Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Voedsel-Economisch Bericht
Kies een thema
Internationaal

Agrarische keten

Primaire sector

Consumptie

 
 
 
 
  
Consumptiepatroon - Levensmiddelen

Huishoudens besteden meer geld aan voeding
11/6/2019
Huishoudens hebben in 2018 meer geld besteed aan voedings- en genotmiddelen in supermarkten en andere detailhandel. Het aandeel van deze bestedingen in de totale consumptieve bestedingen hangt samen met de conjunctuur.

De totale consumptie van Nederlandse huishoudens in 2018 was circa 324 mld. euro. Aan voedings- en genotmiddelen werd ruim 47 mld. euro besteed. Dit betreft de bestedingen van consumenten in de detailhandel (onder andere supermarkten, speciaalzaken, markten en internetwinkels en non-foodwinkels). Ruim 30 mld. euro ging op aan voedingsmiddelen als zuivel, vlees en vis, aardappelen, groenten en fruit, en brood. De rest is besteed aan genotmiddelen als consumptie-ijs, zoetwaren, dranken en tabak. De uitgaven aan voedings- en genotmiddelen bedroegen 14,6% van de totale consumptieve bestedingen aan goederen en diensten in 2018. Op de lange termijn is dit aandeel licht dalend. In 1995 was dit aandeel nog 17%, en in 2007 was dit gedaald tot 14%. Tijdens de crisis in 2008 is het percentage weer wat gestegen. Het prijsniveau van voedsel is zowel vóór (1995-2008) als na de crisis (2008-2018) juist minder hard gestegen dan het totale prijsniveau (gebaseerd op de consumentenprijsindices van het CBS). Het aandeel van voedsel in de consumptieve bestedingen hangt samen met de conjunctuur. Dit geldt ook voor Nederland (zie tabel onder). Hoe beter het economisch gaat hoe kleiner het aandeel van de bestedingen aan voedsel in de totale bestedingen. Volgens World Economic Forum gaat in de armste landen soms wel de helft van de bestedingen naar voedsel.

Uitgaven aan voeding in de horeca en recreatie worden in de uitgaven aan diensten meegerekend en komen in het aandeel van voedsel in de consumptieve bestedingen niet tot uitdrukking.

Consumptieve bestedingen van huishoudens (mld. euro), a 2014-2018
201420152016 b 2017 b 2018 b
Voedingsmiddelen2727.828.529.330.3
Genotmiddelen c 15.715.916.116.417
Totaal voedings- en genotmiddelen d 42.743.744.645.847.3
Totaal consumptieve bestedingen aan goederen en diensten287.5294.1300.4310.3323.8
Aandeel (%) voedings- en genotmiddelen14.914.914.814.714.6
a Tegen werkelijke prijzen.
b De bestedingen in euro zijn berekend op basis van gepubliceerde indexcijfers en waardemutaties.
c Inclusief tabak.
d Betreft bestedingen van consumenten via de handel of direct. Uitgaven in horeca en catering worden niet meegenomen.
Bron: CBS; Bewerking: Wageningen Economic Research.


Prijzen van verse producten schommelen meer dan prijzen van verwerkte producten
De ontwikkelingen in de voedselprijzen voor de consument verschillen per productgroep. Voor de meeste producten gaan de schommelingen in de consumentenprijzen in meer of mindere mate gelijk op met de schommelingen in de agrarische prijzen (zie ook de Voedselprijzenmonitor).

De prijzen af-boerderij van granen, aardappelen, groenten en fruit zijn onderhevig aan weersinvloeden, ziekten en plagen. Ook kunnen de in gebruik genomen teeltarealen voor een specifiek product bij boeren per cyclus variëren. Daarnaast spelen seizoenen een rol in het aanbod. In het oogstseizoen is het aanbod doorgaans hoger en zijn de prijzen lager. De prijzen af-boerderij van eieren hebben vaak geschommeld als gevolg van crises (fipronilaffaire, vervoersverbod als gevolg van kippenpest).

In het algemeen kan gesteld worden dat hoe meer verwerking er bij een product aan te pas komt, hoe minder schommelingen er in de consumentenprijzen zijn. De inkoop van voedingsgrondstoffen is slechts één van de kostencomponenten van verwerkte producten. Bij de productie in de verwerkende industrie en distributie via de retail spelen andere kosten een grote rol. Voorbeelden zijn arbeids- en energiekosten, verpakkingen, logistiek, huur, en marketingkosten. Deze kosten liggen voor een langere periode contractueel vast, waardoor de consumentenprijzen minder hoeven te schommelen. Zo ging in de periode 2011-2013 bij brood 14% van de consumentenprijs naar de akkerbouwer voor zijn graan; voor verse paprika gaat 34% naar de teler; en voor eieren en kipfilet krijgen de pluimveehouder en de leghennenhouder respectievelijk 40% en 22% van de consumentenprijs (Baltussen et al. 2014). Bij verwerkte producten als vlees en zuivel liggen productieniveaus bovendien meer vast. Bevroren vlees kan lang opgeslagen worden, soms enkele jaren, om daarna ontdooid en bewerkt te worden in een consumentenproduct. Voor handel tussen de slachterijen, zuivelondernemingen en supermarkten worden jaarcontracten gebruikt. Bijvoorbeeld voor vlees vindt daarbinnen overleg plaats over reclameacties.

Van verse producten hebben aardappelproducten sinds het jaar 2000 de grootste consumentenprijsveranderingen gekend, tussen 12% en 93% in een jaar. Voor groente lagen de prijsveranderingen tussen 7% en 52% in een jaar, en voor fruit waren deze tussen 6% en 28%. Bij brood varieerden de consumentenprijzen in detailhandel tussen 1% en 9% in een jaar. Varkensvleesproducten hebben sinds het jaar 2000 consumentenprijsveranderingen tussen 1% en 15% in een jaar gekend. Voor rund- en kalfsvlees lagen de prijsveranderingen tussen 1% en 8% in een jaar, en voor pluimveevlees waren deze tussen 2% en 9%. Eieren laten prijsschommelingen tussen 2% en 42% per jaar zien.

Meeste producten steeds duurder
Eieren en aardappelen zijn de productgroepen die tussen 2013 en 2018 vooral duurder zijn geworden: respectievelijk 29% en 28% gebaseerd op een jaargemiddelde (zie tabel). Dit heeft vooral te maken met de stijging in de grondstofprijs. De prijzen van fruit en pluimveevlees stegen respectievelijk met 14% en 12% in dezelfde periode. Zuivel (12%), groenten (6%), rundvlees (5%) en varkensvlees (2%) zijn eveneens in prijs gestegen. Brood en beschuit (-1%) zijn voor de consument nauwelijks duurder geworden. Voor vlees geldt dat er verschillen zijn per soort in zowel prijs als afzetontwikkelingen. In 2018 ligt het totale verbruik van vlees en vleeswaren per hoofd van de bevolking in Nederland iets boven de 77 kg (op basis van karkasgewicht). Dit is ruim een halve kilo meer dan in 2017. Hiermee is er voor het eerst na tien jaar weer een lichte stijging in de vleesverbruikcijfers. De stijging komt vooral door een toename van het verbruik van pluimveevlees en een marginale toename van varkens- en rundvlees. De cijfers voor kalfs-, schapen-, geiten- en paardenvlees blijven gelijk aan eerdere jaren (Dagevos et al., 2019). In augustus 2019 maakte marktbureau IRI melding van een daling van de hoeveelheid in supermarkten verkochte roodvleesproducten (rund-, varkensvlees en wild) in de periode 2017 tot medio 2019. Dit is een andere en minder omvattende wijze van dataverzameling dan de door Dagevos et al. gehanteerde berekeningswijze.
De consumptie van groenten en fruit lijkt te stijgen. Nederlanders aten in de periode 2012-2016 bijna 120 gram fruit per dag, 8% meer dan in de periode 2007-2010 (RIVM Voedselconsumptiepeiling).

Prijsontwikkeling van enkele productgroepen, consumentenprijsindex (cpi) (jaarlijks gemiddelde, 2015=100)
20132018
Aardappelproducten106118
Brood en beschuit100100
Eieren99125
Melk en zuivel96107
Pluimveevlees98112
Rundvlees100105
Varkensvlees103103
Vers fruit103111
Verse groenten100103
Bron: CBS; Bewerking: Wageningen Economic Research.


In elke productgroep zit een variatie aan consumentenartikelen met verschillende eigenschappen. Verschuivingen in het aanbod van producten en/of in de voorkeuren van consumenten voor artikelen met een bepaalde karakteristiek kunnen de prijsontwikkeling van de gehele productgroep beïnvloeden. Zo geldt bijvoorbeeld voor alle productgroepen dat consumenten in de afgelopen jaren steeds vaker voor een biologisch product hebben gekozen als onderdeel van hun basisboodschappenpakket. Producten die onder andere duurzaamheidscertificeringssystemen zijn geproduceerd, zoals Beter Leven, Aquaculture Stewardship Council (ASC, een keurmerk voor kweekvis) en Fair Trade, maken eveneens een steeds groter deel van het assortiment uit. De omzet van producten met een duurzaamheidslogo gericht op de consument is tussen 2013 en 2017 verdubbeld. Deze producten kunnen iets duurder uitvallen dan hun equivalent uit de gangbare productiesystemen (zie ook Monitor Duurzaam Voedsel). Ook producten met een relatief hogere toegevoegde waarde voor consumenten, zoals kleinverpakkingen en producten met verrijkte ingrediënten zoals toegevoegde vitamines, kunnen duurder uitvallen.


Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Katja Logatcheva
070-3358156
 

Referenties
  • Baltussen, W.H.M., M. Kornelis, M.A. van Galen, K. Logatcheva, P.L.M. van Horne, A.B. Smit, S.R.M. Janssens, A. de Smet, N.F. Zelst, V.M. Immink, E.B. Oosterkamp, A. Gerbrandy, W.B. van Bockel, T.M.L. Pham, (2014) Prijsvorming van voedsel; Ontwikkelingen van prijzen in acht Nederlandse ketens van versproducten Wageningen: LEI Wageningen UR.
  • CBS. Bestedingen; consumptie huishoudens
  • Dagevos, Hans, David Verhoog, Peter van Horne en Robert Hoste (2019). Vleesconsumptie per hoofd van de bevolking in Nederland, 2005-2018. Wageningen, Wageningen Economic Research, Nota 2019-108
  • Monitor Duurzaam Voedsel 2018.
  • NSO Retail. Marktcijfers Tabak.
  • World Economic Forum



Meer informatie
Toelichting indicator
Onderwerp omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven