Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handel en afzet
     
Handel en afzet
Select an indicator
Handel in agrarische goederen - Brexit

De gevolgen van Brexit voor de Nederlandse landbouwhandel
1/22/2021

Onderstaande tekst is een weergave van hoofdstuk 7 uit de uitgave "De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband, editie 2021". Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van en gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Dit rapport beschrijft de ontwikkeling van de Nederlandse handel in landbouwproducten in 2020. Wageningen Economic Research en CBS maken in deze gezamenlijke uitgave, in opdracht van het ministerie van LNV, de eerste ramingen van de landbouwhandelscijfers voor 2020 bekend en voorzien deze van duiding. Naast inzicht in de export- en importcijfers, voor zowel landbouwgoederen als landbouwgerelateerde goederen, bevat de publicatie dit jaar drie katernen waarin een handelsonderwerp uitgelicht wordt. Voor deze editie zijn de onderwerpen de gevolgen van Brexit voor de Nederlandse landbouwhandel, een analyse van de agrologistiek en de regionale functie van Nederland in de EU. In dit laatste hoofdstuk worden ter illustratie vier specifieke producten beschreven waarvoor Nederland een rol van betekenis speelt in de internationale, maar vooral ook regionale handel. Deze producten zijn varkensvlees (paragraaf 9.4), vis (paragraaf 9.5), groente en fruit (paragraaf 9.6) en granen (paragraaf 9.7).

De analyse van de Brexit vindt u in hoofdstuk 7 van de bovengenoemde uitgave maar kunt u hier apart downloaden. U kunt hier het totale rapport downloaden. 


Sinds 31 januari 2020 is het Verenigd Koninkrijk (VK) formeel geen lid meer van de Europese Unie (EU). Wat volgde was een transitieperiode van 11 maanden, waarin de EU-regels voor de onderlinge handel nog altijd van toepassing waren. Pas vanaf 1 januari 2021 gelden er nieuwe handelsregels. Op 24 december 2020 hebben de EU en het VK een akkoord bereikt over deze nieuwe regels en op 28 december hebben de EU-regeringsleiders hun goedkeuring gegeven. Ook het Britse parlement is akkoord gegaan. Enkel het Europese Parlement moet nog haar goedkeuring geven. Dat zal naar verwachting in januari 2021 gebeuren. Voor dit hoofdstuk wordt ervan uitgegaan dat het Europees Parlement akkoord zal gaan met de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK (vanaf hier: ‘handelsakkoord’) van 24 december.

Sinds het Britse Brexit-referendum van juni 2016 is er een duidelijk beneden gemiddelde groei van de Nederlandse handel met het VK (zie bijvoorbeeld CBS, 2020; CBS, 2019; CBS, 2018). Dit is vermoedelijk deels een ‘pre-Brexit-effect’, een teruggang van de handel door onzekerheid over en anticipatie op een daadwerkelijke Brexit. Paragraaf 7.1 beschrijft de economische literatuur over pre-Brexit-effecten in algemene zin en paragraaf 7.2, 7.3 en 7.4 geven een idee van pre-Brexit-effecten op de landbouwhandel met het Verenigd Koninkrijk.

Paragraaf 7.5 en 7.6 gaan in op de periode vanaf 1 januari 2021 en beschrijven verwachte ‘post-Brexit-effecten’ in algemene zin. Paragraaf 7.7 vat de belangrijkste conclusies ten aanzien van pre-Brexit-effecten (2016-20) en verwachte post-Brexit-effecten (vanaf 2021) samen. In bijlage 5 staan Brexit-achtergronden beschreven met onder andere historische mijlpalen en oorspronkelijke Brexit-scenario’s.

7.1 Pre-Brexit: onzekerheid en anticipatie

Onder ‘pre-Brexit-effecten’ worden hier alle economische verstoringen in het VK en in de EU tot 1 januari 2020 verstaan die te maken hebben met de keuze van het Verenigd Koninkrijk om de EU (interne markt en douane-unie) te verlaten. Daarbij is de nee-stem bij het Brexit-referendum van juni 2016 het onbetwiste startpunt van de pre-Brexit-periode (zie onder andere Born et al., 2019; Crowley et al., 2019). Pre-Brexit-effecten vinden hun oorsprong in sentiment en gedrag: onzekerheid over en anticipatie op een daadwerkelijke Brexit. In augustus 2016 zag 38% van de Britse bedrijven Brexit als een van de grootste onzekerheidsrisico’s en drie jaar later was dat 54% (Bloom et al., 2019). Gevonden pre-Brexit-effecten in de economische literatuur zijn onder andere:
• Dalende investeringen door en productiviteit van Britse bedrijven, met een extra scherpe daling bij internationaal opererende bedrijven. De productiviteitsdaling heeft te maken met het steken van managementtijd en middelen in het maken en het continu bijwerken van ‘Brexit-planning’ na het Brexit-referendum (Bloom et al., 2019).
• Daling van bbp in de Britse economie. Eind 2018 was er al een verlaging van 1,7 tot 2,5% van het bbp te zien als gevolg van Brexit volgens Born et al. (2019). De auteurs schatten dat 80% kan worden gezien als een anticipatie-effect bij bedrijven (minder investeringen) en huishoudens (minder uitgaven) in de verwachting op een minder welvarende toekomst. De overige 20% heeft te maken met onzekerheid over economisch beleid en de toekomstige relatie met de EU.
• Minder Britse exporteurs. Crowley et al. (2019) schatten dat de onzekerheid over een nieuw handelsakkoord tussen de VK en de EU heeft geleid tot minimaal 5,3 duizend exporteurs die niet zijn overgegaan tot export van nieuwe producten naar de EU en minimaal 5,4 duizend exporteurs die zijn gestopt met exporteren naar de EU.
• Lagere exportwaarde. Douch et al. (2018) hebben de studie van Crowley et al. (2019) verder verdiept door te kijken naar de bilaterale handel tussen het VK en andere landen (zoals Nederland) en niet alleen naar de extensieve marge (aantal exporteurs), maar ook de intensieve marge (de exportomvang per exporteur). Zo schat men dat er bij de Britse export naar

Nederland circa 13% exportwaarde is verloren gegaan na het Brexit-referendum, ondanks het gedaalde Britse pond.
Bovenstaande economische literatuur beschrijft de situatie pre-corona. In de coronatijd zijn er weinig econometrische studies ten aanzien van Brexit verricht. Wel is zichtbaar dat het Britse bbp in 2020 veel harder is geraakt dan andere (door de coronacrisis geraakte) EU-landen. Corona-onzekerheid en Brexit-onzekerheid kunnen elkaar daarbij hebben versterkt (Financial Times, 2020). Het is wel zo dat de coronacrisis meer de dienstensectoren raakt (zoals horeca, toerisme) en Brexit meer de goederenhandel (The Economist, 2020).

Vanuit een Nederlands perspectief is er nog weinig kwantitatieve analyse van pre-Brexit-effecten verricht. Wel is duidelijk dat ook internationaal opererende bedrijven in Nederland kosten hebben ervaren, hoewel deze lager zullen zijn geweest dan in het VK (PWC, 2017). Zo moesten veel organisaties opnieuw nadenken over hun eigen bedrijfsvoering (handel en leveringsketens, regulering, directe buitenlandse investeringen, arbeidsmarkt, fiscale en juridische structuren). Bovendien hebben aandelenmarkten en valutamarkten sterk gereageerd op het Brexit-referendum, met bijvoorbeeld een daling van het Britse pond tot gevolg (PWC, 2017).

Soms kan de Brexit-onzekerheid voor bepaalde partijen tijdelijk positief uitdraaien, zoals voor Nederlandse exporteurs die profiteren van mogelijk Brits ‘hamstergedrag’ in anticipatie op een Brexit. Dat gebeurde vermoedelijk in 2019 al (Volkskrant, 2019) en ook in de aanloop naar de definitieve Brexit (1 januari 2021) begint de export naar het VK zich iets beter te ontwikkelen (zie figuur 2.3). Of het hier echt om hamstereffecten gaat moet nader onderzocht worden. Het kan ook positief zijn dat Britse bedrijven op Brexit anticiperen door zich te verplaatsen naar Nederland (Korteweg, 2019). Dat gebeurt ook bij bedrijven uit andere landen dan het VK. Zo verplaatst de grootste bank van Australië haar Europese hoofdkantoor van Londen naar Amsterdam (Parool, 2020). De recente toename van de export van kasmaterialen naar het VK, een ander pre-Brexit-effect, is positief op de korte termijn, maar kan op de lange termijn minder vraag naar Nederlandse producten betekenen (zie paragraaf 6.2).

De volgende paragrafen gaan in op mogelijke pre-Brexit-effecten voor de Nederlandse handel in landbouwgoederen met het VK. Hierbij worden 2015, als controlejaar voor het referendum, en 2020 met elkaar vergeleken.

7.2 De Nederlandse landbouwimport uit het VK

Sinds 2015 is de Nederlandse landbouwimport uit het Verenigd Koninkrijk nauwelijks in waarde gegroeid (figuur 7.1). In 2020 zal de importwaarde naar schatting 3% hoger uitkomen dan in 2015. De totale landbouwimport nam in diezelfde periode circa 20% toe. Inclusief landbouwgerelateerde goederen was het verschil nog groter; -1% bij de import uit het VK ten opzichte van +19% totaal. In het coronajaar 2020 nam de import uit het VK met 2% af. Van de grootste landbouwleveranciers voor Nederland was de procentuele afname van de import uit het VK daarmee het grootste (zie ook hoofdstuk 4).



Figuur 7.1 Ontwikkeling van de Nederlandse landbouwimport (index, 2015=100)
Bron: CBS tot en met oktober 2020, raming november en december 2020 door CBS en WUR.

Lees hier verder.



Kies een sector
Contactpersoon
Petra Berkhout
070 3358103
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page