Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Voedsel-Economisch Bericht
Kies een thema
Internationaal

Agrarische keten

Primaire sector

Consumptie

 
 
 
 
  
Consumptiepatroon - Levensmiddelen

Uitgaven aan voeding
1/20/2022
Corona zorgt voor een trendbreuk in consumptieve bestedingen
De totale consumptie van Nederlandse huishoudens was circa 335 mld. euro in 2020. Aan voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken is ruim 43 mld. euro besteed (zie tabel). Dit betreft de bestedingen van consumenten in de detailhandel (onder andere supermarkten, speciaalzaken, markten en internetwinkels en non-foodwinkels) en directe verkoop. De uitgaven aan voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken bedroegen 12,7% van de totale consumptieve bestedingen aan goederen en diensten in 2020. Uitgaven aan voeding in de horeca en recreatie worden in de uitgaven aan diensten meegerekend en komen in het aandeel van voedingsmiddelen en dranken in de consumptieve bestedingen niet tot uitdrukking.

In de jaren tot aan het coronajaar 2020 waren de totale consumptieve bestedingen aan goederen en diensten, en de bestedingen aan voedingsmiddelen en dranken stijgende. Het aandeel voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken was sinds 2012 met ruim 11% relatief stabiel (zie tabel). In 2020 is daar verandering in gekomen. De totale bestedingen aan goederen en diensten zijn gedaald. De bestedingen aan voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken zijn juist toegenomen. Als resultaat is het aandeel van voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken in één jaar met anderhalve procentpunt gestegen. Een belangrijke reden is de verschuiving van voedselaankopen door de coronamaatregelen van de horeca naar de detailhandel die tot uitdrukking komt in de cijfers over consumptieve bestedingen aan voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken. Een andere reden is dat de bestedingen aan andere diensten en goederen meer direct zijn beïnvloed door de beperkingen. Ten slotte kent voedsel als basisbehoefte beperktere besparingsmogelijkheden dan veel andere onderdelen van de consumptieve bestedingen.

Consumptieve bestedingen van huishoudens a (mld. euro) b , 2016-2020
20162017201820192020 d
Totaal consumptieve bestedingen aan goederen en diensten316327342354335
Voedingsmiddelen en dranken c 3637384043
Aandeel (%) voedingsmiddelen en dranken11.311.311.111.312.7
a Betreft de consumptieve bestedingen door huishoudens inclusief instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.
b Tegen werkelijke prijzen.
c Betreft bestedingen van consumenten via de handel of direct. Uitgaven in horeca en catering worden niet meegenomen. Deze vallen onder uitgaven aan diensten.
d Voorlopige cijfers.
Bron: CBS Consumptieve bestedingen; verbruiksfunctie, nationale rekeningen. Berekening: Wageningen Economic Research.


Aandelen verschillende voedingsmiddelen stabiel
In 2020 is 21% van de bestedingen aan voeding en dranken bestemd voor Aardappelen, groenten en fruit. De groepen Vlees en vleesproducten, en Brood, broodproducten, gebak en banket zijn beide 19% van deze bestedingen. Het aandeel van Kruidenierswaren, zoetwaren en overig is 18%. Zuivel, eieren, oliën en vetten maken 15% van de bestedingen aan voeding en dranken uit. De productgroepen Alcoholvrije dranken en Vis hebben de kleinste aandelen, beide goed voor 4%. De aandelen van de verschillende productgroepen binnen de consumptieve bestedingen aan voedingsmiddelen en dranken zijn relatief stabiel, maar er is een voorzichtige stijging in het aandeel van aardappelen, groeten en fruit waarneembaar sinds 2000 (zie figuur). Dit aandeel is een paar procentpunten toegenomen ten koste van andere voedingsmiddelen als vis, vlees en alcoholvrije dranken.


Uitgaven aan voedsel met duurzaamheidskeurmerk
Voedingsmiddelen en dranken met een duurzaamheidskeurmerk winnen aan de populariteit bij consumenten. In 2020 was het aandeel van de uitgaven aan voedsel met een duurzaamheidskeurmerk met onafhankelijke controle (ASC, Biologisch, Beter Leven, Fair Trade/Max Havelaar, MSC, On the way to PlanetProof, Rainforest Alliance, UTZ Certified, Label Rouge en Vrije Uitloop) in de supermarkten, de foodservice en gespecialiseerde winkels in duurzamer voedsel (natuurwinkels, biologische supermarkten, etc.) 16% of circa 8,2 mld. euro (Logatcheva, 2021). Dit aandeel is in de loop der jaren gegroeid. In 2009 was dit aandeel nog 3%, zie figuur. De grootste uitgaven aan voedsel met een duurzaamheidskeurmerk vinden plaats in supermarkten, ruim 7 mld. euro in 2020. Het aandeel van de bestedingen aan voedsel met een duurzaamheidskeurmerk in supermarkten is tussen 2013 en 2020 gegroeid van 8% naar 19%.

De groei van de bestedingen in 2020 is gedreven door de stijging in de afzet van voedsel met een duurzaamheidskeurmerk in supermarkten en gespecialiseerde biologische winkels. De afzet is toegenomen door het verschuiven van de vraag door Covid-19 gerelateerde beperkingen in de foodservice. Mede door deze verschuiving is in totaal 9% meer aan alle voedsel en dranken (met en zonder duurzaamheidskeurmerk) besteed in supermarkten en biologische winkels in 2020 ten opzichte van 2019. Daarnaast is er een extra groei in afzet van voedsel met een duurzaamheidskeurmerk in de supermarkten geweest. De uitgaven aan voedsel met een duurzaamheidskeurmerk in supermarkten zijn in dezelfde periode met 21% gestegen.


Er zijn verschillen tussen de productgroepen en jaren in hoe de bestedingen aan voedsel met een duurzaamheidskeurmerk zich ontwikkelen. Veranderende consumentenvoorkeuren en de beschikbaarheid van gecertificeerde grondstoffen zorgen voor dynamiek in vraag en aanbod van dit voedsel. De grotere sprongen hebben meestal te maken met het introduceren en uitrollen van een (nieuw) keurmerk voor een specifieke productgroep en de afspraken die retailers maken over het aanbieden van het integrale assortiment van een bepaalde productgroep onder een keurmerk. Voorbeelden zijn het aanbieden van alle vers varkensvlees minimaal onder 1 ster van Beter Leven, of alle huismerkkoffie, -thee en chocolade minimaal onder UTZ Certifieer of Rainforest Alliance.

In 2020 lieten de bestedingen aan bijna alle productgroepen met een duurzaamheidskeurmerk in de supermarkten, de foodservice en biologische winkels per saldo een groei zien. Een uitzondering is Koffie en thee, een productgroep waar traditioneel relatief veel aan wordt besteed in de foodservice. Stijgingen van bestedingen aan koffie en thee met een keurmerk in supermarkten en biologische winkels hebben het wegvallen van de afzet in de foodservice niet goed kunnen maken.


Omzet biologisch voedsel
Binnen de bestedingen aan voedsel met een duurzaamheidskeurmerk heeft het Beter Leven keurmerk met 34% het grootste aandeel, gevolgd door Biologisch (18%) en UTZ Certified (16%). Het Europese keurmerk Biologisch is het enige keurmerk met uitgangspunten van de landbouw die in de EU-wetgeving zijn vastgelegd. Naar schatting wordt in Nederland 1,6 mld. euro aan voedselproducten met een biologisch keurmerk uitgegeven door consumenten. Het keurmerk heeft een lange periode in de lift gezeten. In de periode 2015-2019 zijn de bestedingen aan biologische producten in Nederland jaarlijks met 5% tot 8% gestegen. In 2020 is de situatie voor biologisch anders door corona. De bestedingen aan biologisch voedsel zijn licht afgenomen met 1% door het wegvallen van de afzet in de foodservice. Stijgingen van de biologische afzet in supermarkten (+9%) en biologische winkels (+9%) hebben het verlies in de foodservice niet kunnen compenseren. Voor andere keurmerken met uitzondering van UTZ Certified (sterk in koffie en thee) is dit wel het geval geweest, zie figuur.


Uit de recent uitgebrachte tweede Agro-Nutri Monitor door ACM blijkt dat de meeste consumenten in de praktijk niet bereid zijn een hogere prijs te betalen voor duurzame producten, terwijl het momenteel juist meer kost om biologische producten te maken dan gangbare alternatieven (Van Galen et al., 2021). De grootste belemmering voor de groei van de biologische sector zit dan ook in de geringe vraag van consumenten naar duurzame producten.







Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Katja Logatcheva
070-3358156
 

Referenties
Deze tekst is afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw en Voedsel; Editie 2021. Wageningen Economic Research en CBS; Nota 2022-013.





Meer informatie
Toelichting indicator
Onderwerp omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven