Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Liquiditeitsmonitor
Kies een thema
Economie

Liquiditeitsmonitor - Melkveehouderij

Liquiditeit melkveebedrijven tweede kwartaal aanzienlijk verslechterd
7/27/2020
De liquiditeit van melkveebedrijven heeft zich in het tweede kwartaal van 2020 aanzienlijk verslechterd. De stand op de rekening-courant daalde gemiddeld met 17.400 euro ten opzichte van eind eerste kwartaal. Hiermee is de verbetering over het eerste kwartaal meer dan tenietgedaan. Het saldo op de rekening-courant nam af doordat de melkopbrengsten zijn gedaald. In het eerste kwartaal worden namelijk extra betalingen ontvangen zoals premies voor weidegang. De toename van het melkvolume met ongeveer een procent ten opzichte van dezelfde periode in 2019 kon de daling van de melkprijs met 5% niet opvangen. In vergelijking met het eerste kwartaal werd er fors minder geleend en meer afgelost. Dit zal invloed hebben gehad op de omvang van de investeringen: deze namen af in het tweede kwartaal. Het aantal bedrijven dat aflost in de maand maart halveerde doordat de aflossingen verschoven van maart naar april. De liquiditeit in het tweede kwartaal wordt negatief beïnvloed door deze verschuiving. In het tweede kwartaal lag het aandeel bedrijven dat aflosten maar 5% onder het niveau van het tweede kwartaal van 2019. Ook namen de toegerekende kosten, loonwerk en overige uitgaven toe en werd privé minder uitgegeven en belasting betaald. De ontwikkeling van de stand op de lopende rekening is een resultante van de bij- en afschrijvingen. Overschrijvingen van en naar een spaarrekening worden buiten beschouwing gelaten. Neveninkomsten en privé-uitgaven zijn wel in het saldo verwerkt.


De gemiddelde stand op de lopende rekening komt aan het eind van het tweede kwartaal in 2020 negatief uit op -3.400 euro. Aan het eind van het eerste kwartaal stond er gemiddeld 14.000 euro op de rekening courant. De huidige stand is bijna 12.000 euro lager dan de stand aan het einde van tweede kwartaal in 2019. De daling op jaarbasis wordt veroorzaakt door investeringen in gebouwen en werktuigen, hogere toegerekende kosten en hogere privé uitgaven. De belastingen zijn met 12.000 euro fors gedaald over het eerste halfjaar ten opzichte van 2019. Dit hangt rechtstreeks samen met het uitstel die de ondernemers konden aanvragen vanwege corona.
Onderstaande figuren geven de totale bij- en afschrijvingen per maand op de rekening-courant weer vanaf begin 2019. Het beeld is wisselend. In mei 2020 zijn zowel de bij- als afschrijvingen lager dan in april en juni van dat jaar. Ondanks het feit dat in het 2e kwartaal van 2019 de liquiditeitspositie ook verslechterde (met 9.600 euro) is deze in het 2e kwartaal van 2020 met 17.400 euro meer verslechterd. Per saldo zijn de bijschrijvingen over het gehele tweede kwartaal in 2020 gestegen ten opzichte van dezelfde periode van 2019. Deze toename wordt grotendeels veroorzaakt door extra leningen. Tegelijkertijd zijn in het tweede kwartaal de afschrijvingen op de rekening courant sterker gestegen ten opzichte van vorig jaar en ook sterker dan de bijschrijvingen. Hierdoor was het totale saldo op de rekening courant over het tweede kwartaal 7.800 euro lager (- 17.400 euro in 2020 en -9.600 euro in 2019) ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.  




Aantal bedrijven met een positief rekening-courantsaldo neemt af
De verschillen tussen bedrijven zijn groot: zo staat eind juni 2020 ongeveer 18% van de bedrijven meer dan 50.000 euro in het rood en heeft meer dan een kwart van de bedrijven meer dan 25.000 euro op de lopende rekening staan.

Vergeleken met het 1e kwartaal 2020 is de rekening-courantpositie verslechterd. De bedrijven schuiven door naar een negatiever of naar een minder positieve groep. Had in de eerste kwartaal van 2020 nog circa 63% van de bedrijven een positieve rekening-courant, in het tweede kwartaal is dit verslechterd naar circa 42%.


De veranderingen in aandelen van de bedrijven per klasse kunnen soms relatief klein zijn. Dit wil echter niet zeggen dat de situatie per bedrijf niet sterk kan verschillen. Onderstaande figuur toont hoe melkveebedrijven tussen de perioden van de ene naar de andere klasse verschuiven. Doorgaans blijft het grootste gedeelte van de bedrijven in de eigen klasse. Ten opzichte van het eerste kwartaal van 2020 zijn er verschuivingen naar klassen met een lager saldo op de lopende rekening. De meest positieve klasse neemt 15% af en de meest negatieve klasse neemt 6% toe.


Melkprijsontwikkelingen
De gemiddelde prijs over 2020 van volle en magere melkpoeder ligt 5 a 6% lager dan het gemiddelde van 2019 en de boterprijs is 16% lager. De prijzen zijn na half maart, onder invloed van de uitbraak van het coronavirus en de ingestelde lockdowns, gedaald. Vanaf begin juli zijn vooral de boter- en magere melkpoederprijs flink hersteld, maar liggen nog niet op het niveau van voor de corona hoewel de boternotering er nog maar ruim 2% onder ligt. Omdat ongeveer de helft van de Nederlandse melk tot kaas wordt verwerkt, is de prijsontwikkeling hiervan belangrijk. De EU-kaasprijs daalde de eerste maanden in 2020 maar is in mei niet meer verder gedaald en is sindsdien vrij stabiel. De coronaeffecten zijn in zoverre terug te vinden in de liquiditeitscijfers dat de melkprijs in het 2e kwartaal met ruim 7% is gezakt ten opzichte van het eerste kwartaal. Over meerdere jaren gezien zijn er tussen deze 2 kwartalen gemiddeld geen prijsverschillen. Welk deel van deze daling komt door corona is niet precies te duiden.

In 2020 lag de Nederlandse melkaanvoer over het eerste kwartaal bijna 4% hoger dan in dezelfde periode van 2019. In het tweede kwartaal is er van die voorsprong een procent over. De melkproductie in Europa nam over het jaar 2019 0,7% toe ten opzichte van 2018. Tot en met april 2020 ligt deze 2,4% hoger dan een jaar eerder.

Vooruitzichten 2020
De impact van corona op de zuivelmarkt is onmiskenbaar aanwezig. De Europese Commissie heeft een opslagregeling voor zuivelproducten opengesteld die de neergang wat heeft gedempt. De omvang alsmede het gebruik daarvan is beperkt. De prijsvorming op de (wereld)zuivelmarkt wordt onder andere weerspiegeld in de Global Dairy Trade prijsindex. Deze is in 2019 met 12% gestegen. In 2020 is deze, onder andere door de wereldwijde coronacrisis, tot half april met 14% gedaald maar herstelde begin juli fors met ruim 8% en ligt hiermee nog 4% onder het niveau van begin 2020. De Nederlandse en Italiaanse spotprijzen lieten ook tot half april een flinke daling zien maar herstellen zich ook flink. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat dit maar op een klein deel van de melk betrekking heeft. De bodem van de melkprijs lijkt nu wel bereikt. Door het grotere mondiale aanbod en gelijkblijvende vraag ligt een stijging van de melkprijs op korte termijn niet voor de hand.

Gezien de negatieve ontwikkeling van de liquiditeit hebben de meeste banken maatregelen genomen om de ondernemers tegemoet te komen. Veel ondernemers hoeven voor een periode van 6 maanden geen aflossingen en soms ook geen rente aan hun bank te betalen. Dat helpt tijdelijk in de uitgaven. Ook kunnen noodkredieten worden verstrekt die pas na 2 jaar hoeven te worden terugbetaald. Desondanks lag in het tweede kwartaal het aandeel bedrijven dat aflost maar 5% onder het niveau van dezelfde periode van het vorig jaar.

De olieprijs herstelt zich en in sommige landen is de verwachting dat de economie zich sneller kan herstellen dan in eerste instantie werd verwacht. Dit hangt mede af van een eventuele tweede corona golf.

Een dashboard met informatie van andere plekken op Agrimatie
Op Agrimatie is voor de melkveehouderij ook informatie beschikbaar over ontwikkeling van prijzen, saldi en inkomen. De prijzen worden maandelijks bijgewerkt, de saldi uit de Barometer Agrarische Sectoren tweemaandelijks en de inkomens jaarlijks.


Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Referenties
  • Dit artikel is tot stand gekomen vanuit het topsectorenbeleid van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en is een product van samenwerking tussen Wageningen Economic Research en ABN AMRO. De data van de figuren zijn afkomstig van bedrijven uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Economic Research, een representatieve steekproef van landbouwbedrijven uit de CBS-Landbouwtelling die groter zijn dan 25.000 euro Standaardopbrengst (SO). De data hebben betrekking op melkveebedrijven groter dan 100.000 euro SO.
  • De inkomenspositie van melkveebedrijven is terug te vinden op BINternet
  • De Barometer Agrarische Sectoren geeft een beeld van actuele ontwikkelingen van het saldo van veehouderijbedrijven
  • Actuele prijsontwikkeling per maand van melk
  • Toelichting bij gebruik van de stroomfiguur: de twee staven geven de aandelen bedrijven per klasse in de gekozen kwartalen weer. Het middengedeelte tussen de staven geeft de verschuiving weer van bedrijven tussen de genoemde perioden. Als je met de muis op een van de klassen gaat staan, kun je zien waar hoeveel bedrijven naar toe stromen (als je op een klasse in de linkerstaaf staat) of waar ze vandaan komen (als je op een klasse in de rechterstaaf staat).



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven