Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Voedsel-Economisch Bericht
Kies een thema
Internationaal

Agrarische keten

Primaire sector

Consumptie

 
 
 
 
  
Bedrijven - Land- en tuinbouw

Bedrijfsstructuur: lichte daling aantal bedrijven in 2019
11/25/2020
Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is volgens de landbouwtelling in 2019 met bijna 700 afgenomen tot 53.200, een daling met 1,3%. Dat is wat lager dan in 2018 (1,7%) en ruim onder het langjarige gemiddelde van 2 à 3% per jaar. 

Land- en tuinbouwbedrijven naar bedrijfstype (aantal bedrijven), 2000-2019
2000201020182019Verschil (%) 2018-2019
Glastuinbouw- en champignonbedrijven8,8044,5732,6232,7002.9
Opengrondstuinbouwbedrijven10,4897,4505,7055,671-0.6
Akkerbouwbedrijven14,79911,96210,83410,9791.3
Melkveebedrijven23,28017,51915,46414,923-3.5
Overige graasdierbedrijven20,20819,07310,15910,083-0.7
Intensieve veehouderijbedrijven12,0587,9115,9015,730-2.9
Gecombineerde bedrijven7,7513,8363,2243,147-2.4
Land- en tuinbouwbedrijven, totaal97,38972,32453,91053,233-1.3
Bron: CBS-Landbouwtelling; bewerking: Wageningen Economic Research.

Toename aantal glastuinbouwbedrijven
Het aantal glastuinbouwbedrijven is in 2019 met 90 (3,5%) gestegen tot 2.700. Dat wijkt sterk af van de jaarlijkse afname vanaf de eeuwwisseling met 6 à 7%. Het glasareaal nam in 2019 nog sterker toe (met 700 ha, 8%, zie Areaal land- en tuinbouw), waardoor de groei van de gemiddelde oppervlakte per bedrijf stokte. Voor een deel kan de groei van het areaal worden toegeschreven aan de zeer goede economische resultaten in de glastuinbouw de afgelopen jaren. Dat resulteerde in een sterke toename van de investeringen in de nieuwbouw van kassen. Daarnaast heeft de toename van het aantal bedrijven en het areaal waarschijnlijk ook te maken met de inspanningen om de registratie van deze sector in de landbouwtelling te verbeteren. Het aantal opengrondstuinbouwbedrijven is in 2019 vrijwel gelijk aan het voorgaande jaar; over een langere periode (vanaf 2000) nam het aantal bedrijven met gemiddeld 3 à 4% per jaar af.

Sanering varkenshouderij
Het aantal intensieve veehouderijbedrijven is in 2019 met 2,9% gedaald tot ruim 5.700 (tabel 1). Dat is iets minder dan de langjarige daling van gemiddeld 4% per jaar. De komende jaren zal binnen de intensieve veehouderij het aantal varkensbedrijven versneld inkrimpen door een opkoopregeling - Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) - om geuroverlast in veedichte gebieden (concentratiegebieden Zuid en Oost) te verminderen. Hierbij komen de opgekochte varkensrechten te vervallen. De overheid wil voorts de stikstofreductie die dit oplevert inzetten om woningbouw- en infrastructuurprojecten vlot te trekken. Voor de regeling zijn 502 aanvragen ingediend, waarvan 407 aan de vereisten voldoen. Dat aantal komt overeen met 15% van de bijna 2.800 gespecialiseerde varkensbedrijven in 2019, en met 10% van het aantal bedrijven met varkens in 2019. Het gaat om een mix van jongere en oudere bedrijven, kleinere en grotere. Dat hangt deels samen met de criteria, geuroverlast, en de vergoedingssystematiek. De subsidie bestaat uit een marktconforme vergoeding voor de varkensrechten en een vergoeding voor het waardeverlies van de stallen. Het subsidieplafond voor de Srv is eerst verhoogd van 120 tot 180 mln. euro en vervolgens tot 455 mln. euro om alle 407 aanvragen te kunnen honoreren.

Volgens de voorlopige landbouwtelingsuitkomsten is het aantal bedrijven met varkens afgenomen van 4.090 in 2019 tot 3.550 in 2020, een krimp van 13%. Deze daling is niet het gevolg van de Subsidieregeling sanering varkensbedrijven, maar heeft mede te maken met het Actieplan Ammoniak Veehouderij. In het Actieplan Ammoniak Veehouderij is een landelijk gedoogbeleid opgenomen voor stoppende veehouderijen (‘stoppersregeling’) die niet voldoen aan de maximale emissiewaarden uit het Besluit emissiearme huisvesting. Veehouders die gebruik hebben gemaakt van de stoppersregeling van het actieplan moeten ofwel op 1 januari 2020 zijn gestopt met de varkens- of pluimveetak ofwel de huisvesting moet voldoen aan de eisen van het Besluit emissiearme huisvesting.

In twee jaar tijd bijna 9% minder melkveebedrijven
In 2018 en 2019 is het aantal melkveebedrijven met respectievelijk 870 en 540 afgenomen, een vermindering in twee jaar tijd met 8,7%. De vrij sterke daling in 2018 is vooral het gevolg van de Subsidieregeling voor bedrijfsbeëindiging melkveehouderij. Dit is een van de maatregelen om de fosfaatproductie in de melkveesector in 2017 omlaag te brengen, om zo onder het nationaal fosfaatplafond uit te komen voor het behoud van de derogatie.

Akkerbouwbedrijven en overige graasdierbedrijven
Het aantal akkerbouwbedrijven is evenals het aantal overige graasdierbedrijven vanaf 2016 vrij constant gebleven. In 2016 is door de gewijzigde registratie van de land- en tuinbouwbedrijven een groot aantal (vooral kleine) graasdier- en akkerbouwbedrijven uit de landbouwtelling verdwenen. Dat het aantal bedrijven in deze sectoren ongeveer gelijk blijft, is waarschijnlijk mede het gevolg van de instroom vanuit de melkveehouderij. Als bedrijven zonder melkveetak worden voortgezet, dan verandert de typering van melkveebedrijf meestal naar overig graasdier- of akkerbouwbedrijf.

Weinig faillissementen
Na een periode (2009-2013) waarin relatief vrij veel land- en tuinbouwbedrijven failliet zijn verklaard, is het aantal faillissementen sterk afgenomen tot 20 per jaar in de afgelopen drie jaar (figuur). Ook in de eerste helft van 2020 blijft het aantal beperkt (zeven). Veruit de meeste faillissementen zijn uitgesproken in de plantaardige sectoren (85% in de periode 2000-2019) en dan met name in de (glas)tuinbouw. De daling van het aantal land- en tuinbouwbedrijven bestaat in hoofdzaak uit de min of meer vrijwillige bedrijfsbeëindiging bij generatiewisseling.

Het verloop van het aantal faillissementen in de land- en tuinbouw tussen 2000-2019 lijkt sterk op dat voor alle bedrijven en hangt samen met de economische ontwikkeling. Zo kromp de Nederlandse economie in de periode 2009-2013 met gemiddeld 0,4% per jaar, om daarna weer te groeien met gemiddeld 2,1% per jaar in de jaren 2014-2019.



1 De belangrijkste wijziging is dat bedrijven die niet in het Handelsregister (Kamer van Koophandel) zijn opgenomen met een agrarische landbouwactiviteit, niet meer in de landbouwtelling zijn opgenomen. Tot 2015 hoefden onder meer landbouwers zich niet in te schrijven in het Handelsregister. Deze inschrijving is echter sinds 2015 als voorwaarde gesteld om in aanmerking te komen voor steun in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het zijn in het algemeen bedrijven met een zeer kleine economische omvang die uit de registratie zijn weggevallen.


Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Martien Voskuilen
070 3358328
 


Meer informatie
Toelichting indicator
Onderwerp omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven