Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Voedsel-Economisch Bericht
Kies een thema
Internationaal

Agrarische keten

Primaire sector

Consumptie

 
 
 
 
  
Consumptiepatroon - Levensmiddelen

Huishoudens besteden meer geld aan eten en drinken
11/25/2020
Huishoudens besteden ongeveer 13% van hun inkomen aan voedingsmiddelen en dranken via de detailhandel en directe verkoop. In 2019 zijn deze bestedingen toegenomen met bijna 2 mld. euro ten opzichte van 2018. Deze stijging komt gedeeltelijk door de verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9% per 1 januari 2019. 

De totale consumptie van Nederlandse huishoudens was circa 356 mld. euro in 2019. Aan voedingsmiddelen en dranken is ruim 45 mld. euro besteed. Dit betreft de bestedingen van consumenten in de detailhandel (onder andere supermarkten, speciaalzaken, markten en internetwinkels en non-foodwinkels) en directe verkoop. De uitgaven aan voedingsmiddelen en dranken bedroegen 12,8% van de totale consumptieve bestedingen aan goederen en diensten in 2019. Dit aandeel is de laatste jaren stabiel. Uitgaven aan voeding in de horeca en recreatie worden in de uitgaven aan diensten meegerekend en komen in het aandeel van voedingsmiddelen en dranken in de consumptieve bestedingen niet tot uitdrukking. 

Consumptieve bestedingen van huishoudens a (mld. euro) b , 2015-2019
20152016201720182019 d
Totaal consumptieve bestedingen aan goederen en diensten301315327342356
Voedingsmiddelen en dranken c 4041424445
Aandeel (%) voedingsmiddelen en dranken1312.91312.712.8
a Betreft de consumptieve bestedingen door huishoudens inclusief instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.
b Tegen werkelijke prijzen.
c Betreft bestedingen van consumenten via de handel of direct. Uitgaven in horeca en catering worden niet meegenomen. Deze vallen onder uitgaven aan diensten.
d Voorlopige cijfers.
Bron: CBS Consumptie; goederen en dienstencategorieën; nationale rekeningen. Berekening: Wageningen Economic Research.

In 2019 is bijna een kwart van de bestedingen aan voeding en dranken bestemd voor kruidenierswaren als rijst en pasta, suiker, kruiden en specerijen, en andere houdbare producten. Circa één vijfde van de bestedingen aan voedingsmiddelen en dranken is voor aardappelen, groenten en fruit. Vlees en vleesproducten beslaan 15% van het voedingsmiddelen- en drankenbudget, zuivel, eieren, oliën en vetten samen 14%. De aandelen van de verschillende productgroepen binnen de consumptieve bestedingen aan voedingsmiddelen en dranken zijn relatief stabiel, maar er is een voorzichtige stijging in het aandeel van aardappelen, groeten en fruit waarneembaar sinds 2000. Dat aandeel is een paar procentpunten toegenomen ten koste van andere groepen behalve kruidenierswaren.



Meeste producten in prijs gestegen, deels door de btw-stijging
Alle productgroepen zijn in de periode 2014-2019 voor de consument in (nominale) prijs gestegen. Vooral aardappelen en eieren zijn duurder geworden: respectievelijk 48% en 41% gebaseerd op een jaargemiddelde (zie tabel). Deels komt de stijging in prijzen door de verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9% per 1 januari 2019. De prijzen van pluimveevlees stegen met 15% tussen 2014 en 2019. Melk en andere zuivel en vers fruit zijn met 10% in prijs gestegen. Bij de overige producten zijn de prijzen gestegen in lijn met de inflatie. De algemene inflatie bedroeg ongeveer 7% over dezelfde periode.
Nominale prijsontwikkeling van enkele productgroepen, consumentenprijsindex (cpi) a (jaarlijks gemiddelde, 2015=100)
20142019
Aardappelproducten92136
Brood en beschuit100104
Eieren97137
Melk en zuivel101111
Pluimveevlees100115
Rundvlees100109
Varkensvlees101108
Vers fruit98108
Verse groenten98106
Alle consumentenbestedingen99106
a Voor de afzonderlijke voedselproductgroepen is de cpi berekend op basis van het gemiddelde van 12 maanden.
Bron: Agrimatie.nl - Voedselprijzenmonitor. Bewerking: Wageningen Economic Research.

De vraag naar voedselproducten is onder normale omstandigheden redelijk stabiel. Voorbeelden van uitzonderingen zijn seizoengebonden consumptie, consumentenvertrouwenscrises, of hypes bij individuele producten. De consumentenprijs van een productgroep kan verder veranderen doordat de eigenschappen van producten binnen de groep veranderen door de consumentenvoorkeuren. Producten met een relatief hogere toegevoegde waarde voor consumenten, zoals kleinverpakkingen en producten met verrijkte ingrediënten zoals toegevoegde vitamines, kunnen duurder uitvallen. Hun toenemende populariteit kan voor een hogere gemiddelde consumentenprijs van de hele productgroep zorgen, maar deze verandering gaat vaak geleidelijk.

De schommelingen in de consumentenprijzen hebben vooral te maken met het aanbod van grondstoffen. Voor de meeste producten gaan de schommelingen in de consumentenprijzen in meer of mindere mate gelijk op met de schommelingen in de agrarische prijzen (zie ook de Voedselprijzenmonitor).

Aanbod van granen, aardappelen, groenten en fruit is veranderlijk door weersinvloeden, ziekten en plagen. Ook kunnen de in gebruik genomen teeltarealen voor een specifiek product bij boeren per cyclus variëren. Daarnaast spelen seizoenen een rol in het aanbod. In het oogstseizoen is het aanbod doorgaans hoger en zijn de prijzen lager. Het seizoenseffect is bij plantaardige producten sterker dan bij vlees, zuivel en eieren.

Bewaarbaarheid product en mate van verwerking van invloed op prijsschommelingen
Fruit en groenten bestemd voor de versmarkt komen relatief snel na de oogst op de markt, wat de schommeling van hun prijzen versterkt. Productieniveaus van dierlijke producten liggen meer vast, en er zijn betere bewaarmogelijkheden dan bij vers fruit en groente. Bevroren vlees kan lang opgeslagen worden om daarna ontdooid en bewerkt te worden in een consumentenproduct. Voor handel tussen de verwerkende industrie en supermarkten worden langetermijncontracten gebruikt. Daarbinnen worden bijvoorbeeld reclameacties vastgelegd. De grondstofprijzen van vlees en eieren kennen soms schommelingen als gevolg van crises, bijvoorbeeld fipronilaffaire, vervoersverbod als gevolg van kippenpest, en varkenspest.

Van verse plantaardige producten hebben aardappelproducten sinds het jaar 2010 de grootste consumentenprijsveranderingen gekend, tussen 12% en 73% in een jaar. Voor verse groente lagen de prijsveranderingen tussen 7% en 20% in een jaar, en voor fruit waren deze tussen 6% en 13%. Varkensvleesproducten hebben in de periode 2010-2018 consumentenprijsveranderingen van maximaal 1% tot 5% in een jaar gekend. In 2019 schommelden deze prijzen met 19%, mede veroorzaakt door de stijging van varkensvleesprijzen wereldwijd door varkenspest in Azië. Voor rund- en kalfsvlees waren de prijsveranderingen in de periode 2010-2019 maximaal 1% tot 5% in een jaar, en voor pluimveevlees waren deze 2% tot 7%. Eieren hebben in dezelfde periode prijsschommelingen van 2% tot 18% per jaar laten zien, met de grootste schommeling in 2017, het jaar van de fipronilaffaire.

Aandeel consumenteneuro voor de boer van invloed op prijsschommelingen bij de consument
In het algemeen kan ook gesteld worden dat hoe lager het aandeel voor de boer is van de consumenteneuro, hoe minder schommelingen er in de consumentenprijzen zijn. De grondstoffen zelf zijn slechts één van de kostencomponenten van de producten die door de consument worden aangekocht in de detailhandel. Bij de productie in de verwerkende industrie, en distributie via de tussenhandel en de retail spelen andere kosten een grote rol. Voorbeelden zijn arbeids- en energiekosten, verpakkingen, logistiek, huur, en marketingkosten. Deze kosten liggen voor een langere periode contractueel vast, waardoor de consumentenprijzen minder hoeven te schommelen.

Een goed voorbeeld zijn brood en consumptiemelk, beide verwerkte producten. Bij brood gaat circa 14% van de consumentenprijs naar de akkerbouwer voor zijn graan (op basis van de periode 2011-2013, zie Baltussen et al. 2014). Bij consumptiemelk gaat circa 50% van de consumentenprijs naar de melkveehouder (op basis van de periode 2017-2018, zie Van Galen et al. 2020). Bij brood varieerden de consumentenprijzen in de periode 2010-2019 maximaal 1% tot 3% binnen een periode van één jaar. Bij verse halfvolle en magere melk varieerden deze prijzen in dezelfde periode maximaal 3% tot 19% binnen een jaar. Tegelijkertijd schommelde de prijs af boerderij van graan met 5% tot 87%, en de prijs van rauwe melk af boerderij met 5% tot 58% binnen een jaar.

Kostprijsveranderingen door verduurzaming van invloed op prijsstijging
Maatschappelijke afspraken over duurzaamheid van het assortiment en de daarmee gepaarde kosten kunnen prijsverhogend werken. Een brede introductie van een bepaald keurmerk in supermarkten kan de prijs opdrijven omdat de grondstof met een keurmerk duurder is. Zo zijn mede door een grootschalige stapsgewijze introductie van een aantal grotere niet-biologische keurmerken en programma’s in veel supermarkten vanaf de tweede helft van 2018 als On the way to PlanetProof, Beter voor Koe, Natuur & Boer en Beter Leven voor drinkmelkproducten, waren er prijsstijgingen van verse melk af fabriek bestemd voor supermarkten eind 2018-2019 (zie Van Galen et al. 2020).

Voor alle productgroepen geldt dat consumenten in de afgelopen jaren steeds vaker voor een biologisch product hebben gekozen als onderdeel van hun basisboodschappenpakket. Producten die onder andere duurzaamheidscertificeringssystemen zijn geproduceerd, zoals Beter Leven, Aquaculture Stewardship Council (ASC, een keurmerk voor kweekvis) en Fair Trade, maken eveneens een steeds groter deel van het assortiment uit. De omzet van producten met een duurzaamheidslogo gericht op de consument is tussen 2013 en 2019 meer dan verdubbeld. Deze producten kunnen iets duurder uitvallen dan hun equivalent uit de gangbare productiesystemen (zie ook Monitor Duurzaam Voedsel).



Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Katja Logatcheva
070-3358156
 

Referenties
Agrimatie.nl - Voedselprijzenmonitor.

Baltussen, W.H.M., M. Kornelis, M.A. van Galen, K. Logatcheva, P.L.M. van Horne, A.B. Smit, S.R.M. Janssens, A. de Smet, N.F. Zelst, V.M. Immink, E.B. Oosterkamp, A. Gerbrandy, W.B. van Bockel, T.M.L. Pham, (2014) Prijsvorming van voedsel; Ontwikkelingen van prijzen in acht Nederlandse ketens van versproducten Wageningen: LEI Wageningen UR.

CBS. Consumentenprijzen; prijsindex 2015=100. 

CBS. Consumptie; goederen en dienstencategorieën; nationale rekeningen. 

Dagevos, H., D. Verhoog, P. van Horne, R. Hoste (2020) Wageningen : Wageningen Economic Research nota 2020-078.

Galen, M. Van, W. Baltussen, K. Gardebroek, N. Herceglic´, R. Hoste, R. Ihle, J. Jager, B. Janssens, G. Jukema, M. Kornelis, K. Logatcheva, E. Oosterkamp, J. Roskam, H. Silvis en R. Stokkers (2020). Agro-Nutri Monitor 2020: Monitor prijsvorming voedingsmiddelen en analyse belemmeringen voor verduurzaming. (Wageningen Economic Research rapport; No. 2020-014). Wageningen Economic Research. https://doi.org/10.18174/528928.




Meer informatie
Toelichting indicator
Onderwerp omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven