Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Balans en financiering
     
Balans en financiering
Select an indicator
Duurzame investeringen - Land- en tuinbouw

Aandeel duurzame investeringen gestegen
12/14/2021

Het aandeel duurzame investeringen in 2019 komt uit op 17%; een lichte stijging van 1% ten opzichte van 2018, maar onder het gemiddelde in dit decennium van 27%. De totale investeringen in agrarische productiemiddelen zijn in 2019 ten opzichte van 2018 met 16% gestegen tot € 3,7 miljard, terwijl de totale investeringen in duurzame productiesystemen waarvoor subsidie of fiscale aftrek is aangevraagd met 27% zijn gestegen tot € 629 miljoen. In de Rijksbegroting 2019 was een streefwaarde van 30% opgenomen.



Hogere duurzame investeringen in stallen
De stijging in duurzame investeringen is grotendeels te danken aan hogere investeringen in duurzame stallen (vooral varkensstallen). Daarnaast is het bedrag voor de regeling Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering - maatregel 4.1.1 onder POP3 - in 2019 verdubbeld en zijn onder dezelfde maatregel, dankzij een aanvullende fysieke regeling voor vleeskalverhouders, de investeringen in diervriendelijke kalverstallen flink toegenomen in 2019 .

Verwachtingen voor 2021
Covid-19 heeft ook in 2021 nog effect op de economische prestaties in de land- en tuinbouw, al zal dit per sector verschillen. Daarnaast is er nog steeds de onzekerheid over de gevolgen van de stikstofproblematiek voor de vergunningverlening voor uitbreiding/nieuwbouw in verschillende agrarische sectoren. Onzekerheid remt over het algemeen de investeringsbereidheid. Wat ook de investeringsbereidheid beperkt, zijn de gestegen prijzen van machines, installaties, bouwmaterialen en energie. Hierdoor is het lastig om een percentage duurzame investeringen af te geven voor 2021. De inschatting is dat het percentage duurzame investeringen in 2021 zal uitkomen op ongeveer 15-17%, wat een vergelijkbaar niveau is als de laatste jaren. De eerste voorlopige cijfers laten voor 2020 een afname zien van zowel de omvang van duurzame investeringen als de totale investeringen waarbij het percentage duurzame investeringen min of meer gelijk blijft aan 2019.

Methodiek
Voor de invulling van de indicator ‘duurzame productiesystemen’ (DP01) zijn de totale en de duurzame investeringen van belang. De duurzame investeringen worden afgeleid van de subsidiabele investeringen en fiscale regelingen gericht op duurzame productiemiddelen. In 2019 ging het hierbij, net als voorgaande jaren, om de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil), de Energie-investeringsaftrek (EIA), de Regeling groenprojecten, de subsidie Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie glastuinbouw (EHG) en de subsidie Marktintroductie energie-innovaties (MEI). Vanaf 2018 zijn de volgende nieuwe subsidieregelingen toegevoegd: de subsidie Demonstratie energie-innovatie (DEI), de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) en de POP 3 - maatregel 4.1.1 ‘Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen’ en de POP 3 - maatregel 4.1.2 jonge landbouwersregeling (JoLa). Daarnaast kunnen er ook investeringen worden gedaan die als duurzaam worden beschouwd of al wettelijk verplicht zijn, waarbij deze tot stand zijn gekomen zonder ondersteuning vanuit bovenstaande vermelde regelingen. Ook is het mogelijk dat bedrijven geen subsidie aanvragen of niet voor genoemde fiscale regelingen in aanmerking komen omdat niet aan de voorwaarden kan worden voldaan. Hierdoor kan het zijn dat er wel investeringen in duurzame productiesystemen worden gedaan, maar dat deze niet binnen genoemde regelingen gemonitord (kunnen) worden. Deze investeringen zijn dus niet opgenomen in deze indicator. Dit kan een onderschatting veroorzaken.

De totale investeringen zijn, exclusief investeringen in grond, immateriële activa (productierechten), woningen en plantopstanden, gebaseerd op het Bedrijveninformatienet. Omdat de indicator DP01 alleen gericht is op duurzame productiesystemen en de regelingen/subsidies geen betrekking hebben op bovengenoemde uitgesloten categorieën, worden die investeringen in de totale investeringen buiten beschouwing gelaten.



Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Meulen, H.A.B. van der, J.H. Wisman, J.H. Jager, G.D. Jukema en R.W. van der Meer, 2021. Investeringsniveau duurzame productiemiddelen; Duurzaamheidsindicator (DP01) in de Rijksbegroting 2022. Wageningen, Wageningen Economic Research, Nota 2021-143.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page