Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Nutrienten
     
Nutrienten
Select an indicator
Mestafzetkosten - Veehouderij

Mestafzetkosten op intensieve veehouderijbedrijven stijgen en dalen op melkveebedrijven
5/12/2021

Door de aanscherping van de gebruiksnormen in 2015 en een verdere toename van de rundveestapel waren de mestoverschotten in 2016 en 2017 hoger dan in de voorgaande jaren. Vanaf 2018 daalden ze door de krimp van de melkveestapel als gevolg van het fosfaatquotum melkveehouderij. De afzetprijzen per ton mest zijn in de periode 2016-2019 voor varkens en pluimveemest min of meer gelijk gebleven, voor rundveedrijfmest zijn ze in die vier jaar met ruim 10% gedaald. Door schaalvergroting op varkensbedrijven zijn de betaalde mestafzetkosten verder gestegen tot gemiddeld 64.000 euro per varkensbedrijf in 2019.

Mestafzetkosten per bedrijf
De betaalde mestafzetkosten per bedrijf verschillen sterk tussen de bedrijfstypen. Varkensbedrijven betaalden tussen 2010 en 2015 gemiddeld 30 tot 40.000 euro per jaar voor de afzet van mest, pluimveebedrijven ongeveer 10 tot 15.000 euro en melkveebedrijven gemiddeld circa 1.500 tot 3.000 euro. Sinds 2015 zijn die verhoudingen duidelijk verschoven: vooral op varkens- en melkveebedrijven namen de kosten fors toe.

Bij de varkensbedrijven bedroegen de mestafzetkosten in 2019 ruim 64.000 euro per bedrijf. Dat is meer dan een verdubbeling sinds 2010 door zowel hogere afzetprijzen als door schaalvergroting. Door de toegenomen bedrijfsomvang moest per bedrijf in 2019 bijna de helft meer mest worden afgezet dan in 2010. Vrijwel alle gespecialiseerde varkensbedrijven voerden in 2019 mest af.

In de melkveehouderij is, na de afschaffing van de melkquotering in 2015 en 2016, het aantal melkkoeien flink toegenomen. Vooral de gegroeide bedrijven konden de extra geproduceerde mest niet op eigen grond afzetten en moesten deze mest afvoeren. Daardoor nam de concurrentie op de mestmarkt toe. Als gevolg van het fosfaatreductieplan is de melkveestapel vanaf 2017 weer gedaald. Doordat als gevolg van het lagere aantal dieren in de melkveehouderij er in 2017 en 2018 minder mest hoefde te worden afgevoerd, was er in de melkveehouderij een geringe daling van de mestafzetkosten per bedrijf. In 2019 zet de daling van de mestafzetkosten flink door, maar dan is de belangrijkste oorzaak de lagere mestafzetprijs. De gemiddelde mestafzetkosten per bedrijf waren in 2019 met 4.500 euro bijna 1.500 euro per bedrijf lager dan in 2016, het jaar met de hoogste mestafzetkosten in de melkveehouderij. Ongeveer 60% van de melkveebedrijven voerde in 2019 mest af, tegen circa 10% in 2005.

Op pluimveebedrijven is de gestage daling van de mestafzetkosten op bedrijfsniveau, sinds de top van 18.300 euro in 2007, in 2019 omgebogen naar een stijging. Bedrijven met leghennen laten tussen 2018 en 2019 namelijk een forse stijging zien van ruim 5.000 euro per bedrijf tot gemiddeld 13.000 euro. Dit werd zowel veroorzaakt door meer mestafzet per bedrijf die stijgt van 750 naar 1.080 ton als de hogere mestafzetprijs. De mestafzet per bedrijf in 2018 was met 750 ton erg laag. In 2017 was die nog 880 ton per bedrijf en in 2019 1.080 ton. De mogelijke oorzaak van de lage mestafvoer in 2018 is dat BMC Moerdijk een deel van het jaar heeft stilgelegen en dat bedrijven die mest aan BMC Moerdijk leverden dat toen niet konden en de mest daarom tijdelijk op hun eigen bedrijf hebben opgeslagen. Bij vleeskuikenbedrijven waren de mestafzetkosten in 2019 met gemiddeld 10.800 euro bijna 20% hoger dan in 2018. Dit werd veroorzaakt door de hogere mestafzetprijs voor pluimveemest in 2019. Doordat pluimveemest wordt verwerkt en/of geëxporteerd, is de afzetprijs van pluimveemest niet gevoelig voor de vraag en het aanbod van dierlijke mest op de binnenlandse markt. Begin 2018 kwam BMC Moerdijk met nieuwe tienjarige leveringscontracten voor pluimveemest die flink lager waren dan die voor de voorgaande tien jaar. Dat was een van de oorzaken waarom de mestafzetprijs voor pluimveemest in 2018 laag was. Daarnaast waren er in 2018 nog andere gebeurtenissen wat invloed had op de mestafzetkosten en mestafzetprijzen: nasleep fipronilaffaire, afschaffen van de POR-regeling (Regeling Ontheffing Productierechten Meststoffenwet), groot onderhoud BMC Moerdijk waardoor de fabriek een tijd stil heeft gelegen en bedrijven die investeerden in een nadrooginstallatie om drogere mest te kunnen leveren voor korrelaars.

Vrijwel alle gespecialiseerde pluimveebedrijven voerden in 2019 mest af. In de periode 2005-2012 waren de gemiddelde mestafzetkosten op leghennen- en vleeskuikenbedrijven ongeveer gelijk. Doordat de vleeskuikenbedrijven in de afgelopen jaren gemiddeld groter zijn geworden, in tegenstelling tot de leghennenbedrijven, zijn de mestafzetkosten op vleeskuikenbedrijven in de periode 2013-2016 zo’n 20% hoger dan op leghennenbedrijven. Vanaf 2017 is dat verschil in mestafzetkosten deels weer verdwenen doordat leghennenbedrijven op bedrijfsniveau meer mest hebben afgevoerd en vleeskuikenbedrijven juist minder. Dat vleeskuikenbedrijven minder mest afvoeren komt doordat er minder dieren zijn door de introductie van diverse marktconcepten met een lagere bezettingsgraad en tragere groei van de vleeskuikens.


Afzetprijs in 2019 voor rundvee- en varkensmest lager dan in 2018 maar voor pluimveemest hoger
Aan de stijging van de mestafzetprijzen voor zowel rundvee- als varkensdrijfmest vanaf 2014 kwam in 2017 een einde. Was in 2016 de prijs af boerderij voor varkensdrijfmest nog 10% hoger dan in 2015, om daarna nog iets te stijgen. In 2019 is de afzetprijs voor het eerst sinds 2012 lager dan het voorgaande jaar. De prijzen af boerderij van rundveemest lagen tot 2014 op een veel lager niveau dan die van varkens- en pluimveemest en schommelden minder sterk. Als gevolg van de afschaffing van de melkquotering in 2015 nam het aantal melkkoeien toe. Door de hiermee gepaard gaande hogere productie van rundveemest zijn de afzetprijzen gestegen. Voor rundveedrijfmest was de prijsstijging in 2016 bijna 20% en in 2017 nog maar 3%. Tussen 2017 en 2019 is de prijs van rundveedrijfmest met 15% gezakt. Desondanks ligt het prijsniveau in 2019 nog bijna 50% hoger dan in 2014. De prijzen zijn sterk afhankelijk van de ontwikkelingen rond productie, verwerking en export.

De prijzen van varkens- en pluimveemest lagen in 2006 en 2007 op een hoog niveau. In 2008 startte de DEP-centrale met de verwerking van pluimveemest. Daarnaast vond er meer export plaats. Deze ontwikkelingen leidden tot een lagere afzetprijs van pluimveemest. Doordat er minder concurrentie was van pluimveemest op de binnenlandse markt, daalde ook de afzetprijs van varkensmest. Het jaar 2018 was voor de afzetprijs van pluimveemest een heel bijzonder jaar:
- Per 1 januari 2018 gingen er nieuwe contracten in met gemiddeld 5 euro per ton mest aan lagere prijzen voor de levering van mest aan DEP-Moerdijk. In de nieuwe contracten zit een ruimere staffeling met de transportafstand, waardoor bedrijven die in de buurt van Moerdijk gelokaliseerd zijn goedkoper af zijn en bedrijven met lange transportafstanden duurder uit zijn.
- DEP-Moerdijk heeft in 2018 vanwege groot onderhoud een tijd stilgelegen met als gevolg een grotere druk op de export van pluimveemest en hogere prijzen bij export van pluimveemest. De mest die Moerdijk niet kon verwerken of opslaan zetten ze namelijk zelf af op de exportmarkt.
- Nasleep van de fipronilaffaire en afschaffen van de POR-regeling.
- Een aantal bedrijven heeft in 2018 een droogtunnel in gebruik genomen voor het drogen van mest op het bedrijf, waardoor de mestafzetkosten fors daalden.

Deze bijzondere omstandigheden waren op de steekproefbedrijven van het Bedrijveninformatienet oververtegenwoordigd daardoor viel de prijs op basis van Informatienet-bedrijven voor het jaar 2018 lager uit dan in 2017 en 2019. Pluimveehouders die hun mest aan korrelaars leveren krijgen geld toe. Omdat Informatienet-bedrijven in 2018 relatief meer mest leverden aan korrelaars en de DEP-centrale, is de gemiddelde Informatienet-prijs af boerderij voor pluimveemest in dat jaar laag.

Daling economische waarde van mest is gestagneerd
Veehouders zien mest min of meer als een afvalproduct aangezien ze kosten moeten maken om hun mest af te kunnen zetten. Mest als meststof is echter ook een product met een economische waarde, door de in de mest aanwezige mineralen. Als de mineraleninhoud van de verschillende mestsoorten wordt gewaardeerd tegen de marktprijzen die in 2019 voor mineralen uit kunstmest werden betaald, dan lopen de berekende economische waarden uiteen van circa 4,20 euro per ton voor rundveemest tot 37,50 euro per ton voor leghennenmest. De waarde van vleesvarkensmest komt uit op 9,60 euro per ton. Van 2013 tot 2017 daalt de economische waarde van mest gestaag, door zowel lagere kunstmestprijzen als lagere mineralengehalten in de mest. De laatste paar jaar stijgt de economische waarde weer iets, door hogere prijzen voor fosfaat- en kalikunstmest. Door hogere gehalten is de waarde van zowel rundveemest als droge leghennenmest in 2019 5% hoger dan in 2018.

Voor de methode van bepalen van de economische waarde van mest, zie de toelichting bij deze indicator.



Kies een sector
Contactpersoon
Harry Luesink
070 33 58315
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page