Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Duurzaamheid
     
Duurzaamheid
Select an indicator
Herpes en oesterboorder - Oestervisserij

Japanse oesterboorder en oesterherpesvirus beïnvloeden rendement oestersector
4/20/2018


De Japanse oester, ook wel bekend als de Zeeuwse creuse, is de gangbare oester die in Nederland en daarbuiten gebruikt wordt voor kweekdoeleinden. Sinds 2001 fluctueerde de jaarlijkse aanvoer tussen de 18 en 35 miljoen, waarbij er in de meeste jaren tussen de 20 en 30 miljoen aangevoerd werden. In vergelijking met 2010-2011 was de aanvoer tussen 2012 en 2016 relatief laag. De belangrijkste oorzaak hiervan was de sterfte onder oesters door het oesterherpesvirus en de Japanse oesterboorder.


JapanseOesterboorders

Het oesterherpesvirus
Sinds een aantal jaren komt er in de Oosterschelde en Grevelingen de variant OsHV-1 µvar van het herpesvirus voor, een voor mensen ongevaarlijke variant, maar gevaarlijk voor oesters. Dit virus wordt actief zodra de watertemperatuur boven de 16°C uitkomt en kan leiden tot hoge sterfte onder oesterlarven en oesterbroed (zeer kleine, jonge oesters). Dit virus heeft in Frankrijk geleid tot een sterfte tussen de 20 en 100% (Dundon et al., 2011, Kamermans et al., 2013). In Nederland is nog geen structureel onderzoek gedaan naar de sterftepercentages, dus deze zijn niet bekend. Op basis van signalen uit de sector zouden deze kunnen liggen tussen de 80% (bij gedeeltelijk droogvallende percelen) en 95% (bij permanent onder water zijnde kweekpercelen) (pers. med. A. Cornelisse, 2017). Deze percentages zullen nog geverifieerd moeten worden in de praktijk.

De Japanse oesterboorder

Naast het oesterherpesvirus is er een tweede bedreiging: de Japanse oesterboorder. Dit zijn kleine roofslakken die een gaatje boren in jonge oesters en daarna het vlees opeten. Oesterboorders komen in groten getale voor op de kweekpercelen in de Oosterschelde. Ook hiervan zijn de sterftepercentages in Nederland niet onderzocht. Wereldwijd gezien varieert het sterftepercentage, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, tussen de 25 en 70% (Buhle en Ruesink 2009a, Fey, 2010).

Gecombineerde sterfte
De exacte sterftepercentages van jonge oesters door de Japanse oesterboorder en het oesterherpesvirus in Nederland zijn onbekend omdat hier geen structureel onderzoek naar gedaan wordt. Vanuit de sector zelf komt het signaal dat de gecombineerde sterfte van broed op kweekpercelen lijkt te liggen tussen de 80% en 100% (hoe dieper de percelen, hoe hoger het percentage, en de hoeveelheid broed verschilt per perceel en jaar) (pers. med. A. Cornelisse en M. Boone, 2017). 

Impact op de sector
Japanse oesters zijn na drie tot vijf jaar geschikt voor consumptie. Door de relatief hoge sterfte onder de jonge oesters gedurende de periode 2014-2015 was er volgens kwekers op de kweekpercelen in 2016 een substantieel lagere voorraad verkoopbare oesters aanwezig dan in de jaren daarvoor. Ondanks de hogere sterfte was er wel nieuwe aanwas van oesters, maar deze aanwas lijkt onvoldoende te zijn om de hogere sterfte te kunnen compenseren (pers. med. A. Cornelisse, 2017). De lagere voorraad verkoopbare oesters en de gelijkblijvende kosten van productie zouden daarmee in theorie bij kunnen dragen aan een lagere rentabiliteit van het kweken van oesters. Het is niet bekend in hoeverre hiervan dit in de praktijk voorkomt.

In Nederland worden er sinds 2001 jaarlijks tussen de 18 en 35 miljoen Japanse oesters aangevoerd. In 2010 betrof de aanvoer ruim 34 miljoen stuks. Sindsdien is door de gecombineerde impact van het herpesvirus en de Japanse oesterboorder de aanvoer vanuit de kweekpercelen gedaald tot circa 24,8 miljoen in 2016. De aanvoer zal gezien de onveranderde situatie op de kweekpercelen in 2017 naar verwachting verder gedaald of vergelijkbaar zijn; de mate waarin zal blijken zodra de definitieve cijfers over 2017 beschikbaar zijn (Bronnen: Productschap Vis en CBS, 2018).







Kies een sector
Contactpersoon
Arie Mol
070 3358226
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Buhle, E.R. en J.L. Ruesink (2009a) Impacts of Invasive Oyster Drills on Olympia Oyster (Ostrea lurida Carpenter 1864) Recovery in Willapa Bay, Washington, United States. Journal of Shell-fish Research 28:87-96
  • Dundon, W.G., I. Arzul, E. Omnes, M. Robert, C. Magnabosco, M. Zambon, en G. Arcangeli (2011). Detection of Type 1 Ostreid Herpes variant (OsHV-1 µvar) with no associated mortality in French-origin Pacific cupped oyster Crassostrea gigas farmed in Italy. Aquaculture, 314(1), 49-52.
  • Fey, F.E., A.M. van Den Brink, J.W.M. Wijsman en O.G. Bos (2010) Risk assessment on the possible introduction of three predatory snails (Ocinebrellus inornatus, Urosalpinx ciner-ea, Rapana venosa) in the Dutch Wadden Sea. Wageningen IMARES, Rapport nummer: C032/10, 88 pagina's.
  • Kamermans, P., M. Poelman en M.Y. Engelsma (2013) Oesterherpesvirus: een overzicht. IMARES, Rapport nummer: Factsheet, 2 pagina's
  • NOV (2015) http://www.zeeuwseoesters.nl/de_oestersectorNL.html
Aanvullende gegevens zijn afkomstig uit interviews met kwekers A. Cornellisse en M. Boone.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page