Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Macro-economie
     
Macro-economie
Select an indicator
Betekenis van de agrosector - Land- en tuinbouw

Aandeel agrocomplex in Nederlandse economie stabiel
11/6/2019

De agrarische sector - opgebouwd uit de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij - is nauw verweven met andere delen van de economie. Enerzijds is agrarische productie nauwelijks mogelijk zonder toelevering van goederen en diensten zoals veevoer, kunstmest, energie, machines, stallen, kassen, veterinaire en zakelijke diensten; anderzijds vergen ruwe agrarische producten verwerking in de voedingsmiddelenindustrie, handel en distributie voordat ze op het bord van de consument terechtkomen. Het geheel van directe en indirecte activiteiten rond de agrarische sector kan als een samenhangende keten worden gezien, die vaak wordt aangeduid als het agrocomplex. 

De keten in beeld
In deze benadering staan de primaire sector en de verwerkende industrie van voedings- en genotmiddelen centraal en wordt de omvang van het agrocomplex bepaald door wat de primaire sector en de verwerking nodig hebben van toelevering en logistiek om de producten voort te brengen. De primaire sector is samen met de verwerking feitelijk de spin in het grotere web van agroactiviteiten. Deze insteek is historisch gegroeid, en vooral ingegeven door de wens een keten van ‘grond tot mond’ in beeld te brengen. Dit verklaart ook waarom de invoer en verwerking van producten als koffie, thee en cacao is inbegrepen in de cijfers, maar de export van toeleveranciers aan buitenlandse primaire producenten en verwerkers niet.

De agrosector is onderdeel van de bredere bio-economie, waarbij bio-economie is gedefinieerd als het geheel van activiteiten dat is gerelateerd aan de productie van biomassa en het omzetten daarvan in voedsel, veevoer, energie, materialen (textiel, pulp, papier) of grondstoffen voor bijvoorbeeld de chemische industrie. De omzet in de bio-economie ligt naar schatting tussen de 114 en 120 miljard euro. Nederland neemt hiermee een middenpositie in binnen Europa. Gerekend naar omzet per oppervlakte neemt Nederland – na België – de tweede positie in (Ministerie van EZ, 2018).

Agrocomplex draagt voor 7% bij aan bruto binnenlands product
De toegevoegde waarde van het totale agrocomplex bedroeg in 2017 - het meest recente jaar waarvoor de cijfers beschikbaar zijn - circa 51 miljard euro. Daarmee draagt het totale agrocomplex voor circa 7% bij aan het bruto binnenlands product (bbp). Het aandeel in het nationale totaal bedroeg in 2010 nog 7,5% en schommelt sinds 2015 rond de 7%.

Een deel van de activiteiten van het totale agrocomplex hangt samen met de verwerking van geïmporteerde grondstoffen, zoals cacao, granen en tabak. De toegevoegde waarde van het agrocomplex gebaseerd op buitenlandse grondstoffen is ongeveer 2,7% van het bbp; die van het agrocomplex gebaseerd op binnenlandse grondstoffen ligt het laatste decennium rond de 4,5% en kwam in 2017 uit op 4,2%. In het deel van het agrocomplex dat enkel gebaseerd is op binnenlandse grondstoffen, leveren toelevering en primaire productie met elk 37% de grootse bijdrage aan de toegevoegde waarde.

Agrocomplex zorgt voor 8% van de nationale werkgelegenheid
De werkgelegenheid in het totale agrocomplex is gegroeid tot zo’n 582.000 arbeidsjaren in 2017, dat is circa 7,9% van de nationale werkgelegenheid. Sinds 2010 is de werkgelegenheid in het op binnenlandse grondstoffen gebaseerde agrocomplex vrij stabiel rond de 400.000 arbeidsjaren. Primaire productie en toelevering voorzien in de meeste werkgelegenheid met een aandeel van respectievelijk 41 en 36%.



Akkerbouw grootste deelcomplex 
Het akkerbouwcomplex is wat betreft toegevoegde waarde het belangrijkst binnen het totale agrocomplex. Dit komt door het grote aandeel van de invoer van koffie, thee en cacao, en van plantaardige oliën en vetten. Ook de invoer van veevoergrondstoffen wordt toegerekend aan het akkerbouwcomplex. Op de tweede plaats staat het grondgebonden veehouderijcomplex.

Binnen het agrocomplex gebaseerd op binnenlandse grondstoffen heeft het grondgebonden veehouderijcomplex het grootste aandeel in de toegevoegde waarde (28%) en de werkgelegenheid (33%). Het aandeel in de toegevoegde waarde was rond de 22% voor het intensieve veehouderijcomplex en het glastuinbouwcomplex, voor het akkerbouwcomplex was het 17%. Het aandeel in de werkgelegenheid was rond de 17% voor het akkerbouwcomplex en het glastuinbouwcomplex, voor het intensieve veehouderijcomplex ligt het rond de 22%.

Export levert grote bijdrage aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid agrocomplex
Een belangrijk deel van de activiteiten van het agrocomplex hangt samen met de export van onbewerkte en bewerkte agrarische producten. De export draagt voor circa drie kwart bij aan de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid van het totale agrocomplex. Per deelcomplex loopt de exportafhankelijkheid licht uiteen: van 72% voor het akkerbouwcomplex tot 85% voor het glastuinbouwcomplex.

Wegens een revisie van de cijfers kunnen deze afwijken van eerder gepubliceerde cijfers.








Kies een sector
Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page