Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Nutrienten
     
Nutrienten
Select an indicator
Mestafzetkosten - Veehouderij

Mestafzetkosten op varkensbedrijven stijgen en dalen op pluimveebedrijven
9/8/2022

Door de aanscherping van de gebruiksnormen in 2015 en een verdere toename van de rundveestapel waren de mestoverschotten in 2016 en 2017 hoger dan in de voorgaande jaren. Vanaf 2018 daalden ze door de krimp van de melkveestapel als gevolg van de invoering van het fosfaatquotum melkveehouderij. Door die hogere mestoverschotten stegen de afzetprijzen per ton mest tussen 2015-2018 voor varkens en rundveemest met ongeveer 20%. Door minder aanbod van mest op de mestmarkt dalen na 2018 de mestafzetprijzen per ton mest voor alle mestsoorten. Door schaalvergroting op varkensbedrijven zijn de betaalde mestafzetkosten verder gestegen tot gemiddeld 70.000 euro per varkensbedrijf in 2020.


Hogere mestafzetkosten per varkensbedrijf
De betaalde mestafzetkosten per bedrijf verschillen sterk tussen de bedrijfstypen. Varkensbedrijven betaalden tussen 2010 en 2015 gemiddeld 30 tot 40.000 euro per jaar voor de afzet van mest, pluimveebedrijven ongeveer 10 tot 15.000 euro en melkveebedrijven gemiddeld circa 1.500 tot 3.000 euro. Sinds 2015 zijn die verhoudingen duidelijk verschoven: vooral op varkens- en melkveebedrijven namen de kosten fors toe.

Bij de varkensbedrijven bedroegen de mestafzetkosten in 2020 bijna 70.000 euro per bedrijf. Dat is bijna een verdrievoudiging sinds 2010 wat vooral veroorzaakt wordt door schaalvergroting en voor een kleiner deel door de gestegen mestafzetprijzen. Door de toegenomen bedrijfsomvang moest per bedrijf in 2020 meer dan twee keer zo veel mest worden afgezet als in 2010. Vrijwel alle gespecialiseerde varkensbedrijven voerden in 2020 mest af.

In de melkveehouderij is, door de afschaffing van de melkquotering in 2015, het aantal melkkoeien in 2015 en 2016 flink toegenomen. De gegroeide bedrijven konden de extra geproduceerde mest niet op eigen grond afzetten en moesten deze afvoeren. Daardoor nam de concurrentie op de mestmarkt toe. Als gevolg van het fosfaatreductieplan is de melkveestapel vanaf 2017 weer gedaald. De daling van de mestafzetkosten tussen 2016 en 2018 van ruim 10% wordt veroorzaakt door minder dieren per bedrijf. In 2019 is de lagere mestprijs de oorzaak van de daling van de mestafzetkosten naar 4.500 euro per bedrijf. De mestprijs daalde in 2020 verder maar dat resulteert niet in een verdere daling van de mestafzetkosten. Reden hiervoor is het toegenomen mestvolume per bedrijf. Ongeveer 60% van de melkveebedrijven voerde in 2020 mest af, tegen circa 10% in 2005.

Op pluimveebedrijven zet de gestage daling van de mestafzetkosten op bedrijfsniveau door, sinds de top van 18.300 euro in 2007. Het jaar 2019 laat een afwijkend beeld zien (zie onder kopje afzetprijzen voor verklaring).
Vrijwel alle gespecialiseerde pluimveebedrijven voerden in 2020 mest af. In de periode 2005-2012 waren de gemiddelde mestafzetkosten op leghennen- en vleeskuikenbedrijven ongeveer gelijk. Doordat de vleeskuikenbedrijven in de afgelopen jaren gemiddeld groter zijn geworden, in tegenstelling tot de leghennenbedrijven, zijn de mestafzetkosten op vleeskuikenbedrijven in de periode 2013-2016 zo’n 20% hoger dan op leghennenbedrijven. Vanaf 2017 is dat verschil in mestafzetkosten deels weer verdwenen doordat leghennenbedrijven op bedrijfsniveau meer mest hebben afgevoerd en vleeskuikenbedrijven juist minder. Dat vleeskuikenbedrijven minder mest afvoeren komt doordat er minder dieren zijn door de introductie van diverse marktconcepten met een lagere bezettingsgraad en tragere groei van de vleeskuikens.



Afzetprijzen van alle mestsoorten in 2020 lager dan in 2019
In 2019 was de afzetprijs van varkens- en rundveedrijfmest voor het eerst sinds 2012 lager dan het voorgaande jaar, die prijsdaling heeft in 2020 met een daling van bijna 10% in versterkte mate doorgezet. De prijzen af boerderij van rundveemest lagen tot 2014 op een veel lager niveau dan die van varkens- en pluimveemest en schommelden minder sterk. Als gevolg van de afschaffing van de melkquotering in 2015 nam het aantal melkkoeien toe. Door de hiermee gepaard gaande hogere productie van rundveemest stegen de afzetprijzen. Tussen 2017 en 2020 is de prijs van rundveedrijfmest met bijna 20% gezakt. Desondanks ligt het prijsniveau in 2020 nog 35% hoger dan die van 2014. De prijzen zijn sterk afhankelijk van de ontwikkelingen rond productie, verwerking en export.

De prijzen van varkens- en pluimveemest lagen in 2006 en 2007 op een hoog niveau. In 2008 startte de DEP-centrale met de verwerking van pluimveemest. Daarnaast vond er meer export plaats. Deze ontwikkelingen leidden tot een lagere afzetprijs van pluimveemest. Doordat er minder concurrentie was van pluimveemest op de binnenlandse markt, daalde ook de afzetprijs van varkensmest. De jaren 2018 en 2019 waren voor de afzetprijs van pluimveemest bijzonder:
- Per 1 januari 2018 gingen er nieuwe contracten in met gemiddeld een 5 euro per ton mest lagere prijs voor de levering van mest aan DEP-Moerdijk. In de nieuwe contracten zit een ruimere staffeling met de transportafstand, waardoor bedrijven meer betalen naar mate ze verder van Moerdijk gelokaliseerd zijn.
- DEP-Moerdijk heeft in 2018 vanwege groot onderhoud een tijd stilgelegen met als gevolg een grotere druk op de export van pluimveemest en hogere prijzen bij export van pluimveemest. De mest die Moerdijk niet kon verwerken of opslaan werd op de exportmarkt afgezet. Dat veroorzaakte tot ver in 2019 hoge prijzen voor de export van pluimveemest.
- Nasleep van de fipronilaffaire en afschaffen van de POR-regeling.
- Een aantal bedrijven heeft in 2018 een droogtunnel in gebruik genomen voor het drogen van mest op het bedrijf, waardoor de mestafzetkosten in 2018 fors daalden.

Pluimveehouders die in 2018 hun mest aan korrelaars leverden kregen geld toe. Omdat BIN-bedrijven in 2018 relatief meer mest leverden aan korrelaars en de DEP-centrale, is de gemiddelde BIN-prijs af boerderij voor pluimveemest in dat jaar lager dan in 2017 en 2019.

Sinds 2017/2018 dalen de prijzen van alle mestsoorten (met uitzondering van pluimveemest in 2019 ) de oorzaak hiervan is dat de druk op de mestmarkt afneemt door een lagere fosfaatproductie met dierlijke mest. In 2015 was de fosfaatproductie met 180 mln. kg op zijn top in de 21 ste eeuw (Van Bruggen, 2017) dat is inmiddels gedaald naar 148 mln. kg in 2021 (Van Bruggen, 2022). Deze daling van 32 mln. kg fosfaat in dierlijke mest heeft tot gevolg dat er minder mest hoeft te worden afgezet. Daarnaast is het aantal bedrijven dat mest verwerkt in genoemde periode flink toegenomen, waardoor er meer vraag is ontstaan naar dierlijke mest. Het lagere aanbod en de grotere vraag naar dierlijke mest heeft er voor gezorgd dat de prijs af boerderij in een dalende trend is terecht gekomen.

Door hogere kunstmestprijzen stijgt de economische waarde van mest
Veehouders zien mest min of meer als een afvalproduct aangezien ze kosten moeten maken om hun mest af te kunnen zetten. Mest als meststof is echter ook een product met een economische waarde, door de in de mest aanwezige mineralen. Als de mineraleninhoud van de verschillende mestsoorten wordt gewaardeerd tegen de marktprijzen die in 2021 voor mineralen uit kunstmest werden betaald, dan lopen de berekende economische waarden uiteen van circa 5,30 euro per ton voor rundveedrijfmest tot 47,60 euro per ton voor vaste leghennenmest. De waarde van vleesvarkensdrijfmest komt uit op 11,80 euro per ton. In 2021 is de economische waarde van mest flink gestegen doordat de stikstofkunstmestprijs een derde hoger is geworden. Die forse stijging komt door de gestegen gasprijzen (voor het maken van stikstofkunstmest is veel gas nodig). Ook de prijzen van fosfaatkunstmest en kalikunstmest zijn tussen 2020 en 2021 gestegen. De economische waarde van mest is daardoor in 2021 dan ook zo’n 20% hoger dan in 2020.

Voor de methode van bepalen van de economische waarde van mest, zie de toelichting bij deze indicator.



Kies een sector
Contactpersoon
Harry Luesink
070 33 58315
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Prijzeninformatiedesk, prijzen van kunstmest
  • Van Bruggen, 2017. Dierlijke mest en mineralen 2016. Den Haag, Centraal Bureau voor de Statistiek.
  • Van Bruggen, 2022. Dierlijke mest en mineralen 2021. Den Haag, Centraal Bureau voor de Statistiek.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page