periode 2005-2014, overschrijding van het melkquotum in de jaren voor het afschaffen van de quotering en het einde daarvan per 1 april 2015, het aantal melkkoeien steeg tot 1,74 mln. in 2016. Door de fosfaatmaatregelen is het aantal melkkoeien in de daaropvolgende drie jaar met 10% gedaald tot 1,58 mln. in 2019. De maatregelen bestonden uit het fosfaatreductieplan 2017 en de invoering van fosfaatrechten per 1 januari 2018. Met de invoering van de fosfaatrechten is evenals in de varkens- en pluimveehouderij, nu ook in de melkveehouderij de veestapel begrensd door productierechten (tabel 1).

Jongveebezetting afgenomen
De jongveestapel voor de melkveeproductie – die ook meetelt voor de fosfaatrechten - is sterker ingekrompen dan het aantal melkkoeien, met 30% tot 0,94 mln. stuks. Hierdoor is verhouding tussen het aantal stuks jongvee en melkkoeien afgenomen: van gemiddeld ruim 80 voor 2017, tot 59 stuks jongvee per 100 melkkoeien in 2020. Tot aan de invoering van de fosfaatrechten hielden melkveehouders relatief ruim jongvee aan, dit gaf de ruimte om op latere leeftijd te selecteren. Daarnaast fungeerde de ruime jongveestapel als een soort van veiligheidsbuffer bij extra problemen of uitval. Economisch gezien was dit niet optimaal en de invoering van de fosfaatrechten is de prikkel geweest om minder jongvee aan te houden, zodat er meer ruimte blijft voor melkkoeien.
Tabel 1. Ontwikkeling veestapel (aantal dieren, 1.000 stuks), 2000-2020 a
20002010201820192020Verschil (%) 2019-2020
Rundvee, totaal4,0693,9753,9193,8103,8380.7
    waarvan melkkoeien1,5041,4791,6221,5781,5931
    jongvee melkproductie1,3251,2391,0329249351.2
    vlees- en weidevee457330248243239-1.9
    vleeskalveren7839281,0171,0661,0710.5
Overige graasdieren1,6011,6251,5411,6201,613-0.40
    waarvan schapen1,3051,130866918890-3
    geiten1793535886156332.9
    paarden en pony's1171438888903.2
Varkens, totaal13,11812,25512,43012,26911,950-2.6
    waarvan fokzeugen1,129984923889871-2.1
    biggen5,1025,1245,6535,5495,414-2.4
    vleesvarkens6,5055,9045,6315,6185,446-3.1
Kippen, totaal104,015101,248105,104101,741101,8630.1
    waarvan leghennen32,57335,31035,42733,40331,999-4.2
    vleeskuikens50,93744,74848,97148,68449,2291.1
a Peildatum 1 april.
Bron: CBS-Landbouwtelling. Bewerking Wageningen Economic Research.


Door corona minder vleeskalveren opgezet en geslacht
De vrij sterke uitbreiding van het aantal vleeskalveren in 2018 en 2019 kan naast uitbreiding op bestaande bedrijven, het gevolg zijn van instroom vanuit de melkveehouderij. Dat wil zeggen, melkveehouders die gestopt zijn met de melkveetak en gestart zijn met het houden van vleeskalveren. Het aantal gespecialiseerde vleeskalverenbedrijven is in deze twee jaar met een kleine 100 toegenomen tot bijna 1.300 (op een totaal aantal bedrijven met vleeskalveren van 1.680, het totaal aantal bedrijven met vleeskalveren is met 110 toegenomen).

Het aantal vleeskalveren is in 2020 nauwelijks veranderd, Het gaat hierbij om het aantal dieren op peildatum 1 april, zodat het effect van corona nog niet zichtbaar is. Voorts is dit aantal een overschatting, omdat het aantal (met ingang van 2018) wordt bijgesteld voor tijdelijke leegstand op basis van de opgave van het voorgaande jaar. Het aantal opgezette en geslachte dieren geeft meer inzicht in de mogelijke gevolgen van corona. Het aantal geslachte dieren is gedaald van 1,65 mln. in 2019 tot 1,56 mln. in 2020 (CBS), een afname van ruim 5%. Dit komt overeen met de daling van het aantal opgezette vleeskalveren in 2020 volgens de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector (SKV, 2021). Ongeveer de helft van de opgezette kalveren wordt geïmporteerd. In 2010 was 36% van de importkalveren nog afkomstig uit Oost-Europa (inclusief Letland, Estland en Litouwen), tegen 6% in 2020. Dit is vooral het gevolg van de enorme afname van de import uit Polen, onder meer door uitbraken van ziektes en de ontwikkeling van de stierhouderij in Polen. De meeste geïmporteerde dieren komen nu uit Duitsland, België en Luxemburg; over de afgelopen vijf jaar ging het gemiddeld om ruim 80%, waarvan het merendeel (90%) uit Duitsland.

Onderzoek naar gezondheidsrisico geitenhouderij vertraagd
De geitenstapel is in 2020 verder toegenomen, met bijna 3% tot 633.000 stuks. Daarmee zet de bijna onafgebroken groei zich voort, van circa 10.000 geiten in 1984 tot het huidige aantal. De groei is voor het laatst onderbroken tussen 2009 en 2010 door de uitbraak van Q-koorts en de daaropvolgende ruimingen van geiten. Naast schaalvergroting (meer dieren per bedrijf) zou de uitbreiding in de afgelopen jaren kunnen komen van melkveehouders die door de ingrepen in de melkveesector zijn omgeschakeld.

Omdat de risicos voor de volksgezondheid rond veehouderijen niet duidelijk zijn, hebben de meeste provincies beperkingen aan de geitenhouderij opgelegd (zie kader). Voor eventuele aanpassingen van het beleid wordt vooral uitgekeken naar de resultaten van het onderzoeksprogramma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) III. Door de coronacrisis is het onderzoek vertraagd; verwacht wordt dat het gehele VGO-III-onderzoek eind 2024 zal zijn afgerond (LNV, 2021c).

Acht provincies met bepalingen over houden van geiten
In zeven provincies - Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg - is een volledige geitenstop opgenomen in de omgevingsverordening, dat wil zeggen een verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van, en omschakeling naar geitenhouderij. In Flevoland is de geitenstop niet volledig: bestaande geitenhouderijen op meer dan twee kilometer van de rand van een woonkern mogen uitbreiden (ruimtelijke plannen.nl; lokaleregelgeving.overheid.nl).

Vier provincies zonder expliciete bepalingen over geitenhouderij
In de vier provincies zonder expliciete bepalingen in de omgevingsverordening over het houden van geiten, zijn er meestal wel beperkingen voor deze sector. Dat kan niet alleen via de verordening, ook gemeenten kunnen beperkingen opleggen aan de geitenhouderij.

In de Drentse verordening is een verbod opgenomen op nieuwvestiging van intensieve veehouderij, en op omschakeling van grondgebonden naar intensieve veehouderij. Geitenhouderijen vallen in de Drentse verordening onder intensieve veehouderij. Uitbreiding van bestaande geitenhouderijen en omschakeling binnen de intensieve veehouderij naar geiten zou dan in principe mogelijk kunnen zijn. De Zeeuwse verordening kent een vergelijkbare bepaling over de intensieve veehouderij, maar laat nog (theoretisch) ruimte voor grondgebonden geitenhouderij. In de omgevingsverordening van Groningen is opgenomen dat nieuwvestiging en uitbreiding van intensieve veehouderij niet is toegestaan, maar de geitenhouderij valt niet onder de begripsomschrijving van intensieve veehouderij in de Groningse verordening. In de verordening van Friesland zijn geen expliciete verboden opgenomen voor nieuwvestiging of uitbreiding van de intensieve veehouderij. In deze verordening wordt voor het begrip intensieve veehouderij het synoniem niet-grondgebonden veehouderij gebruikt, waaronder de niet-grondgebonden geitenhouderij (ruimtelijke plannen.nl; lokaleregelgeving.overheid.nl).

Minder varkens
Na een lichte daling van het totaal aantal varkens in 2019 (1,3%) is het aantal in 2020 opnieuw afgenomen, met 2,6% tot iets onder de 12 mln. (tabel 1). In twee jaar tijd is de varkensstapel met 0,5 mln. dieren gekrompen. De vermindering is onder meer het gevolg van het vervallen van rechten als onderdeel van de provinciale ruimte voor ruimte regelingen. Het effect van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) is in deze cijfers nog niet zichtbaar, omdat de eerste varkensrechten binnen deze regeling vanaf november 2020 vervallen, en de gegevens in tabel als peildatum 1 april 2020 hebben.

Al eerder zijn er saneringsregelingen geweest: de twee opkoopregelingen om het mestoverschot te verminderen (Regeling beëindiging veehouderijtakken) leidden in de periode 2001-2004 tot een inkrimping van de varkensstapel met zo&39;n twee mln. dieren tot 11 mln. Daarna trad een herstel op tot 12,6 mln. dieren in 2016; een groei die is begrensd door de varkensrechten (tabel 4.52). De komende jaren zal de varkenshouderij verder krimpen door verschillende saneringsregelingen. Naast de Srv-regeling zijn er twee nieuwe (vrijwillige) opkoopregelingen bijgekomen waarbij ook varkensrechten worden ingenomen, de Maatregel Gerichte Opkoop (MGO) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) (zie bijdrage over aantal bedrijven).

Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv): 7% minder varkensrechten
Voor de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv), waaraan alleen varkenshouders uit de concentratiegebieden Zuid en Oost konden meedoen, zijn 502 aanvragen ingediend. Daarvan zijn er 430 goedgekeurd, en zijn uiteindelijk 278 overeenkomsten ingediend (LNV, 2021d; zie bijdrage over aantal bedrijven). De deelnemers beschikken over circa 580.000 varkensrechten die komen te vervallen, ofwel bijna 7% van het totaal aantal varkensrechten in Nederland in 2019 (tabel 2). Voor het concentratiegebied Zuid gaat het om ongeveer 507.000 rechten (10% van het totaal aantal rechten in dit gebied), en voor concentratiegebied Oost om 73.000 rechten (3% van het aantal rechten).

Pluimveestapel gelijk
Het totaal aantal kippen is in 2020 met 102 mln. vrijwel gelijk aan het voorgaande jaar (tabel 1). Ook in de pluimveesector is het aantal dieren begrensd in de vorm van pluimveerechten.

Het aantal vleeskuikens ligt vanaf 2015 vrij constant rond de 49 mln., ook in 2020 op de peildatum 1 april. Het aantal geslachte dieren in heel 2020 is wel gedaald, met 4,4% ten opzichte van 2019 (CBS, voor 2020 voorlopige cijfers). Voor de toekomstige ontwikkeling van het aantal vleeskuikens zijn onder meer de opkoopregelingen en de aanscherping van de houderijsystemen door de supermarkten van belang. Vanaf 2023 stapt het merendeel van de Nederlandse supermarkten over op het Beter Leven keurmerk met 1 ster. Dat betekent een lagere stalbezetting dan in de reguliere houderij en de huidige supermarktconcepten, en het inrichten van een overdekte uitloop.

Het aantal legkippen is in twee jaar tijd met bijna 10% gedaald tot 32 mln. in 2020, terwijl de afname van het aantal bedrijven bleef beperkt bleef tot 3%.


Productierechten begrenzen omvang veestapel
De productierechten voor varkens, pluimvee (kippen en kalkoenen) en melkvee (fosfaatrechten) zijn bedoeld om de productie van dierlijke mest te begrenzen. De varkens- en pluimveerechten vervangen een deel van de mestproductierechten en zijn ingesteld op respectievelijk 1 september 1998 en 1 januari 2001. De fosfaatrechten voor het melkvee gelden per 1 januari 2018. De rechten zijn vrij verhandelbaar, maar voor de varkens- en pluimrechten gelden wel een aantal beperkingen: alleen overdraagbaar binnen concentratiegebied Zuid, binnen concentratiegebied Oost, buiten de concentratiegebieden en van de concentratiegebieden (Zuid en Oost) naar het niet-concentratiegebied.

Het totaal aantal varkensrechten is tussen 2018 en 2020 met 1,3% gedaald, met een wat grotere afname in het concentratiegebied Zuid (1,9%) (tabel 2). De vermindering is onder meer het gevolg van het vervallen van rechten als onderdeel van de ruimte voor ruimte regelingen van de verschillende provincies, en de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv). Vanaf november 2020 zijn de eerste varkensrechten binnen de Srv-regeling geschrapt (LNV, 2021e).
Tabel 2. Productierechten (1.000 stuks) in de veehouderij, 2018-2020
201820192020
Varkensrechten, totaal8,6978,6838,586
    waarvan Concentratiegebied Zuid4,9004,8894,806
    Concentratiegebied Oost2,2832,2852,256
    Overig1,5131,5091,524
Pluimveerechten67,16267,16267,161
Fosfaatrechten melkvee85,71385,76685,567
Bron: LNV, 2021.


Fosfaatbank blijft nog gesloten
In 2018 zijn in totaal 85,7 mln. fosfaatrechten toegekend aan melkvee (tabel 2), iets boven het plafond voor melkvee van 84,9 mln. fosfaatrechten. Dat heeft te maken met afhandeling van bezwaren, toekenning fosfaatrechten voor knelgevallen en herbeoordeling jongvee (LNV, 2020). Om het aantal rechten onder het plafond te brengen en de &39;fosfaatbank&39; te kunnen vullen, wordt bij de overdracht van fosfaatrechten een deel afgeroomd (met uitzonderingen); halverwege juni 2019 is het afromingsdeel tijdelijk verhoogd van 10% naar 20% totdat het aantal fosfaatrechten onder het fosfaatplafond is gekomen. Het percentage van 20 geldt tot op heden. Vanaf begin 2021 worden de afgeroomde rechten niet langer meer geschrapt, maar geplaatst in de fosfaatbank die nog wel gesloten blijft (LNV, 2021f). De rechten in de fosfaatbank zijn bedoeld voor het stimuleren van jonge melkveehouders, die grondgebonden produceren.

Handel in fosfaatrechten
De fosfaatrechten zijn vrij verhandelbaar waarbij een deel (nu 20%) wordt afgeroomd, met uitzondering van overdrachten bij erfopvolging, bloed- of aanverwantschap in de 1e, 2e of 3e graad, en vorming van een man-vrouwmaatschap, man-vrouwvennootschap onder firma en commanditaire man-vrouwvennootschap (RVO.nl).

Het aantal verhandelde fosfaatrechten met afroming is gedaald van 4,2 mln. in 2018 naar 2,4 mln. in 2019, en 2,6 mln. in 2020. Het aantal in 2019 is een schatting uitgaande van een gemiddelde afroming van 15%. Afgezet tegen het totaal aantal toegekende rechten is de handel (met afroming) afgenomen van circa 5% in 2018 tot 3% in 2020. Uitgedrukt in melkkoeien met een fosfaatproductie van 43,5 kg en na afroming komt dat ruwweg neer op bijna 90.000 en 50.000 dieren. Het verhoogde afromingspercentage zal aan de afgenomen handel hebben bijgedragen.










Kies een sector
Contactpersoon
Martien Voskuilen
070 3358328
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Deze tekst is afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw en Voedsel; Editie 2021. Wageningen Economic Research en CBS; Nota 2022-013.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page