Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Balans en financiering
     
Balans en financiering
Select an indicator
Bezittingen en schulden - Land- en tuinbouw

Balanswaarde land- en tuinbouwbedrijven extra omhoog door fosfaatrechten
12/16/2019

De balanswaarde per einde boekjaar van de land- en tuinbouwbedrijven is in 2018 opgelopen tot gemiddeld ruim 3,5 miljoen euro per bedrijf. Ten opzichte van 2017 betekende dit een stijging van de waarde met ongeveer 0,5 miljoen euro. De introductie van fosfaatrechten voor de melkveehouderij zijn hiervan een belangrijke oorzaak. Ook de waardestijging van grond en schaalvergroting dragen bij aan de stijgende balanswaarde. De langlopende schulden bleven nagenoeg onveranderd op ruim 800.000 euro per bedrijf.



Balanswaarde naar bedrijfstype
De melkveehouderij kreeg in 2018 te maken met de invoering van fosfaatrechten. Voor de bedrijfseconomische balans zijn de fosfaatrechten gewaardeerd en is de waarde toegevoegd aan de bezittingen ook als de rechten om niet verkregen zijn. Hierdoor nam de waarde van de immateriële activa op de melkveebedrijven met ruim 1 miljoen euro toe. Omdat de melkveebedrijven een groot aandeel hebben in de totale land- en tuinbouw is dit effect ook te zien voor de landbouw in zijn geheel. Tegenover de waarde toename aan de bezittingenkant, is een zogenaamde belastinglatentie aan de schuldenkant van de balans opgenomen, namelijk normatief 30% van de waarde van de immateriële activa.

Na de melkveehouderij heeft het akkerbouwbedrijf gemiddeld het hoogste balanstotaal. De balanswaarde bedroeg ruimschoots 4 miljoen euro in 2018. Driekwart hiervan is de waarde van de grond. De toename van de balanswaarde van grond bedroeg in de periode 2010-2018 ongeveer 800.000 euro. Dit is veroorzaakt door de hogere prijs van bouwland; de gemiddelde bedrijfsomvang daalde in dezelfde periode licht.

Bij de varkensbedrijven neemt de balanswaarde jaar na jaar toe. In 2018 was de gemiddelde waarde 2,6 miljoen euro per bedrijf. De waarde bestaat grotendeels uit de waarde van gebouwen en grond. In de glastuinbouw was de gemiddelde waarde bijna 4 miljoen euro in 2018. Dat bevestigt de stijgende lijn die in 2014 is ingezet. Glastuinbouwbedrijven hebben de hoogste langlopende schulden per bedrijf. In 2018 was dit gemiddeld ruim 1,3 miljoen euro per bedrijf.


Grote verschillen solvabiliteit tussen bedrijven
Sinds 2014 loopt de gemiddelde solvabiliteit van de land- en tuinbouwbedrijven langzaam op. In 2018 bedroeg de solvabiliteit gemiddeld 73%. De hoogte van de solvabiliteit duidt erop dat de meeste bedrijven voor het grootste deel met eigen vermogen zijn gefinancierd. De jaarlijkse vorming van eigen vermogen op land- en tuinbouwbedrijven vindt enerzijds plaats door herwaardering van aanwezige activa en anderzijds door mutaties van liquide middelen afkomstig uit besparingen, ontvangen erfenissen en overige vermogensmutaties.

Vanuit het oogpunt van risicobeheer is het belangrijk dat bedrijven over een voldoende grote financiële buffer beschikken om inkomensfluctuaties op te vangen. Een lage solvabiliteit maakt bedrijven kwetsbaar voor dergelijke schommelingen. Het aandeel bedrijven met een solvabiliteit lager dan 35% staat op het laagste niveau sinds jaren, namelijk 5%. Die bedrijven hebben in het algemeen te maken met relatief hoge betalingsverplichtingen aan rente en aflossing.
 


Solvabiliteit naar bedrijfstype en -grootte
Over het algemeen hebben grondgebonden bedrijfstypen, zoals akkerbouw- en melkveebedrijven, een gemiddeld hogere solvabiliteit dan de niet-grondgebonden typen (zie figuur). Maar ook binnen de grondgebonden bedrijfstypen is de spreiding in solvabiliteit tussen bedrijven aanzienlijk. Daarbij speelt de herwaardering van grond een belangrijke rol.


In het algemeen geldt op groepsniveau: hoe groter de gemiddelde economische omvang (SO), hoe lager de gemiddelde solvabiliteit en hoe groter het aandeel bedrijven met een lage solvabiliteit. Die grotere bedrijven, gemeten in SO, zijn vooral te vinden in de (glas)tuinbouw en intensieve veehouderij. Een afzonderlijke blik op de bedrijfstypen melkveehouderij, akkerbouw, varkenshouderij en glastuinbouw bevestigt dat naarmate de bedrijven groter worden, gemeten in SO, de gemiddelde balanstotalen toenemen en de solvabiliteit daalt. Voor alle hierboven genoemde bedrijfstypen geldt dat deze grootste bedrijven gemiddeld ook de modernste zijn qua gebouwen, glasopstanden en machines (hoogste moderniteit). Ze hebben dus recentelijk grote investeringen gedaan, waardoor ze enerzijds bij de tijd zijn maar anderzijds relatief grote schulden hebben.


Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page