Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Economisch resultaat
     
Economisch resultaat
Select an indicator
Rentabiliteit - Glastuinbouw

Rentabiliteit glastuinbouw iets omlaag maar op hoog niveau
12/17/2020

De rentabiliteit voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf is in 2020 geraamd op 109 euro opbrengsten per 100 euro kosten. Dit is nagenoeg gelijk aan 2019. De daling bij snijbloemen (-5 euro) en glasgroente (-4 euro) werden niet volledig goedgemaakt door de toename van de rentabiliteit bij de pot- en perkplanten (+5 euro). 



Behalve tussen sectoren loopt de rentabiliteit ook tussen de verschillende bedrijven uiteen. De opbrengst per 100 euro aan kosten varieert sterk. Zestig procent van de glastuinbouwbedrijven heeft in 2020 een rentabiliteit tussen de 84 en 120 euro. Daaronder en daarboven scoren respectievelijk de 20% minst presterende bedrijven en 20% best presterende bedrijven met een lagere c.q. hogere rentabiliteit. Dit betekent dat 20% van de bedrijven minimaal 16 euro per 100 euro kosten niet vergoed krijgen. De andere 20% van de bedrijven weet daarentegen minstens 120 euro opbrengsten te genereren per 100 euro kosten. Gezien het feit dat de gemiddelde rentabiliteitslijn aan de bovenkant van de 60% groep ligt, kan geconcludeerd worden dat verhoudingsgewijs een kleine groep goed presterende bedrijven de gemiddelde rentabiliteit flink omhoog trekt. Zichtbaar is dat de onderkant van het groen vlak dit jaar lager is geworden waardoor de spreiding in rentabiliteit verder is toegenomen.



Een lagere rentabiliteit dan 100 hoeft niet acuut tot continuïteitsproblemen te leiden. Het is volgens de systematiek van binternet zo dat zolang de totale opbrengsten hoger zijn dan de betaalde kosten en afschrijvingen, er dus nog winst wordt gemaakt. De continuïteit van een bedrijf van veel meer factoren afhankelijk. Hiervan is de bedrijfopvolging er één van.



Terugkijkend op de gemiddelde bedrijfsresultaten van de afgelopen tien jaar was er in 2011 alleen voldoende ruimte om de betaalde kosten te voldoen en kon slechts een deel van de berekende kosten worden vergoed. De berekende kosten omvatten een marktconforme vergoeding voor de inzet van eigen arbeid en kapitaal. In de andere jaren waren er telkens voldoende opbrengsten om zowel de betaalde kosten te voldoen als een vergoeding te ontvangen voor de berekende kosten.

De afgelopen tien jaar is het aandeel berekende kosten in de totale kosten is afgenomen. In de jaren 2018 en 2019 lijkt dit te zijn gestabiliseerd. De daling hield verband met de relatief lage rentestand en daarmee de lagere berekende kosten voor de inzet van eigen vermogen. Als gevolg van de schaalvergroting nam het aandeel eigen arbeid af, en daarmee de berekende kosten voor de inzet van eigen arbeid. Hoewel afgerond het aandeel berekende kosten nog 6 euro is in 2020, steeg het aandeel beperkt.

Grote bedrijven (gemeten in Standaardopbrengst) hebben over het algemeen een hogere rentabiliteit dan kleinere bedrijven. Bij de kleine bedrijven is het aandeel berekende kosten hoger dan bij de grote bedrijven; verhoudingsgewijs wordt meer eigen arbeid en eigen vermogen ingezet. In 2019 (cijfers 2020 zijn nog niet bekend) waren in alle grootte klassen de opbrengsten hoog genoeg om de betaalde kosten te voldoen. Alleen de bedrijven groter dan 500.000 Standaardopbrengsten (SO) genereerden in 2019 meer opbrengsten dan de betaalde kosten (inclusief afschrijvingen) en berekende kosten samen.



Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page