Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Nutrienten
     
Nutrienten
Select an indicator
Mestafzetkosten - Veehouderij

Mestafzetkosten op bedrijfsniveau lopen verder op
12/20/2018

Door de aanscherping van de gebruiksnormen in 2015 en een verdere toename van de rundveestapel zijn de mestoverschotten in 2016 en 2017 hoger dan in de voorgaande jaren. De afzetprijzen per ton mest zijn in 2016 en 2017 vrijwel gelijk, maar omdat de varkensbedrijven groter zijn geworden zijn ze per bedrijf verder gestegen. De betaalde mestafzetkosten liepen voor varkensbedrijven op tot gemiddeld 61.000 euro per bedrijf.



Afzetprijs per ton mest in 2017 vrijwel gelijk aan 2016
Aan de stijging van de mestafzetprijzen voor zowel rundvee- als varkensdrijfmest vanaf 2014 lijkt in 2017 een eind te zijn gekomen. Was in 2016 de prijs af boerderij voor varkensdrijfmest in 2016 nog 10% hoger dan in 2015, in 2017 is die stijging nog maar 2%. Voor rundveedrijfmest was de prijsstijging in 2016 bijna 20% en in 2017 2%. De prijzen zijn sterk afhankelijk van de ontwikkelingen rond productie, verwerking en export. De prijzen van varkens- en pluimveemest lagen in 2006 en 2007 op een hoog niveau. In 2008 startte de DEP-centrale met de verwerking van pluimveemest. Daarnaast vond er meer export plaats. Deze ontwikkelingen leidden tot een lagere afzetprijs van pluimveemest. Doordat er minder concurrentie was van pluimveemest op de binnenlandse markt, daalde ook de afzetprijs van varkensmest.

De prijzen af boerderij van rundveemest lagen tot 2014 op een veel lager niveau dan die van varkens- en pluimveemest en schommelden minder sterk. Als gevolg van de afschaffing van de melkquotering in 2015 nam het aantal melkkoeien toe. Door de hiermee gepaard gaande hogere productie van rundveemest zijn de afzetprijzen in 2016 en 2017 ongeveer 70% hoger dan in 2014.

 


Hogere mestafzetkosten per bedrijf
De betaalde mestafzetkosten per bedrijf verschillen sterk tussen de bedrijfstypen. Varkensbedrijven betaalden vanaf 2010 gemiddeld 30 tot 40.000 euro per jaar voor de afzet van mest, pluimveebedrijven ongeveer 10 tot 15.000 euro en melkveebedrijven gemiddeld circa 3.000 euro. Sinds 2015 zijn die verhoudingen duidelijk verschoven: vooral op varkens- en melkveebedrijven namen de kosten fors toe.

Bij de varkensbedrijven bedroegen de mestafzetkosten in 2017 ruim 61.000 euro per bedrijf. Dat is meer dan een verdubbeling sinds 2010 door zowel hogere afzetprijzen als door schaalvergroting. Door de toegenomen bedrijfsomvang moest per bedrijf in 2017 bijna de helft meer mest worden afgezet dan in 2010. Vrijwel alle gespecialiseerde varkensbedrijven voerden in 2017 mest af.

In de melkveehouderij is, na de afschaffing van de melkquotering in 2015 en 2016, het aantal melkkoeien flink toegenomen. Vooral de gegroeide bedrijven konden de extra geproduceerde mest niet op eigen grond afzetten en moesten deze mest afvoeren. Daardoor nam de concurrentie op de mestmarkt toe. Als gevolg van het fosfaatreductieplan is de melkveestapel in 2017 weer gedaald. Doordat als gevolg van het lagere aantal dieren in de melkveehouderij er in 2017 4 % minder mest hoefde te worden afgevoerd, was er in de melkveehouderij een geringe daling van de mestafzetkosten per bedrijf. De gemiddelde mestafzetkosten per bedrijf waren in 2017 250 euro lager dan in 2016. Ongeveer 60% van de melkveebedrijven voerde in 2017 mest af, tegen circa 10% in 2005.

Op pluimveebedrijven zet de gestage daling van de mestafzetkosten op bedrijfsniveau, sinds de top van 18.300 euro in 2007, nog steeds door. Bedrijven met leghennen laten tussen 2016 en 2017 een kleine stijging zien van ruim 250 euro per bedrijf (3%). Bij vleeskuikenbedrijven waren de mestafzetkosten in 2017 ruim 20% lager dan in 2016. Dit werd veroorzaakt door een vermindering van de hoeveelheid mest die per bedrijf werd afgezet. Doordat pluimveemest vooral wordt verwerkt en/of geëxporteerd, is de afzetprijs van pluimveemest minder gevoelig voor de vraag en het aanbod van dierlijke mest op de binnenlandse markt dan varkens- en rundveemest.

Vrijwel alle gespecialiseerde pluimveebedrijven voerden in 2017 mest af. In de periode 2005-2012 waren de gemiddelde mestafzetkosten op leghennen- en vleeskuikenbedrijven ongeveer gelijk. Doordat de vleeskuikenbedrijven in de afgelopen jaren gemiddeld groter zijn geworden in tegenstelling tot de leghennenbedrijven, zijn de mestafzetkosten op vleeskuikenbedrijven in de periode 2013-2016 zo’n 20% hoger dan op leghennenbedrijven. In 2017 is dat verschil in mestafzetkosten weer verdwenen doordat leghennenbedrijven op bedrijfsniveau meer mest hebben afgevoerd en vleeskuikenbedrijven juist minder. Dat vleeskuikenbedrijven minder mest afvoeren komt doordat er minder dieren zijn. Bij de Landbouwtelling van 2017 was het aantal dieren 2% minder dan in 2016; in 2018 is dat op basis van de voorlopige uitkomsten van de Landbouwtelling 12% minder dan in 2016.

Economische waarde van mest daalt gestaag
Veehouders zien mest min of meer als een afvalproduct aangezien ze kosten moeten maken om hun mest af te kunnen zetten. Mest als meststof is echter ook een product met een economische waarde, door de in de mest aanwezige mineralen. Als de mineraleninhoud van de verschillende mestsoorten wordt gewaardeerd tegen de marktprijzen die in 2017 voor mineralen uit kunstmest werden betaald, dan lopen de berekende economische waarden uiteen van circa 4 euro per ton voor rundveemest tot 34 euro per ton voor leghennenmest. De waarde van vleesvarkensmest komt uit op 9,50 euro per ton. Vanaf 2013 daalt de economische waarde van mest gestaag, door zowel lagere kunstmestprijzen als lagere mineralengehalten in de mest.

Voor de methode van bepalen van de economische waarde van mest, zie de toelichting bij deze indicator.


Kies een sector
Contactpersoon
Harry Luesink
070 33 58315
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page