Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Klimaat
     
Klimaat
Select an indicator
Broeikasgasemissie - Land- en tuinbouw

In 2019 lichte daling broeikasgasemissies uit de land- en tuinbouw
1/13/2022

De broeikasgasemissie uit de land- en tuinbouw was in 2019 26,5 Mton CO2-equivalenten; 0,2 Mton CO2-equivalenten lager dan in 2018. De broeikasgasemissie uit de land- en tuinbouw is ten opzichte van 1990 met 18% gedaald.

In de zogenaamde Klimaatwet is vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen (omgerekend naar CO2-equivalenten) in 2030 49% lager moet zijn dan in 1990, voor 2050 is dit percentage 95; daarnaast moet de Nederlandse staat eind 2020 ten minste 25% minder broeikasgassen uitstoten ten opzichte van 1990 (Urgenda-arrest).

De Klimaatwet is een uitwerking van het ook door Nederland geratificeerde VN-Klimaatakkoord van Parijs, dat als doel heeft de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met een zicht op 1,5 graden Celsius, ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het akkoord van Parijs is vertaald naar een nationaal Klimaatakkoord, wat nader is uitgewerkt in het Klimaatplan (EZK, 2020). Het Klimaatplan gaat uit van vier hoofdlijnen voor het bereiken van de emissiereductiedoelstellingen in de land- en tuinbouw (EZK, 2020). Het gaat om emissiereductie in de veehouderij, emissiereductie en CO2-opslag door slim landgebruik, verduurzaming van de glastuinbouw en voedselconsumptie en voedselverspilling.

In het Nederlandse Klimaatakkoord is een additionele taakstelling voor 2030 vastgelegd voor de landbouw- en landgebruiksectoren. Het gaat om een additionele afname van 3,5 Mton broeikasgasemissies boven op bestaand beleid. Deze bijdrage vanuit land- en tuinbouw en natuursectoren is nodig om te kunnen voldoen aan de kabinetsdoelstelling voor Nederland van 49% reductie en vormt de volgende stap op weg naar 2050 (Klimaatakkoord, p.119). Dit betekent dat voor 2030 de uitstoot door landbouw en landgebruik in 2030 nog maximaal 27,6 Mton CO2-eq. mag bedragen (PBL, 2018). Deze opgave is opgeknipt in een afname van de broeikasgasemissies uit de landbouw (methaan) en glastuinbouw, ieder met respectievelijk ten minste 1 Mton in 2030, en een afname van emissies en verbetering van de klimaatprestatie in landgebruik van 1,5 Mton.

Herkomst van broeikasgassen
De emissie van koolstofdioxide (CO2) is vooral afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen. De glastuinbouw heeft hier een belangrijk aandeel in. De emissie van de overige broeikasgassen is vooral afkomstig uit de veehouderij. Methaanemissie vindt hoofdzakelijk plaats bij de pens- en darmfermentatie van graasdieren en bij de opslag van dierlijke mest. Emissie van lachgas vindt plaats bij de opslag van mest, maar ook bij beweiding en de toediening van mest en kunstmest. Het gaat om directe emissies vanuit de bodem naar de lucht en indirecte emissies die ontstaan bij de depositie van ammoniak en bij de uit- en afspoeling van stikstof naar grond- en oppervlaktewater.

Wat betreft methaan is recent door het IPCC geconcludeerd dat methaan in landbouwkringlopen een andere bijdrage heeft aan de opwarming van de aarde dan methaan uit fossiele brandstoffen (IPCC, 2021). Methaan en andere broeikasgassen uit de landbouw behoren tot de zogenaamde kort-cyclische koolstofkringloop (waar sprake is van voortdurende omzetting van koolstof), in tegenstelling tot het vrijkomen van broeikasgassen bij het verbranden van fossiele brandstoffen die alle tot de lang-cyclische koolstofkringloop behoren (waar sprake is van toevoeging van koolstof). Uitstoot door de landbouw zit dan in het gebruik van fossiele energie (voor productie van kunstmest bijvoorbeeld of transport) en in verandering van de veestapel en het grondgebruik.


Reductie van broeikasgassen
De broeikasgasemissie uit de land- en tuinbouw was in 2019 26,5 Mton CO2-equivalenten; 0,2 Mton CO2-equivalenten lager dan in 2018. De broeikasgasemissie uit de land- en tuinbouw is ten opzichte van 1990 met 18% gedaald.

Voor het jaar 2020 geldt volgens het Convenant Schone en Zuinige Agrosectoren uit 2008 de doelstelling om de CO2-emissie met 3,5 Mton te reduceren (45%) ten opzichte van 1990 en de emissie van methaan en lachgas met 4-6 Mton CO2-equivalenten (15-23%). Bij methaan en lachgas is dat doel in 2019 ongeveer bereikt. Voor CO2 is het doel, met nauwelijks een reductie tussen 1990 en 2019, nog niet bereikt.

De totale CO2-emissie van de landbouw was in 2019 vrijwel gelijk aan die van 1990. Ten opzichte van de piek in 2010 bedraagt de reductie in 2019 20%. Het totaal energiegebruik van de glastuinbouw liet in de periode 2010 tot en met 2014 een dalende trend zien, in de periode 2015 t/m 2018 bleef het min of meer stabiel en in de periode 2019 tot en met 2020 nam het toe (Smit en van der Velden, 2021). In 2019 is een reductie van de emissie van lachgas van 4,1 Mton CO2-equivalenten bereikt ten opzichte van 1990. Dit is vooral het gevolg van een afname van het gebruik van dierlijke mest en kunstmest. De methaanemissie daalde ten opzichte van 1990 met 1,7 Mton CO2-equivalenten, wat vooral is toe te schrijven aan een afname van het aantal runderen tussen 1990 en 2019.

Aandeel landbouw
Het aandeel van de land- en tuinbouw in de totale broeikasgasemissies in Nederland is is tussen 1990 en 2005 gedaald van 18 naar 14%, om vervolgens weer te stijgen naar 18 à 19% in de laatste paar jaar.

Het aandeel in de land- en tuinbouwemissies dat afkomstig is van methaan is gestegen van 45% in de 90-er jaren naar 50% in het afgelopen decennium. Het aandeel lachgas is gedaald van rond de 30% in de jaren negentig naar 21 à 22% in de laatste jaren. Het aandeel broeikasgas afkomstig van CO2 is gestegen van 25% in 1990 naar bijna 30% in de laatste jaren. Het jaar 2010 vertoont hierin een piek met een aandeel van 34%. De oorzaak daarvan was de toename van het aantal warmtekrachtinstallaties in de glastuinbouw tussen 2006 en 2010.


Glastuinbouw
De Nederlandse glastuinbouw en de Nederlandse overheid hebben in 2014 de Meerjarenafspraak Energietransitie Glastuinbouw 2014-2020 gemaakt. Deze afspraak geldt in combinatie met het Convenant CO2-emissieruimte binnen het CO2-sectorsysteem glastuinbouw. In beide convenanten staat de CO2-emissie centraal. Als onderdeel van de Nederlandse taakstelling voor het Europese doel om in 2020 20% minder CO2 uit te stoten in vergelijking met 1990, was het CO2-emissiedoel voor de Nederlandse glastuinbouw bepaald op 6,2 Mton in 2020. Na de technische correctie voor mutaties van het areaal en de verkoop van elektriciteit, is in 2017 het doel aangepast naar 4,6 Mton. In de periode na deze correctie is duidelijk geworden dat een nieuwe technische correctie relevant is (Van der Velden en Smit, 2020)(LNV, 2021). Hierover is echter door de convenantspartijen nog geen besluit genomen. Hierdoor is geen antwoord te geven op de vraag of de glastuinbouw het doel voor 2020 gerealiseerd heeft (Smit en van der Velden, 2021).

In 2020 steeg de totale CO2-emissie van de glastuinbouw naar 6,1 Mton. Er was net als in 2019 een stijging van 0,2 Mton. Hiermee lag de emissie boven het actuele doel na technische correctie uit 2017 (4,6 Mton), maar onder het oorspronkelijke doel uit 2014 (6,2 Mton). De totale CO2-emissie was 11% lager in vergelijking met 1990 (Smit en van der Velden, 2021).




Kies een sector
Contactpersoon
Harry Luesink
070 33 58315
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Deze tekst is afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw en Voedsel; Editie 2021. Wageningen Economic Research en CBS; Nota 2022-013.
  • Smit, P. en N. van der Velden (2021). Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw 2020. Wageningen, Wageningen Economic Research, Rapport 2021-127.
  • Velden, N.J.A. van der en P.X. Smit (2020). Raming CO2-emissie glastuinbouw 2020. Rapport 2020-110. Wageningen Economic Research
  • website Emissieregistratie.
  • IPCC, 2013. International Panel on Climate Change. Working Group I, 5th assessment report


 



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page