Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Balans en financiering
     
Balans en financiering
Select an indicator
Bezittingen en schulden - Land- en tuinbouw

Gemiddelde balanswaarde land- en tuinbouw nadert in 2016 3 mln. euro
12/18/2017

De gemiddelde balanswaarde van de Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven bedroeg eind 2016 2,9 mln. euro, een toename van 100.000 euro ten opzichte van voorgaande jaar. Hiervan is ruim twee derde gefinancierd met eigen vermogen. Zowel het balanstotaal als de samenstelling ervan verschillen sterk tussen bedrijven en bedrijfstypen. De langlopende schulden stabiliseerden zich in 2016 op gemiddeld 800.000 euro per bedrijf. Hiermee is voor dit moment een einde gekomen aan de gestage toename van de langlopende schulden op de balans. 



Sinds het begin van deze eeuw is de gemiddelde balanswaarde van de land- en tuinbouw met circa 1,3 mln. euro toegenomen tot 2,9 mln. euro (zie figuur). De toename is vooral veroorzaakt door de groei van de gemiddelde bedrijfsomvang en door de hogere prijs van landbouwgrond. De waarde van grond maakte eind 2016 55% uit van de totale balanswaarde, terwijl dat in 2001 nog om 36% ging. De waarde van immateriële activa, vooral quota en dierrechten, bedroeg in 2005 nog bijna 500.000 euro. Sinds 2006 is deze balanspost gestaag gaan dalen tot minder dan 75.000 euro eind 2016. Dit is in belangrijke mate veroorzaakt door de afschaffing van het melkquotum op 1 april 2015.


Balanswaarde naar bedrijfstype
De akkerbouw had in 2016 met gemiddeld 4 mln. euro per bedrijf het hoogste balanstotaal, een stijging van 700.000 euro ten opzichte van 2010 (zie figuur). De stijging van de grondprijs is hier grotendeels voor verantwoordelijk. De grond maakte in 2016 meer dan 70% van het balanstotaal uit.


De gemiddelde balanswaarde van melkveebedrijven was eind 2016 nagenoeg gelijk aan eind 2010: circa 3,1 mln. euro. De samenstelling van de balans vertoont in deze periode wel grote verschillen. De waarde van de immateriële activa op een gemiddeld melkveebedrijf is door de afschaffing van het melkquotum op 1 april 2015 met bijna 600.000 euro gedaald. Deze daling is gecompenseerd door met name een toename van het aandeel grond op de balans, door zowel groei in areaal als waardestijging. Daarnaast zijn de balanspost bedrijfsgebouwen en dierlijke activa gestegen door investeringen in uitbreiding en groei van de veestapel, vooruitlopend op de afschaffing van de melkquotering.

De gemiddelde waarde van de glastuinbouwbedrijven is de afgelopen zeven jaar licht met 100.000 euro gestegen tot 3,3 mln. euro eind 2016. Deze toename heeft de laatste paar jaar plaatsgevonden. Door een aantal jaren met magere economische resultaten stonden de investeringen in de sector op een laag pitje. In 2015 vond daarin een kentering plaats. Betere resultaten sinds 2014 zorgden voor een toename van het eigen vermogen met gemiddeld 7 ton en een daling van de langlopende schuld met gemiddeld meer dan 3 ton. Hierdoor is de solvabiliteit tussen 2013 en 2016 met bijna 20 procentpunten verbeterd tot boven de 50%.

Met 2,5 mln. euro is de balanswaarde van de varkensbedrijven het laagst van de ‘grote’ sectoren in de land- en tuinbouw. Wel is er de afgelopen zeven jaar een gestage groei van het balanstotaal, namelijk plus 600.000 euro. De balanswaarde bestond in 2016 voor 55% uit grond en gebouwen. De waarde van gebouwen is de laatste jaren gestegen door nieuwe investeringen in varkensstallen. 

Grote verschillen solvabiliteit tussen bedrijven
De langlopende schulden van de bedrijven in de land- en tuinbouw liepen tot 2007 sneller op dan de totale balanswaarde, waardoor de solvabiliteit in die periode daalde (zie figuur). Na 2007 is de gemiddelde solvabiliteit redelijk stabiel, rond de 67 à 68%. In 2016 steeg de solvabiliteit naar 69%. De solvabiliteit verschilt sterk tussen de bedrijven. Gezien de gemiddelde hoogte van de solvabiliteit kan geconcludeerd worden dat de meeste bedrijven voor het grootste deel met eigen vermogen zijn gefinancierd. De jaarlijkse vorming van eigen vermogen op land- en tuinbouwbedrijven vindt enerzijds plaats door herwaardering van aanwezige activa en anderzijds door mutaties van liquide middelen afkomstig uit besparingen, ontvangen erfenissen en overige vermogensmutaties.

Vanuit het oogpunt van risicobeheer is het belangrijk dat bedrijven over een voldoende grote financiële buffer beschikken om inkomensfluctuaties op te vangen. Een lage solvabiliteit maakt bedrijven kwetsbaar voor dergelijke schommelingen. Bij een kleine 10% van de bedrijven is de solvabiliteit lager dan 35%. Die bedrijven hebben in het algemeen te maken met relatief hoge betalingsverplichtingen aan rente en aflossing. Bij iets minder dan 20% van de bedrijven is het vreemd vermogen groter dan het eigen vermogen.


Solvabiliteit naar bedrijfstype en -grootte
Het verschil in solvabiliteit tussen bedrijven hangt af van de samenstelling van de activa. Over het algemeen geldt dat grondgebonden bedrijfstypen, zoals akkerbouw- en melkveebedrijven, een gemiddeld hogere solvabiliteit hebben dan de niet-grondgebonden typen (zie figuur). Maar ook binnen die bedrijfstypen is de spreiding in solvabiliteit tussen bedrijven aanzienlijk. Daarbij speelt de herwaardering van grond een belangrijke rol.


Ook de bedrijfsomvang speelt een rol (zie figuur). In het algemeen geldt op groepsniveau: hoe groter de gemiddelde omvang, hoe lager de gemiddelde solvabiliteit en hoe groter het aandeel bedrijven met een lage solvabiliteit. Die grotere bedrijven, gemeten in Standaard Omzet (SO), zijn vooral te vinden in de (glas)tuinbouw en intensieve veehouderij. Een afzonderlijke blik op de bedrijfstypen melkveehouderij, akkerbouw, varkenshouderij en glastuinbouw bevestigt het beeld dat naarmate de bedrijven groter worden, gemeten in SO, de gemiddelde balanstotalen toenemen en de solvabiliteit daalt. Voor alle hierboven genoemde bedrijfstypen geldt dat deze grootste bedrijven gemiddeld ook de modernste zijn qua gebouwen, glasopstanden en machines (hoogste moderniteit). Ze hebben dus recentelijk grote investeringen gedaan, waardoor ze enerzijds up-to-date zijn maar anderzijds relatief grote schulden hebben.


Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page