Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agro Vertrouwensindex > Sectors > Varkenshouderij
     
Varkenshouderij
Select a theme
Economie

Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren

Alles over

Inkomen uit bedrijf - Varkenshouderij

Inkomens varkensbedrijven opnieuw negatief door lagere prijzen
3/30/2022


In 2020 is het gemiddelde inkomen uit bedrijf bijna 3 ton euro gedaald door lagere prijzen van biggen (gemiddelde prijs in 2020 12% lager dan in 2019) en vleesvarkens (-8% in 2020 ten opzichte van 2019). Het grootste deel van de daling werd veroorzaakt door de aanzienlijk lagere aanwas want de dieren op de eindbalans zijn veel minder waard dan op de beginbalans. De voerkosten per bedrijf zijn gestegen door een toename van de bedrijfsomvang. Het geraamde inkomen uit bedrijf in 2020 komt door de ongunstige prijsontwikkelingen uit op 12.000 euro negatief per onbetaalde aje. Dat is fors lager dan in voorgaand jaar en ligt ook onder het langjarig gemiddelde van 2001-2019. Het laatste jaar met een negatief inkomen was 2015.

In 2021 is het gemiddelde inkomen uit bedrijf gedaald naar 8.000 euro negatief per onbetaalde aje door lagere prijzen van biggen (gemiddeld 20% lager dan in 2020) en vleesvarkens (-9%) in 2021 ten opzichte van 2020. Die daling werd iets gedempt doordat de waardemutatie (aanwas) positief was en niet negatief zoals voorgaand jaar want de waarde van de dieren op de eindbalans is iets hoger dan op de beginbalans. Daarnaast is dankzij de ontvangen bedragen uit coronasteunmaatregelen van de overheid de daling beperkt gebleven. De voerkosten per bedrijf zijn fors gestegen door sterk opgelopen voerprijzen en een toename van de bedrijfsomvang. Het geraamde inkomen uit bedrijf in 2021 van gemiddeld 8.000 euro negatief per onbetaalde aje is 1.000 euro lager dan in voorgaand jaar en ligt ook duidelijk onder het langjarig gemiddelde van 2001-2020.



Voor de varkenshouderij was 2021 een teleurstellend jaar die eindigde in mineur met erg lage opbrengstprijzen en hoge voerkosten. In de eerste maanden van 2021 was de varkensmarkt nog gedrukt door onder andere de corona-uitbraken onder het personeel in vooral de Duitse slachterijen. Dat veroorzaakte grote opstoppingen in de verwerking van slachtrijpe varkens en lage opbrengstprijzen. In het tweede kwartaal is het aanbod van varkens beter verwerkt en werden de prijzen hoger door de grotere afzet naar Azië. Maar door de aanhoudende dreiging van de Afrikaanse varkenspest in Duitsland en als gevolg daarvan het verbod op Duitse export naar China werd het marktbeeld slechter. Vooral in de tweede helft van het jaar zijn de verkoopopbrengsten gedaald door lagere opbrengstprijzen van vleesvarkens en biggen.

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf in 2021 wordt 1.000 euro lager geraamd op 8.000 euro negatief per onbetaalde aje. Dat is vooral veroorzaakt door stijgende voerkosten en lagere verkoopopbrengsten. De omzet per bedrijf is 7% gedaald, maar de totale opbrengsten zijn wel gestegen omdat dit jaar de waardemutatie (aanwas) van biggen en vleesvarkens licht positief is en niet sterk negatief zoals in voorgaand jaar. Die waardemutatie droeg in 2021 op het gemiddelde varkensbedrijf voor 4.000 euro bij aan het inkomen per onbetaalde aje, tegen 193.000 euro in 2020. In dat jaar werd het overgrote deel van de lagere opbrengsten veroorzaakt door negatieve aanwas omdat de prijzen van biggen en vleesvarkens op de eindbalans veel lager waren dan op de beginbalans. Mede dankzij de coronasteun is de daling van het inkomen in 2021 beperkt gebleven.

Fors hogere kosten door duurder voer
De totale bedrijfskosten zijn sterk toegenomen in 2021 als gevolg van hogere kosten van voer en energie. Het gemiddelde prijspeil is over de hele linie gestegen, met uitzondering van mestafzet en vreemd vermogen. De voerprijzen zijn al vanaf eind 2020 aan een flinke opmars bezig. De prijs van mestafzet is wel gedaald, maar op het gemiddelde bedrijf blijven de kosten vrijwel gelijk op 70.000 euro door meer dieren per bedrijf. Alles bij elkaar stijgen in 2021 de totale betaalde kosten met 154.000 euro per bedrijf.

Verdere daling van inkomens, vooral op zeugenbedrijven
Het gemiddelde inkomen van varkensbedrijven zakt in 2021 verder weg nadat die in het voorgaande jaar al fors daalde en komt daardoor onder het meerjarig gemiddelde van 2001-2020. Vooral de inkomens van zeugenbedrijven zijn sterk gedaald, terwijl de inkomens van vleesvarkensbedrijven toenemen dankzij de lagere aankoopprijzen van biggen en het wegvallen van de negatieve aanwas. Het inkomen van 2021 benadert het niveau van 2020. In 2014 en 2015 behaalden varkensbedrijven ook negatieve inkomens, maar daarop volgden een aantal jaren (2016, 2017 en 2019) met veel hogere inkomens. In die gunstige jaren is de liquiditeitspositie en solvabiliteit sterk verbeterd. In het verleden waren er ook magere jaren waarin werd ingeteerd op het eigen vermogen en bedrijven hun productie moesten staken door slechte bedrijfsresultaten of gebrek aan opvolgers. Die grote schommelingen van de inkomens hangen samen met zowel de verhouding in vraag en aanbod (de varkenscyclus), als andere factoren zoals grenssluitingen door ziekte-uitbraken,
voerprijsschommelingen en mestafzetkosten. De varkenscyclus met pieken en dalen is nog steeds van toepassing, maar die cyclus wordt soms flink verstoord door uitbraken van ziekten en grenssluitingen zoals vorig jaar bleek en ook dit jaar duidelijk blijkt.

In 2021 was de varkensmarkt nog steeds onder invloed van de wereldwijde coronapandemie (Covid-19) die in 2020 uitbrak en ook grote gevolgen heeft voor de prijzen en inkomens van varkensbedrijven. Daar kwam bij dat september vorig jaar in Duitsland de Afrikaanse varkenspest (AVP) bij wilde zwijnen werd vastgesteld (later ook op enkele Duitse varkensbedrijven), wat tot gevolg had dat de export uit getroffen landen naar veel derde landen, waaronder China, is stilgelegd waardoor het varkensvlees op de EU-markt afgezet moet worden. De combinatie van AVP en Covid-19 heeft ertoe geleid dat de EU-varkensprijzen vanaf het tweede halfjaar van 2020 zwaar onder druk staan.

Ondanks de opgebouwde buffers in 2019 en begin 2020 kunnen vooral sommige zeugenbedrijven in financiële problemen komen doordat de liquiditeitspositie fors negatief is geworden door de forse inkomensdaling dit jaar. Voor een deel van de bedrijven zijn kleine of grotere aanpassingen nodig om niet in acute liquiditeitsproblemen te komen. Verbetering van de rentabiliteit is dringend nodig voor het inlopen van betalingsachterstanden, aflossingen op leningen en eventuele investeringen voor verbetering van het milieu en welzijn.



Binnen de totale groep varkensbedrijven zijn grote inkomensverschillen te zien. De biggenprijs speelt in de varkenssector een belangrijke rol bij de verdeling van winst en verlies tussen de verschillende subtypen. De biggenprijs wordt beïnvloed door de verwachte opbrengstwaarde voor de slachtvarkens, zodat prijsschommelingen van slachtvarkens deels worden afgewenteld op de biggenprijs. Daardoor fluctueert het inkomen van zeugenhouders over de jaren sterker dan dat van vleesvarkenshouders.

In 2021 worden de zeugen- en de gesloten varkensbedrijven geconfronteerd met een daling van het inkomen. Alleen de vleesvarkensbedrijven behalen een positief inkomen van 73.100 euro per onbetaalde aje. Dat is deels te danken aan de 20% lagere prijzen van aangekochte biggen. De verkoopopbrengsten daalden in minder mate door 9% lagere vleesvarkensprijzen. Een ander deel van het inkomensverschil is veroorzaakt door de waardemutatie op de eindbalans. In 2020 droeg de aanwas op het gemiddelde vleesvarkensbedrijf voor 176.000 euro bij aan de daling van het inkomen per onbetaalde aje. Die bijdrage is veranderd in 4.700 euro positief aan het inkomen in 2021.

De inkomens van zeugenbedrijven dalen met 114.000 euro naar 75.000 euro negatief per onbetaalde aje, vooral door lagere biggenprijzen (-20%) en hogere voerprijzen (+13%). De biggenprijzen waren met name in het eerste kwartaal van 2021 fors lager dan in 2020. De aanwas draagt in 2021 op het gemiddelde zeugenbedrijf voor 5.000 euro bij aan het inkomen per onbetaalde aje. In 2020 was die bijdrage aan de inkomensdaling 124.000 euro. De inkomensdaling op de gesloten varkensbedrijven is minder groot dan op de zeugenbedrijven, met een daling van 8.000 euro per onbetaalde aje vergeleken met voorgaand jaar. Het inkomen wordt geraamd op gemiddeld 46.000 euro negatief per onbetaalde aje. Naast de prijsdaling van verkochte vleesvarkens, heeft deze groep bedrijven ook te kampen met de sterk gestegen voerkosten, die ruim 2 ton euro per bedrijf hoger zijn dan in 2020.





Binnen de totale groep varkensbedrijven zijn grote inkomensverschillen te zien. De biggenprijs speelt in de varkenssector een belangrijke rol bij de verdeling van winst en verlies tussen de verschillende subtypen. In 2015 realiseren de vleesvarkensbedrijven nog een positief inkomen van 26.000 euro per onbetaalde aje doordat de kosten voor biggen bijna even sterk dalen als de opbrengsten van vleesvarkens. Vergeleken met voorgaand jaar worden de opbrengsten in 2015 ook niet gedrukt  door een negatieve aanwas. De 20% prijsdaling van biggen is echter ook de oorzaak van de forse inkomensdaling op zeugenbedrijven. Die inkomens dalen met 90.000 euro naar 74.000 euro negatief per onbetaalde aje in 2015. Ook de inkomens op gesloten varkensbedrijven dalen, waardoor die varkenshouders geconfronteerd worden met een negatief inkomen van gemiddeld 42.000 euro per onbetaalde aje. Hun inkomen ligt daarmee tussen die van de zeugenbedrijven en vleesvarkensbedrijven omdat ze wel het nadeel hebben van de 10% lagere vleesvarkensprijzen, maar niet het voordeel van de 20% gedaalde biggenprijzen.

 

Erratum: Begin mei 2016 bleek een foutieve waardering van de veestapel op varkensbedrijven per 31 december 2014 te zijn meegegeven. De resultaten van de groepen varkensbedrijven voor 2014 en de raming 2015 zijn daarom per 26 mei aangepast. Voor de varkensbedrijven betekent dat een gemiddelde negatieve aanpassing van ongeveer 10.000 euro per onbetaalde aje voor 2014 en een gemiddelde positieve aanpassing van ongeveer 10.000 euro per onbetaalde aje voor 2015.


Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page