Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handel en afzet
     
Handel en afzet
Select an indicator
Handel in agrarische goederen - Alle agrarische producten

Nieuw landbouwexportrecord
1/23/2018

De export van landbouwgoederen wordt voor 2017 geraamd op 91,7 miljard euro1). Dat is 7,2 procent meer dan in 2016, toen de export 85,5 miljard euro was. De landbouwexport is maar liefst 41 procent hoger dan tien jaar geleden. Sinds 2008 is de landbouwexport vrijwel elk jaar gegroeid met uitzondering van 2008–2009 (mondiale crisis) en 2014-2015 (lichte daling). Alleen in 2010-2011 was de absolute groei groter dan nu.

Bekijk hier het e-book over de handel in landbouwgoederen.



Import en export van landbouwgoederen in 2017 naar regio
Bron: CBS tot en met okt. 2017, raming nov. en dec. 2017 door WUR en CBS.

Inclusief landbouwgerelateerde goederen zoals landbouwmachines, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen komt de Nederlandse landbouwexport voor het eerst uit boven de 100 miljard euro (100,8 miljard). Dat is bijna 7 procent meer dan in 2016. De export van landbouwgerelateerde goederen wordt verder besproken in een aparte factsheet.

Ook landbouwimport hoger dan ooit
De Nederlandse landbouwimport laat een vergelijkbaar patroon zien als de export, al zit het niveau steeds een stuk lager dan bij de Nederlandse export. Dit resulteert in een continue Nederlands landbouwhandelsoverschot. Voor 2017 wordt de landbouwimport geraamd op 62,6 miljard euro. Dat is 9 procent hoger dan in 2016 (57,5 miljard euro). De import van landbouwgoederen is de laatste tien jaar enorm gegroeid en ligt ruim 50 procent hoger dan in 2008. Net als bij de export was alleen in 2010–2011 de absolute groei hoger dan nu.

Handelsoverschot blijft groeien
Hoewel de landbouwimport procentueel harder groeide dan de landbouwexport is het Nederlandse landbouwhandelsoverschot toch gegroeid het afgelopen jaar tot 29,1 miljard euro. De reden is dat de landbouwexport absoluut (in euro’s) wel harder groeide dan de landbouwimport. Absoluut was de groei van het overschot 1 miljard euro en relatief bijna 4 procent. Sinds 2008 is het handelsoverschot procentueel minder hard gegroeid dan de import of export. In tien jaar tijd met ruim 23 procent. De verklaring daarvoor is een procentueel hardere groei bij de import dan bij export.

 

Aandeel landbouw in totale handel daalt
Om de ontwikkeling van de handel in landbouwgoederen in perspectief te plaatsen is een vergelijking met de ontwikkeling van de totale goederenhandel nuttig. Bovendien wordt er op deze manier voor een belangrijk deel gecorrigeerd voor prijsstijgingen. Deze doen zich zowel voor bij landbouwgoederen als overige goederen. Door prijsstijging groeit de goederenhandel namelijk voortdurend, ook bij gelijkblijvende handelshoeveelheden. In de alinea "Prijs motor achter groeide landbouwhandel" worden prijs- en hoeveelheidsontwikkelingen verder gekwantificeerd.
Het aandeel van de landbouwgoederen in de totale import en export is al tien jaar redelijk constant. In vergelijking met 2008 liggen de percentages wel wat hoger (landbouwexport van 17,6 naar 19,4 procent en de import van 12,4 naar 15,2 procent). In vergelijking met 2016 is het exportaandeel echter met 0,7 procentpunt (was 20,1 procent) gedaald en het importaandeel ook licht gedaald (was 15,4 procent).

Traditioneel heeft de Nederlandse landbouw een groot aandeel in het totale Nederlandse goederenhandelsoverschot. In 2008 was het aandeel maar liefst 68 procent. Een belangrijke verklaring voor het grote landbouwaandeel is dat Nederland in de handel in vele andere goederen dan landbouwgoederen een handelstekort heeft in plaats van een continue handelsoverschot zoals bij de landbouw.

 

In de afgelopen tien jaar is het landbouwaandeel in het handelsoverschot bijna elk jaar afgenomen tot 48 procent in 2017. Dat heeft met name te maken met een sterker groeiend handelsoverschot bij niet-landbouwgoederen (zoals bijvoorbeeld chipmachines) dan bij de landbouw. Ook groeit de landbouwimport procentueel sneller dan de landbouwexport.

Landbouw met name op de EU gericht
Maar liefst 78 procent van de Nederlandse landbouwexport in 2017 had als bestemming één van de 28 huidige EU-landen (inclusief het Verenigd Koninkrijk). Het percentage is wel gedaald: in 2008 was het nog 82 procent. De belangrijkste afnemer van Nederlandse landbouwexport is met afstand Duitsland. Maar liefst een kwart van de Nederlandse landbouwexport heeft als bestemming Duitsland. Daarna volgen België (11 procent), het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk (beide 9 procent), Italië (4 procent), de Verenigde Staten, Spanje, China, Polen (allen 3 procent) en Zweden (2 procent). Deze top tien is daarmee goed voor 72 procent van de totale exportwaarde.

Van de belangrijkste bestemmingen is de waarde van de export naar Polen in het afgelopen jaar het hardst gegroeid (+15 procent, o.a. zuivel en fruit), gevolgd door Frankrijk (+13 procent, o.a. zuivel en dranken) en België (+11 procent, o.a. zuivel en dranken). De export naar Duitsland groeide relatief bescheiden met 5 procent, maar was in absolute zin het grootste. De export met bestemming het Verenigd Koninkrijk groeide weinig (+2 procent) en dat houdt mogelijk verband met een ongunstige wisselkoers die mede beïnvloed is door de naderende Brexit. Zie eerder onderzoek naar het effect van wisselkoersen op de Nederlandse handel (CBS, 2015).

Als er gekeken wordt naar alle substantiële exportbestemmingen2) dan was de grootste exportgroei naar Chili, Nieuw-Zeeland (met name zuivel), Kroatië en Zuid-Korea (met name vlees). De grootste dalers zijn Zuid-Afrika (met name vlees), Brazilië, Marokko en Senegal (met name groenten).

De EU-28 heeft een veel kleiner aandeel in de landbouwimport (59 procent) dan in de landbouwexport (78 procent). Een belangrijke reden is het bestaan van grote wederuitvoerstromen die disproportioneel veel uit landen buiten de EU komen en meestal als export terechtkomen in omliggende EU-landen. In de alinea "Wederuitvoer groeit harder dan uitvoer van Nederlandse makelij" wordt verder ingegaan op het belangrijke onderscheid tussen wederuitvoer en uitvoer van Nederlandse makelij.

De top tien van belangrijkste landen van herkomst is goed voor 62 procent van de totale landbouwimport. Na Duitsland (19 procent) en België (13 procent) volgen Frankrijk (6 procent), Brazilië, de Verenigde Staten, Spanje, het Verenigd Koninkrijk (allen 4 procent), Indonesië, Polen en Italië (allen 3 procent).

Binnen deze top tien van belangrijkste landen zijn er grote verschillen in ontwikkeling ten opzichte van 2016. Zo werd er fors minder ingevoerd uit Brazilië (–11 procent, met name soja), maar fors meer uit Indonesië (+51 procent, met name palmolie). De invoer uit Duitsland en België groeide gemiddeld (8 à 9 procent) en de invoer uit Frankrijk (+1 procent) en het Verenigd Koninkrijk (+4 procent) nam licht toe.



Bij de substantiële landen van herkomst was de grootste groei bij de import uit Australië (oliehoudende zaden en vruchten), Indonesië en de EU-landen Portugal (zuivel, fruit) en Roemenië (oliehoudende zaden en vruchten). Brazilië is ook de grootste daler indien alle substantiële herkomstlanden worden vergeleken. Ook de import uit Argentinië (fruit, veevoer), Zwitserland (o.a. chocolade), Thailand (vlees, voedingsbereidingen) en Rusland (o.a. graan) nam af.

Nagenoeg alle goederengroepen laten groei zien
De 7 procent stijging van de landbouwexport wordt breed gedragen. Van alle samengestelde productgroepen3) steeg de export in 2017.

De belangrijkste Nederlandse landbouwexportproducten in 2017 waren aardappelen, groenten en fruit (AGF) met 12,1 miljard euro, bereide producten voor menselijke consumptie (zoals bewerkt vlees, vis en groenten) en levende dieren en vlees (beide 10,7 miljard euro), sierteeltproducten (9,1 miljard euro) en zuivel en eieren (8,9 miljard euro). AGF droeg in 2017 ruim 13 procent bij aan de totale landbouwexportwaarde. Bereide producten en dieren en vlees waren beide goed voor bijna 12 procent en sierteelt en zuivel en eieren hadden beide een aandeel van bijna 10 procent.



Alle samengestelde productgroepen in de agrarische sector lieten een stijging van de exportwaarde zien. Ook voor de onderliggende goederenhoofdstukken (zie tabel hieronder) geldt dit, uitgezonderd de groep vlechtstoffen (o.a. riet en bamboe) en overige voeding. De belangrijkste absolute groeimutatie bij de samengestelde groepen kwam in 2017 voor rekening van de productgroep zuivel en eieren. Onder deze groep vallen zuivelproducten zoals kaas, melk en boter. Door de gestegen melkprijzen die hun effect hebben op de prijzen van zuivelproducten, vooral kaas, is er een toename van de exportwaarde gerealiseerd van 1,6 miljard euro. Ook voor dieren en vlees is er in 2017 een sterke toename geweest van de exportwaarde. Dit komt deels door een stijging van de uitvoerwaarde van levende dieren naar de slachterijen in Duitsland. De exportstijging was ook het gevolg van de toenemende vraag naar vlees vanuit het buitenland waardoor de prijzen, ondanks het grotere aanbod, hoog bleven. Hiermee is ook voor een deel de stijging van oliën en vetten te verklaren. Daarnaast steeg vooral de export van palmolie, kokosolie en standolie.

Export van goederengroepen naar landen
Aardappelen, groenten en fruit (AGF)
Van AGF gaat 34 procent naar Duitsland. Met 10,9 procent is het Verenigd Koninkrijk het tweede exportland voor AGF-producten. België, Frankrijk en Polen maken de top vijf van exportbestemmingen compleet. Met name naar Duitsland steeg de export (5 procent) en ook naar Polen en Frankrijk was de procentuele stijging hoog met respectievelijk 16 procent en 11 procent. Het aandeel van deze twee laatstgenoemde landen in de totale AGF-export is beperkt en bedraagt respectievelijk 3 en 5 procent.

Overige bereide producten
Bij de overige bereide producten voor menselijke consumptie was het aandeel van Duitsland als belangrijkste bestemmingsland kleiner dan bij AGF. Er ging nog geen kwart van alle export van deze producten richting Duitsland. Daarnaast hadden het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België ook een belangrijk aandeel in de exportwaarde met respectievelijk ruim 13 procent, bijna 11 procent en 10,5 procent in 2017. De export van bereid vlees, vis en groenten evenals overige producten voor menselijke consumptie steeg vooral richting Frankrijk (7 procent) en naar Italië (15 procent). Naar het Verenigd Koninkrijk was er een daling van ruim 3 procent. Naar Duitsland bleef de exportwaarde nagenoeg gelijk aan vorig jaar.

Dieren en vlees
Voor dieren en vlees zijn de min of meer traditionele top vijf afzetlanden het belangrijkste; Duitsland (26 procent), het Verenigd Koninkrijk (12,3 procent), België (8 procent), Frankrijk en Italië (beide 7 procent). De export steeg in 2017 vooral naar de naaste buurlanden Duitsland en België. Naar Duitsland werd 128 miljoen euro meer dieren en vlees (+5 procent) geëxporteerd. De export naar België nam toe met 78 miljoen euro (10 procent).

Sierteelt
Net als bij de categorie levende dieren en vlees waren in 2017 de traditionele top vijf exportbestemmingen ook hier weer de belangrijkste. In deze productgroep zitten bloembollen, boomkwekerijproducten, snijbloemen en planten. De export naar Duitsland, als belangrijkste exportbestemming, groeide licht (+1,4 procent). Naar het Verenigd Koninkrijk en naar Frankrijk nam de exportwaarde licht af. Polen en de Verenigde Staten vertoonden daarentegen een sterke groei. Rusland, na een sterke dip in de jaren hiervoor, liet een toename van 12 procent zien. Polen, de Verenigde Staten en Rusland hadden in 2017 een exportaandeel van respectievelijk 4 procent, 3 procent en 2 procent.

Zuivel en eieren
Met een exportwaardestijging van ruim 21 procent waren in deze groep van producten de landenmutaties groot. Het belang van Duitsland als belangrijkste exportland voor Nederland werd uitgedrukt in een exportaandeel van 27 procent in 2017. De groei naar dit land was procentueel lager (12 procent) dan het gemiddelde. In absolute zin was de groei wel bijna het grootst. Alleen de export naar België realiseerde een sterkere absolute groei. Met 34 procent werd 365 miljoen euro meer geëxporteerd. Ook naar Frankrijk groeide de export procentueel sneller dan het gemiddelde. Met een groei van 33 procent nam het aandeel in de landbouwexportwaarde toe tot bijna 10 procent. De export van zuivel en eieren steeg naar 881 miljoen euro. Ook de export naar het Verenigd Koninkrijk groeide. Als vierde exportbestemming nam de exportwaarde naar dit land 26 procent toe tot bijna 370 miljoen euro. Het vijfde exportland bij deze groep is Spanje. Het exportaandeel van zuivel en eieren is voor dit land in 2017 ruim 3 procent.

Alleen import cacao en zoetwaren lager dan in 2016
De import van landbouwgoederen in Nederland betrof met name AGF (8,4 miljard euro), bereide producten voor menselijke consumptie (6,7 miljard euro), graanproducten (5,6 miljard), oliën en vetten (5,5 miljard euro) en dieren en vlees (5,2 miljard euro). Samen waren deze zes productgroepen in 2017 goed voor 60 procent van de totale landbouw importwaarde van Nederland.
Een aantal grote productgroepen kwam zowel bij de export als bij de import top 5 voor. Bij AGF zorgde met name fruit en ten dele ook groente hiervoor. De import van fruit bestond uit onder andere producten die in Nederland niet worden geteeld, zoals bananen en sinaasappelen. Als Nederland geen of onvoldoende eigen productie heeft, worden producten uit andere landen betrokken. Voorbeelden hiervan zijn tomaten of komkommers die in Nederland in de winter beperkt beschikbaar zijn. Bij dieren en vlees speelt mee dat Nederlandse dieren vaak naar Duitse slachthuizen, vlak over de grens, worden gebracht en van daaruit vleeswaren weer naar ons land worden geëxporteerd. Soms worden producten geïmporteerd vanwege aanvulling op het binnenlandse assortiment, zoals diverse soorten Franse kaas.

Van alle productgroepen is de mutatie in invoerwaarde ten opzichte van 2017 het grootste bij oliën en vetten (1,1 miljard euro). Met name de importwaarde van palmolie en standolie steeg.

De import van de restgroep, waaronder bijvoorbeeld koffie en thee, andere producten van dierlijke oorsprong en plantensappen (bijvoorbeeld hopextracten) steeg met 940 miljoen euro. Het merendeel van de stijging in deze groep was toe te schrijven aan een importgroei van koffie en thee, deels door hogere prijzen. Ook steeg de importwaarde van overige producten van dierlijke oorsprong.

Bij AGF nam de importwaarde toe door de stijging bij fruit (+465 miljoen euro). Ook steeg de waarde van de groente-import, maar de absolute groei in waarde (+225 miljoen) was lager dan die van fruit. Vooral de importwaarde van bananen, kokosnoten en aardbeien zat in 2017 in de lift. Terwijl bij de productgroep groenten (waar ook de aardappelen onder vallen) de importwaarde van aardappelen en glasgroenten steeg.

De importgroei bij de groep graanproducten, is voor granen 15 procent, voor meel 10 procent en voor bereide artikelen uit deze producten 13 procent. Met name de importwaarde van tarwe en maïs steeg. Ook moutextracten en bakkersartikelen kenden een hogere importwaarde. Bij de importgroei van zuivel en eieren (15 procent) speelde de gestegen melkprijs een belangrijke rol waardoor deze groep op nummer vijf van sterk gestegen productgroepen staat.

Import van goederengroepen naar landen
Aardappelen, groenten en fruit (AGF)
Het belangrijkste herkomstland van geïmporteerde AGF in Nederland is Spanje. Hier komen met name tomaten, komkommers en paprika’s vandaan, maar ook citrusvruchten worden veel uit Spanje betrokken. Ongeveer 15 procent van de totale import van groente en fruit komt uit dit land. In 2017 steeg de import vanuit dit land met 14 procent. Ook Duitsland en België zijn belangrijke importlanden. Enerzijds komt dit doordat deze landen een eigen groente- en fruitproductie hebben die wordt geëxporteerd, anderzijds doordat deze landen via havens en vliegvelden importgoederen naar Nederland verhandelen. De import groeide respectievelijk met 8 en 7 procent in 2017. Verder is Zuid-Afrika een belangrijke exporteur van groente en fruit naar Nederland. Uit dit land worden met name druiven geïmporteerd. Bij een toename van 12 procent heeft dit land een aandeel van 8 procent in de totale import van AGF-producten in Nederland.

Overige bereide producten
De import van bereide vlees, vis en groente en overige producten voor menselijke consumptie kwam met name uit Duitsland. Met een aandeel van 18 procent was dit land net iets belangrijker dan België (17 procent). De groei van de importwaarde vanuit Duitsland was ruim tweemaal zo groot als die vanuit België. Vanuit Brazilië, nummer drie in deze importgroep, werd minder geïmporteerd in 2017 dan een jaar eerder (–3 procent). Uit dit land komen onder andere bereid vlees en vruchtensappen naar Nederland. Uit de Verenigde Staten steeg de exportwaarde in 2017. De importwaarde nam toe met 5 procent.

Granen
Granen, meel en bereidingen uit deze producten waren vooral afkomstig uit Duitsland (22,5 procent) en België (19 procent). Met name de importwaarde uit België steeg in 2017 (+10 procent). De importwaarde uit Frankrijk en het Verenigd koninkrijk nam af. De import vanuit Polen zat in de lift en groeide met 60 miljoen euro. Met name moutextracten en bakkerswaar werden uit dit land geïmporteerd.

Oliën en vetten
De import van oliën en vetten is traditioneel internationaal georiënteerd. Indonesië was in 2017 het belangrijkste land van met een importaandeel van ruim 17 procent in de landbouwimport van oliën en vetten. Vanuit dit land was de importwaarde een stuk hoger dan in 2016. Palmolie werd vooral uit Indonesië geïmporteerd, koolzaad kwam vooral uit Duitsland. Uit België passeerde een heel breed scala aan oliën en vetten de grens met Nederland. Bij Colombia, importland nummer vier voor Nederland bij oliën en vetten, was de palmolie-import belangrijk. De Verenigde Staten stond in de top vijf importlanden, omdat de margarine en standolie veel uit dit land werd geïmporteerd. Voor de gehele landen top vijf nam de importwaarde toe, Indonesië was daarbij de belangrijkste groeier.



Handel in landbouwgoederen met Duitsland gestegen
Duitsland is al jaren veruit de belangrijkste handelspartner voor Nederland, voor zowel de export als de import van landbouwgoederen, met aandelen in 2017 van 25,5 procent respectievelijk 18,9 procent van de totale agrarische handel. Zowel de export naar als de import uit Duitsland nam in 2017 toe, respectievelijk met 5 en 9 procent ten opzichte van 2016. De waarde van de landbouwexport en -import naar en uit Duitsland bedroeg 23,4 respectievelijk 11,8 miljard euro in 2017.
De afzet van landbouwgoederen naar Duitsland in 2017 bestaat voor 29 procent uit tuinbouwproducten (groenten en fruit en sierteeltproducten) en voor 22 procent uit dierlijke producten (vlees, zuivel en eieren). Daarnaast is er een grote groep overige landbouwgoederen, waaronder voor menselijke consumptie bewerkte producten, veevoer, cacao(producten) en oliehoudende zaden en vruchten. Nederland importeerde in 2017 vooral levende dieren en vlees, zuivel en eieren en graanproducten uit Duitsland.

Nederlandse invoer uit Duitsland in 2017 verder gestegen
Nederland heeft in 2017 volgens eerste raming voor 62,6 miljard euro aan agrarische producten ingevoerd. Hiervan kwam 11,8 miljard euro uit Duitsland. Duitsland is de belangrijkste leverancier van agrarische producten die in Nederland worden geïmporteerd. Op enige afstand volgen België (8,4 miljard euro) en Frankrijk (3,6 miljard euro).
De belangrijkste drie agrarische importproductgroepen uit Duitsland waren levende dieren en vlees, zuivel en eieren, graanproducten en overige bereide producten voor menselijke consumptie. De importwaarde van zuivel en eieren nam, na een daling in de laatste jaren, weer toe in 2017. De import van graanproducten steeg al vanaf 2014 en is ook in 2017 toegenomen. De import van levende dieren en vlees liet in 2017 een duidelijke waardestijging zien.



Toename landbouwexport naar Duitsland zet in 2017 door
Aardappelen, groenten en fruit (AGF)
Met 4,1 miljard euro in 2017 kwam de exportwaarde van de AGF-productgroep 5,3 procent hoger uit dan in 2016 en zet de stijging die in 2014 was ingezet door. Binnen deze productgroep droegen groenten en aardappelen voor 2,3 miljard euro bij en de fruitproducten voor 1,9 miljard euro. De exportwaarde van beide producten nam toe ten opzichte van 2016 (5 procent respectievelijk 6 procent). De toename van de exportwaarde komt mede tot stand door een relatieve toename van de wederuitvoer van met name fruit.
De productgroep aardappelen, groenten en fruit is verder uitgewerkt in een aparte factsheet voor tomaten en appels.

Levende dieren en vlees
De exportwaarde van levende dieren en vlees naar Duitsland, bestaande uit varkensvlees, rundvlees en pluimveevlees bedroeg 2,7 miljard euro in 2017. De exportwaarde van deze productgroep nam in 2017 verder toe (4,9 procent) na een daling in 2015. Binnen deze productgroep was de exportwaarde van levende dieren 1,1 miljard euro (toename van 10 procent) en van vlees 1,7 miljard euro (toename van 2,0 procent). Het product varkensvlees is verder uitgewerkt in factsheet. Ook voor dit product steeg de export in 2017.

Sierteelt
De export van sierteeltproducten kwam in 2017 uit op 2,6 miljard euro en kende een bescheiden groei van 1,4% ten opzichte van 2016. Met een aandeel van 11 procent in 2017 had deze productgroep een belangrijk aandeel in de totale export naar Duitsland. De productgroep bestaat zowel uit snijbloemen en planten, maar ook bloembollen en boomkwekerijproducten. De producten bloemen, boomkwekerij en bloembollen zijn apart uitgewerkt in een factsheet.

Zuivel en eieren
De export van zuivel en eieren bedroeg in 2017 2,4 miljard euro. De export van zuivel en eieren naar Duitsland was in 2017 fors gestegen (12 procent). Deze productgroep bestaat onder andere uit kaas, eieren en diverse melkproducten.
De export van consumptie-eieren nam af (is voorlopig vastgesteld op –5 procent), terwijl deze voor kaas sterk toenam (ca. 14 procent) en weer bijna op het niveau van 2014 ligt. De fipronil-affaire zorgde voor dalende hoeveelheden maar stijgende prijzen van consumptie-eieren. Daarnaast zorgde deze affaire voor imagoschade voor deze sector. Zowel kaas als consumptie-eieren staan verder beschreven in een aparte factsheet.

Overige bereide producten voor menselijke consumptie
Deze categorie omvat de bereidingen van vlees en vis, groente en fruit en overige voeding. De export van bereide producten voor menselijke consumptie is de laatste jaren sterk gestegen en ligt nu in exportwaarde boven die van de productgroep zuivel en eieren. De exportwaarde is naar verwachting 2,5 miljard euro in 2017.

Bevroren aardappelproducten zijn verder beschreven in een aparte factsheet.

De Nederlandse positie op de Duitse markt stabiliseert
Nederland was in 2017 met een marktaandeel van 24 procent op de Duitse markt de grootste exporteur van landbouwgoederen naar Duitsland. Hoewel de exportwaarde in absolute zin steeg (5 procent), bleef het Nederlandse aandeel in vergelijking met 2016 ongeveer gelijk. Frankrijk was de tweede grootste exporteur naar Duitsland met een aandeel van 7,4 procent. Italië volgde op de voet met een aandeel van 7,2 procent. Voor deze twee laatstgenoemde landen daalde het aandeel.

Na een stijging in 2016 is de import vanuit Nederland in absolute zin in 2017 weer toegenomen, maar is het marktaandeel dus ongeveer gelijk gebleven. Voor Frankrijk is het aandeel in de import licht gedaald ten opzichte van 2016. Het aandeel van Italië ligt al enkele jaren iets boven de 7 procent en dat van België schommelt rond de 6,5 procent. Het Poolse aandeel was 15 jaar geleden slechts 1 procent en is, vooral na de toetreding tot de EU in 2004, flink gegroeid tot bijna 6,8 procent in 2017 en neemt daardoor de positie boven België in.

 


Export naar zuidelijke deelstaten neemt verder toe, na een stabilisatie in 2016
In onderstaande figuur is de importwaarde van alle deelstaten van Duitsland weergegeven. Na Noordrijn-Westfalen (39 procent) en Nedersaksen (12 procent) waren de zuidelijke deelstaten Beieren en Baden-Württemberg de belangrijkste deelstaten als het om import van Nederlandse herkomst gaat. Het gezamenlijke importaandeel bedroeg 20 procent. De importwaarde van Nederlandse agrarische producten naar de twee zuidelijke Duitse deelstaten Beieren en Baden-Württemberg gezamenlijk, steeg met 1,3 procent in 2017. De totale agrarische import vanuit Nederland steeg naar een totale waarde van 3,1 miljard euro in deze twee deelstaten. Veel van de agrarische producten werden in deze zuidelijke deelstaten betrokken uit de daar omringende landen. De belangrijkste vijf productgroepen die uit Nederland in deze deelstaten werden ingevoerd lieten, op groenteproducten na, allemaal een waardestijging zien.



Binnen de totale import van agrarische goederen uit Nederland in de twee zuidelijke staten waren de import van planten, kaas en verse groente het grootst met een aandeel van respectievelijk 15,14 en 13 procent. De import van verse groenten liet in 2016 en 2017 een sterke daling zien en hangt mogelijk samen met meer concurrentie van andere landen en de vraag naar ‘local for local’ product. Opvallend was de sterke stijging van de import van cacao en cacaoproducten in 2017 in de twee zuidelijke deelstaten (bijna 32 procent). Een mogelijke verklaring was de gedaalde prijzen vanaf juli 2016 (Finanzen, 2017), dat de vraag naar cacao en cacaoproducten mogelijk heeft gestimuleerd.



Nederland blijft tweede landbouwexporteur ter wereld
De grootste exporteurs van landbouwgoederen in 2016 waren, in volgorde van belangrijkheid, de Verenigde Staten, Nederland, Duitsland, China, Brazilië, en Frankrijk. De gezamenlijke exportwaarde van de eerste drie landen was meer dan 300 miljard euro en steeg met ruim 2 procent ten opzichte van 2015. Nederland en Frankrijk zijn netto-exporteur (exportwaarde groter dan importwaarde), terwijl de andere landen netto-importeur zijn. Nederland was in 2016 met ruim 27 miljard euro na Brazilië (55 miljard euro) en Argentinië (31 miljard euro) de derde netto-exporteur van landbouwgoederen.

De belangrijkste netto-importeurs van landbouwgoederen in 2016 zijn Japan, China, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Korea. Dit rijtje landen is identiek aan 2015. De gezamenlijke netto-importwaarde in 2016 voor deze landen is bijna 170 miljard euro.

De omvang van de wereldmarkt voor landbouwgoederen is in 2016, volgens de meest recente cijfers uit de UN Comtrade-database, geraamd op 1 274 miljard euro. Dit is lager dan de voorgaande jaren, waarin het niveau tussen 1300 miljard euro en 1400 miljard euro schommelde. Zoals bij de UN Comtrade-database gebruikelijk is, zijn er niet voor elk land elk jaar data beschikbaar omdat landen soms geen data aanleveren. Ook in 2016 was dit het geval. Een wat groter deel dan voor 2015 heeft zijn cijfers nog niet aangeleverd bij UN Comtrade database voor 2016 ten tijde van deze publicatie. Hierdoor zal de wereldmarktomvang voor landbouwgoederen nog veranderen. Aangenomen wordt dat als deze landen hun data aanleveren, dit tot een lichte toename zal leiden van de wereldhandel in 2016. Omdat de ontbrekende landen veelal een beperkte omvang hebben op het totaal, zullen de definitieve cijfers echter niet heel sterk afwijken van de in
deze publicatie gepresenteerde cijfers.

Onderstaande figuur laat de drie belangrijkste landbouw exporterende landen zien. In deze figuur zijn van elk land de belangrijkste vijf exportbestemmingen weergegeven. Soms komen deze exportbestemmingen met elkaar overeen. Vandaar dat er geen 15 ontvangende landen worden getoond. De rest van de wereld geeft de waardestroom aan van de niet-genoemde exportbestemmingen.  De Verenigde Staten exporteert in 2016 ongeveer 142 miljard euro aan agrarische producten. Nederland volgt volgens UN Comtrade-database met 83 miljard euro (iets afwijkende definitie) en Duitsland exporteerde in 2016 rond de 79 miljard euro. De Verenigde Staten exporteert naast de twee directe buurlanden veel naar China en Japan. Zuid-Korea is opvallend genoeg de vijfde exportbestemming van de Verenigde Staten.

Nederland en Duitsland hebben nagenoeg dezelfde exportbestemmingen in hun top vijf. Nederland heeft Oostenrijk niet in zijn top vijf, terwijl bij Duitsland juist België niet behoort tot de belangrijkste exportbestemmingen.

Drie belangrijkste exporteurs van landbouwgoederen (Verenigde Staten, Nederland en Duitsland) en hun belangrijkste afnemers in de wereld, 2016
Bron: UN Comtrade


Duitsland exporteerde vooral zuivel en eieren, vlees, bereidingen van graan, meel of melk, dranken en cacao en andere suikerwaren. De Verenigde Staten exporteerde in 2016 vooral oliezaden, granen, vlees, fruit en diervoeders.

Sinds 2000 zijn er toch wel wat veranderingen geweest in de exportposities. Dat geldt niet voor de Verenigde Staten: het was namelijk ook in 2000 koploper. Frankrijk was in 2000 nog de tweede landbouwexporteur, maar de export uit dit land is sindsdien minder hard gegroeid dan vanuit Nederland en Duitsland. Nederland haalde in 2003 Frankrijk in. Duitsland deed dat in 2005. Ook Brazilië en China zijn Frankrijk inmiddels voorbij. China is in 2016, na een continue sterke toename vanaf 2009, gestegen naar de vierde plek van landbouwexporterende grootmachten (67 miljard euro), dit ten gunste van Brazilië. Dit land heeft de laatste twee jaar te maken met een waardedaling van haar landbouwexport en heeft een waarde van ongeveer 66 miljard euro in 2016.

Prijs motor achter groeiende landbouwhandel
In deze publicatie staat de groei van de exportwaarde centraal. Deze groei kan voortkomen uit volumegroei of uit een toename van de prijzen, of beiden. Bij de afdeling Nationale Rekeningen (NR) bij het CBS worden de exportcijfers op hoog niveau uitgesplitst naar volume- en prijsmutaties. Op een laag detailniveau wordt hierover niet gepubliceerd.

Op basis van NR-landbouwcijfers over de eerste drie kwartalen van 2017 kan worden gezegd dat ongeveer vier vijfde van de uitvoerwaardegroei prijsgroei betreft en dat ongeveer een vijfde volumegroei betreft. De waardegroei komt namelijk uit op 6,1 procent, met een volumemutatie van 1,2 procentpunt en een prijsmutatie van 4,9 procentpunt. Als we deze percentages vertalen4) naar de centrale raming in dit boek (7,2 procent waardegroei uit hoofdstuk 1), dan komen we uit op een volumemutatie van 1,4 procent en een prijsmutatie van 5,8 procent.

Binnen de basisdefinitie zijn er duidelijke verschillen tussen de primaire landbouwgoederen (landbouw, bosbouw, visserij) en de secundaire landbouwgoederen (voedingsmiddelen en dranken). Zo is het uitvoervolume van de primaire landbouw gedaald, terwijl het volume bij de secundaire landbouw duidelijk is gestegen. De prijsstijging is bij beide groepen vergelijkbaar.



Aan de invoerkant is het beeld redelijk vergelijkbaar. Ook hier is de prijsontwikkeling belangrijker dan de volumeontwikkeling. De prijs heeft wel een kleiner aandeel (minder dan twee derde) in de waardegroei dan bij de export het geval was. Voor de eerste drie kwartalen komt NR uit op een waardegroei van 7,1 procent met een volumegroei van 2,5 procentpunt en een prijsgroei van 4,5 procentpunt. Als deze percentages worden vertaald naar de raming voor heel 2017, dan betekent dit een invoerwaardegroei van 9,0 procent met een volumegroei van 3,3 procentpunt en een prijsgroei van 5,6 procentpunt.

Binnen de landbouwgoederen is er ook nu een duidelijk verschil tussen de volumeontwikkeling bij de primaire landbouwgoederen (+0,4 procent) in vergelijking met de secundaire goederen (+3,9 procent).



Op een dieper niveau is de publicatie van cijfers niet toegestaan. Wel kan er iets worden gezegd over de richting op dit niveau. Bij hoeveel goederen groeit of daalt het volume en bij hoeveel goederen stijgt of daalt de prijs? Uit tabel 3.2.3 blijkt dat bij geen enkel landbouwgoed (binnen 45 goederengroepen) zowel de prijs als het volume gedaald is voor wat betreft de eerste drie kwartalen van 2016 en 2017. Dit geldt zowel voor in- als uitvoer. Het aantal goederen waarbij de prijs daalt en het volume groeit is daarnaast beperkt. Het gaat om vijf goederengroepen bij de export en zeven groepen bij de import. Bij 38 tot 40 goederengroepen is er prijsstijging, waarbij in ongeveer de helft van de gevallen tegelijk een volumedaling speelt en bij de andere helft een volumegroei.



Wederuitvoer groeit harder dan uitvoer van Nederlandse makelij
De Nederlandse landbouwexport betreft zowel uitvoer van Nederlandse makelij als wederuitvoer van buitenlandse makelij. Wederuitvoer betreft invoer van buitenlandse productie die, al dan niet na lichte bewerking in Nederland, weer wordt uitgevoerd naar het buitenland. Wederuitvoer betreft daarbij goederen (tijdelijk) in Nederlands eigendom. Doorvoer van goederen van buitenlandse makelij in buitenlands eigendom wordt in de statistieken van de internationale handel ‘quasi-doorvoer’ genoemd. Deze stroom wordt wel gepubliceerd op Eurostat, maar niet door het CBS. Daarmee blijft de landbouwexport in deze publicatie beperkt tot uitvoer van Nederlandse makelij en wederuitvoer5).
Voor 2017 wordt de (primaire en secundaire) landbouwexport geraamd op 66,2 miljard euro Nederlandse makelij en 25,5 miljard euro wederuitvoer. Bij de landbouwgerelateerde export gaat het om respectievelijk 6,6 en 2,4 miljard euro. Dit betekent voor de totale landbouwexport 72,8 miljard euro Nederlandse makelij en 27,9 miljard euro wederuitvoer.



De wederuitvoer is in vergelijking met 2016 iets harder gegroeid dan de uitvoer van Nederlandse makelij. Dat geldt voor de primaire en secundaire landbouwgoederen (9,9 om 6,3 procent), maar niet voor de landbouwgerelateerde goederen (2,9 om 3,8 procent). Op totaalniveau gaat het om een verschil van 9,2 procent groei (wederuitvoer) tegenover 6 procent groei (uitvoer Nederlandse makelij).

Landbouwgoederen zijn in de export traditioneel bovengemiddeld veel van Nederlandse makelij. Met andere woorden, het wederuitvoeraandeel in de totale landbouwexport is relatief laag. In 2017 betreft 27,8 procent van de landbouwexport wederuitvoer en 26,8 procent van de landbouwgerelateerde export (totale landbouw 27,7 procent). De verschillen met 2016 zijn minimaal, maar er is wel een licht toenemend wederuitvoeraandeel. In 2016 was 27,1 procent van de export van alle landbouw- en landbouwgerelateerde goederen wederuitvoer.

Bij niet-landbouwgoederen (zoals bijvoorbeeld computers, telefoons, routers) is het wederuitvoerpercentage veel hoger dan bij de landbouw: bijna 49 procent in beide jaren. Dit betekent dat Nederland veel meer geld overhoudt aan een euro landbouwexport dan aan een euro niet-landbouwexport. Aan een euro export van Nederlandse makelij verdient de Nederlandse economie immers ruim vijf keer meer dan aan een euro wederuitvoer (57 om 11 eurocent per euro export, CBS 2016b). In de alinea "Nederland verdient 48 miljard euro aan landbouwexport" wordt er dieper ingegaan op de landbouwexportverdiensten.

Op goederendetailniveau is de wederuitvoer het grootst bij fruit (4,2 miljard euro), oliehoudende zaden en vruchten, cacao en bereidingen en zuivel en eieren (allen 1,8 miljard). Landbouwgoederen van Nederlandse makelij die het meest over de grens gaan zijn sierteelt (8,0 miljard), vlees (7,3 miljard) en zuivel en eieren (7,1 miljard).



Het hoogste wederuitvoerpercentage is voor vaccins voor dieren (90 procent), fruit (77 procent), landbouwgereedschappen (65 procent), vlechtstoffen (66 procent) en graan (64 procent). Van deze landbouwgoederen is alleen de fruitexport van hele grote omvang.

Aan de andere kant hebben machines voor de voedingsmiddelenindustrie, sproeitoestellen (beiden 9 procent), landbouwdrogers (13 procent), sierteelt, vlees en meel, mout en zetmeel (allen 12 procent) de laagste wederuitvoerpercentages. De export van deze goederen is dus voor het overgrote deel van Nederlandse makelij.
Op landenniveau kan ook naar de wederuitvoer en uitvoer van Nederlandse makelij van landbouw en landbouwgerelateerde goederen worden gekeken. In euro’s gemeten gaat de meeste wederuitvoer naar Duitsland (8,6 miljard euro), gevolgd door België (3,7 miljard), Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (beiden 2,6 miljard). Dezelfde landen staan bovenaan indien enkel wordt gekeken naar de uitvoer van Nederlandse makelij: Duitsland (16,3 miljard euro), België (7,6 miljard euro), het Verenigd Koninkrijk (6,7 miljard) en Frankrijk (6,2 miljard).

Uitgezonderd Oeganda (heel klein bedrag) is het hoogste wederuitvoerpercentage voor de landbouw- en landbouwgerelateerde goederen met bestemming Finland (43 procent). Daarna volgen Oostenrijk (41 procent), Slowakije (36 procent) en dan Polen, Roemenië en Duitsland (allen 34 procent). De laagste wederuitvoerpercentages zijn te vinden bij de export naar Senegal (5 procent), Ethiopië (6 procent), de Verenigde Staten (8 procent), Kenia (9 procent) en Angola (10 procent).



Nederland verdient 48 miljard euro aan totale landbouwexport
In al het voorgaande is uitgegaan van exportwaarden, dus de omzetwaarden van de landbouwexport bij het overschrijden van de Nederlandse landsgrens. Van deze cijfers valt niet zomaar af te leiden hoeveel de Nederlandse economie eraan verdient. Voor elke euro export is namelijk import van goederen en diensten nodig. Soms is het importdeel heel groot. Dat is met name het geval bij de wederuitvoer van buitenlandse landbouwgoederen. Hieraan verdient Nederland per euro export relatief weinig. Aan andere goederen verdient Nederland relatief veel. Dat is bijvoorbeeld het geval bij hier geteelde landbouwgoederen die niet of nauwelijks verdere bewerking ondergaan. Of er is wel bewerking nodig, maar de benodigde grondstoffen, halffabricaten of diensten komen met name uit Nederland en niet uit het buitenland.

Op basis van cijfers over 2016 van de afdeling Nationale Rekeningen bij het CBS zijn toegevoegde waardecijfers geschat voor de export van landbouwgoederen. Deze cijfers geven inzicht in de exportverdiensten5): aan welke landbouwgoederen verdient Nederland via de export het meest? Daarbij is het goed om te bedenken dat alle verdiensten in de Nederlandse economie worden meegerekend die te danken zijn aan de landbouwexport. Niet alleen de directe exportverdiensten die te danken zijn aan export door bedrijven in de landbouwsector of voedingsmiddelenindustrie, maar ook indirecte verdiensten te danken aan alle andere bedrijven in de toeleveringsketen van de landbouwexport. Dat kan heel ver gaan. Voor een heel klein gedeelte telt zelfs de accountant van het schoonmaakbedrijf dat een exporterende voedingsmiddelenfabriek schoonmaakt mee. Zo zitten dus ook dienstensectoren in de exportverdiensten die komen uit de export van (landbouw)goederen.

In onderstaande figuur zijn de landbouwgoederen en de landbouwgerelateerde goederen bij elkaar gezet en gesorteerd op exportverdiensten. Nederland blijkt nog altijd met afstand het meest te verdienen aan sierteelt (bloemen, planten, bollen, boomkwekerijproducten).



In 2016 levert de export van deze goederen een toegevoegde waarde op van 6,2 miljard euro. De subtop wordt gevormd door zuivel en eieren (4,2 miljard), groenten en vlees (beiden 4,0 miljard). De verschillen zijn hier minimaal. Daarna volgt een groep van goederen met diverse bereidingen. Graan, meel en bereidingen, zoals babymelkpoeder, staan op zes (2,9 miljard), cacao en bereidingen, zoals chocolade, op zeven (2,5 miljard) en bereidingen van groenten en fruit, zoals vruchtensap, op acht (2,0 miljard euro). Nederland verdient 1,9 miljard euro aan de export van dranken, zoals bier.

Op basis van exportwaarden en exportverdiensten kan per product een ‘winstmarge’ worden berekend. Hoeveel verdienen we aan welk product per euro export, dus na aftrek van de kosten van de benodigde import? Waaraan verdienen we het meest? Aan sierteelt (72 eurocent toegevoegde waarde per euro export), groenten (62 eurocent), kasmaterialen (58 eurocent), machines voor de voedingsmiddelenindustrie en zuivel/eieren (beiden 56 eurocent) verdient de Nederlandse export relatief het meest. Dit zijn goederen die weinig worden wederuitgevoerd en waarbij bij de productie weinig import nodig is. Dat laatste valt te zien aan de tweede staaf bij sierteelt en groenten. Dit betreft de exportverdiensten per euro export van Nederlandse makelij (zonder wederuitvoer). Ook dit percentage is veel hoger dan gemiddeld. Ook fruit en oliehoudende zaden en vruchten leveren veel op per euro Nederlandse productie. Dit zijn echter ook goederen die heel veel worden wederuitgevoerd waardoor de totale verdiensten per euro veel lager zijn. Fruit staat zelfs helemaal onderaan. Per euro export van Nederlandse makelij levert fruitexport maar liefst 80 eurocent op, maar door de enorme wederuitvoer van fruit, zoals bijvoorbeeld in het geval van avocado’s (CBS, 2017), daalt het bedrag naar 21 eurocent. 

Deze paragraaf heeft op detailniveau laten zien wat Nederland aan de landbouwexport verdiende in 2016. Op macroniveau heeft het CBS daarnaast een inschatting gemaakt voor de verdiensten aan de landbouwexport in 2016 en 2017. De landbouwexport leverde in 2017 naar schatting 44 miljard euro toegevoegde waarde op voor de Nederlandse economie. Ongeveer 40,5 miljard euro is daarbij te danken aan landbouwexport van Nederlandse bodem en 3,5 miljard euro komt van verdiensten uit wederuitvoer.

De landbouwexport, inclusief de landbouwgerelateerde goederenexport, zorgt voor exportverdiensten van circa 48 miljard euro, waarvan 44 miljard euro te danken aan export van Nederlandse makelij en 4 miljard euro te danken aan wederuitvoer. De 48 miljard euro betreft het hoogste bedrag aan landbouwexportverdiensten ooit gemeten. In 2016 droeg de totale landbouwexport 46 miljard euro bij aan de Nederlandse economie. Dat was toen circa 6,5 procent van het bbp. Naar schatting zal de bijdrage in 2017 ongeveer gelijk zijn.

Op basis van (enkel) NR-cijfers 7) is er ook iets te zeggen over de totale verdiensten per euro landbouwexport. Deze ligt op 46 eurocent voor de totale landbouwexport, inclusief de landbouwgerelateerde goederenexport met 64 eurocent voor een euro export van Nederlandse makelij en 12 eurocent bij een euro wederuitvoer. Dit zijn iets hogere verdiensten per euro dan bij de totale goederenexport (inclusief niet-landbouw).

Niet alleen verdient Nederland meer aan een euro landbouwexport dan aan een euro niet-landbouwexport, ook is het zo dat landbouw minder wederuitvoer kent dan overige goederen. Bij de landbouwexport is het wederuitvoerpercentage 28 procent en bij niet-landbouw 49 procent. Denk bijvoorbeeld aan grote wederuitvoerstromen van tablets, smartphones, routers of kleding. Aan wederuitvoer houdt de BV Nederland relatief gezien niet zo veel over (gemiddeld 11 eurocent per euro goederenexport).
Het resultaat van beiden (minder wederuitvoer in de landbouwexport en hogere exportverdiensten per euro) is dat het aandeel van de landbouw in de totale verdiensten via de goederenexport een stuk hoger ligt (bijna een derde) dan het landbouwaandeel in de exportomzet (21 procent). Oftewel, de landbouwexport is belangrijker voor de economie dan de bruto exportcijfers suggereren.



Kies een sector
Contactpersoon
Gerben Jukema
070-3358359
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
1) Voor een verdere toelichting op de gehanteerde definities van landbouwgoederen en landbouwgerelateerde goederen zie de paragraaf dataverantwoording achter in dit boek.
2) Minimaal 50 miljoen euro import of export in 2016. Niet voor alle landen in de wereld zijn voor dit onderzoek de in- en uitvoerwaarden geraamd. Ramingen zijn gemaakt voor 47 landen van herkomst en bestemming. Dat betreft de belangrijkste landbouwpartners van Nederland plus de landen die belangrijk zijn voor de monitoring van de specifieke goederen genoemd in hoofdstuk 2. Alle niet-specifiek genoemde landen zijn gegroepeerd onder ‘overig EU’ of ‘overig niet-EU’. Zie voor een totaaloverzicht paragraaf 3.3.
3) In deze paragraaf zijn de circa 25 agrarische goederenhoofdstukken van de GN (Gecombineerde Nomenclatuur) van de statistiek internationale handel in goederen samengevoegd voor een overzichtelijke presentatie. Aan het einde van de paragraaf worden alle goederenhoofdstukken afzonderlijk getoond. Hoe de groepen zijn samengesteld, is te vinden in het hoofdstuk dataverantwoording.
4)Er zijn kleine conceptuele verschillen tussen import- en exportwaarden volgens bronstatistiek internationale handel in goederen (IHG) en eindstatistiek (NR). Kort gezegd gaat IHG uit van het principe van grensoverschrijding en NR van het principe van eigendomsoverdracht. Dit is de reden dat percentages iets kunnen afwijken. Bovendien betreffen de NR-cijfers hier ontwikkelingen over de eerste drie kwartalen van 2017 en IHG schattingen voor heel 2017 ten opzichte van het hele jaar 2016.
5) In 2015 betrof de uitgaande quasi-doorvoer van landbouwgoederen een bedrag van 4,2 miljard euro (CBS, 2016a). Deze uitvoerstroom wordt in deze publicatie in het geheel niet meegenomen.
6) In deze paragraaf gaat het om exportverdiensten die te danken zijn aan de export van landbouwgoederen. Dit is vrijwel hetzelfde als toegevoegde waarde die voorkomt uit landbouwexport. Het verschil betreft belastingen en subsidies. Hier is gekozen voor exportverdiensten, omdat deze als voordeel hebben dat er dan precies kan worden vergeleken met het bbp tegen marktprijzen. Exportverdiensten betreffen dus de verdiensten die Nederland heeft dankzij de landbouwexport oftewel de exportwaarde minus de waarde van de import van goederen en diensten die nodig waren om deze goederen te produceren.
7)Zoals eerder gemeld zijn de exportomzetwaarden bij Nationale Rekeningen licht afwijkend van de omzetwaarden bij de statistiek Internationale Handel in Goederen (de basis van de rest van dit boek). Dat heeft te maken met onder andere inpassingscorrecties en conceptuele verschillen. De hier genoemde ratio’s (verdiensten per euro) wijken daarom licht af van de ratio tussen NR-exportverdiensten en IHG-omzetwaarden.

Literatuur:
-Bekijk hier het e-book over de handel in landbouwgoederen.
-Agroberichten Buitenland (2017), actueel, nieuws, ‘Britse markt voor kaas bied kansen’ https://www.agroberichtenbuitenland.nl/actueel/nieuws/2017/12/05/britse-markt-voor-kaas-biedt-kansen, nieuwsbericht, 5 december 2017
-CBS (2015), Significante samenhang eurodaling en exportgroei, 8 mei 2015, Centraal Bureau voor de Statistiek: Heerlen/Den Haag. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/19/significante-samenhang-eurodaling-en-exportgroei
-CBS (2016a), CBS Internationaliseringsmonitor 2016, tweede kwartaal: Agribusiness. Centraal Bureau voor de Statistiek: Heerlen/Den Haag. https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2016/23/internationaliseringsmonitor-2016-tweede-kwartaal
-CBS (2016b), Bijdrage wederuitvoer aan bbp in 20 jaar verdubbeld, 13 oktober 2016, Centraal Bureau voor de Statistiek: Heerlen/Den Haag. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/41/bijdrage-wederuitvoer-aan-bbp-in-20-jaar-verdubbeld
-CBS (2017), Nederland tweede avocado-importeur ter wereld, 8 mei 2017. Centraal Bureau voor de Statistiek: Heerlen/Den Haag. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/19/nederland-tweede-avocado-importeur-ter-wereld
-European Commission (2017), Agriculture and rural development, EU market observatory, EU milk market observatory, Prices of EU Dairy commodities, prices/margins https://ec.europa.eu/agriculture/sites/agriculture/files/market-observatory/milk/pdf/eu-dairy-commodity-prices_en.pdf, 13 december 2017
-Horne, P. van, H. van der Meulen en A. Wisman (2017), Indicatie economische gevolgen fipronilaffaire voor de pluimveesector, Nota 2017–103. Wageningen Economic Research
-Mesken, M. (2017), Exportstijging bloemen en planten valt licht terug maar blijft ruim +5%, www.VGB.nl, 15 november 2017
-NOS (2017), Meer bloemen en kaas naar Japan dankzij nieuw handelsverdrag, https://nos.nl/artikel/2206649-meer-bloemen-en-kaas-naar-japan-dankzij-nieuw-handelsverdrag.html, 8 december 2017
-Rabobank (2017), Bereid uw bedrijf voor op de markt van morgen, www.rabobank.nl, bedrijven, cijfers en trends, tuinbouw, visiebericht glasgroente, geraadpleegd op 19 december 2017 https://www.rabobank.nl/bedrijven/cijfers-en-trends/tuinbouw/visiebericht-glasgroente/
-Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2017), subsidie en financiering aanvragen, Interventieregelingen zuivel, https://mijn.rvo.nl/interventieregelingen-zuivel, geraadpleegd op 6 december 2017
-Vakblad Fruitteelt nr. 17 (2017); Oogstramingen van prognosfruit
-Vakblad Fruitteelt nr. 16 (2017); Oogstramingen van prognosfruit (2016)
-Vereniging van aardappelverwerkende industrie (http://www.vavi.nl/), mondelinge informatie, december 2017
-Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (2017), geraadpleegd op de website feiten en cijfers, zuivel, https://www.vlam.be/nl/feitenencijfers/zuivel, op 6 december 2017
-Wisman, A. en G. Jukema (2017), Nederlandse handel in varkens, factsheet voor de Grüne Woche 2016/2017. Wageningen Economic Research.
-ZuivelNL (2017a), ketenorganisatie van de zuivelsector, Wereld Zuivelhandel Actueel (t/m juni 2017), http://www.zuivelnl.org/wp- content/uploads/2017/09/Wereldzuivelhandel-actueel-201706.pdf, 28 september 2017
-ZuivelNL (2017b), ketenorganisatie van de zuivelsector, Marktbericht Zuivel http://www.zuivelnl.org/wp-content/uploads/2017/10/Marktbericht-201710.pdf, 30 oktober 2017
-European Commission (2017), Agriculture and rural development, EU market observatory, EU milk market observatory, Prices of EU Dairy commodities, productions/Internal Measures, EU internal measures https://ec.europa.eu/agriculture/sites/agriculture/files/market-observatory/milk/pdf/eu-dairy-commodity-prices_en.pdf, 15 december 2017
-Finanzen.nl (2017), geraadpleegd op de website van Finanzen.nl grondstoffen, cacaoprijs, 3 jaars-overzicht, https://www.finanzen.nl/grondstoffen/cacaoprijs, 7 december 2017

Geraadpleegde databronnen
-CBS Statline http://statline.cbs.nl/
-Overige CBS-data (Internationale Handel in Goederen, Nationale Rekeningen, Waardeketens)
-Eurostat, Comext http://epp.eurostat.ec.europa.eu/newxtweb/
-Destatis https://www.destatis.de/
-UN Comtrade database https://comtrade.un.org/

Onder de i hieronder staat de dataverantwoording.

Medewerkers
Auteurs hoofdstuk 1:
Namens CBS:
Pascal Ramaekers

Namens Wageningen Economic Research:
Gerben Jukema
Marc Ruijs

Auteurs hoofdstuk 2:
Namens Wageningen Economic Research:
Jan Benninga (Snijbloemen en tomaten)
Auke Greijdanus (Kaas)
Peter van Horne (Consumptie-eieren)
Robert Hoste (Varkensvlees)
Bas Janssens (Bevroren aardappelproducten)
Ruud van der Meer (Appels)
Pepijn Smit (Boomkwekerijproducten)
Rob Stokkers (Bloembollen)

Namens CBS:
Pascal Ramaekers (Landbouwgerelateerde goederen)

Auteurs hoofdstuk 3:
Namens CBS:
Pascal Ramaekers
Namens Wageningen Economic Research:
Gerben Jukema
Marc Ruijs


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page