Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Structuur
     
Structuur
Select an indicator
Areaal - Land- en tuinbouw

Grondgebruik
11/6/2019

De geregistreerde land- en tuinbouwbedrijven hadden in 2018 een areaal cultuurgrond van 1,82 mln. ha in gebruik, iets meer dan in 2017 (tabel 1). Over een wat langere periode (2000-2015) is het areaal cultuurgrond met gemiddeld 0,5% per jaar afgenomen. Van het totaal areaal cultuurgrond is nu 54% in gebruik als grasland (blijvend, tijdelijk en natuurlijk grasland), 12% voor groenvoedergewassen, 28% voor overig akkerbouwland, 5% voor opengrondstuinbouw en 0,5% voor glastuinbouw.

Toelichting
De basis voor de oppervlakte cultuurgrond is de Landbouwtelling. De oppervlakte agrarisch terrein volgens de CBS-statistiek bodemgebruik is veel groter dan het areaal cultuurgrond volgens de Landbouwtelling. Dit is het gevolg van onder meer verschillen in definities en afbakening. Zo is de definitie van agrarisch terrein ruimer en worden daar ook bijvoorbeeld erven en tuinen toe gerekend, cultuurgrond daarentegen is de oppervlakte waarop de gewassen staan. De afbakening van de Landbouwtelling is eveneens beperkter, aangezien niet alle gebruikers van landbouwgrond zijn opgenomen in de Landbouwtelling. Het areaal cultuurgrond in gebruik bij de geregistreerde land- en tuinbouwbedrijven is in 2016 eenmalig sterk afgenomen door de wijzigingen in de registratie van de land- en tuinbouwbedrijven. Ten opzichte van 2015 daalde het areaal met circa 30.000 ha tot 1,82 mln. ha, een krimp van 1,6%.

Tabel 1 Agrarisch grondgebruik (1.000 ha), 2000-2018 a
20002010201620172018Verschil (%) 2017-2018
Grasland en voedergewassen1,249.51,232.91.210,71.206,81.203,1-3.0
    Waarvan grasland1,036.7995.39,9489,9169,871-5.0
    snijmais205.3230.82,0692,0532,0562.0
Akkerbouw634.4542.1503.7509.251613
    Waarvan granen225.7218.8181.1164.11,67621
    aardappelen180.2158.3157.9162.816514
    suikerbieten110.970.670.785.4852-2.0
    overig117.694.593.99798212
Tuinbouw open grond81.187.192.293.59439.0
    Waarvan groenten22.424.525.826.3261-9.0
    fruit20.619.520.420.5204-1.0
    bloembollen22.523.326.126.727633
    boomkwekerij12.616.917.317169-5.0
Tuinbouw onder glas10.510.39.39.19-1
    Waarvan groenten4.254.9550
    sierteelt5.94.83.83.635-25
Cultuurgrond, totaal1,975.51,872.318,15918,18618,2242.0
a Peildatum 15 mei.
Bron: CBS-Landbouwtelling.


Minder tijdelijk grasland
De totale oppervlakte grasland is tussen 2016 en 2018 met 7.700 ha gedaald (0,8%) tot 987.100 ha (tabel 1). Binnen het areaal grasland wordt onderscheid gemaakt in blijvend, natuurlijk en tijdelijk grasland. Het areaal blijvend grasland – grasland dat minimaal vijf jaar niet in de vruchtwisseling is meegenomen met een opbrengst van meer dan vijf ton droge stof per ha per jaar – is in twee jaar tijd met 7.500 ha (1,1%) afgenomen tot 684.000 ha. Het areaal tijdelijk grasland is tussen 2016 en 2018 met 22.000 ha (9%) verminderd tot 223.000 ha. Deze daling vond plaats in 2018, en komt vrijwel volledig voor rekening van de melkveebedrijven, mede in samenhang met de vrij sterke daling van het aantal bedrijven in dat jaar. Het areaal natuurlijk grasland is tussen 2016-2018 met 21.800 ha (37%) gestegen tot 80.000 ha. Het gaat hierbij om grasland dat minimaal vijf jaar niet in de vruchtwisseling is meegenomen, met een opbrengst van minder dan vijf ton droge stof per ha per jaar. In de Toelichting onderaan dit artikel wordt nader ingegaan op de verschillende soorten natuurlijk grasland.

Ruim voldoende blijvend grasland voor vergroeningseis
Sinds 2015 zijn landbouwers verplicht vergroeningsmaatregelen uit te voeren om in aanmerking te komen voor de directe betalingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Een van de maatregelen is het in stand houden van blijvend grasland. Als het aandeel blijvend grasland op het totaal landbouwareaal 5% of meer afneemt ten opzichte van de referentieratio moet Nederland een omzetverbod en herstelplicht invoeren. De referentieratio is het aandeel blijvend grasland op het totaal landbouwareaal in het referentiejaar (2012). De referentieratio bedraagt 40,97%. In 2015, 2016 en 2017 is het aandeel blijvend grasland met 1 à 2% gedaald ten opzichte van de referentie. In 2018 is de ratio uitgekomen op 41,26%, een stijging van 0,7% ten opzichte van de referentieratio. In alle jaren is dus ruimschoots voldaan aan de vergroeningseis voor het behoud van blijvend grasland.

Areaal akkerbouw neemt opnieuw toe
In 2019 stijgt het areaal akkerbouwgewassen voor het derde jaar op rij. Volgens de voorlopige cijfers van de landbouwtelling komt het areaal dit jaar uit op 536.000 ha, een toename van ruim 20.000 ha (4%). Met de uitbreiding in 2017 (5.500 ha) en in 2018 (6.800 ha), is dat een toename van bijna 33.000 ha (ruim 6%) in drie jaar tijd. Het areaal suikerbieten neemt na de uitbreiding in 2017-2018 in 2019 af met 5.400 ha af (6%) tot ongeveer 80.000 ha. De inkrimping volgt op de forse uitbreiding van de wereldwijde suikerproductie. Het grotere aanbod van suiker in de Europese Unie was mede het gevolg van het afschaffen van de suikerquotering op 30 september 2017. De inkrimping van het areaal in 2019 is nog enigszins afgeremd door de lagere suikerproductie in 2018 door de droogte. Hierdoor heeft Suiker Unie geen suiker in opslag kunnen houden. In een afzonderlijk kader wordt hieronder ingegaan op het areaal Overige akkerbouwgewassen waarin ook de eiwitrijke gewassen zijn opgenomen.

Areaal tuinbouw in de open grond gelijk
Het areaal opengrondstuinbouw komt in 2019 volgens de voorlopige gegevens van de landbouwtelling uit op 94.100 ha, vrijwel evenveel als in 2018 (tabel 1). In de periode 2014-2018 is het areaal opengrondstuinbouw jaarlijks met gemiddeld 1.800 ha (2% per jaar) toegenomen. Ruim de helft van de areaaluitbreiding is gerealiseerd binnen de bloembollenteelt, een sector waarin het gemiddeld inkomen vanaf 2012 sterk is gestegen. Het totaal areaal opengrondstuinbouw beslaat nu 5,3% van het grondgebruik, tegen 4,1% in 2000.

Iets minder tuinbouw onder glas
Het glastuinbouwareaal is in 2018 met 100 ha (1%) afgenomen tot 9.000 ha (tabel 1). De sterkste krimp vond plaats tussen 2011 en 2015 (met 1.000 ha) als gevolg van economisch slechte jaren voor deze sector. De afgelopen jaren (vanaf 2013) kenmerkt de glastuinbouw zich door een forse sanering, schaalvergroting en een sterke verbetering van de inkomens.

Eiwitrijke gewassen
In 2018 heeft de Europese Commissie een verslag uitgebracht over de ontwikkeling van de productie van plantaardige eiwitten in de Europese Unie: Het verslag is gericht op eiwitrijke gewassen met een ruweiwitgehalte van meer dan 15% (oliehoudende zaden: koolzaad, zonnebloempitten en sojabonen; peulvruchten: bonen, erwten, linzen, lupinen enz.; en voederleguminosen: voornamelijk luzerne en klaver), die ongeveer een kwart van het totale aanbod van plantaardig ruweiwit in de EU beslaan. Hoewel granen en grasland een wezenlijk deel uitmaken van het totale EU-aanbod van plantaardige eiwitten, zijn ze niet opgenomen in dit verslag, vanwege een laag eiwitgehalte respectievelijk weinig relevantie voor de markt.’ (COM(2018) 757 final).
Tussen 2014 en 2018 is het totaal areaal eiwitrijke gewassen toegenomen van 11.700 tot 14.900 ha. De toename heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de vergroeningsmaatregelen, en in dit geval van het ecologisch aandachtsgebied (EA). Luzerne en overige groenvoedergewassen zijn teelten die hiervoor ingezet kunnen worden. De oppervlakte voederleguminosen (in tabel 1 opgenomen onder grasland en voedergewassen) steeg van 5.300 ha naar 8.700 ha. In de jaren 2014-2016 bestond deze gewasgroep alleen uit luzerne. In 2017 en 2018 is daar de categorie overige groenvoedergewassen (waaronder klavers en voederwikke) bijgekomen met een areaal van 1.100 ha in 2018. Het areaal van de oliehoudende zaden en peulvruchten is tussen 2014 en 2018 per saldo weinig veranderd (figuur). Een van de oliehoudende gewassen is sojabonen met een oppervlakte van 540 ha in 2018.


Overige akkerbouwgewassen
Het areaal overige akkerbouwgewassen (98.200 ha in 2018, zie tabel 1) bestaat uit een groot aantal teelten, die in de landbouwtelling in een aantal groepen zijn samengebracht. De belangrijkste daarvan is de categorie akkerbouwgroenten met een areaal van 60.500 ha (in 2018), met als grootste teelt uien. De overige groepen (zie figuur) zijn handelsgewassen (12.200 ha in 2018), graszaden (9.500 ha), peulvruchten (2.900 ha), overige gewassen (4.700 ha) en braak (8.400 ha). In totaal besloegen deze teelten in 2018 een oppervlakte van 37.700 ha, evenveel als in 2014.


Toelichting: Natuurlijk grasland in het beleid en de statistiek-landbouwtelling
In de perceelsregistratie zijn er in de periode 2015-2018 drie soorten natuurlijk grasland onderscheiden (tussen haakjes de gewascode):
• (331) Grasland, natuurlijk. Hoofdfunctie landbouw.
Gras dat voor minimaal vijf jaar niet in de vruchtwisseling is meegenomen met een opbrengst van minder dan vijf ton droge stof per ha per jaar. Het gewas bestaat uit een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen.
• (336) Grasland, natuurlijk. Natuurlijk grasland met een natuurbeheertype dat overwegend voor landbouwactiviteiten-GLB wordt gebruikt.
De omschrijving van gewascode 336 is gelijk aan die van 331, maar geldt voor natuurlijk grasland op natuurterrein met een natuurbeheertype voor grasland. Gewascode 336 is ingevoerd in 2016 en vervangt voor een deel gewascode 331.
• (332) Grasland, natuurlijk. Hoofdfunctie natuur.
De omschrijving van gewascode 332 is gelijk aan die van 331, maar op grasland met code 332 vindt zeer beperkt (opbrengst nihil) of geen landbouwactiviteit plaats.

Tabel 2 Areaal grasland (1.000 ha) naar type a , 2015-2018 b
Cultuurgrond2015201620172018
Grasland1,008995992987
    Waarvan blijvend714691680684
    natuurlijk, hoofdfunctie landbouw (331)52393526
    natuurlijk, overwegend voor GLB (336) c 202854
    tijdelijk242245248223
Niet -cultuurgrond
Grasland natuurlijk, hoofdfunctie natuur (332)1314159
Grasland, totaal1,0211,0091,007996
a Tussen haakjes de gewascode perceelsregistratie.
b Peildatum 15 mei.
c In september 2019 is het areaal natuurlijk grasland overwegend voor GLB (336)
overgeheveld van niet-cultuurgrond naar cultuurgrond.
Bron: CBS; RVO.nl.


Het areaal natuurlijk grasland in gebruik bij de geregistreerde land- en tuinbouwbedrijven dat valt onder de cultuurgrond (gewascodes 331 en 336) is gestegen van 52.000 ha in 2015 tot 80.000 ha in 2018. Een deel van de toename in 2018 is mogelijk het gevolg van een nieuwe beoordelingswijze voor het toekennen van betalingsrechten. Percelen met een bepaald natuurtype werden daarvan uitgesloten; in de nieuwe werkwijze wordt de werkelijke situatie beoordeeld op basis van lucht- en satellietfoto’s.

Het areaal natuurlijk grasland met hoofdfunctie natuur (332) – 9.000 ha in 2018 – wordt niet gerekend tot het areaal cultuurgrond en telt niet mee voor de directe GLB-betalingen, maar wel voor de verantwoorde groei melkveehouderij en mestverwerkingsplicht. In tabel 3 is een overzicht gegeven hoe er in het beleid met de drie soorten natuurlijk grasland wordt omgegaan.

Tabel 3 Meetellen (Ja/Nee) natuurlijk grasland naar soort regeling
Hoofdfunctie landbouw (331)Overwegend GLB (336)Hoofdfunctie natuur (332)
Directe betalingen GLBJaJaNee
Gebruiksruimte/-normen mestwetgevingJaNeeNee
DerogatieJaNeeNee
MestverwerkingsplichtJaJaJa
Verantwoorde groei veehouderijJaJaJa
Bron: RVO.nl.





Kies een sector
Contactpersoon
Martien Voskuilen
070 3358328
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Handelsgewassen zijn planten die gewoonlijk niet direct voor consumptie worden verkocht omdat ze voor hun eindgebruik industrieel moeten worden verwerkt. De volgende handelsgewassen worden onderscheiden: Blauwmaanzaad, Cichorei, Hennep, Karwijzaad, Koolzaad, winter en zomer, Raapzaad, Lijnzaad, Sojabonen, Vlas, Zonnebloemen en Overige handelsgewassen.

Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page