Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Macro-economie
     
Macro-economie
Select an indicator
Betekenis van de agrosector - Land- en tuinbouw

Aandeel agrocomplex in Nederlandse economie in 2019 opnieuw licht gedaald
8/30/2021

De agrarische sector - opgebouwd uit de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij - is nauw verweven met andere delen van de economie. Enerzijds is agrarische productie nauwelijks mogelijk zonder toelevering van goederen en diensten zoals veevoer, kunstmest, energie, machines, stallen, kassen, veterinaire en zakelijke diensten; anderzijds vergen ruwe agrarische producten verwerking in de voedingsmiddelenindustrie, handel en distributie voordat ze op het bord van de consument terechtkomen. Het geheel van directe en indirecte activiteiten rond de agrarische sector kan als een samenhangende keten worden gezien, die vaak wordt aangeduid als het agrocomplex.

De keten in beeld
In deze benadering staan de primaire sector en de verwerkende industrie van voedings- en genotmiddelen centraal en wordt de omvang van het agrocomplex bepaald door wat de primaire sector en de verwerking nodig hebben van toelevering en logistiek om de producten voort te brengen. De primaire sector is samen met de verwerking feitelijk de spin in het grotere web van agroactiviteiten. Deze insteek is historisch gegroeid, en vooral ingegeven door de wens een keten ‘van grond tot mond’ in beeld te brengen. Dit verklaart ook waarom de invoer en verwerking van producten als koffie, thee en cacao is inbegrepen in de cijfers, maar de export van toeleveranciers aan buitenlandse primaire producenten en verwerkers niet.

De agrosector is onderdeel van de bredere bio-economie, waarbij bio-economie is gedefinieerd als het geheel van activiteiten dat is gerelateerd aan de productie van biomassa en het omzetten daarvan in voedsel, veevoer, energie, materialen (textiel, pulp, papier) of grondstoffen voor bijvoorbeeld de chemische industrie. De omzet in de bio-economie ligt naar schatting tussen de 114 en 120 mld. euro. Nederland neemt hiermee een middenpositie in binnen Europa. Gerekend naar omzet per oppervlakte neemt Nederland - na België - de tweede positie in (Ministerie van EZ, 2018).

Agrocomplex is verantwoordelijk voor iets minder dan 7% van het  bruto binnenlands product
De toegevoegde waarde van het totale agrocomplex bedroeg in 2019 - het meest recente jaar waarvoor de cijfers beschikbaar zijn - circa 56 mld. euro. Hiermee komt het agrocomplex 4% (2 mld. euro) hoger uit dan in 2018. Omdat de nationale economie harder groeide dan het agrocomplex is de bijdrage van het totale agrocomplex aan het bruto binnenlands product (bbp) licht gedaald tot net onder de 7%. Het aandeel in het nationale totaal schommelde de laatste jaren rond de 7,2%.

Een deel van de activiteiten van het totale agrocomplex hangt samen met de verwerking van geïmporteerde agrarische grondstoffen, zoals cacao, granen, soja en tabak. De toegevoegde waarde van het agrocomplex gebaseerd op buitenlandse agrarische grondstoffen is ongeveer 2,8% van het bbp; die van het agrocomplex gebaseerd op binnenlandse agrarische grondstoffen ligt het laatste decennium rond de 4,4-4,8% en kwam in 2019 uit op 4,1% (circa 33 mld. euro). In het deel van het agrocomplex dat enkel gebaseerd is op binnenlandse agrarische grondstoffen, waren toelevering (36%) en primaire productie (33%) samen verantwoordelijk voor bijna 70% van de toegevoegde waarde.


Agrocomplex in 2019 verantwoordelijk voor 8,3% van de nationale werkgelegenheid
De werkgelegenheid in het totale agrocomplex is gegroeid tot ruim 656.000 arbeidsjaren in 2019, wat circa 8,3% is van de nationale werkgelegenheid. Door de jaren heen schommelt de toegevoegde waarde per arbeidsjaar wat. Gemiddeld komt deze uit rond de 85.000 euro. Met circa 104.000 euro is deze het hoogst in de verwerking van buitenlandse agrarische grondstoffen en het laagst in de primaire sector, namelijk circa 62.000 euro. In alle onderdelen van de productiekolom is er een toename. De totale werkgelegenheid in het op binnenlandse agrarische grondstoffen gebaseerde agrocomplex is in 2019 toegenomen tot meer dan 435.000 arbeidsjaren. Primaire productie en toelevering voorzien met totaal 73% in de meeste werkgelegenheid, met een aandeel van respectievelijk 40 en 33%.

Akkerbouw grootste deelcomplex met dank aan verwerking van buitenlandse agrarische grondstoffen 
Het akkerbouwcomplex is wat betreft toegevoegde waarde met bijna 27 mld. euro in 2019 het grootst binnen het totale agrocomplex. Dit is in belangrijke mate gebaseerd op de verwerking van buitenlandse agrarische grondstoffen zoals koffie, thee, cacao, en plantaardige oliën en vetten. Ook de verwerking en invoer van veevoergrondstoffen wordt toegerekend aan het akkerbouwcomplex, voor het deel dat aan niet-landbouwsectoren levert of exporteert. De rest van de invoer van veevoergrondstoffen is inbegrepen bij de toelevering aan de veehouderijsectoren. Op de tweede plaats staat het grondgebonden veehouderijcomplex met ruim 8,5 mld. euro.

Grondgebonden veehouderij grootste deelcomplex verwerking binnenlandse agrarische grondstoffen
Binnen het agrocomplex gebaseerd op de productie en verwerking van binnenlandse agrarische grondstoffen heeft het grondgebonden veehouderijcomplex het grootste aandeel in de toegevoegde waarde (26%) en de werkgelegenheid (33%). Het aandeel in de toegevoegde waarde was rond de 22% voor het intensieve veehouderijcomplex en het glastuinbouwcomplex, voor het akkerbouwcomplex was het 17%. Het aandeel in de werkgelegenheid was rond de 16% voor het akkerbouwcomplex, 18% voor het glastuinbouwcomplex en voor het intensieve veehouderijcomplex ligt het rond de 22%. Binnen het agrocomplex gebaseerd op binnenlandse agrarische grondstoffen is de primaire productie in de (glas)tuinbouw en visserij bijna voor twee derde verantwoordelijk voor de toegevoegde waarde. In de akkerbouw en grondgebonden veehouderij ligt dit aandeel met respectievelijk circa 20% en 15% een stuk lager. In de glastuinbouw en visserij gaat het veelal om producten die zonder verdere verwerking worden afgezet.

Export levert grote bijdrage aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid agrocomplex
Een belangrijk deel van de activiteiten van het agrocomplex hangt samen met de export van onbewerkte en bewerkte agrarische producten. De export draagt voor circa driekwart bij aan de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid van het totale agrocomplex. Per deelcomplex loopt de exportafhankelijkheid licht uiteen: van 71% voor het akkerbouwcomplex tot 85% voor het glastuinbouwcomplex.

Wegens een revisie van de cijfers kunnen deze afwijken van eerder gepubliceerde cijfers.








Kies een sector
Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2018). De positie van de bio-economie in Nederland.
 


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page