Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handel en afzet
     
Handel en afzet
Select an indicator
Handel in agrarische goederen - Vis

Vis: consumptievoorkeuren, verwerkingscapaciteiten en vangsten van invloed op handel
1/22/2021

Onderstaande tekst is een weergave van paragraaf 9.5 uit de uitgave "De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband, editie 2021". Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van en gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Dit rapport beschrijft de ontwikkeling van de Nederlandse handel in landbouwproducten in 2020. Wageningen Economic Research en CBS maken in deze gezamenlijke uitgave, in opdracht van het ministerie van LNV, de eerste ramingen van de landbouwhandelscijfers voor 2020 bekend en voorzien deze van duiding. Naast inzicht in de export- en importcijfers, voor zowel landbouwgoederen als landbouwgerelateerde goederen, bevat de publicatie dit jaar drie katernen waarin een handelsonderwerp uitgelicht wordt. Voor deze editie zijn de onderwerpen de gevolgen van Brexit voor de Nederlandse landbouwhandel, een analyse van de agrologistiek en de regionale functie van Nederland in de EU. In dit laatste hoofdstuk worden ter illustratie vier specifieke producten beschreven waarvoor Nederland een rol van betekenis speelt in de internationale, maar vooral ook regionale handel. Deze producten zijn varkensvlees (paragraaf 9.4), vis (paragraaf 9.5), groente en fruit (paragraaf 9.6) en granen (paragraaf 9.7).

De analyse van de vissector kunt u hier apart downloaden. U kunt hier het totale rapport downloaden. 


Inleiding
Vis is één van de internationaal meest verhandelde voedselproducten. Onder vis worden ook schaal- en schelpdieren verstaan. In 2018 werd volgens de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) ongeveer 67 miljard kilo aan vis- en visproducten, met een waarde van 143 miljard euro, verhandeld. Dat is 38% van alle in dat jaar gevangen of gekweekte vis (in volume), en 11% van de wereldwijde exportwaarde van alle landbouwproducten.

EU en Nederland zijn niet zelfvoorzienend in vis
Door de Europese Unie wordt meer vis geïmporteerd dan geëxporteerd. De eigen productie (wild vangst en aquacultuur) is 36% op het totale beschikbare gewichtsvolume aan vis in de EU (hier inclusief het VK). Het grootste deel (64%) is dus import. Uit figuur 9.4 blijkt dat de EU netto-importeur van vis en aquacultuurproducten is. De visconsumptie binnen de EU bedraagt naar schatting 12,5 miljoen ton. Oftewel, 85% van de beschikbare vis in de EU (in gewicht) is bestemd voor eigen consumptie.


Figuur 9.4 Im- en export van vis- en aquacultuurproducten in de EU, 2018
Bron: EUMOFA.

Voor Nederland geldt hetzelfde als voor Europa: de binnenlandse productie kan slechts ten dele voldoen aan de totale vraag van de ketenpartijen. Een derde van de totale exportwaarde aan visproducten - in 2018 4,7 mld. euro, in 2019 5,0 mld. euro (Eurostat/COMEXT)56 - werd gegenereerd door de eigen primaire sector, de overige twee derde door geïmporteerde producten. De Nederlandse visserij is evenals in de overige EU-landen sterk gereguleerd, onder andere om overbevissing te voorkomen. Voor veel soorten gelden vangstquota, die niet overschreden mogen worden. Op de site Vistikhetmaar.nl is veel informatie over de wet- en regelgeving te vinden.57

Nederland is de vis-draaischijf voor Europa
Nederland bevindt zich in de wereldtop-10 van visexporterende landen (FAO, 2020). Binnen de EU zijn voor Nederland met name Duitsland, België, Frankrijk, Spanje en Italië belangrijke exportlanden. Vooral in de zuid-Europese landen wordt de platvis (zoals schol en tong) sterk gewaardeerd door lokale consumenten. Ook naar niet Noordzeevissoorten zoals zalm, tropische garnalen en inktvis is steeds meer vraag in deze landen. Vergeleken met Nederlandse huishoudens wordt in deze zuidelijke lidstaten veel meer vis gegeten.

Buiten de EU zijn grote exportmarkten bijvoorbeeld Nigeria en Egypte, waar veel bevroren pelagische vis (haring, makreel, blauw wijting etcetera) verkocht wordt die door de grotere diepvriestrawlers gevangen is. De Nederlandse visserijbedrijven zijn daarmee van groot belang voor veel Afrikaanse landen die zelf niet in hun eiwitbehoefte kunnen voorzien. Deze vis is voor miljoenen bewoners een betaalbaar, erg eiwitrijk voedsel dat ze dagelijks op plaatselijke markten kopen.

Nederland is de vis-draaischijf voor Europa: zowel de door de eigen vloot gevangen en de door kwekers geproduceerde producten (met name mosselen, oesters en paling), als ook de eerder geïmporteerde producten worden vanuit Nederland naar heel Europa en ook landen daarbuiten geëxporteerd. Eén verklaring voor het draaischijf-fenomeen is de ligging van Nederland aan de visrijke Noordzee, met de eigen visserijhavens en wereldhaven Rotterdam en de goede verbindingen naar het achterland van Europa. Die verbindingen worden gevormd door de aanwezigheid van goede luchthavens, een goed wegennet en goede treinverbindingen naar de rest van Europa en verder, de wereld in. Bij een snel bederfelijk product zoals verse vis of levende mosselen is snelheid van transport cruciaal.

Een tweede verklaring voor de draaischijffunctie, die deels volgt uit de eerste, is dat het Nederlandse viscluster groot en goed geoutilleerd is: in plaatsen als Urk, IJmuiden en Katwijk werken duizenden mensen ‘in de vis’.58
De bewerking kan variëren van eenvoudigweg verpakken of her-verpakken tot het panklaar aanleveren van complete verse- of diepvriesmaaltijden. De genoemde plaatsen beschikken ook over grote vrieshuizen, waar enorme voorraden vis en visproducten aangehouden kunnen worden. Nadat de verse haringvisserij verdween onder de Nederlandse vloot, bleven bedrijven uit Katwijk en elders het centrum voor de verkoop en handel in Hollandse Nieuwe. Deze verse en gekaakte vette haring wordt tegenwoordig vooral gevangen door Deense en Noorse vissers. Een vergelijkbaar voorbeeld is schelpdieren. Het Zeeuwse Yerseke importeert steeds meer mosselen uit Ierland en Duitsland, maar blijft de ‘hub’ van Europa voor deze levende schelpdierproducten. Wederom vanwege de kennis, verwerkingscapaciteit en uitstekende logistiek. Evenzo hebben grote zalmkwekerijen uit Noorwegen om dezelfde redenen de samenwerking gezocht en belangen genomen in visverwerkende bedrijven op Urk, om zodoende daar hun product te verwerken en van daaruit verder te distribueren.

Meer over de Nederlandse draaischijf van vis leest u hier


Kies een sector
Contactpersoon
Petra Berkhout
070 3358103
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
56 Eurostat/COMEXT De exportwaarde ligt normaliter hoger dan de CBS exportwaarde van visproducten doordat de quasi-doorvoer is meegerekend. Quasi-doorvoer betreft invoer van goederen van buitenlandse makelij die na aankomst in Nederland niet of nauwelijks een bewerking ondergaan en daarna weer worden doorgevoerd naar het buitenland. De goederen zijn tijdens het gehele verblijf in Nederland eigendom van een buitenlands bedrijf (in tegenstelling tot bij wederuitvoer).
57 https://vistikhetmaar.nl/lesprogramma/n-v-t/les/regels-op-zee/
58 https://agrimatie.nl/ThemaResultaat.aspx?subpubID=2232&themaID=2280&indicatorID=2919§orID=2860


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page