Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Visserij in cijfers > Sectors > Oestervisserij
     
Oestervisserij
Select a theme
Algemeen

Select an indicator
Contactpersoon
Kees Taal
06-50681876
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Kottervisserij
  • Mosselcultuur
  • Oestervisserij
  • Overige kleine zeevisserij

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Aanvoer en besomming - Oestervisserij

2020: aanvoer Japanse oesters (creuses) stabiliseert, aanvoer platte oesters is afgenomen
9/30/2022

De meest recente aanvoercijfers van de oestersector betreffen het jaar 2020 (CBS, 2022). In dat jaar kwam de totale aanvoer van Japanse oesters en platte oesters uit op bijna 24 mln. stuks. Van deze aanvoer bestond 92% uit Japanse oesters (ook wel ‘creuses’ genoemd) en 8% uit platte oesters. Daarmee kwam de aanvoer van Japanse oesters in 2020 uit op ongeveer 22 mln. en de aanvoer van platte oesters op ongeveer 2 mln. stuks.

De Nederlandse oestersector richt zich op twee soorten: de Japanse oester en de (inheemse) platte oester. Deze twee oestersoorten worden op door de overheid aangewezen gebieden in de Oosterschelde en de Grevelingen semi-natuurlijk gekweekt. Dit wil zeggen dat de kweek start met de natuurlijke vestiging van jonge wilde oesters die in die gebieden ronddrijven (‘oesterbroed’) of door de aankoop van jonge oesters bij zogenoemde ‘hatcheries’, waar jonge oesters gekweekt worden. Vervolgens worden deze oesters door de kwekers regelmatig opgevist, waarbij ze gecheckt en geselecteerd worden en ook verplaatst worden naar andere gebieden. Een deel van de oesters wordt sinds een paar jaar ook ‘off-bottom’ gekweekt, waarmee predatie door de Japanse oesterboorder voorkomen wordt. De gebieden waar oesters gekweekt worden zijn enerzijds van de overheid gehuurde afgebakende percelen en anderzijds zogenaamde ‘vrije gronden’. Deze laatste categorie gebieden worden niet gehuurd van de overheid en bevatten ook geen afgebakende percelen, maar hier is wel een vergunning voor nodig.

De Japanse oester is een oestersoort die oorspronkelijk niet in Nederland voorkomt. In 1964 is deze soort geïntroduceerd in de Oosterschelde en is inmiddels de belangrijkste commerciële oestersoort voor de Zeeuwse oestersector. De platte oester is een oestersoort die van oudsher voorkomt in alle Zeeuwse wateren en, in vroeger tijden, ook in de Noordzee (tot een eeuw geleden was zo’n 20% van de Noordzee bedekt met oesterbanken). Waar deze soort voorheen veelvuldig voorkwam in de Zeeuwse wateren, zijn de aantallen flink gedaald sinds de introductie van de bonamia parasiet in de jaren ‘70. Dit heeft tot gevolg gehad dat het verspreidingsgebied nog verder gekrompen is en de platte oester daardoor tegenwoordig vrijwel uitsluitend voorkomt in de Grevelingen.

Aanvoer
De afgelopen twintig jaar varieert de jaarlijkse totale aanvoer van Japanse oesters en platte oesters tussen de 18 en 36 miljoen stuks. Daarbinnen is de jaarlijkse aanvoer van Japanse oesters sinds 2012 (met enige schommelingen) verminderd, terwijl die van platte oesters vanaf 2013 tot 2016 geleidelijk is toegenomen en sindsdien ook weer geleidelijk is afgenomen.



Japanse oester (Zeeuwse creuse)
Sinds 2010 is de aanvoer van Japanse oesters geleidelijk gedaald van 34 miljoen stuks naar rond de 23 miljoen stuks in de periode 2017-2020 (CBS, 2022). Deze afname is te verklaren door een verhoogde sterfte door de gecombineerde impact van het herpesvirus en predatie door de Japanse oesterboorder.

Met als doel om predatie door de Japanse oesterboorder te voorkomen wordt er sinds 2018 geëxperimenteerd met zogenaamde ‘off-bottomkweek’ op twee proeflocaties. Hierbij worden de oesters gekweekt op stellages die op palen boven de bodem staan en waar oesterboorders niet gemakkelijk bij kunnen komen. In maart 2020 is er voor alle kwekers in totaal circa 50 hectare voor off-bottomkweek beschikbaar gekomen. In 2022 bestond dit gebied uit ruim 100 hectare (ter vergelijking: er wordt daarnaast voor circa 1.365 hectare aan percelen verhuurd). Kwekers krijgen naar rato van eigendom van percelen ruimte toegewezen binnen die 100 hectare.

Platte oester
Waar er tussen 2001 en 2012 jaarlijks tussen de 0,4 en 1,8 miljoen platte oesters aangevoerd werden, nam dat aantal in de periode 2012-2016 toe tot 6,4 mln., door o.a. een toegenomen weerstand tegen bonamia. De aanvoer is echter sinds 2017 weer geleidelijk gedaald tot 1,9 mln. in 2020 (CBS, 2022). Dit kwam door een combinatie lage broedval, en een verhoogde sterfte door de aanwezigheid van het oesterherpesvirus en predatie door de Japanse oesterboorder (A. Cornelisse - NOV, pers. med., 2022)

Aanvoerwaarde
De aanvoerwaarde wordt berekend door de prijs die kwekers ontvangen per Japanse of platte oester te vermenigvuldigen met het aantal aangevoerde (geproduceerde) oesters. Hiervoor kunnen twee verschillende berekeningswijzen gehanteerd worden: 1) aan de hand van de zogenaamde forfaitaire waarde en 2) aan de hand van de verkoopprijzen zoals die door het CBS berekend zijn op basis van enquêtes onder oesterkwekers.



Aanvoerwaarde op basis van de forfaitaire waarde
De forfaitaire waarde is de door het (inmiddels niet meer bestaande) Productschap Vis geschatte gemiddelde waarde per stuk. Deze forfaitaire waarde wordt momenteel nog steeds gebruikt om de hoogte van de pachtprijs van oesterpercelen te berekenen. Gebruikmakend van de forfaitaire waarde wordt de aanvoerwaarde bepaald door de forfaitaire prijs te vermenigvuldigen met het aanvoervolume (stuks). Uitgaande van een forfaitaire waarde van 10 eurocent per Japanse oester bedroeg de omzet van Japanse Oesters in 2020 circa € 2,2 mln. Uitgaande van een forfaitaire waarde van 32 eurocent per platte oester bedroeg de geschatte aanvoerwaarde in 2020 ongeveer € 0,6 mln. Een kanttekening bij deze bedragen is dat deze inmiddels sterk uiteenlopen met de werkelijke verkoopwaardes (zie hieronder) en daarmee geen realistisch beeld meer geven van de totale aanvoerwaarde.

Aanvoerwaarde op basis van de verkoopwaarde
Sinds 2013 voert het CBS jaarlijks een enquête uit onder oesterkwekers om daarmee onder andere een inschatting te kunnen maken van het aantal geproduceerde (aangevoerde) oesters en de gemiddelde verkoopwaarde per stuk. Gebruikmakend van deze waarde wordt de aanvoerwaarde bepaald door de verkoopwaarde per stuk te vermenigvuldigen met het aanvoervolume (stuks). Uitgaande van een gemiddelde verkoopwaarde van Japanse oesters van 35 eurocent per stuk bedroeg de geschatte aanvoerwaarde van Japanse oesters in 2020 ongeveer € 7,7 mln. Voor platte oesters (gemiddeld 51 eurocent) was dit ongeveer € 1 mln.

Een kanttekening bij deze bedragen is dat in de enquête mogelijk niet alleen de prijzen worden verzameld van kwekers maar ook van kwekers/handelaren, die oesters importeren en verkopen en andere verkoopprijzen hanteren. Hierdoor zou er een discrepantie kunnen zitten tussen de gemiddelde verkoopwaarde zoals uit de enquête naar voren komt en de verkoopwaarde voor uitsluitend kwekers. Het is niet bekend in hoeverre hiervan sprake is. Een andere kanttekening hierbij is, dat oesters op allerlei manieren en hoeveelheden verkocht worden (bijvoorbeeld in kleine aantallen, in grote aantallen, in bulk of in mandje). De manier van verkoop kan dus leiden tot grote verschillen in de prijs per stuk, waardoor het geven van een accurate gemiddelde verkoopprijs per definitie een inschatting is.








Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page