Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Voedsel-Economisch Bericht
Kies een thema
Internationaal

Agrarische keten

Primaire sector

Consumptie

 
 
 
 
  
Betekenis van de agrosector - Land- en tuinbouw

Aandeel agrocomplex in Nederlandse economie licht gedaald
11/25/2020
De agrarische sector - opgebouwd uit de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij - is nauw verweven met andere delen van de economie. Enerzijds is agrarische productie nauwelijks mogelijk zonder toelevering van goederen en diensten zoals veevoer, kunstmest, energie, machines, stallen, kassen, veterinaire en zakelijke diensten; anderzijds vergen ruwe agrarische producten verwerking in de voedingsmiddelenindustrie, handel en distributie voordat ze op het bord van de consument terechtkomen. Het geheel van directe en indirecte activiteiten rond de agrarische sector kan als een samenhangende keten worden gezien, die vaak wordt aangeduid als het agrocomplex. 

De keten in beeld
In deze benadering staan de primaire sector en de verwerkende industrie van voedings- en genotmiddelen centraal en wordt de omvang van het agrocomplex bepaald door wat de primaire sector en de verwerking nodig hebben van toelevering en logistiek om de producten voort te brengen. De primaire sector is samen met de verwerking feitelijk de spin in het grotere web van agroactiviteiten. Deze insteek is historisch gegroeid, en vooral ingegeven door de wens een keten ‘van grond tot mond’ in beeld te brengen. Dit verklaart ook waarom de invoer en verwerking van producten als koffie, thee en cacao is inbegrepen in de cijfers, maar de export van toeleveranciers aan buitenlandse primaire producenten en verwerkers niet.

De agrosector is onderdeel van de bredere bio-economie, waarbij bio-economie is gedefinieerd als het geheel van activiteiten dat is gerelateerd aan de productie van biomassa en het omzetten daarvan in voedsel, veevoer, energie, materialen (textiel, pulp, papier) of grondstoffen voor bijvoorbeeld de chemische industrie. De omzet in de bio-economie ligt naar schatting tussen de 114 en 120 miljard euro. Nederland neemt hiermee een middenpositie in binnen Europa. Gerekend naar omzet per oppervlakte neemt Nederland – na België – de tweede positie in (Ministerie van EZ, 2018).

Agrocomplex draagt voor 7% bij aan bruto binnenlands product
De toegevoegde waarde van het totale agrocomplex bedroeg in 2018 - het meest recente jaar waarvoor de cijfers beschikbaar zijn - circa 54 mld. euro. Daarmee draagt het totale agrocomplex voor circa 7% bij aan het bruto binnenlands product (bbp). Het aandeel in het nationale totaal schommelde de laatste jaren rond de 7,5%.

Een deel van de activiteiten van het totale agrocomplex hangt samen met de verwerking van geïmporteerde grondstoffen, zoals cacao, granen en tabak. De toegevoegde waarde van het agrocomplex gebaseerd op buitenlandse grondstoffen is ongeveer 2,9% van het bbp; die van het agrocomplex gebaseerd op binnenlandse grondstoffen ligt het laatste decennium rond de 4,4-4,8% en kwam in 2018 uit op 4,1% (circa 32 mld. euro). In het deel van het agrocomplex dat enkel gebaseerd is op binnenlandse grondstoffen, waren toelevering (37%) en primaire productie (33%) verantwoordelijk voor 70% van de toegevoegde waarde.



Agrocomplex zorgt voor 8,5% van de nationale werkgelegenheid
De werkgelegenheid in het totale agrocomplex is gegroeid tot zo’n 641.000 arbeidsjaren in 2018, dat is circa 8,5% van de nationale werkgelegenheid. Door de jaren heen schommelt de toegevoegde waarde per arbeidsjaar wat en komt gemiddeld uit rond de 85.000 euro. Met circa 109.000 euro is deze het hoogst in de verwerking en het laagst in de primaire sector, namelijk circa 62.000 euro. Distributie laat als enig onderdeel in de productiekolom een toename zien in 2018 tot circa 94.000 euro per arbeidsjaar. Met 83.000 euro is de toegevoegde waarde per arbeidsjaar in de toelevering al jaren lang stabiel. Sinds 2010 is de werkgelegenheid in het op binnenlandse grondstoffen gebaseerde agrocomplex vrij stabiel rond de 425.000 arbeidsjaren. Primaire productie en toelevering voorzien met totaal 75% in de meeste werkgelegenheid met een aandeel van respectievelijk 41 en 34%.

Akkerbouw grootste deelcomplex met dank aan buitenlandse grondstoffen 
Het akkerbouwcomplex is wat betreft toegevoegde waarde met circa 26 mld. euro in 2018 het belangrijkst binnen het totale agrocomplex. Dit is in belangrijke mate gebaseerd op buitenlandse grondstoffen afkomstig van de invoer van koffie, thee en cacao, en van plantaardige oliën en vetten. Ook de invoer van veevoergrondstoffen wordt toegerekend aan het akkerbouwcomplex, voor het deel dat aan niet-landbouwsectoren levert of exporteert. De rest van de invoer van veevoergrondstoffen is inbegrepen bij de toelevering van de veehouderijsectoren. Op de tweede plaats staat het grondgebonden veehouderijcomplex met ruim 8 mld. euro. 

Grondgebonden veehouderij grootste deelcomplex verwerking binnenlandse grondstoffen
Binnen het agrocomplex gebaseerd op binnenlandse grondstoffen heeft het grondgebonden veehouderijcomplex het grootste aandeel in de toegevoegde waarde (26%) en de werkgelegenheid (33%). Het aandeel in de toegevoegde waarde was rond de 22% voor het intensieve veehouderijcomplex en het glastuinbouwcomplex, voor het akkerbouwcomplex was het 17%. Het aandeel in de werkgelegenheid was rond de 16% voor het akkerbouwcomplex, 18% voor het glastuinbouwcomplex en voor het intensieve veehouderijcomplex ligt het rond de 22%. Binnen het agrocomplex gebaseerd op binnenlandse grondstoffen is de primaire productie in de (glas)tuinbouw en visserij bijna voor twee derde verantwoordelijk voor de toegevoegde waarde. In de akkerbouw en grondgebonden veehouderij ligt dit aandeel met circa 20% een stuk lager. In de glastuinbouw en visserij gaat het veelal om producten die zonder verdere verwerking worden afgezet.

Export levert grote bijdrage aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid agrocomplex
Een belangrijk deel van de activiteiten van het agrocomplex hangt samen met de export van onbewerkte en bewerkte agrarische producten. De export draagt voor circa drie kwart bij aan de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid van het totale agrocomplex. Per deelcomplex loopt de exportafhankelijkheid licht uiteen: van 71% voor het akkerbouwcomplex tot 85% voor het glastuinbouwcomplex.

Wegens een revisie van de cijfers kunnen deze afwijken van eerder gepubliceerde cijfers.








Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Referenties
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2018). De positie van de bio-economie in Nederland.
 



Meer informatie
Toelichting indicator
Onderwerp omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven