Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Voedsel-Economisch Bericht
Kies een thema
Internationaal

Agrarische keten

Primaire sector

Consumptie

 
 
 
 
  
Structuur van de keten - Eieren

De eierketen in beeld
11/13/2020
De toegevoegde waarde van het pluimveecomplex in Nederland is 1,65 miljard euro (data 2018). Het complex is het geheel van de primaire sector, verwerking, toelevering en distributie. Opgesplitst naar de deelsectoren is de bijdrage van het legpluimveecomplex 380 miljoen euro en het vleespluimveecomplex 1.270 miljoen euro. In 2019 werden op circa 1.900 pluimveebedrijven in totaal 102 miljoen kippen gehouden. Het pluimveecomplex biedt werkgelegenheid aan 20.600 personen (data 2018). Deze bijdrage beschrijft de keten rondom eieren.



Keten met veel schakels
De productieketen van eieren kent meerdere opeenvolgende schakels, die elk een gespecialiseerde taak voor hun rekening nemen. De keten is een samenspel van specialismen waarin fokkerij, vermeerderaar, broederij, leghennenhouder en pakstation/eiproductenfabrikant samenwerken. Figuur 1 geeft de hoofdlijnen van de keten. Bovenin staan de bedrijven met ouderdieren die broedeieren produceren. In de kuikenbroederijen worden de broedeieren uitgebroed tot eendagskuikens. Via gespecialiseerde opfokbedrijven komen de opfokhennen bij de leghennenhouders. In 2018 waren er in Nederland 830 bedrijven met leghennen waar ruim 35 miljoen leghennen in totaal 10.200 miljoen consumptie-eieren produceerden. De eieren worden vervolgens geleverd aan eierpakstations en fabrikanten van eiproducten.

Export is heel belangrijk
In bijna elke schakel is export belangrijk. Broederijen exporteren broedeieren en eendagskuikens, met name naar de omringende landen. Ook een deel van de opfokhennen wordt verkocht in de buurlanden. Pakstations zijn een belangrijk verzamelpunt voor de handel in eieren. Bij de pakstations werden in 2018 ruim 10.000 miljoen eieren verzameld. Vanuit de pakstations is er export van consumptie-eieren (6.700 miljoen eieren) naar vooral Duitsland (80%), overige EU-landen (15%) en naar derde landen (5%). De import van consumptie-eieren (2.750 miljoen eieren) komt vooral uit Duitsland, België en Polen. De eiproductenfabrikanten importeren en exporteren eiproducten. Vloeibaar eiproduct wordt vooral verhandeld binnen de EU. Gedroogd eiproduct wordt verhandeld over langere afstanden; er is invoer uit de Verenigde Staten en Oekraïne en export naar onder andere Japan.

Merendeel hennen in scharrelsysteem
Sinds 2012 is de houderij van hennen in traditionele kooihuisvesting verboden. Al voor het ingaan van dit verbod hebben veel Nederlandse leghennenhouders de omslag gemaakt naar alternatieve houderijsystemen. In 2019 was de verdeling van het aantal hennen per houderijsysteem als volgt: 10% van de hennen in verrijkte kooi-/koloniehuisvesting, 61% scharrelhennen (binnen gehouden), 21% scharrelhennen met vrije uitloop en 8% biologische hennen (Avined, 2020). Het aandeel hennen in systemen met een buitenuitloop is de laatste jaren gestaag gestegen. Het aandeel hennen gehouden in kooihuisvesting (nu 10%) zal het komende jaar fors dalen. Op 1 januari 2021 is namelijk de houderij van hennen in verrijkte kooien (EU-regelgeving) niet meer toegestaan en is uitsluitend koloniehuisvesting (grote verrijkte kooi volgens Nederlandse regelgeving) nog toegestaan.

Beter Leven keurmerk in de Nederlandse supermarkt
Van de totale Nederlandse eierproductie wordt circa 1/3 afgezet binnen Nederland. Consumptie-eieren worden vooral verkocht via de supermarkten. Er zijn geen exacte cijfers bekend van de marktaandelen voor de verschillende soorten eieren. Geschat wordt dat scharreleieren een aandeel hebben van 70 tot 75%. De overige eieren betreffen vrije uitloop en biologische eieren. Kooi-eieren worden niet aangeboden in de supermarkt. Er is afzet in kleine aantallen via weekmarkten of verkoop op de boerderij. 
In 2018 en 2019 zijn veel supermarkten gestart met de verkoop van eieren met het Beter Leven keurmerk (BLk). Dit keurmerk geeft inzicht in de diervriendelijkheid van de productie: hoe meer sterren hoe hoger het niveau van dierenwelzijn. Nederlandse supermarkten vervangen de binnen gehouden scharreleieren door eieren met een BLk met 1 ster, de vrije-uitloopeieren hebben een BLk met 2 sterren.
Eind 2019 verkochten bijna alle supermarkten uitsluitend eieren met een BLk. De eieren met BLk 1 ster zijn dan geproduceerd in stallen met een overdekte uitloop; de eieren met BLk 2 sterren komen van bedrijven met een overdekte uitloop, met ook een vrije buitenuitloop met beschutting voor de hennen in de vorm van bomen, struiken of schuiltafels. Biologische eieren en eieren geproduceerd in de stalsystemen Rondeel en Kipster hebben een BLk met 3 sterren. Bij de internationale afzet spelen BLk sterren (nog) geen rol.

De Duitse markt stelt veel extra eisen
Meer dan de helft van de eieren geproduceerd in Nederland wordt geëxporteerd naar Duitsland. Het merendeel van deze eieren wordt verkocht in Duitse supermarkten. De Duitse markt stelt zeer hoge eisen waaraan de Nederlandse eieren moeten voldoen. Dit zijn eisen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid. Omdat de Duitse supermarkten alleen eieren verkopen met het KAT-keurmerk (‘Kontrollierte Alternative Tierhaltungsformen’) moeten Nederlandse leghennenhouders die leveren aan de Duitse markt voldoen aan de KAT-eisen. KAT heeft een lange lijst met specifieke bovenwettelijke eisen aan de houderij van leghennen. Zo zijn er extra eisen voor een overdekte uitloop, een maximale dierbezetting en daglicht in stallen. Ook is het behandelen van snavels niet toegestaan. De Duitse supermarkt stelt ook het gebruik van legvoer dat vrij is van genetisch gemodificeerde organismen (non-GMO-voer) als eis. Van meer recente datum is de wens van enkele Duitse supermarkten om de leghaantjes (de broeders van de leghennen) na uitkomst niet als eendagskuiken in de broederij te doden. De broederij moet dan de hennen en hanen scheiden tijdens het broedproces (en zo voorkomen dat er haantje geboren worden) of de haantjes opfokken voor de productie van vlees. Beide varianten geven fors hogere kosten voor de broederij, waardoor de kostprijs van eieren verhoogd wordt.

Concurrentie
De Europese eiersector kan niet concurreren op kostprijs met lagekostenlanden zoals de Verenigde Staten, Argentinië, India en Oekraïne (Van Horne, 2019). De bedrijven in deze landen buiten de EU hebben voordelen van goedkoop veevoer (lokaal aanbod van grondstoffen als mais, tarwe en soja), schaalvoordelen (grote bedrijven) en goedkope arbeid. Daarnaast is er amper wet- en regelgeving voor dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid zoals die voor Europese bedrijven gelden. Deze verschillen leiden tot concurrentievoordelen en zijn deels terug te voeren op maatschappelijke voorkeuren die zich vertalen in meer of minder strenge regelgeving. Vooral de toegenomen import uit Oekraïne geeft zorgen in de sector. Dat in Oekraïne leghennen nog gehouden worden in traditionele kooihuisvesting met een hoge bezetting (dus een kleine leefoppervlakte per hen) illustreert dat er zeker geen gelijk speelveld is. Oekraïne is een buurland van de EU met relatief korte afstanden tot de Europese markt. Daar komt bij dat in 2014 een handelsverdrag is afgesloten met de EU, waardoor Oekraïne eieren en eiproducten kan exporteren zonder importheffingen. Wel is er een maximum gesteld aan de invoer via zogenaamde contingenten. Het merendeel van de invoer uit Oekraïne is bestemd voor de verwerkende industrie. 




Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Peter van Horne
0317-484645
 

Referenties
- Avined, 2020. Verdeling houderijsystemen leghennen. Nieuwegein. www.avined.nl
- Horne, P. van, 2019. Competitiveness of the EU poultry meat sector, base year 2017. International comparison of production costs. Wageningen Economic Research, report 2019-008. Wageningen. February 2019.  



Meer informatie
Toelichting indicator
Onderwerp omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven