Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Biologische landbouw
     
Biologische landbouw
Kies een indicator
Vergelijking in opzet - Melkveehouderij

Biologische bedrijven hebben afwijkende bedrijfsopzet, hogere melkprijs, hoger inkomen per onbetaalde aje en gemiddeld hogere duurzaamheidsscore
8-11-2022

In 2021 wordt ongeveer 2,6% van de koeien in Nederland biologisch gehouden. Dit aandeel is de laatste jaren licht gestegen. Biologische bedrijven gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest en daarmee onderscheiden zij zich van hun gangbare collega’s. Daarnaast zijn biologische bedrijven verplicht weidegang toe te passen en kunnen ze geen gebruik maken van derogatie voor het gebruik van dierlijke mest. Biologische melkveebedrijven zijn extensiever en hebben een lagere melkproductie per koe. Hun omvang in melk gemeten is een derde lager in vergelijking met de gangbare collega’s. De grotere biologische melkveebedrijven hebben over de periode 2018-2020 een hoger inkomen per onbetaalde aje dan de grotere gangbare melkveebedrijven; de kleinere biologische bedrijven hebben een iets hoger inkomen dan hun gangbare collega’s maar beide verschillen zijn niet significant. Door de extensievere bedrijfsvoering hebben biologische bedrijven een hogere kostprijs.
Biologische bedrijven realiseren een hogere gemiddelde duurzaamheidsscore dan gangbare bedrijven, zowel bij de kleine als bij de grote bedrijven. De duurzaamheidsscore is gebaseerd op beschikbare kengetallen in het Bedrijveninformatienet en de toegepaste weging. Het is van belang om deze duurzaamheidsscore niet te absoluut te interpreteren. Het hanteren van andere kengetallen of weging kan leiden tot andere resultaten.
De verschillen in resultaten tussen biologisch in gangbaar in dit artikel zijn gebaseerd op bedrijven die biologisch zijn. Om biologisch te worden heeft ook economische gevolgen voor het bedrijf.


Structuur
In 2021 worden er in Nederland bijna 42.000 melkkoeien biologisch gehouden, zo blijkt uit de Landbouwtellingscijfers van het CBS. Dit is 2,6% van het totaal aantal koeien. Van de 15.251 bedrijven met melkkoeien in 2021 zijn er 500 biologisch (3,3%).

Methodiek
De hierna genoemde resultaten hebben betrekking op melkveebedrijven over de periode 2018-2020 die 93% van het aantal bedrijven met melkkoeien betreffen en 95% van het aantal melkkoeien. De bedrijven zijn onderverdeeld naar biologische en gangbare bedrijven die beide worden onderverdeeld in grotere en kleinere bedrijven op basis van de totale melkproductie. De grens is hierbij de mediaan per onderscheiden groep.
De integrale duurzaamheidsscore is berekend door aan alle kengetallen een score van 0–100 toe te kennen en deze scores per kengetal vervolgens op te tellen tot een totaalscore via een wegingssystematiek. De gemiddelde score van de gehele groep over alle duurzaamheidskengetallen is dan logischerwijs 50. De wegingsfactoren zijn zodanig gekozen dat alle vier de onderdelen evenredig (dus 25%) bijdragen. Binnen alle onderdelen wegen ze op 1 na allemaal even zwaar mee. Die ene is klimaat en energie: energie weegt 25% en klimaat (broeikasgassen) 75%. Een hoger getal wijst op een gunstigere duurzaamheidsscore.

Bedrijfsopzet: biologische bedrijven zijn extensiever dan gangbare melkveebedrijven
Per hectare voedergewas produceren de biologische melkveebedrijven ruim de helft minder melk dan de gangbare melkveebedrijven (tabel 1). Dit hangt samen met het feit dat de biologische melkveebedrijven meer zelfvoorzienend zijn in de voederbehoefte. Door de tijd heen neemt de intensiteit van de melkproductie op de gangbare bedrijven toe; op de biologische bedrijven is dit niet het geval. Ten opzichte van het gemiddelde gangbare melkveebedrijf heeft het biologische bedrijf een groter areaal, waarop minder melkkoeien gehouden worden. Door een lager bemestingsniveau en een lagere krachtvoergift wordt een ruim 20% lagere melkproductie per koe gerealiseerd.
Tabel 1. Vergelijking van economische prestaties en bedrijfsopzet van melkveebedrijven naar omvang en bio/gangbaar, 2018-2020
IndicatorEenheidklein bioklein gangbaarklein signif.*groot biogroot gangbaargroot signif.*
Economische prestaties
Inkomeneuro per onbetaalde aje16.97816.46642.65333.154
Arbeidsinzetkg melk/uur113167**198279**
Kostprijseuro/100 kg62,4748,16**52,2240,12**
Kritieke melkprijseuro/100 kg42,3634,16**43,4433,07**
Melkprijseuro/100 kg48,4537,67**49,9837**
Voerkosteneuro per koe837987*1.0991.125
Diergezondheidskosteneuro per koe55104**72110**
Solvabiliteit%82817069
Langlopende schuldeneuro/kg melk1,220,88**1,761,16**
Bedrijfsopzet
Melkkoeienaantal5262**122144**
Grootvee eenhedenaantal7282**165189**
Areaal cultuurgrondha5438**11676**
Aandeel grasland%9386**9582**
Melkproductie per bedrijfkg332.868507.582**891.2661.347.445**
Melkproductie per koekg/koe6.4618.249**7.3089.328**
Melkproductie per hakg/ha6.17813.490**7.78218.208**
*= p<0.05, **= P<0.01
Bron: Bedrijveninformatienet.



Economie: hoger inkomen per onbetaalde aje op de grotere biologische melkveebedrijven
Omdat de kosten door de extensievere bedrijfsvoering voor productie van biologische melk (per kg) aanzienlijk hoger zijn dan op gangbare bedrijven, ontvangen biologische melkveehouders ter compensatie een hogere melkprijs voor hun geleverde melk (tabel 1). De biologische melkprijs kent zijn eigen marktwerking en is feitelijk vanaf 2013 ontkoppeld van de gangbare melkprijs en over een langere periode stabieler. De biologische melkprijs lag in de beschouwde periode 2018-2020 in alle jaren rond de 50 euro per 100 kg melk (zie figuur). De gangbare melkprijs lag in dezelfde periode tussen ruim 36 en 38,5 euro per 100 kg melk in die jaren ook op een redelijk stabiel niveau.

De biologische melkveebedrijven hebben een hogere schuldenlast per kg melk. Door een geringere melkproductie per bedrijf resulteert dit bij de kleinere biologische bedrijven toch nog in een 9% lagere schuldenlast op bedrijfsniveau dan op de kleinere gangbare melkveebedrijven. Dit leidt tot een iets hogere solvabiliteit (Solvabiliteit is het eigen vermogen gedeeld door het totale vermogen. Het totaal vermogen is hiervoor gecorrigeerd voor belastinglatentie). Voor de grotere biologische bedrijven is de totale schuldenlast op bedrijfsniveau vergelijkbaar met die op de grotere gangbare melkveebedrijven.

Door de extensievere bedrijfsvoering hebben de biologische bedrijven een hogere kostprijs in vergelijking met de gangbare bedrijven. Deze extra kosten worden bij de grotere bedrijven meer dan gecompenseerd door een hogere melkprijs. Bij de kleinere bedrijven is het (negatieve) verschil tussen melk- en kostprijs groter bij de biologische bedrijven. Hierdoor is het inkomen op de kleinere biologische bedrijven niet groter dan op de gangbare bedrijven. Het inkomen op de grotere gangbare melkveebedrijven ligt op een lager niveau dan van de grotere biologische bedrijven omdat in vergelijking met het gemiddelde 2017-19 het verschil in melkprijs groter was (ten voordele van de biologische bedrijven) en de voerkosten per melkkoe op de biologische bedrijven lager waren. Het aantal melkkoeien per bedrijf stijgt ook meer op de biologische bedrijven dan op de gangbare (respectievelijk +3 en +1 in vergelijking met gemiddelde 2017-2019). De verschillen in inkomen tussen de biologische en gangbare melkveebedrijven zijn niet significant.
Tabel 2. Vergelijking van duurzaamheidsprestaties van melkveebedrijven naar omvang en bio/gangbaar, 2018-2020
IndicatorEenheidklein bioklein gangbaarklein signif.*groot biogroot gangbaargroot signif.*
Diergezondheid en -welzijnScore (x 100)59605660
Celgetal1.000 cellen per milliliter223167**245171**
Vervangingspercentage%22,32420,323,5
Antibioticagebruikdierdagdoseringen per dierjaar0,21,9**0,42,2**
Klimaat en energieScore (x 100)6152**5959
EnergiegebruikMJ per 100 kg melk66596556**
Broeikasgasemissie (cradle-farm-gate)Kg CO2 eq per kg melk1,271,37**1,31,31
MilieuScore (x 100)7060**7160**
Bedrijfsoverschotkg N per ha31148**45148**
Milieubelasting gewasbeschermingsmiddelengebruikMBP bodem059**064**
Milieubelasting gewasbeschermingsmiddelengebruikMBP grondwater057**071*
Milieubelasting gewasbeschermingsmiddelengebruikMBP oppervlaktewater071**086**
Fosfaatexcretiekg P2O5 per 1000 kg melk75,5**6,54,8**
Ammoniakemissie stal + opslagkg NH3 per GVE8,111,6**8,711,8**
Ammoniakemissie toediening + beweidingkg NH3 per ha16,425,8**11,328,7**
Ammoniakemissie totaalkg NH3 per ha26,950,5**23,458,1**
Biodiversiteit en weidegangScore (x 100)6732**6023**
Aantal vormen van natuurbeheerfrequentie (1 tot max. 4)2,51,2**2,71,1**
Weidegang (uur per koe per jaar)uren3.5251.561**2.479884**
*= p<0.05, **= P<0.01
Bron: Bedrijveninformatienet.


Diergezondheid en dierenwelzijn: biologische bedrijven hebben een lager antibioticagebruik
De biologische koeien worden langer aangehouden dan gangbare koeien. Het verschil in vervangingspercentage is circa 3 procentpunten op de grotere bedrijven (tabel 2). Op de kleinere bio bedrijven is het verschil met 1,7 procentpunten minder opvallend. Een verklaring van de lagere vervanging bij de biologische bedrijven kan de lagere melkproductie per koe zijn. Ook hebben de biologische bedrijven een lager antibioticagebruik. Doordat het celgetal hoger is, is de overall score op dit onderdeel ongunstiger voor de biologische bedrijven. Met de hiervoor genoemde kengetallen is er geen zicht op ziekte-incidentie of gemeten welzijn van de koeien.

Klimaat en energie: gunstiger voor kleinere biologische bedrijven
Het totale energieverbruik per kg melk is op de biologische bedrijven hoger dan op de gangbare. Dit komt omdat de melkproductie per koe lager is. Uitgedrukt per hectare is het de helft lager doordat de biologische bedrijven extensiever zijn en meer weidegang toepassen waardoor er minder brandstof nodig is voor voederwinning en het uitrijden van dierlijke mest.
De broeikasgasemissie per kg melk ligt op de biologische bedrijven door niet toedienen van kunstmest en voeren van minder krachtvoer iets lager maar het verschil is niet significant bij de grotere bedrijven. Deze lagere emissie leidt tot een gunstiger overall score op klimaat en energie voor de kleinere biologische bedrijven (+9 procentpunten).

Milieu: geen gebruik chemische gewasbeschermingsmiddelen en lager stikstofoverschot voor biologische melkveebedrijven
Biologische bedrijven gebruiken geen chemische gewasbeschermingsmiddelen. Hiermee onderscheiden biologische melkveehouders zich van hun gangbare collega’s. Het stikstofoverschot op biologische bedrijven is lager omdat er geen stikstof uit kunstmest mag worden gebruikt. De fosfaatexcretie per kg melk is hoger op de biologische bedrijven door de geringere melkproductie per koe. De overall score op het milieu is voor zowel de kleinere als de grotere biologische bedrijven gunstiger (+10/11 procentpunten). De totale ammoniakemissie per hectare cultuurgrond is op de kleinere en grotere biologische bedrijven respectievelijk bijna 50 tot 60% kleiner dan op de vergelijkbare gangbare bedrijven.

Biodiversiteit en weidegang: meer weidegang en biodiversiteit op biologische melkveebedrijven
Op grotere intensieve bedrijven is het vaak lastiger om een efficiënte bedrijfsvoering met beweiding te realiseren dan op kleinere extensieve bedrijven. Arbeidsinzet, melkproductie per koe, efficiënte benutting van meststoffen en beschikbaar zijn van voldoende huiskavel zijn vaak oorzaken die genoemd worden om koeien vaker op stal te houden. Het aandeel gangbare bedrijven dat de koeien op stal houdt, ligt op 16%.
Biologische bedrijven zijn verplicht weidegang toe te passen, in tegenstelling tot gangbare bedrijven. Op kleinere biologische bedrijven worden 2,3 x zoveel weide-uren gerealiseerd als op de gangbare. Bij de grotere bedrijven waar weidegang minder voorkomt bij de gangbare melkveebedrijven is deze verhouding met 2,8 nog groter.
Toepassen van weidegang is van belang voor het imago van de melkveehouderij bij burger en consument. Biologische bedrijven onderscheiden zich hier dus in positieve zin ten opzichte van gangbare melkveebedrijven.
Aantal vormen van natuurbeheer is op de biologische bedrijven significant hoger dan op de gangbare bedrijven.





Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Bedrijveninformatienet  (biologische melkveebedrijven).
  • Bedrijveninformatienet (melkveebedrijven).
  • Van Wagenberg C.P.A., de Haas Y., Hogeveen H., van Krimpen M.M., Meuwissen M.P.M., van Middelaar C.E. en Rodenburg T.B., 2017. Animal Board Invited Review: Comparing conventional and organic livestock production systems on different aspects of sustainability. Animal 1-13. doi:10.1017/S175173111700115X.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven